Europees Parlement

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2006/2660(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0589/2006

Ingediende teksten :

B6-0589/2006

Debatten :

PV 15/11/2006 - 11
CRE 15/11/2006 - 11

Stemmingen :

PV 16/11/2006 - 6.2
CRE 16/11/2006 - 6.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0492

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 93kDOC 45k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0588/2006
13 november 2006
PE 381.820v01-00
 
B6‑0589/2006
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Graham Watson, Chris Davies en Marios Matsakis
namens de ALDE-Fractie
over de situatie in Gaza

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Gaza 
B6‑0589/2006

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn resoluties over het Midden-Oosten van 27 januari 2005, 2 februari 2006 en 7 september 2006,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het bijzonder verontrust is over de voortgezette operaties van Israël in de Gaza-strook en het aanhoudende verlies van burgerlevens betreurt, waarbij de afgelopen week meer dan 70 burgers zijn omgekomen, onder meer tijdens de recente bomaanvallen op Beit Hanun waarbij 19 onschuldige burgers om het leven zijn gekomen, onder wie acht kinderen,

B.  overwegende dat premier Olmert in een verklaring zijn diepe spijt om de slachtoffers heeft betuigd en de bomaanvallen op Beit Hanun als een technische fout heeft omschreven, en dat zijn aanbod om nieuwe gesprekken met president Abbas te voeren een positieve stap is,

C.  overwegende dat het vredesproces in het Midden-Oosten in een politieke en diplomatieke impasse zit, hoewel een correcte en duurzame oplossing van het conflict tussen Israël en Palestina noodzakelijk is om in geheel de regio tot vrede en veiligheid te komen,

D.  overwegende dat het de recente benoeming van Avigdor Lieberman, die bekend staat om zijn extreme standpunten, tot vice-premier van Israël betreurt,

E.  overwegende dat de Europese Unie een bijzondere verantwoordelijkheid heeft met het oog op vrede en veiligheid in het Midden-Oosten, dat een van de buren van Europa is, en dat de instrumenten en methoden voor de coördinatie van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) bijgevolg moeten worden verbeterd, onder meer via de vaststelling van een gemeenschappelijk standpunt in het kader van het GBVB en op basis van de artikelen 15 en 16 van het EU-Verdrag,

F.  overwegende dat de humanitaire crisis in de bezette gebieden nog verergert, ondanks het tijdelijk internationaal mechanisme (TIM) dat de internationale gemeenschap heeft ingevoerd om hulp te blijven verlenen aan de Palestijnse bevolking,

G.  overwegende dat de volledige uitvoering van het akkoord inzake vrij verkeer en toegang van cruciaal belang is,

1.  drukt zijn rouwbetuiging en medeleven uit met de families van de slachtoffers van de recente bomaanvallen op Beit Hanun en met alle andere onschuldige slachtoffers naar aanleiding van het recente geweld in Gaza;

2.  verklaart eens te meer dat er voor het conflict geen militaire oplossing bestaat en dat het aanhoudende verlies van burgerlevens niet kan worden geduld; is van oordeel dat een oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten enkel mogelijk is via bilaterale onderhandelingen met ondersteuning van de internationale gemeenschap, zoals beschreven in het stappenplan;

3.  erkent Israëls legitieme recht op zelfverdediging, maar verzoekt Israël met klem zich zo terughoudend mogelijk op te stellen en veroordeelt het gebruik van buitensporig geweld door het Israëlische leger, wat de pogingen ondermijnt om het vredesproces op gang te brengen;

4.  herhaalt zijn oproep aan Israël om een einde te maken aan het doden buiten de wet om, wat in strijd is met het internationaal recht en het concept van de rechtsstaat ondermijnt;

5.  verzoekt de Palestijnse leiders een einde te maken aan het afvuren van raketten op Israëlisch grondgebied, en verzoekt alle gewapende Palestijnse groeperingen een bestand te eerbiedigen en af te zien van een verdere escalatie, wat van essentieel belang is om tot een echte dialoog te komen;

