naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Elly de Groen-Kouwenhoven, Milan Horáček en Gérard Onesta
namens de Verts/ALE-Fractie
over de situatie van de Roma in Europa
Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de Roma in Europa
B6‑0276/2005
Het Europees Parlement,
–
gelet op de artikelen 3, 6, 7, 29 en 149 van het EG-Verdrag, die de lidstaten ertoe verplichten zorg te dragen voor gelijke kansen voor alle burgers,
–
gelet op artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam, dat de Europese Gemeenschap de mogelijkheid geeft "passende maatregelen te nemen om discriminatie op grond van (...) ras of etnische afstamming (...) te bestrijden",
–
gelet op Richtlijn 2000/43/EG (gelijke behandeling ongeacht ras), die discriminatie op etnische gronden verbiedt,
–
gelet op artikel 4 van het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake nationale minderheden en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,
–
gelet op artikel 3 van Aanbeveling 1557/2002 van het Ministerscomité van de Raad van Europa, waarin onderstreept wordt dat de Roma op grote schaal worden gediscrimineerd en dat het monitoringsysteem voor deze discriminatie moet worden versterkt,
–
gezien het in 1999 op de Top van Tampere goedgekeurde document van de Europese Unie (COCEN-groep) getiteld "Situatie van de Roma in de kandidaat-landen", waarin wordt gesteld dat de mensen sterker bewust moeten worden gemaakt van het racisme en de discriminatie waarmee de Roma worden geconfronteerd,
–
gelet op het Handvest van de grondrechten, dat de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie namens hun instellingen op de Top van Nice in december 2000 hebben ondertekend en geproclameerd,
–
gelet op het Handvest van Europese partijen voor een niet-racistische samenleving,
–
gezien de instelling van een groep van Commissieleden die verantwoordelijk zijn voor grondrechten, anti-discriminatie en gelijke kansen, en in afwachting van de agenda van deze groep,
–
gelet op Verordening (EG) nr. 1035/1997 van de Raad houdende oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat en gezien de jaarverslagen en thematische verslagen van dit centrum over racisme in de EU en het Groenboek van de Commissie over gelijkheid en non-discriminatie in een uitgebreide Europese Unie (COM(2004)0379),
–
gezien het onlangs door de Commissie gepubliceerde rapport waarin de aandacht wordt gevestigd op de zeer verontrustende omvang van de vijandige gezindheid jegens en de mensenrechtenschendingen ten koste van de Roma, zigeuners en reizigers in Europa,
–
gezien het verslag over de bescherming van minderheden en antidiscriminatiebeleid, dat momenteel in behandeling is in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (2005/2008 (INI)), en de resolutie van het Europees Parlement van 27 januari 2005 over de holocaust, antisemitisme en racisme,
–
gelet op de internationale rechtsinstrumenten, zoals algemene aanbeveling XXVII (discriminatie van Roma) van het Comité van de Verenigde Naties voor de uitbanning van rassendiscriminatie (CERD) en algemene beleidsaanbeveling 3 (bestrijding van racisme en onverdraagzaamheid jegens Roma/zigeuners) van de Europese Commissie tegen racisme en onverdraagzaamheid (ECRI),
–
gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A.
overwegende dat 8 april is uitgeroepen tot Internationale Romadag en beschouwd wordt als de jaarlijkse dag van de Roma en een dag waarop meer bekendheid wordt gegeven aan de grootste etnische minderheid in Europa en de omvang van haar maatschappelijke uitsluiting,
B.
overwegende dat de 12 tot 15 miljoen Roma die in Europa wonen, waarvan er 7 tot 9 miljoen in de Europese Unie wonen, te lijden hebben onder rassendiscriminatie en vaak te maken hebben met meervoudige discriminatie op grond van geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid en handicap,
C.
