Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2005/2623(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0046/2006

Ingediende teksten :

B6-0046/2006

Debatten :

PV 19/01/2006 - 16
CRE 19/01/2006 - 16

Stemmingen :

PV 19/01/2006 - 18.4
CRE 19/01/2006 - 18.4

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0033

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 116kWORD 55k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0031/2006
11 januari 2006
PE 368.269v01-00
 
B6‑0046/2006
naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B5‑0345/2005
ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het Reglement
door Ģirts Valdis Kristovskis en Eoin Ryan
namens de UEN-Fractie
over gehandicapten en ontwikkeling

Resolutie van het Europees Parlement over gehandicapten en ontwikkeling 
B6‑0046/2006

Het Europees Parlement,

–  gelet op artikel 13 van het EG-Verdrag, artikel 6 van het EU-Verdrag en artikel 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op grond waarvan alle vormen van discriminatie verboden zijn, en de artikelen 21 en 26 daarvan waarin de rechten van gehandicapten zijn vastgelegd,

–  onder verwijzing naar de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU over de rechten van gehandicapten en ouderen in ACS-landen van 1 november 2001(1) en de resolutie over gezondheidskwesties, jongeren, ouderen en gehandicapten aangenomen in Kaapstad op 21 maart 2002(2),

–  onder verwijzing naar de resolutie van de WHO over gehandicapten, met inbegrip van preventie, beheer en revalidatie, van 25 mei 2005 (WHA 58.23),

–  gezien de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en resolutie 60/1:2005 van de VN over de resultaten van de Wereldtop,

–  gezien het wereldactieprogramma van de VN inzake gehandicapten (resolutie 37/52 van de VN),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 3 september 2003 over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad "Naar een wettelijk bindend instrument van de VN ter bevordering en bescherming van de rechten en de waardigheid van personen met een handicap(3),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 november 2005 over een ontwikkelingsstrategie voor Afrika(4),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie over Europese consensus over ontwikkeling (14820/05 ATR/kl 1),

–  gezien resolutie 48/96 van de VN over standaardregels inzake gelijke kansen voor personen met een handicap,

–  gezien de verklaring en het actieprogramma aangenomen op de Wereldtop voor sociale ontwikkeling in Kopenhagen in 1995: Naar een samenleving voor allen,

–  gezien het Verdrag inzake de rechten van het kind van 20 november 1989,

–  gezien de verklaring over onderwijs voor allen (1990), de verklaring van UNESCO van Salamanca en het actiekader (1994) en het actiekader van Dakar (2000),

–  gezien het millenniumkader van Biwako van UNESCAP (de Economische en Sociale Commissie van de Verenigde Naties voor Azië en de Stille Oceaan),

–  gezien het Afrikaanse decennium van de gehandicapten (2000-2009), het Aziatisch-Pacific decennium van de gehandicapten (1993-2002), het nieuwe Aziatisch-Pacific decennium van de gehandicapten (2003-2012) en het Europees Jaar van de gehandicapten (2003),

–  gezien de nota met richtsnoeren van de Commissie over gehandicapten en ontwikkeling voor EU-delegaties en -diensten van maart 2003(5),

–  gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat meer dan 600 miljoen mensen in de wereld gehandicapt zijn en dat de meeste van hen in ontwikkelingslanden wonen,

B.  overwegende dat een handicap het resultaat is van complexe interacties tussen de functionele beperkingen die voortvloeien uit iemands fysieke, intellectuele of geestelijke gesteldheid en de sociale en fysieke omgeving, waarbij tal van factoren een rol spelen,

C.  overwegende dat gehandicapten onevenredig vaak arm zijn en dat armen naar verhouding vaak gehandicapt zijn, hetgeen erop neerkomt dat een vijfde deel van de allerarmsten gehandicapt is,

D.  overwegende dat de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling onmogelijk is zonder de expliciete en proactieve deelname van gehandicapten van alle leeftijden,

E.  overwegende dat de opname van gehandicapten in armoedebestrijdingsprogramma's van essentieel belang is om hun verdere uitsluiting en verarming te voorkomen,

F.  overwegende dat de nota met richtsnoeren van de Commissie over gehandicapten en ontwikkeling de noodzaak benadrukt om te zorgen voor toegang van gehandicapten tot en opname van gehandicapten in alle door de EU-delegaties gesteunde beleidsvormen en activiteiten,

