naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Michał Tomasz Kamiński en Ģirts Valdis Kristovskis
namens de UEN-Fractie
over Tsjetsjenië na de verkiezingen en het maatschappelijk middenveld in Rusland
Resolutie van het Europees Parlement over Tsjetsjenië na de verkiezingen en het maatschappelijk middenveld in Rusland
B6‑0028/2006
Het Europees Parlement,
–
gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, die op 1 december 1997 in werking trad,
–
gezien het doel van de EU en Rusland van toepassing van de vier 'gemeenschappelijke ruimten', die tijdens de top EU-Rusland in mei 2005 zijn overeengekomen,
–
gezien zijn resolutie van 26 mei 2005 over de betrekkingen tussen de EU en Rusland,
–
gezien zijn resolutie van 15 december 2005 over de mensenrechten in Rusland,
–
gezien het Europees mensenrechtenverdrag en zijn vijf protocollen,
–
gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A.
overwegende dat op 27 november 2005 parlementsverkiezingen in Tsjetsjenië zijn gehouden,
B.
overwegende dat de partij Verenigd Rusland, geleid door de pro-Russische Kadyrov, tot winnaar is uitgeroepen,
C.
overwegende dat mensenrechtenorganisaties, waaronder de Internationale Mensenrechtenfederatie, de Russisch-Tsjetsjeense vriendschapsvereniging en Ruslands memorial, de Russische autoriteiten en de door het Kremlin gecontroleerde Tsjetsjeense regering van ernstige schendingen van democratische beginselen hebben beschuldigd en kritiek hebben geuit op de verklaring van het EU-voorzitterschap waarin de verkiezingen lof wordt toegezwaaid omdat ze aan democratische normen hebben voldaan,
D.
overwegende dat het conflict in Tsjetsjenië, dat in 1994 is uitgebroken, doorgaat en er geen vooruitzichten op verbroedering zijn,
E.
overwegende dat beide separatistische bewegingen en het federale leger tijdens de twee Tsjetsjeense oorlogen veel onrecht en misdaden hebben gepleegd,
F.
overwegende dat de burgerbevolking van Tsjetsjenië lijdt, en dat moord, marteling en mishandeling op grote schaal voorkomen, zowel door het Russische federale leger en de Tsjetsjeense veiligheidstroepen, als de separatistische bewegingen,
G.
overwegende dat veel van de misstanden en mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië ongestraft blijven, waardoor een klimaat van straffeloosheid ontstaat, dat zich vanuit de republieken Tsjetsjenië en Ingoesjië naar andere regio's van de noordelijke Kaukasus verspreidt, inclusief Noord-Ossetië en meer recentelijk Kabardino-Balkarië, en aldus een bedreiging vormt voor de rechtsstaat in de hele Russische Federatie,
H.
overwegende dat volgens Human Rights Watch sinds 1994 in Tsjetsjenië naar schatting tenminste 50.000 burgers zijn omgekomen,
I.
overwegende dat veel Tsjetsjenen naar buurlanden zijn uitgewaaierd, waar ze onder vaak erbarmelijke omstandigheden in tenten of provisorische vluchtelingenonderkomens leven,
J.
overwegende dat beide kamers van de Doema op 23, respectievelijk 27 december goedkeuring hebben gehecht aan het op slechts enkele punten gewijzigde wetsvoorstel houdende beperking van de activiteiten van niet-gouvernementale organisaties in Rusland, en dat nu alleen nog de handtekening van president Poetin nodig is om het voorstel in een wet om te zetten,
1.
is van mening dat het succes van de heer Kadyrov in de onlangs gehouden presidentsverkiezingen in Tsjetsjenië het resultaat is van een oneerlijke verkiezingscampagne en dat daadwerkelijk democratische en eerlijke verkiezingen alleen mogelijk zijn indien separatistische krachten op voet van gelijkheid aan het politieke proces kunnen deelnemen en indien de vluchtelingen in de stemming kunnen participeren;
2.