overwegende dat de unieke geschiedenis van de Roma als eeuwenoude Europese minderheid maatregelen vereist om de Roma eindelijk bij de samenleving te betrekken, en dat er ook moet worden gekeken naar vastgeroeste attitudes in de samenleving die het de Roma ten enen male onmogelijk maken om een volwaardig en gelijkwaardig leven te leiden,
D.
overwegende dat Richtlijn 2000/43/EG van de Raad (bestrijding van discriminatie op grond van ras of etnische afstamming) niet door alle lidstaten is omgezet of volledig uitgevoerd, hoewel het een belangrijk onderdeel is van strategieën ter bevordering van de integratie van gemeenschappen die vaak te lijden hebben onder discriminatie,
E.
overwegende dat de Romaholocaust volledige erkenning verdient, gezien de ernst van de nazi-misdaden die erop gericht waren naast de joden ook de Roma in Europa fysiek uit te moorden; in dit verband de Commissie en de autoriteiten verzoekend alle nodige maatregelen te nemen om een einde te maken aan de varkensmesterij op het terrein van het voormalige concentratiekamp Lety (Tsjechische Republiek) en een waardig gedenkmonument te creëren,
F.
overwegende dat een groot aantal Roma oorlogsslachtoffer is geweest en nog steeds is en het doelwit vormt van etnische zuiveringen in Kosovo, Kroatië , Bosnië en Herzegovina; dat er een aanzienlijk aantal Roma-asielzoekers is uitgewezen (gedeporteerd) door de EU-landen van opname, die daarmee de asielprocedure volgens het VN-Verdrag uit 1951 hebben geschonden,
G.
overwegende dat discriminatie van zigeuners nog steeds op grote schaal voorkomt, terwijl Roma regelmatig het doelwit zijn van racistische aanvallen, haatdragende redevoeringen, fysieke aanvallen van extremistische groeperingen, onrechtmatige uitzettingen, intimidatie door de politie en een algehele ontzegging van hun burgerrechten, zoals het actief en passief kiesrecht,
H.
overwegende dat er in een aantal landen duidelijke aanwijzingen zijn dat politiediensten en andere met de strafrechtspleging belaste instellingen behept zijn met anti-Roma-vooroordelen, hetgeen leidt tot stelselmatige rassendiscriminatie bij de toepassing van het strafrecht,
I.
overwegende dat de Roma in de lidstaten en kandidaat-landen waar zij een flink percentage van de bevolking vormen, nog steeds ondervertegenwoordigd zijn in regeringsorganen en het overheidsbestuur; dat de betrokken regeringen zich wel hebben verplicht tot uitbreiding van het aantal Roma in besluitvormingsorganen, maar op dit punt nog vooruitgang moeten boeken,
J.
overwegende dat de Roma in de gezondheidszorg regelmatig worden gediscrimineerd, en met bezorgdheid constaterende dat zich op kraamafdelingen gevallen van segregatie hebben voorgedaan en dat Romavrouwen zonder hun toestemming zijn gesteriliseerd,
K.
overwegende dat de woonsituatie veelal onder de maat en onhygiënisch is en dat er tal van aanwijzingen zijn van gettovorming, waarbij Roma regelmatig belet wordt uit zulke buurten te verhuizen,
L.
erop wijzend dat in diverse lidstaten en kandidaat-landen een onderwijsstelsel met rassenscheiding bestaat, waarin Romakinderen in het beste geval volgens een programma van lagere kwaliteit les krijgen en in het slechtste geval in instellingen voor geestelijk gehandicapten worden geplaatst,
M.
overwegende dat in sommige lidstaten en kandidaat-landen de pers en de media nog steeds op discriminerende wijze berichten over Romaminderheden, waardoor de negatieve stereotiepe denkbeelden over Roma die vaak worden geventileerd, worden versterkt en bestendigd,
N.
overwegende dat het ontbreekt aan uitgebreide statistische gegevens over ernstige schendingen van de mensenrechten en racistisch gedrag tegenover Roma in de lidstaten en kandidaat-landen,
1.
