Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2005/2576(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0484/2005

Ingediende teksten :

B6-0484/2005

Debatten :

PV 28/09/2005 - 3

Stemmingen :

PV 28/09/2005 - 5.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2005)0350

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 111kDOC 47k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0484/2005
21 september 2005
PE 361.904v01-00
 
B6‑0484/2005
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Daniel Marc Cohn-Bendit, Monica Frassoni, Joost Lagendijk en Cem Özdemir
namens de Verts/ALE-Fractie
over het begin van de onderhandelingen met Turkije

Resolutie van het Europees Parlement over het begin van de onderhandelingen met Turkije 
B6‑0484/2005

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over Turkije, met name die van 15 december 2004 over het periodiek verslag 2004 en de Aanbeveling van de Europese Commissie over de Turkse vooruitgang in de richting van toetreding,

-  gezien de Aanbeveling van de Europese Commissie over de Turkse vooruitgang in de richting van toetreding,

-  gezien de conclusies van het voorzitterschap van 16 en 17 december 2004,

-  gezien het door de Commissie voorgestelde en ter goedkeuring aan de Raad doorgezonden onderhandelingskader,

-  gezien de verklaring van 19 september 2005 van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten over de verklaring die Turkije inzake de republiek Cyprus heeft afgelegd bij de ondertekening van het Aanvullend Protocol voor de totstandbrenging van een associatie tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds en Turkije anderzijds,

-  onder verwijzing naar zijn resolutie van 21 april 2004,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat tijdens de Europese Top van 16 en 17 december 2004 is besloten dat Turkije in voldoende mate voldeed aan de politieke criteria van Kopenhagen om de toetredingsonderhandelingen op gang te kunnen brengen, mits Turkije zes stukken door de Commissie bepaalde wetgeving deed gelden en het Protocol over de wijziging van de Overeenkomst van Ankara ondertekende, rekening houdend met de toetreding van de tien nieuwe lidstaten,

B.  overwegende dat Turkije bedoeld protocol op 29 juli 2005 heeft ondertekend,

C.  overwegende dat Turkije heeft besloten aan de handtekening een verklaring toe te voegen dat de ondertekening, ratificatie en tenuitvoerlegging van dit protocol geenszins erkenning inhield van de republiek Cyprus waarnaar in dit protocol wordt verwezen en dat Turkije zich niet gehouden voelt zijn havens en luchtruim open te stellen voor Cypriotische schepen en vliegtuigen,

D.  erop wijzend dat de juridische deskundigen van Commissie en Raad tot de slotsom zijn gekomen dat de wettelijke betekenis en volledige tenuitvoerlegging van het protocol door de eenzijdige verklaring niet in twijfel worden getrokken,

E.  erop wijzend dat in het door de Commissie vastgestelde onderhandelingskader duidelijk wordt gesteld dat het gezamenlijke doel van de onderhandelingen toetreding is, zelfs als dit een open procedure is waarvan het resultaat niet vooraf kan worden gewaarborgd en dat de Commissie, indien democratische beginselen, eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden en rechtsstaat door Turkije ernstig en consequent worden geschonden zal aanbevelen de onderhandelingen op te schorten en de voorwaarden voor te stellen voor eventuele hervatting,

F.  erop wijzend dat de Europese Unie in april 2004 heeft toegezegd manieren te zoeken om een eind te maken aan het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap op Noord-Cyprus en dat er ondanks deze verklaring geen actie is ontplooid en dat de ontwerpverordeningen inzake financiële steun aan Noord-Cyprus en rechtstreekse handel nog worden vertraagd op Raadsniveau,

G.  er andermaal op wijzend dat erkenning van de republiek Cyprus geen door de Raad gestelde voorwaarde was voor het begin van de onderhandelingen en dat de onderhandelingen sowieso worden gevoerd op een intergouvernementele conferentie waaraan wordt deelgenomen door alle lidstaten en de kandidaat-lidstaat, hetgeen inhoudt dat alle betrokken partijen elkaar erkennen,

H.  erop wijzend dat een eventuele erkenning van de republiek Cyprus door Turkije verband houdt met het resultaat van de onderhandelingen met het oog op een alomvattende oplossing van de kwestie-Cyprus; deze onderhandelingen zijn momenteel vastgelopen nadat de Grieks-Cyprioten het zogeheten Plan-Annan in april 2004 per referendum hebben verworpen,

I.  uiterst verontrust over de nieuwe opstand van PKK-guerrillastrijders in het zuidoosten van Turkije, waarvan dagelijkse confrontaties met het Turkse leger deel uitmaken en ten gevolge waarvan reeds tal van slachtoffers zijn gevallen,

J.  ernstig bezorgd over de pogingen van bepaalde delen van de Turkse justitie zich te verzetten tegen de door de Grote Turkse Vergadering aangenomen hervormingen, waardoor de schrijver Orhan Pamuk bij voorbeeld is aangeklaagd wegens zijn opmerkingen over de Turkse geschiedenis,

1.  is van mening dat Turkije voldoet aan de voorwaarden die tijdens de Europese Top van 16 en 17 december 2004 zijn gesteld aan het begin van de onderhandelingen op 3 oktober 2005 en verzoekt de Raad het onderhandelingskader goed te keuren;