dringt aan op vergroting van de capaciteit van de Raad en de Commissie om de ontwikkelingen in Tsjetsjenië en de gevolgen van het conflict op de hele Russische samenleving te analyseren; benadrukt dat de EU zich actief moet inzetten voor een wijziging in het Russische Tsjetsjeniëbeleid, met grotere nadruk op niet-militaire oplossingen;
3.
veroordeelt de misdaden van beide partijen tegen burgers, in overtreding van fundamentele mensenrechten; is van mening dat het conflict alleen door onderhandelingen en politieke dialoog tussen de partijen kan worden opgelost en dat geweld alleen gebruikt mag worden met strikte inachtneming van de gedragscode van de OVSE en de Geneefse Conventie;
4.
roept de Russische Doema op een onderzoekscommissie in te stellen met het oog op een onderzoek naar het onvermogen van de wetshandhavingsinstanties in de republiek Tsjetsjenië om plegers van ernstige mensenrechtenschendingen ter verantwoording te roepen, zoals door een groot aantal mensenrechtenorganisaties is aangetoond; herinnert eraan dat tot nu toe slechts een klein aantal gevallen voor het gerecht is gebracht, terwijl de meeste dossiers zijn geschorst, overgeheveld of afgewezen;
5.
dringt er in dit verband bij de Russische autoriteiten op aan het onderzoek naar en de strafrechtelijke dossiers van de generaals Vladimir Shamanov en Yakov Nebitko te heropenen, resulterend in vervolging en met ontheffing uit hun functies tijdens het onderzoek, aangezien zij door het hof van Straatsburg verantwoordelijk worden gehouden voor het zonder onderscheid des persoons bombarderen van Tsjetsjeense burgers in Katyr-Jurt in februari 2000;
6.
roept de Tsjetsjeense separatisten op af te zien van geweld en tot veroordeling van alle vormen van terrorisme tegen de burgerbevolking;
7.
roept de Russische autoriteiten op toe te staan dat VN-rapporteurs de republiek bezoeken overeenkomstig de door hen ingediende verzoeken, en dat het internationale personeel van VN-organisaties, humanitairehulp- en mensenrechtenorganisaties, de media en journalisten in Tsjetsjenië hun werk doen;
8.
roept de Raad en de Commissie met klem op hun bijdrage aan humanitaire hulp te vergroten, in het bijzonder medische en wederopbouwhulp, met bijzondere aandacht voor hulp voor de terugkeer van de vluchtelingen;
9.
maakt zich zorgen over de meldingen van administratieve en juridische intimidatie van sommige van de in Tsjetsjenië opererende NGO's, die onderdeel lijkt uit te maken van een algemener proces van bedreiging van de vrijheid van meningsuiting en van vereniging in de Russische Federatie, en roept de Russische autoriteiten op een eind aan deze intimidatie te maken;
10.
maakt zich zorgen over het wetsvoorstel betreffende de wettelijke status van NGO's, en beklemtoont dat de president van de Russische Federatie zich er, alvorens het wetsvoorstel te tekenen, van dient te vergewissen dat de tekst volledig strookt met de aanbevelingen van de Raad van Europa, die beogen intimidatie van NGO-activisten in Rusland te voorkomen;
11.
dringt er bij de Russische autoriteiten op aan de belemmeringen te elimineren voor NGO's die zich inzetten voor bevordering van mensenrechten, democratie, onafhankelijke media, de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld, godsdienstvrijheid, de rechtsstaat en transparantie;
12.
roept de Commissie op meer EU-steun toe te kennen aan centra voor Europees recht aan Russische universiteiten, academische instituten en binnen NGO's, zodat instrumenten en programma's voor samenwerking en uitwisselingen tussen NGO's en groepen van het maatschappelijk middenveld in Rusland snel en doeltreffend kunnen worden geïntroduceerd, teneinde Europese waarden en de ontwikkeling van een open samenleving te bevorderen;
13.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de president, de Doema en de regering van de Russische Federatie en de secretaris-generaal van de VN, de Raad van Europa en de OVSE.