is verheugd over de recente verklaring van Commissievoorzitter Barroso over het belang van uitbanning van de discriminatie van Roma en over de rol die de strategie van Lissabon zou kunnen spelen bij het verbeteren van de kansen voor de Roma, en dringt er bij de Raad, de Commissie, de lidstaten en de kandidaat-landen op aan in het openbaar maatregelen te nemen tegen Romafobie in al haar vormen en op alle niveaus;
2.
verzoekt de Commissie met klem de bestrijding van Romafobie en zigeunerhaat in Europa op de voorgrond te plaatsen als één van haar prioriteiten voor 2007, het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen, en verzoekt de politiek en de samenleving op alle niveaus duidelijk te maken dat rassenhaat regen Roma niet wordt getolereerd in de Europese samenleving;
3.
dringt bij de lidstaten aan op snelle omzetting in nationaal recht en volledige tenuitvoerlegging van Richtlijn 2000/43/EG en verzoekt alle lidstaten onverwijld een onafhankelijk orgaan voor gelijke kansen in te stellen, dat een cruciale rol zou kunnen spelen bij het toezicht op de uitvoering van de richtlijn;
4.
verzoekt de instellingen van de Europese Unie, de lidstaten, de kandidaat-landen en alle Europese politieke partijen elke vorm van zigeunerhaat en Romafobie, onverdraagzaamheid, het aanzetten tot haat en intimidatie of geweld op niet mis te verstane wijze te veroordelen;
5.
verzoekt om uitgebreide mensenrechtenscholing voor de met de rechtshandhaving en de rechtspraak belaste diensten en om opneming van dit materiaal in het programma van onderwijsinstellingen, zodat ambtenaren die op deze terreinen werkzaam zijn, op de hoogte zijn van de Europese antidiscriminatiewetgeving en de sociale waarden van de Europese samenleving;
6.
verzoekt de regeringen in regio's met een aanzienlijke Romabevolking verdere stappen te ondernemen om Roma-ambtenaren op alle bestuurlijke en besluitvormingsniveaus een plaats te geven , zoals eerder toegezegd, en de nodige middelen toe te wijzen voor een goede, doeltreffende uitoefening van de aan die functies verbonden taken;
7.
verzoekt de lidstaten en de kandidaat-landen een strategie en een programma te ontwikkelen ter verhoging van de participatiegraad van Roma bij verkiezingen, door Roma aan te spreken als kiezers (electorale scholing) en als kandidaten (politiek en politieke stelsels) voor de functie van burgemeester, gemeenteraadslid, parlementslid of EP-lid;
8.
verzoekt de Commissie, de lidstaten en de kandidaat-landen samen te werken om in de Nationale Ontwikkelingsplannen gericht aandacht te besteden aan de Roma, teneinde sociale uitsluiting tegen te gaan, programma's voor levenslang leren te stimuleren en andere mechanismen via de open coördinatiemethode te ontwikkelen, dit in overeenstemming met de doelstellingen van de strategie van Lissabon;
9.
verzoekt de Commissie de nationale regeringen openlijk aan te moedigen om ervoor te zorgen dat bij op de Roma gerichte steunprogramma's ook actoren uit de Romagemeenschap betrokken worden bij het opzetten en uitvoeren van dergelijke projecten en dat maatschappelijke organisaties die zich met Romakwesties bezig houden, regelmatig op de hoogte worden gehouden van de financiële middelen en de programma's waarvan zij in hun werk gebruik kunnen maken;
10.
verzoekt de lidstaten en de kandidaat-landen stappen te ondernemen om gelijke toegang tot de gezondheidszorg te garanderen, een einde te maken aan de segregatie van Roma op kraamafdelingen, de sterilisatie van Romavrouwen te voorkomen en elke arts of gezondheidswerker die voor zulke handelingen verantwoordelijk is, voor de rechter te dagen;
11.