G.  overwegende dat de Commissie betrokken is bij de onderhandelingen over de opstelling van een internationaal verdrag inzake de bevordering en bescherming van de rechten en de waardigheid van gehandicapten en dat spoedige sluiting van dit verdrag moet worden toegejuicht,

H.  overwegende dat de inzet van de EU voor de bestrijding van discriminatie op grond van leeftijd, ras, etnische afstamming, handicap, godsdienst, geslacht en seksuele geaardheid een leidend beginsel moet zijn bij een op rechten gebaseerde benadering van ontwikkeling,

I.  overwegende dat ondervoeding, ongelukken, trauma's, conflicten, besmettelijke, niet-besmettelijke en aangeboren ziekten en vergrijzing alle leiden tot handicaps en gebreken en dat de helft van de gebreken te voorkomen is en rechtstreeks verband houdt met armoede,

J.  overwegende dat de verbintenissen in verband met "onderwijs voor allen" steun omvatten voor de toegangsbehoeften van de gehandicapten en hun families, zodat zij gelijke toegang tot onderwijs hebben,

K.  overwegende dat de toegankelijkheid van gebouwen - met name scholen, werkplekken en openbare gebouwen - van belang is, maar dat ontwerpers vaak kansen laten liggen om het ontwerp van de gebouwen aan te passen aan de behoeften van gehandicapten, met name bij de wederopbouw na noodhulpmaatregelen,

L.  overwegende dat representatieve groepen van gehandicapten kunnen en moeten assisteren en worden geraadpleegd bij de beleidsontwikkeling en de belangen van de gehandicapten in raadgevende organen moeten vertegenwoordigen, maar dat gehandicapten en hun organisaties onvoldoende gelegenheid hebben gehad om deel te nemen aan de voorbereiding van de landenstrategiedocumenten,

1.  benadrukt dat gehandicaptenkwesties weerklank moeten vinden in het ontwikkelingsbeleid van de Commissie en in specifieke programma's die worden ontwikkeld om problemen in verband met preventie, zorg, zelfredzaamheid en stigmatisering aan te pakken;

2.  is van mening dat op alle niveaus, vanaf de beleidsontwikkeling tot en met de uitvoering en evaluatie, bij gehandicaptenkwesties sprake moet zijn van mainstreaming, met inbegrip van maatregelen voor de follow-up van de verklaring van de EU over beleidsontwikkeling en het EU-actieplan voor Afrika;

3.  verzoekt de Commissie een gedetailleerd technisch actieplan te ontwikkelen ter uitvoering van haar nota met richtsnoeren over gehandicapten en ontwikkeling, met inbegrip van de richtsnoeren voor integratief sectorbeleid en een handboek integratief project cycle management, de integratie van het gehandicaptenbeleid in de landenstrategiedocumenten, een opleidingsmodule voor diensten en delegaties, monitoring, evaluatie en follow-up en jaarlijkse verslaglegging aan het Europees Parlement en de Raad;

4.  verzoekt de Commissie te overwegen een adviseur voor diversiteit/gehandicapten in dienst te nemen om de capaciteit en de bewustwording bij de EU-instellingen en -delegaties te vergroten;

5.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat passende middelen worden toegewezen aan specifiek op gehandicapten gerichte acties ten einde:

   -na te gaan in hoeverre rekening wordt gehouden met de behoeften van gehandicapten in het kader van ontwikkelingssamenwerkingsmaatregelen van de EU op het gebied van onderwijs, gezondheid, werkgelegenheid, infrastructuur en armoedebestrijding,
   -maatregelen op dit terrein te nemen die zijn gebaseerd op de benaderingen zoals door de Commissie uiteengezet in haar nota met richtsnoeren over gehandicapten en ontwikkeling,
   -bij al degenen die betrokken zijn bij de ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten van de EU de bewustwording te vergroten van de vraagstukken in verband met gehandicapten en de fundamentele mensenrechten van de gehandicapten in ontwikkelingslanden;

6.  verzoekt de Commissie handicaps en gehandicapten op te nemen in toekomstige geografische en relevante thematische programma's van de EU zoals programma's inzake democratie en mensenrechten, menselijke en sociale ontwikkeling in de ontwikkelingslanden en niet-overheidsactoren op het gebied van ontwikkeling;

