Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2006/2524(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0121/2006

Ingediende teksten :

B6-0121/2006

Debatten :

PV 14/02/2006 - 15
CRE 14/02/2006 - 15

Stemmingen :

PV 16/02/2006 - 6.3

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0063

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 91kDOC 43k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0119/2006
13 februari 2006
PE 369.582v01-00
 
B6‑0121/2006
naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Luisa Morgantini, Gabriele Zimmer, Feleknas Uca en Vittorio Agnoletto
namens de GUE/NGL-Fractie
over financiering voor ontwikkeling

Resolutie van het Europees Parlement over financiering voor ontwikkeling 
B6‑0121/2006

Het Europees Parlement,

–  gezien de Verklaring van New York over de actie tegen honger en armoede die in 2004 tijdens de Algemene Assemblee van de Verenigde Naties door meer dan 120 landen is ondertekend,

-  gezien het verslag van de EU over de Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling 2000-2004 (EU-bijdrage aan de MOD tijdens de VN-bijeenkomst op hoog niveau in 2005) van 12 april 2005, waarin de Commissie erkende dat er meer middelen en doeltreffende hulp nodig was, maar dat dit onvoldoende was om de MOD te halen),

-  gezien de Verklaring over innovatieve bronnen van financiering van ontwikkeling die door 79 regeringen is ondertekend voorafgaande aan de bijeenkomst op hoog niveau van de VN over de herziening van de Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling in september 2005,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement

A.  overwegende dat de Verklaring van New York over actie tegen honger en armoede de eerste internationale stap is om te komen tot innovatieve mechanismen ter financiering van ontwikkeling; overwegende dat de verklaring de regeringen van de ontwikkelde landen oproept om concrete toezeggingen te doen voor de financiering van de MOD,

B.  overwegende dat dergelijke innovatieve mechanismen een aanvulling en geen vervanging moeten zijn van officiële ontwikkelingshulp en de toezeggingen van de internationale gemeenschap om de MOD uiterlijk 2015 te halen willen zij de financiering van ontwikkeling een echte toegevoegde waarde verlenen; overwegende dat de lidstaten van de EU hun belofte gestand moeten doen om 0,7% van hun Bruto Nationaal Inkomen aan buitenlandse ontwikkelingshulp te besteden, en een tijdschema moeten vaststellen om dit doel in 2015 te halen,

C.  overwegende dat, op initiatief van de Franse regering, van 28 februari tot 1 maart 2006 te Parijs een bijeenkomst op hoog niveau over innovatieve mechanismen voor de financiering van ontwikkeling zal plaatsvinden, waar de 79 landen samenkomen die in september 2005 de start van een proefregeling in de vorm van een solidariteitsbijdrage op vliegtickets ondersteunden,

D.  overwegende dat deze nieuwe bron van financiering geen substituut mag zijn van de verantwoordelijkheid en de verplichting van landen om de strijd tegen de belangrijkste ziekten uit hun normale inkomsten te financieren; overwegende dat de bijdragen aan het Wereldfonds ter bestrijding van aids, tuberculose en malaria slechts 15% van het benodigde geld opleverden; overwegende dat de VS slechts 8% van het Fonds financierde in plaats van de verwachte 30% en dat Frankrijk vijf maal zo weinig (USD 160 miljoen) voor dit doel bestemde als het Verenigd Koninkrijk (USD 900 miljoen),

1.  acht het politieke klimaat rijp voor het ontplooien van Europese of internationale belastinginitiatieven teneinde de financiering van ontwikkeling te bevorderen bij wijze van aanvulling op de verplichting om de MOD te financieren en tot een stabieler en voorspelbaarder financiering van ontwikkeling te komen;

2.  steunt de Verklaring van Berlijn van 2 juni 2005 door de regeringen van Algerije, Brazilië, Chili, Frankrijk, Duitsland en Spanje waarin de noodzaak werd beklemtoond om te streven naar een internationale consensus over een aantal nieuwe instrumenten ter financiering van de strijd tegen honger en armoede;

3.  verzoekt de EU ten spoedigste een belastingregeling goed te keuren voor luchtvervoer, zoals oorspronkelijk door Frankrijk en Duitsland voorgesteld, aan de hand van de door de Commissie voorgestelde mechanismen, en om zich bij de lopende intergouvernementele onderhandelingen over internationale belastingen actief in te zetten teneinde niet-Europese landen bij een en ander te betrekken;

4.  verzoekt alle staatshoofden en regeringsleiders om dit initiatief te steunen door de Verklaring inzake innovatieve bronnen van financiering van ontwikkeling te onderschrijven en toe te zeggen deze proefregeling in 2006 te zullen uitvoeren;

5.  neemt kennis van een proefproject voor een internationale belastingregeling op vliegtickets ter bestrijding van hiv/aids en andere pandemieën, alsmede andere belastingregelingen die nationaal worden toegepast en in internationaal verband gecoördineerd; acht dit een essentiële stap om legitimiteit te verlenen aan meer ambitieuze belastingregelingen op universele schaal;

6.  verzoekt de industrielanden om hun toezeggingen van financiering van de strijd tegen aids en andere pandemieën na te komen en dringt er bij hen op aan om dit uit de lopende belastinginkomsten te bekostigen; verzoekt landen om aan hun verplichtingen tot financiering van ontwikkeling te voldoen waarbij tenminste 0,7% van Bruto Nationaal Inkomen voor buitenlandse ontwikkelingshulp wordt bestemd, teneinde de MOD bij op zijn minst in 2015 te halen;

7.  verzoekt de EU-instellingen en de regeringen om het politieke debat te heropenen met deelneming van de maatschappelijke organisaties en onafhankelijke deskundigen over de haalbaarheid en wenselijkheid van andere belastingen die door de Commissie en op de diverse zittingen van de Europese Raad in 2005 zijn bestudeerd, waaronder een belasting op financiële transacties, een belasting op emissies van broeikasgassen en een belasting op transacties in obligaties (Beursbelasting);

8.  verzoekt om na de denken over de nodige fundamentele beginselen die als leidraad moeten dienen voor de heffing van internationale belastingen, met name de toewijzing daarvan voor ontwikkeling en vredesdoeleinden alsmede de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de Verenigde Naties, nationale regeringen en maatschappelijke organisaties;

9.  is van mening dat innovatieve belastingmechanismen hand in hand moeten gaan met de toepassing van internationale financiële voorschriften ter voorkoming van belastingontduiking en fiscale vrijhavens, de versterking van nationale belastingregelingen om fiscale dumping voor het aantrekken van buitenlandse investeringen te voorkomen, het fiscaal gedrag van grensoverschrijdende ondernemingen beter in de gaten te houden en om buitenlandse schulden af te lossen;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en aan de deelnemers van de bijeenkomst op hoog niveau over innovatieve mechanismen ter financiering van ontwikkeling.

Laatst bijgewerkt op: 14 februari 2006Juridische mededeling