is van mening dat de momenteel in Europa waar te nemen gettovorming onaanvaardbaar is, en verzoekt de lidstaten en de kandidaat-landen concrete stappen te ondernemen om deze gettovorming tegen te gaan, discriminerende praktijken bij de toewijzing van woonruimte tegen te gaan en individuele Roma bij te staan bij het vinden van alternatieve, hygiënisch verantwoorde huisvesting;
12.
verzoekt de lidstaten en de kandidaat-landen waar Romakinderen in scholen voor geestelijk gehandicapten worden geplaatst of in aparte klassen gescheiden van hun leeftijdgenoten worden gehouden, binnen een van tevoren vastgelegd tijdvak met desegregatieprogramma's te beginnen, om zo de vrije toegang tot kwalitatief goed onderwijs voor Romakinderen te garanderen en de toename van anti-Romasentimenten onder de schooljeugd te stuiten;
13.
herinnert eraan dat het in 1989 een resolutie heeft aangenomen over het onderwijs van kinderen van Roma, Sinti en reizigers, en is van mening dat het nog steeds een prioriteit is dat alle Romakinderen toegang hebben tot het reguliere onderwijs;
14.
ziet het onderwijzen van het cultureel erfgoed van de Roma (taal en geschiedenis) aan Romaschoolkinderen als een belangrijke onderwijsdoelstelling voor de toekomst; moedigt de lidstaten ertoe aan informatie over de nationale Romabevolking op te nemen in het reguliere leerplan; onderstreept in dit verband dat er speciale instrumenten moeten worden ontwikkeld ter bescherming van de culturele rechten van kwetsbare groepen, zoals de Roma;
15.
doet een beroep op de overheden in de lidstaten en de kandidaat-landen, met inbegrip van de media, om de vertegenwoordiging van minderheden te versterken door het invoeren van een antidiscriminatiebeleid bij aanwerving en bevordering en door het aanpassen van de interne arbeidspraktijken;
16.
verzoekt om coördinatie tussen de autoriteiten op EU-, nationaal en lokaal vlak met het oog op het starten van voorlichtingscampagnes voor de Romagemeenschappen over de beschikbare mogelijkheden en beste praktijken voor het aanpakken van sociale uitsluiting op het gebied van huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en werk;
17.
verzoekt de lidstaten en de kandidaat-landen een strategie uit te stippelen ter verbetering van de vergaring, analyse en publicatie van statistische gegevens over mensenrechtenschendingen en discriminatie van Roma op grond van ras;
18.
doet een klemmend beroep op het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat en, na zijn oprichting, het Agentschap voor grondrechten meer aandacht te besteden aan de in Europa aanwezige zigeunerhaat en Romafobie, de nodige middelen uit te trekken voor het opzetten van eenheden en organen die zich toeleggen op het in kaart brengen van de discriminatie van Roma op grond van ras en de tegen hen gerichte mensenrechtenschendingen, en hierover complete rapporten te publiceren;
19.
is verheugd over de oprichting van het Europees Roma- en Reizigersforum en de werkzaamheden van groepen in het Parlement die zich richten op Roma- en minderhedenkwesties; erkent het belang van samenwerking met dergelijke organisaties bij het formuleren van Romabeleid in Europa;
20.
steunt het voortgaande streven binnen de EU-instellingen om de "Roma-voor-Roma-benadering", zoals die door de OVSE is ontwikkeld, te volgen wanneer in de toekomst personeel wordt aangetrokken voor vacatures die al dan niet te maken hebben met Romazaken;
21.
is verheugd over het initiatief voor een Decennium voor Roma-integratie, waar vijf lidstaten en kandidaat-landen zich bij hebben aangesloten, en verzoekt de Commissie in samenwerking met de betrokken regeringen gelden uit het relevante EU-programma toe te kennen om van het initiatief een succes te maken;
22.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten en kandidaat-landen.