Europees Parlement

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2005/2642(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0585/2005

Ingediende teksten :

B6-0585/2005

Debatten :

PV 16/11/2005 - 11

Stemmingen :

PV 17/11/2005 - 4.9

Aangenomen teksten :

P6_TA(2005)0441

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 93kDOC 45k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0585/2005
9 november 2005
PE 364.199v01-00
 
B6‑0585/2005
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Annemie Neyts-Uyttebroeck, Alexander Lambsdorff, István Szent-Iványi, Jelko Kacin, Elizabeth Lynne, Frédérique Ries, Sophia in 't Veld, Margarita Starkevičiūtė, Philippe Morillon en Janusz Onyszkiewicz
namens de ALDE-Fractie
over Iran

Resolutie van het Europees Parlement over Iran 
B6‑0585/2005

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over Iran, met name zijn resolutie van 13 oktober 2005(1),

–  onder verwijzing naar de resolutie van de raad van bestuur van het Internationaal agentschap voor atoomenergie (IAEA) van 24 september 2005,

–  onder verwijzing naar de conclusies van de Raad over Iran, met name die van 16 maart, 3 oktober en 7 november 2005,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat president Mahmoud Ahmadinejad op 26 oktober 2005 in Teheran tijdens een conferentie over "Een wereld zonder zionisme" een toespraak heeft gehouden waarin hij ayatollah Ruhollah Khomeini heeft aangehaald door te zeggen dat "Israël van de kaart moet worden geveegd",

B.  overwegende dat het Iraanse nationale persbureau IRNA officieel over deze uitspraken heeft bericht,

C.  overwegende dat ayatollah Ali Khamenei, de hoogste leider van Iran, tijdens een live-uitzending op vrijdag 4 november ter gelegenheid van Eid el Fitr, het einde van de ramadan, heeft onderstreept dat Iran niet het voornemen heeft welke buitenlandse staat dan ook aan te vallen,

D.  andermaal ernstig bezorgd, zoals in zijn resolutie van 13 oktober 2005 ook tot uiting komt, over de hervatting door Iran van zijn activiteiten in de uraniumconversieinstallatie van Isfahan,

E.  zeer verontrust over de ernstige schendingen van de mensenrechten die zich in Iran blijven voordoen, en teleurgesteld over het feit dat sedert juni 2004 geen mensenrechtendialoog tussen de EU en Iran heeft plaatsgevonden ondanks herhaalde pogingen van de EU-zijde om data vast te leggen voor de volgende gespreksronde,

F.  bezorgd over de toestand van de gedetineerde Iraanse journalist en dissident Akbar Ganji die door rechterlijke ambtenaren is gefolterd, opdat hij zijn geschriften herroept,

1.  veroordeelt ten stelligste de uitspraken van president Ahmedinejad over de staat Israël;

2.  bevestigt zijn onwrikbare verbondenheid aan het bestaansrecht van Israël binnen internationaal erkende grenzen en in veiligheid;

3.  is de stellige overtuiging toegedaan dat het oproepen tot geweld jegens en de vernietiging van een staat in strijd is met elke aanspraak op een volwassen en verantwoordelijk lidmaatschap van de internationale gemeenschap;

4.  is van oordeel dat het feit dat deze uitspraken zijn gedaan op de dag waarop ook een weerzinwekkende aanval op Israëlische burgers is gepleegd, nog eens het inzicht zou moeten versterken dat het aanzetten tot geweld en het hieruit voortvloeiende terrorisme verachtelijke en onaanvaardbare daden zijn;

5.  onderstreept dat de uitspraken bezorgdheid doen ontstaan over de rol van Iran in de regio en zijn bedoelingen; veroordeelt in dit verband de ononderbroken steun van Iran aan terroristische groeperingen en doet een beroep op de Iraanse regering om hieraan onmiddellijk een einde te maken;

6.  betuigt andermaal zijn volledige steun aan de resolutie die de raad van bestuur van het IAEA op 24 september 2005 heeft goedgekeurd en waarin Iran wordt bekritiseerd vanwege de niet-naleving van het statuut van het IAEA en wordt onderstreept dat hierdoor het vertrouwen is weggevallen dat het kernprogramma van Iran uitsluitend vreedzame bedoelingen dient;

7.  dringt er bij Iran op aan de maatregelen ten uitvoer te leggen die de Raad van bestuur van het IAEA in zijn resolutie van 24 september heeft geëist, te weten onder andere een volledige opschorting van al zijn activiteiten in verband met de splijtstofcyclus waardoor de onderhandelingen met de Europese zijde kunnen worden hervat voordat de raad van bestuur van het IAEA op 24 november 2005 opnieuw bijeenkomt,

8.  is van mening dat de onderhandelingen tussen Iran en de Europese Unie alleen mogen worden hervat onder de voorwaarden die voor de vorige ronden zijn overeengekomen, te weten dat Iran alle uraniumverrijkingsactiviteiten moet stopzetten, zoals in de Overeenkomst van Parijs is vastgelegd;

9.  onderstreept zijn niet-aflatende streven naar een diplomatieke oplossing voor het wegnemen van de internationale bezorgdheid over het kernprogramma van Iran;

10.  neemt nota van het idee van doctor Mohamed el-Baradei, directeur-generaal van het IAEA, om een centrale bank voor kernbrandstof op te zetten waaruit een land als Iran en andere landen kunnen putten;

11.  verzoekt de Raad en de Commissie om deze voorstellen voor het opzetten van een internationale bank voor kernbrandstof onder toezicht van het IAEA nauwlettend te bestuderen;

12.  is ervan overtuigd dat een allesomvattende dialoog tussen de EU en Iran een geschikt kader vormt voor het bespreken van kwesties van wederzijds belang en bezorgdheid, zoals de strijd tegen drugs, de proliferatie van massavernietigingswapens, het vredesproces in het Midden-Oosten, mensenrechten, fundamentele vrijheden en regionale vraagstukken;

13.  dringt er bij Iran op aan stappen te nemen om de belangrijke gesprekken in het kader van de mensenrechtendialoog tussen de EU en Iran te hervatten en door concrete maatregelen te tonen dat Iran bereid is om de eerbiediging van de mensenrechten te verbeteren met inbegrip van de naleving van zijn internationale verplichtingen en eerdere toezeggingen in verband met de doodstraf in het algemeen en de executie van jonge delinquenten en minderjarigen in het bijzonder, die in talrijke gevallen wordt gebruikt voor het bestraffen van seksuele geaardheid, welke volgens de internationale rechtsnormen niet als een misdaad wordt beschouwd, en door Akbar Ganji en andere gewetensgevangenen voorgoed in vrijheid te stellen;

14.  herhaalt zijn opvatting dat Iran via zijn daden moet bepalen of zijn betrekkingen met de EU en de internationale gemeenschap op de lange termijn zullen verbeteren of verslechteren;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB, de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de landen waarnaar in deze resolutie wordt verwezen, de directeur-generaal van het IAEA, de Commissie voor de rechten van de mens van de VN, de president van het hooggerechtshof van Iran en de regering en het parlement van Iran.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0382

Laatst bijgewerkt op: 11 november 2005Juridische mededeling