naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Bogdan Klich, Elmar Brok, Camiel Eurlings, Árpád Duka-Zólyomi, Laima Liucija Andrikienė, Aldis Kušķis, Barbara Kudrycka, Vytautas Landsbergis, Jacek Emil Saryusz-Wolski, Charles Tannock
namens de PPE-DE-Fractie
over de situatie in Wit-Rusland na de presidentsverkiezingen van 19 maart
Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Wit-Rusland na de presidentsverkiezingen van 19 maart
B6‑0242/2006
Het Europees Parlement,
–
onder verwijzing naar zijn vroegere resoluties over de toestand in Wit-Rusland,
–
onder verwijzing naar de resolutie van 8 maart ll. van het Amerikaans congres tot ondersteuning van de pogingen van de bevolking van de Republiek Wit-Rusland om een echte democratie te vestigen die de wet en de rechten van de mens eerbiedigt, en om de regering van Wit-Rusland met aandrang te vragen om de presidentsverkiezingen van 19 maart van dit jaar vrij en eerlijk te laten verlopen,
–
gezien de voorlopige evaluatie van de verkiezingen op 20 maart door de OVSE en het Bureau voor democratische instellingen en mensenrechten,
–
gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A.
overwegende dat de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland plaatsgevonden hebben op 19 maart ll.,
B.
overwegende dat de voormalige president Loekasjenko zijn nieuwe ambtstermijn verlengd heeft door middel van een grondwettelijk referendum dat niet aan de internationale democratische normen voldoet en waarvan de resultaten niet door de internationale democratische gemeenschap erkend zijn,
C.
overwegende dat de Wit-Russische autoriteiten de verkiezingen in een sfeer van angst doorgevoerd hebben door herhaaldelijk vooraanstaande leiders van de oppositie, leden van studenten- en minderheidsorganisaties, o.a. christelijke kerken, campagnevoerders en leden van democratisch gezinde politieke partijen lastig te vallen en aan te houden,
D.
overwegende dat de Wit-Rrussische autoriteiten het vrije woord, de vrijheid van meningsuiting, de vrije media en de vrijheid van betogen in de aanloop naar de verkiezingen en na de verkiezingen opgeheven hebben,
E.
gezien de ernstig te nemen beweringen van fraude op grote schaal bij het tellen van de stemmen in het voordeel van de zittende president Aleksander Loekasjenko, en de vele aanwijzingen die de beweringen lijken te bevestigen,
1.
spreekt zijn solidariteit met Aleksander Milinkevitsj en de Verenigde democratische krachten uit, en alle Wit-Russische burgers die een onafhankelijke, open en democratische rechtstaat Wit-Rusland nastreven;
2.
neemt met genoegen kennis van de indrukwekkende massabetogingen tegen de ondemocratische schijnverkiezingen, die de wens van een groot gedeelte van de samenleving aantonen om echte democratische rechten en politieke vrijheid in hun land te herstellen, en in Wit-Rusland een enorm democratisch potentieel aan het licht brengen;
3.
dringt er bij de Wit-Russische autoriteiten op aan om alle vonnissen tegen vreedzame betogers nietig te verklaren en alle oppositieleden die de laatste weken tijdens vreedzame betogingen aangehouden zijn, op vrije voeten te stellen;
4.
stelt de presidentsverkiezingen van 19 maart ll. aan de kaak omdat ze aan de vereiste internationale normen voor vrije, eerlijke, gelijke, verantwoordbare en doorzichtige verkiezingen te kort gekomen zijn ; meent daarom ook dat Aleksander Loekasjenko niet als rechtmatige president van Wit-Rusland erkend kan worden en dat er nieuwe presidentsverkiezingen gehouden moeten worden met inachtneming van de internationale democratische normen;
5.
klaagt de centrale verkiezingscommissie aan omdat ze tijdens de verkiezingen geen gelijke toegang tot de stembureaus aan de vertegenwoordigers van alle kandidaten verleend heeft;
6.
klaagt de Wit-Russische autoriteiten aan omdat ze geen gelijke en onpartijdige toegang tot de staatszenders en -media aan alle presidentskandidaten gegeven heeft, die dus niet dezelfde kansen gekregen hebben om in de verkiezingscampagne hun politiek program bekend te maken;
7.
klaagt de Wit-Russische autoriteiten aan omdat ze een aantal buitenlandse journalisten niet in het land toegelaten hebben om er de verkiezingen te volgen;
8.
klaagt de Wit-Russische autoriteiten aan, die geen delegaties van het Europees en de nationale parlementen van de lidstaten van de Europese Unie toegelaten hebben om als waarnemers bij de verkiezingen van 19 maart te fungeren, en waarnemers uit Denemarken, Duitsland, Georgië, de Oekraiene en Polen over de grens gezet hebben;
9.
stemt in met het besluit van de Raad om Aleksander Loekasjenko op de lijst van personen te zetten die geen visum kunnen krijgen, maar vraagt de Raad en de Europese Commissie om het visumverbod tot vertegenwoordigers van de plaatselijke, regionale en nationale autoriteiten van Wit-Rusland uit te breiden die tijdens en na de verkiezingscampagne bij schendingen van de rechten van de mens en de politieke vrijheden van de WitRrussische burgers betrokken geweest zijn, vooral degenen die in bijlage I genoemd worden;
10.
vaagt de Europese Commissie en de Raad om zich in te zetten voor bevriezing van de buitenlandse tegoeden van de Wit-Russische regering op internationaal niveau, en de persoonlijke middelen van president Loekasjenko en zijn naaste adviseurs te bevriezen;
11.
vraagt de Europese Commissie en de Raad om voorstellen te doen om de regering- Loekasjenko verder te isoleren bij internationale organisaties;
12.
vraagt de Europese Commissie en de Raad om elke vorm van financiële steun voor de regering-Loekasjenko om te buigen in de richting van burgerinitiatieven en kleine en middelgrote ondernemingen die geen verbindingen met de regering onderhouden;
13.
vraagt de Europese Commissie om haar externe beleidsvoering tegenover Wit-Rusland te herzien en voorstellen voor de verdediging van de democratie, de rechtstaat en de rechten van de mens te doen;
14.
vraagt de Europese Commissie en de Raad om een gemakkelijker visumregeling voor het maatschappelijk middenveld in Wit-Rusland in het leven te roepen en tv-programma's, internetverbindingen en radio-uitzendingen voor Wit-Rusland uit te breiden om de Wit-Russische burgers onpartijdige en juiste informatie over hun land en de wereld te helpen krijgen;
15.
vraagt de Europese Commissie en de Raad om bijkomende uitwisselingsprogramma's in het onderwijs voor Wit-Russische jongeren te financieren die om politieke redenen van hun universiteit verdreven zijn;
16.
vraagt de Raad en de Europese Commissie om de kwestie-Wit-Rusland dringend bij de Russische autoriteiten ter sprake te brengen om de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor democratische veranderingen in Wit-Rusland vast te leggen, en om er de politieke onderdrukking en de schendingen van de rechten van de mens te laten beëindigen;
17.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te laten toekomen aan de Commissie, de Raad, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de Wit-Russische autoriteiten, en de parlementaire assemblee van de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa en de Raad van Europa.