Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2006/2660(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0588/2006

Ingediende teksten :

B6-0588/2006

Debatten :

PV 15/11/2006 - 11
CRE 15/11/2006 - 11

Stemmingen :

PV 16/11/2006 - 6.2
CRE 16/11/2006 - 6.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0492

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 100kDOC 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0588/2006
13 november 2006
PE 381.819v01-00
 
B6‑0588/2006
naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Francis Wurtz, Luisa Morgantini en Adamos Adamou,
namens de GUE/NGL-Fractie
over de toestand in Gaza

Resolutie van het Europees Parlement over de toestand in Gaza 
B6‑0588/2006

Het Europees Parlement,

gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over het conflict in het Midden Oosten,– gezien zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten, met name de resoluties van 2 februari 2006 over de uitslag van de Palestijnse verkiezingen en de situatie in Oost-Jeruzalem, 1 juni 2006 over de humanitaire crisis in de Palestijnse gebieden en de rol van de EU en van 7 september 2006 over de situatie in het Midden-Oosten,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  geschokt door het doden van 19 Palestijnen, merendeels kinderen en vrouwen tijdens een Israëlische aanval in Beit Hunan op 8 november 2006,

B.  geschokt door de oorlog die Israël sinds juni voert tegen de Palestijnse bevolking van Gaza, waarbij honderden mensen worden gedood en duizenden gewond, voor het merendeel burgers; uitermate bezorgd over het voortduren vrijwel dagelijks van het moorden, de arrestaties, de vernietiging van infrastructuur en de bombardementen op woonwijken op de West-Bank,

C.  uitermate bezorgd dat de humanitaire crisis rampzalige vormen heeft aangenomen als gevolg van de grootscheepse vernietiging van openbare voorzieningen en privé woningen, de ontwrichting van ziekenhuizen, klinieken en scholen, het ontzeggen van toegang tot water, voedsel en elektriciteit, de verwoesting van landbouwgronden en de totale blokkade van de Gaza-strook,

D.  ernstig bezorgd dat de combinatie van voortdurende militaire aanvallen uit de lucht en op de grond, de vrijwel totale sluiting van de Gaza-strook, het niet betalen van overheidssalarissen, het ontbreken van een elementaire rechtsorde, teruglopende dienstverlening en het ontbreken van enig duidelijk politiek perspectief, de situatie in Gaza echt explosief hebben gemaakt,

E.  nogmaals verklarend dat het recht van een staat om zichzelf te verdedigen onevenredig of willekeurig gebruik van geweld niet kan rechtvaardigen; eraan herinnerd dat het internationaal humanitair recht aanvallen op het burgers strikt verbiedt,

F.  eraan herinnerend dat de Palestijnse president, Mahmoud Abbas, de Veiligheidsraad heeft verzocht om interventie en om de aanwezigheid van waarnemers van de Verenigde Naties aan de grens tussen Gaza en Israël; ernstig betreurend dat de Verenigde Staten over de voorgestelde resolutie van de VN-Veiligheidsraad een veto hebben uitgesproken en aldus het bloedbad en het voortduren van de oorlog tegen Gaza hebben gewettigd,

G.  overwegende dat deze escalatie van de Israëlische oorlog tegen de bevolking van de Gaza-strook plaatsvindt op een tijdstip waarop er, tengevolge van de inspanningen van de president van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas, een reële kans bestaat op de vorming van een nieuwe Palestijnse regering van nationale eenheid,

H.  ernstig betreurend dat het vredesproces in het Midden-Oosten, nu de situatie steeds gevaarlijker wordt, zich nog steeds in een volledige politieke en diplomatieke impasse bevindt; uitermate kritisch over het onvermogen van de Europese Raad om passende maatregelen te nemen,

1.  veroordeelt met klem de oorlog die Israël tegen Gaza voert en de Israëlische militaire operatie in Beit Hanun; is van mening dat de willekeurige en grootscheepse Israëlische militaire operaties tegen Gaza een ernstige inbreuk vormen op de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en neerkomen op een oorlogsmisdaad;

2.  verzoekt de Israëlische regering de militaire acties tegen de Palestijnse bevolking in Gaza en op de West-Bank onmiddellijk te staken; verzoekt om het zenden van een internationale waarnemers- en beschermingsmissie naar de ‘Groene Lijn’ onder auspiciën van de Verenigde Naties, als maatregel om het geweld te deëscaleren; steunt het voorstel van de heer D’Alema om de VN-vredestroepen in Gaza te stationeren;

