naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Sahra Wagenknecht, Giusto Catania en Umberto Guidoni
namens de GUE/NGL-Fractie
over schending van voorschriften inzake gegevensbescherming in de Europese landen door gebruik van SWIFT-gegevens door de VS B6‑0395/2006
Resolutie van het Europees Parlement over schending van voorschriften inzake gegevensbescherming in de Europese landen door gebruik van SWIFT-gegevens door de VS
Het Europees Parlement,
–
gelet op de artikelen 6 en 7 van het EU-Verdrag,
–
gelet op de artikelen 2, 3, 5 en 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,
–
gelet op de artikelen II-66 en II-68 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,
–
gezien de Transatlantische Dialoog EU-VS en in het bijzonder de top EU-VS van 21 juni 2006,
–
gelet op de bepalingen van de overeenkomst tussen de EU en de VS over justitiële samenwerking en uitlevering,
–
gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A.
overwegende dat de New York Times op 22-23 juni 2006 heeft onthuld dat de Amerikaanse regering toegang tot gegevens over internationale overschrijvingen heeft gekregen van een consortium met de naam SWIFT, dat de "Swift-codes" voor internationale betalingen beheert,
B.
overwegende dat de Belgische krant Le Soir op 28 juni 2006 uit een intern rapport van de Nationale Bank van België (NBB) heeft geciteerd dat de Europese Centrale Bank en de Bank van Engeland ervan op de hoogte waren dat betalingsgegevens van klanten werden doorgegeven aan de Amerikaanse autoriteiten,
C.
overwegende dat de NBB als vooraanstaande partner in de Toezichthoudende Groep (TG) van SWIFT heeft erkend kennis te hebben gehad van de doorgifte, maar in een perscommuniqué van 26 juni 2006 heeft beweerd daar niets aan te kunnen doen, omdat "het toezicht op werkzaamheden van SWIFT die niet van invloed zijn op de financiële stabiliteit, niet tot de taken van de TG behoort en derhalve de dagvaardingen van het Amerikaanse Ministerie van Financiën aan het adres van SWIFT buiten het bestek van het toezicht door de centrale bank vielen. Bovendien is de TG niet gemachtigd de naleving door SWIFT goed te keuren of te verbieden",
D.
overwegende dat in kranten is bericht dat functionarissen van de CIA, de FBI en andere Amerikaanse organen sinds 2001 inzage kregen in de overschrijvingen,
E.
overwegende dat de organisatie SWIFT volgens haar eigen verklaring heeft gehandeld naar aanleiding van dagvaardingen waarmee het Office of Foreign Assets Control van het Amerikaanse Ministerie van Financiën inzage in beperkte hoeveelheden gegevens heeft afgedwongen,
1.
is ernstig verontrust over de beweringen dat door onrechtmatige handelingen inbreuk is gemaakt op de bescherming van gegevens van Europese burgers;
2.
veroordeelt ten zeerste de druk die de Amerikaanse autoriteiten op organisaties als SWIFT en op regeringen van andere landen uitoefenen, om uit naam van de terrorismebestrijding onrechtmatig te handelen; veroordeelt de regeringen en organisaties die de schending van beschermde gegevens van burgers hebben mogelijk gemaakt en aanvaard;
3.
herinnert eraan dat artikel 6 van het EU-Verdrag de Unie en de lidstaten verplicht tot eerbiediging van de grondrechten, zoals die worden gewaarborgd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en zoals zij voortvloeien uit de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten en de gemeenschappelijke beginselen inzake gegevensbescherming;
4.
is ernstig bezorgd over het ontoereikende toezicht van de TG van de NBB en van de Nationale Bank van België zelf op de werkzaamheden van SWIFT en dringt aan op een onmiddellijke hervorming, zodat de TG de samenwerking van SWIFT met een nationale of particuliere organisatie kan goedkeuren of verbieden;
5.
spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de beweringen inzake de rol van de ECB bij de vermeende illegale doorgifte van gegevens van Europese burgers, en verzoekt de president van de ECB het Europees Parlement in te lichten over de medewerking en de verantwoordelijkheden van de ECB;
6.
acht het verontrustend dat er tot dusverre geen officiële verklaring door de ECB is afgelegd over haar rol in deze zaak; is van mening dat dit het vertrouwen van de Europese burger in de ECB ondergraaft;
7.
verzoekt de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken dit punt op de agenda te plaatsen voor de volgende monetaire dialoog met de president van de ECB;
8.
onderstreept dat de samenwerking tussen de EU en derde landen, met inbegrip van de VS, moet stoelen op volledige transparantie en wederzijds respect voor elkaars grondbeginselen;
9.
is van mening dat het Parlement een parlementair onderzoek moet instellen dat op zijn minst moet worden uitgevoerd door een tijdelijke commissie uit hoofde van artikel 175 van het Reglement, om uit te zoeken wat er is gebeurd en om soortgelijke schendingen van de beginselen die gelden voor de eerbiediging en bescherming van de mensenrechten van de EU-burgers in de toekomst te voorkomen;
10.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en kandidaat-landen, de Raad van Europa en beide kamers van het Amerikaanse Congres.