6.  dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de ontvoerde Israëlische soldaat in Gaza, en verzoekt Israël om onmiddellijke vrijlating van de Palestijnse ministers en parlementsleden die het vasthoudt;

7.  verzoekt Israël met klem het verlenen van humanitaire bijstand te vergemakkelijken en de voorwaarden voor vrije handel voor de Palestijnen te scheppen overeenkomstig de desbetreffende VN-resoluties, met name in Gaza, en de heropening van de grensovergangen van Rafah en Karni te waarborgen, daar hun sluiting nog een vorm van collectieve bestraffing is die geheel de burgerbevolking treft;

8.  drukt zijn steun uit aan president Abbas en verzoekt de Palestijnen zijn inspanningen te steunen voor nationale eenheid en voor de vorming van een regering met een politieke samenstelling die de beginselen van het Kwartet weerspiegelt en spoedig toezeggingen kan doen;

9.  sluit zich aan bij de verklaring van het EU-voorzitterschap waarin de Israëlische regering met klem wordt verzocht alle activiteiten in de Palestijnse gebieden te staken, onder meer het bouwen van nederzettingen, het optrekken van de scheidingsmuur en het slopen van Palestijnse huizen;

10.  verzoekt de Raad en de Commissie samen met de internationale gemeenschap essentiële humanitaire hulp voor de Palestijnse bevolking te blijven waarborgen; dringt erop aan dat het tijdelijk internationaal mechanisme wordt versterkt en uitgebreid, zowel in de tijd als wat de middelen betreft; verzoekt de Israëlische regering de ingehouden Palestijnse belasting- en douane-inkomsten dringend opnieuw door te storten; verzoekt Israël het vrij verkeer van personen toe te staan, met eerbiediging van het akkoord inzake vrij verkeer en toegang in Rafah en aan de andere grensovergangen in Gaza;

11.  verzoekt de Commissie en de lidstaten extra medische steun aan de Palestijnse ziekenhuizen te verlenen, met name in Gaza;

12.  herhaalt zijn steun aan de oplossing van twee staten, zoals beschreven in het stappenplan en tussen de betrokken partijen overeengekomen, wat moet leiden tot een leefbare, aangrenzende, soevereine en onafhankelijke Palestijnse staat die in vrede en veiligheid naast Israël bestaat, en herhaalt het vastgestelde EU-standpunt dat de Unie geen andere wijzigingen aan de grenzen van vóór 1967 zal erkennen dan deze die de betrokken partijen samen overeenkomen;

13.  verzoekt de Raad alles in het werk te stellen om een internationale vredesconferentie bijeen te roepen - naar analogie van de Conferentie van Madrid in 1991 - om tot een allesomvattende, duurzame en leefbare oplossing van de problemen in het gebied te komen, op basis van de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, en is van oordeel dat een unilaterale aanpak door een van de partijen moet worden verworpen;

14.  verzoekt de Raad een initiatief te lanceren om internationale militaire waarnemers naar Gaza te sturen, en verzoekt alle partijen een dergelijk voorstel te steunen en er volledig aan mee te werken;

15.  verzoekt de regering van de Verenigde Staten haar rol in het Kwartet en in het Israëlisch-Palestijns conflict opnieuw te bekijken, om haar steun te verlenen aan het staken van het geweld en aan een nieuwe, echte dialoog tussen de partijen;

16.  is van oordeel dat het plan van Beiroet van 2002, dat de lidstaten van de Liga van Arabische Staten hebben goedgekeurd, en het initiatief van Genève een belangrijke bijdrage leveren aan de onderhandelingen, waarmee ter dege rekening moet worden gehouden;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad, de Israëlische regering en de Knesset, de regering van de VS, de regering van de Russische Federatie, de secretaris-generaal van de VN en de secretaris-generaal van de Arabische Liga.

Laatst bijgewerkt op: 15 november 2006Juridische mededeling