3.  betreurt het feit dat Israël nog steeds Palestijnse belasting en accijnzen inhoudt en daarmee de humanitaire crisis verergert; dringt aan op onmiddellijke hervatting van de overschrijvingen; ziet hierin een van de redenen voor de ernstige verergering van de humanitaire crisis; verzoekt de Raad en de Commissie om, samen met de internationale gemeenschap, essentiële humanitaire hulp aan de Palestijnse bevolking te blijven garanderen; verzoekt het Tijdelijke Internationale Mechanisme zonder enige discriminatie aan te wenden, ook voor alle publieke werknemers;

4.  verzoekt het Voorzitterschap en de lidstaten om er bij de VN-Veiligheidsraad op aan te dringen tegemoet te komen aan het verzoek van de Palestijnse president, Mahmoud Abbas, om tussenbeide te komen en de nodige besluiten te nemen om een einde te maken aan de escalatie van het Palestijns-Israëlische conflict in de Gaza-strook;

5.  verzoekt de Raad dringend de Associatieraad EU-Israël bijeen te roepen om het standpunt van de Europese Unie na de Israëlische militaire acties in Gaza duidelijk te maken, met name waar het gaat om de volledige naleving van artikel 2 van de Associatieovereenkomst;

6.  verzoekt het Vierspan (VN, EU, VS en Rusland) dringend te handelen ten behoeve van de hervatting van de onderhandelingen;

7.  deelt de mening van de secretaris-generaal van de VN, de heer Kofi Annan, dat de sleutel tot de oplossing van het conflict in het Midden-Oosten de vorming van een levensvatbare Palestijnse staat is binnen de grenzen van 1967, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad;

8.  herhaalt zijn verzoek aan de Israëlische regering om

   een onmiddellijk einde te maken aan de blokkade van Gaza, met name door de grens met Egypte te heropenen en het vrij verkeer van personen en goederen te Rafah, Karni en aan andere grensposten te garanderen;
   Palestijnse ministers, verkozen parlementsleden en burgemeesters vrij te laten;
   de bouw te staken en te beginnen met de sloop van de ‘scheidingsmuur’ waardoor Palestijns land wordt onteigend en geannexeerd, zoals verzocht door het Internationaal Gerechtshof;
   onverwijld onderhandelingen te beginnen over de uitwisseling van gevangenen, teneinde de Israëlische soldaat en de Palestijnse gevangenen in de vrijheid te stellen;

9.  herhaalt zijn verzoek aan de Palestijnse militia's om onmiddellijk te staken met het afvuren van raketten naar Israëlisch grondgebied;

10.  bekrachtigt zijn steun aan de inspanningen van de President van de Palestijnse Autoriteit en andere nationale krachten om een nationale dialoog tussen de Palestijnse partijen te bevorderen en een nieuwe Palestijnse regering van nationale eenheid te vormen op basis van het document inzake nationale verzoening waar Marwan Barghouti en andere politieke gevangenen voor pleiten;

11.  verzoekt de EU om de financiële samenwerking met de Palestijnse Nationale Autoriteit te hervatten;

12.  onderstreept de verantwoordelijkheid van Israël voor de schade aan civiele infrastructuur; verklaart met klem dat Israël de kosten van wederopbouw moet betalen;

13.  herhaalt dat alle mensen in de regio het recht hebben om in veiligheid en vrede te leven; herinnert aan het door de Arabische Liga in 2002 voorgelegde plan, dat alle landen in de regio voorstelt hun betrekkingen met Israël te normaliseren in ruil voor de terugkeer van Israël naar de grenzen van 1967 en instemming met de resoluties van de Veiligheidsraad;

14.  herhaalt zijn oproepen om een internationale vredesconferentie over het Midden-Oosten en om onderhandelingen over een algehele regionale vredesovereenkomst op basis van de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad; verzoekt de Raad en de lidstaten om daartoe dringend actie te ondernemen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van Israël, Libanon, Syrië, Iran, de Palestijnse Nationale Autoriteit, Rusland en de Verenigde Staten, alsmede aan de Secretaris-generaal van de VN.

Laatst bijgewerkt op: 14 november 2006Juridische mededeling