Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0344/2006

Ingediende teksten :

B6-0344/2006

Debatten :

PV 14/06/2006 - 2
CRE 14/06/2006 - 2

Stemmingen :

PV 14/06/2006 - 4.7
CRE 14/06/2006 - 4.7

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 90kDOC 43k
12 juni 2006
PE 374.623v01.00
 
B6‑0344/06
naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Daniel Marc Cohn-Bendit, Joost Lagendijk, Milan Horáček en Elly de Groen-Kouwenhoven
namens de Verts/ALE-Fractie
over de voorbereidingen voor de Europese Raad van 15 en 16 juni 2006

Resolutie van het Europees Parlement over de voorbereidingen voor de Europese Raad van 15 en 16 juni 2006 
B6‑0344/06

Het Europees Parlement,

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel van 16 en 17 december 2004,

–  gezien zijn resoluties en verslagen sinds het begin van de toetredingsonderhandelingen en zijn aanbevelingen inzake de aanvragen van Bulgarije en Roemenië van het lidmaatschap van de Europese Unie,

–  gezien het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, ondertekend op 25 april 2005,

–  gezien het Uitgebreide monitoringverslag over Bulgarije en Roemenië van de Commissie van mei 2006,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de toetreding van Bulgarije en Roemenië de vijfde uitbreiding van de EU zal afronden, die in mei 2004 van start ging met de toetreding van tien nieuwe lidstaten,

B.  overwegende dat de voorwaarden voor de toetreding van Bulgarije en Roemenië zijn vastgelegd in het Toetredingsverdrag dat op 25 april 2005 is ondertekend door de 25 lidstaten en de beide landen, nadat het Europees Parlement aan het verdrag zijn goedkeuring had verleend,

C.  overwegende dat dit verdrag bepaalt dat Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2007 zullen toetreden, tenzij de Raad op aanbeveling van de Commissie besluit om de toetreding van deze landen uit te stellen tot 2008; in dit verband herinnerend aan de briefwisseling tussen de Voorzitter van het Europees Parlement en de voorzitter van de Europese Commissie over het verzoek van het Parlement om volledig betrokken te worden bij enig besluit om de toetreding uit te stellen,

D.  overwegende dat het Toetredingsverdrag nog niet door alle lidstaten van de EU is geratificeerd en dat het ratificatieproces moet worden afgerond vóór de toetreding van Bulgarije en Roemenië,

E.  overwegende dat het Uitgebreide monitoringverslag van de Commissie van mei 2006 een contrasterend beeld geeft van de mate van gereedheid van beide landen door enerzijds te wijzen op de voortgang die is geboekt op de resterende aandachtsgebieden sinds oktober 2005, en anderzijds te blijven aandringen op de noodzaak om tastbare resultaten op deze gebieden te behalen vóór hun toetreding,

F.  overwegende dat in Roemenië aanzienlijke stappen voorwaarts zijn gezet bij de hervorming van de rechterlijke macht en dat degelijke structuren zijn opgezet ter bestrijding van corruptie; in dit verband erkennend dat het afgelopen jaar een ongekend hoog aantal gevallen van corruptie op hoog niveau voor de rechter is gebracht, waar onder meer politici van hoog niveau van verschillende politieke stromingen bij betrokken waren,

G.  overwegende dat in Bulgarije de maatregelen die zijn genomen ter hervorming van de rechterlijke macht en ter bestrijding van de corruptie verder versterkt moeten worden en dat de resultaten duidelijk moeten worden aangetoond; niettemin erkennend dat deze maatregelen onderzoek mogelijk heeft gemaakt naar gevallen van corruptie op hoog niveau, alsmede de opheffing van de immuniteit van zes parlementsleden,

1.  verzoekt de Raad terdege rekening te houden met het Uitgebreide monitoringverslag over Bulgarije en Roemenië van de Commissie van mei 2006 en van zijn besluit om de door deze landen geboekte voortgang te blijven controleren tot oktober 2006, alvorens een besluit te nemen over de datum van toetreding van beide landen;

2.  is van mening dat de datum van toetreding van beide landen vastgesteld moet worden op basis van het monitoringverslag van de Commissie van dit najaar, na een grondige analyse van de mate van gereedheid van deze landen op de belangrijkste gebieden;

3.  herinnert de Raad eraan dat de Commissie rekening moet houden met het standpunt van het Europees Parlement alvorens haar definitieve aanbeveling te geven over de datum van toetreding van Bulgarije en Roemenië, om zo het Parlement volledig te betrekken bij een eventueel besluit om de toetreding uit te stellen;

4.  is op basis van de geregelde evaluaties van de Commissie van mening dat het vooruitzicht van toetreding een krachtige motor is geweest achter de hervormingen in beide landen en benadrukt in dit verband dat Roemenië aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt op gebieden van cruciaal belang, zoals de corruptiebestrijding en de versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;

5.  benadrukt de noodzaak voor beide landen om de lopende hervorming van de rechterlijke macht te consolideren door de transparantie, doeltreffendheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht verder te verbeteren en door verdere resultaten te boeken bij de corruptiebestrijding, met speciale nadruk op de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de opheldering van huurmoorden; benadrukt dat het van het grootste belang is alle nodige maatregelen te nemen om de mensensmokkel te bestrijden en de sociale integratie van de Romagemeenschappen sterk te verbeteren, met name waar het gaat om huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en werkloosheid;

6.  roept de Commissie met name op om er nauw op toe te zien dat Bulgarije de nodige maatregelen neemt op het gebied van kernenergie voor wat betreft de sluiting en daaropvolgende ontmanteling van de reactors van de kerncentrale van Kozloduy;

7.  verwelkomt het feit dat een begin is gemaakt met het openen van de archieven van de voormalige totalitaire geheime diensten in Bulgarije en Roemenië om ze publiekelijk te kunnen onderzoeken;

8.  benadrukt dat het voor de toekomst van het uitbreidingsproces van de EU van groot belang is om de voortgang van kandidaat- en toetredingslanden nauwgezet te baseren op de "eigen verdienste"-benadering;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Laatst bijgewerkt op: 13 juni 2006Juridische mededeling