7.  verzoekt de Commissie om steun voor de opname van een aparte titel over internationale samenwerking in het internationaal verdrag inzake bevordering en bescherming van de rechten en de waardigheid van personen met een handicap, als noodzakelijke grondslag voor gezamenlijke acties met het oog op integratieve ontwikkeling en ter vergemakkelijking van de bilaterale en multilaterale uitwisseling van kennis tussen de ontwikkelingslanden en tussen de ontwikkelingslanden en de Europese Unie;

8.  is van mening dat 2007, het Europees Jaar van non-discriminatie en gelijke kansen, de EU de gelegenheid moet bieden om haar waarden in haar externe beleid en acties tot uiting te brengen en verzoekt de Commissie een specifiek initiatief te ontplooien op het gebied van gehandicaptenrechten en non-discriminatie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking;

9.  verzoekt de Commissie actief deel te nemen aan door de WHO gesteunde campagnes om te voorkomen gebreken aan te pakken, zoals de campagne Visie 2020 van de WHO die gericht is op het uitroeien van te voorkomen blindheid tegen 2020, het algemene initiatief inzake de uitroeiing van polio, het laatste offensief inzake de uitroeiing van lepra en het algemene programma inzake de uitroeiing van filariasis;

10.  verzoekt de Commissie een gehandicaptencomponent op te nemen in haar gezondheidsbeleid en -programma's, met name op het gebied van de gezondheid van kinderen, seksuele en reproductieve gezondheid, geestelijke gezondheid, vergrijzing, hiv/aids en chronische ziekten;

11.  verzoekt de Commissie, in haar ontwikkelingsbeleid, en de regeringen om de toegang van gehandicapten tot ondersteunende technologie en gelijke toegang tot alle gezondheidsdiensten en ‑programma's te bevorderen;

12.  verzoekt de Commissie, in haar ontwikkelingsbeleid, en de regeringen om overheidsinstanties te helpen bij het in een zo vroeg mogelijk stadium opsporen van handicaps en om de op een gemeenschap gebaseerde revalidatieprogramma's op te nemen in de eerstelijnsgezondheidszorg, een en ander in overeenstemming met de vereisten van de resolutie van de WHO (WHA 58.23);

13.  verzoekt de Commissie, in haar ontwikkelingsbeleid, en de regeringen ervoor te zorgen dat onderwijs voor kinderen en jongeren met een handicap een integrerend onderdeel vormt van de doelstelling om universeel primair onderwijs te verwezenlijken, met inbegrip van vroegtijdige - interventiediensten en steun en opleiding voor de families van gehandicapte kinderen;

14.  verzoekt de Commissie en de EU-delegaties om steun voor beroepsopleiding, arbeidsbemiddeling en bedrijfsontwikkelingsdiensten mede ten behoeve van gehandicapten en om ontwikkelingslanden aan te moedigen Overeenkomst nr. 159 van 1983 van de IAO inzake herintreding in het arbeidsproces en werkgelegenheid van gehandicapten te ratificeren;

15.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat nieuwe, door de EU gefinancierde bouwprojecten stelselmatig worden ontworpen volgens een universeel ontwerp, met verwijzing naar de ISO-norm inzake een toegankelijk ontwerp, ten einde gebouwen voor allen toegankelijk te maken;

16.  verzoekt de EU-delegaties weloverwogen stappen te nemen om de vestiging of versterking van organisaties van gehandicapten te vergemakkelijken en om ervoor te zorgen dat de organisaties van gehandicapten worden betrokken bij de raadpleging over en de formulering van toekomstige landenstrategiedocumenten;

17.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat gehandicapten niet langer worden uitgesloten van ontwikkelingssamenwerkingsprogramma's van de EU en actief te streven naar opname van gehandicapten in alle armoedebestrijdingsprogramma's van de EU;

18.  verzoekt de Commissie en de regeringen gegevens te verzamelen over het aandeel en de status van gehandicapten op het gebied van armoede, onderwijs en werkgelegenheid van werknemers en zelfstandigen, alsook gegevens over de gevolgen van projecten en beleid voor gehandicapten op het gebied van onderwijs, gezondheid, werkgelegenheid en armoedebestrijding;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad ACS-EU en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de Verenigde Naties, UNESCO en de Afrikaanse Unie.

(1) PB C 78 van 2.4.2002, blz.64..
(2) PB C 231 van 27.9.2002, blz. 55.
(3) PB C 76E van 25.3.2004, blz. 231.
(4) Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0445.
(5) Europese Commissie 2004, ISBN 92-894-7643-5.

Laatst bijgewerkt op: 13 januari 2006Juridische mededeling