2.  betreurt niettemin dat Turkije bovengenoemde eenzijdige verklaring heeft aangenomen en dringt aan op volledige tenuitvoerlegging van het protocol bij de overeenkomst van Ankara, waarin wordt geëist dat Turkije zijn havens en luchthavens open stelt voor schepen en vliegtuigen uit alle 25 lidstaten;

3.  verzoekt de Raad tegelijkertijd spoedig beide verordeningen te deblokkeren die gericht zijn op beëindiging van het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap en op het vinden van manieren om alle belemmeringen uit de weg te ruimen die de openstelling van havens en luchthavens in het noordelijke deel van Cyprus bemoeilijken;

4.  wijst in dit verband met name op het feit dat de Turkse regering de via bemiddeling van de VN tot stand gekomen oplossing voor het eiland die is uitgemond in een referendum dat door de Grieks-Cypriotische gemeenschap is verworpen, actief steunt;

5.  verzoekt de regering van de republiek Cyprus met klem duidelijk te maken over welke punten in het Plan-Annan zij opnieuw wenst te onderhandelen om het proces onder leiding van de VN andermaal op gang te brengen met het oog op een alomvattende oplossing van de kwestie-Cyprus;

6.  verzoekt de Turkse regering de hervormingen door te zetten en zich te blijven inzetten voor modernisering van het land zodat de EU-normen worden benaderd;

7.  erkent dat de wetgeving inzake de rechten van vrouwen onlangs is verbeterd; verzoekt de Turkse regering op deze weg voort te gaan om een eind te maken aan de discriminatie van vrouwen, zoals breed is uitgemeten in het verslag van het Europees Parlement over de rol van de vrouw in Turkije, met bijzondere verwijzing naar het waarborgen van het recht van meisjes op onderwijs, bevordering van de deelname van vrouwen aan het politieke leven en het steunen van maatregelen om een eind te maken aan huiselijk geweld;

8.  moedigt de Turkse regering aan de door de heer Erdogan deze zomer ingeslagen weg te blijven volgen, toen hij erkende dat de Koerden een probleem vormen dat met democratische middelen moet worden aangepakt;

9.  veroordeelt het nieuwe geweld in Zuidoost-Turkije en de terroristische aanslagen van de PKK; stelt krachtig alle soorten geweld aan de kaak;

10.  spreekt in dit verband zijn waardering uit voor het initiatief van Turkse intellectuelen, die de wens van het volk verwoordden dat een eind werd gemaakt aan het geweld en dat er in Turkije vrede tot stand werd gebracht en die de PKK hebben verzocht onmiddellijk en onvoorwaardelijk alle gewapende activiteiten te staken en die de Turkse regering hebben gevraagd om de nodige juridische regelingen voor de totstandbrenging van een duurzame vrede en voor deelname van iedereen aan het democratische maatschappelijke leven;

11.  verzoekt de Turkse regering erop toe te zien dat het optreden van de veiligheidstroepen controleerbaar en doorzichtig is, en aldus een eind te maken aan de schendingen van de mensenrechten die zich in het verleden hebben voorgedaan;

12.  wijst met nadruk op het democratische beginsel dat uitsluitend personen die via verkiezing regeringsverantwoordelijkheid hebben verworven het recht hebben beleid te bepalen inzake binnenlandse en internationale veiligheid;

13.  spreekt zijn waardering uit voor de onlangs in Turkije doorgevoerde legalisering van minderheidstalen, maar is van mening dat het gebruik nog beperkt is en dat er meer toegang nodig is tot plaatselijke radio- en TV-zenders; verzoekt de Turkse rechtbanken in dit verband met klem de procedure tegen de lerarenvereniging Egitim Sen wegens haar eis inheemse talen te onderwijzen en wegens bevordering van de Turkse culturen, te heroverwegen;

14.  is van mening dat de klachten van de openbare aanklager tegen Orhan Pamuk een overtreding vormen van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, en verzoekt de Turkse regering de vrije meningsuiting te waarborgen en het strafrecht verder te hervormen overeenkomstig met name artikel 301/1 daarvan;

15.  is van mening dat Turkije als kandidaat-lidstaat verantwoordelijk is voor deelname aan en tenuitvoerlegging van het Europees Nabuurschapsbeleid, hetgeen inhoudt dat met alle betrokken landen goede nabuurbetrekkingen tot stand worden gebracht; verzoekt Turkije dan ook zijn grens met Armenië te openen; moedigt Turkije aan te streven naar een constructieve gedachtewisseling over zijn verleden, o.m. over de beschuldigingen van volkerenmoord op de Armeniërs, en spreekt in dit verband zijn waardering uit voor de conferentie die in Istanboel op 23 tot 25 september 2005 wordt gehouden over het Armeense vraagstuk en de eventuele deelname daaraan door de regering;

16.  verzoekt de Raad ervoor te zorgen dat hij ten volle wordt geraadpleegd en betrokken, indien de Commissie schorsing van de onderhandelingen aanbeveelt;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Turkse regering en de Grote Turkse Vergadering.

Laatst bijgewerkt op: 23 september 2005Juridische mededeling