Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2006/2660(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0591/2006

Ingediende teksten :

B6-0591/2006

Debatten :

PV 15/11/2006 - 11
CRE 15/11/2006 - 11

Stemmingen :

PV 16/11/2006 - 6.2
CRE 16/11/2006 - 6.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0492

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 94kDOC 48k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0588/2006
13 november 2006
PE 381.822v01-00
 
B6‑0591/2006
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Pasqualina Napoletano, Véronique De Keyser en Hannes Swoboda
namens de PSE-Fractie
over de toestand in Gaza

Resolutie van het Europees Parlement over de toestand in Gaza 
B6‑0591/2006

Het Europees Parlement,

-  onder verwijzing naar zijn vroegere resoluties over het Midden-Oosten, meer in het bijzonder die van 12 februari ll. over de uitslag van de Palestijnse verkiezingen en de toestand in Oost-Jeruzalem, 1 juni ll. over de humanitaire krisis in de Palestijnse gebieden en de rol van de Europese Unie, en 7 september ll. over de toestand in het Midden-Oosten,

-  gezien de resoluties nr. 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,

-  gezien het 'stappenplan voor de vrede' van 30 april 2003, afgekondigd door het 'kwartet',

-  gezien de conclusies van de Raadsvergaderingen over buitenlandse zaken van 15 september en 17 oktober ll.,

-  gelet op art. 103 § 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Israëlische militaire operatie in Gaza sinds juni van dit jaar 300 mensenlevens geëist heeft, waaronder een groot aantal burgers, en dat de Israëlische aanval van 8 november ll. op Beit Hanoen 19 Palestijnen het leven gekost heeft, vooral vrouwen en kinderen,

B.  overwegende dat de heropflakkering van het geweld de humanitaire toestand in Gaza nog ernstiger maakt door vernielingen op grote schaal van openbare voorzieningen en particuliere woningen, afsluiting van de water-, levensmiddelen- en stroomvoorziening, ontregeling van de werkzaamheden in ziekenhuizen, klinieken en scholen en de vernieling van bouwland,

C.  overwegende dat de aanvallen rechtstreeks op burgerlijke voorzieningen gericht waren en dat onverantwoorde of willekeurige aanvallen op de burgerbevolking een flagrante schending van de grondrechten betekenen, zoals neergelegd in het internationaal recht en de Geneefse conventies,

D.  overwegende dat de nieuwe kringloop van geweld de pogingen van de president van de Palestijnse autoriteit om een nieuwe Palestijnse regering van nationale eenheid te vormen in gevaar brengt,

E.  overwegende dat de internationale gemeenschap en de Europese Unie aanzienlijke steun verlenen voor pogingen om de humanitaire krisis in Gaza en op de westelijke Jordaanoever te verhelpen, met bijzondere aandacht voor het 'tijdelijk internationaal mechanisme', maar dat de hulpverlening niet aan alle behoeften kan voldoen,

F.  overwegende dat het recht van een staat op zelfverdediging niet elke vorm van onverantwoord of willekeurig geweld kan rechtvaardigen, en dat het internationaal humanitair recht elke aanval op de burgerbevolking streng verbiedt,

1.  spreekt zijn veroordeling uit over de Israëlische militaire operatie in Beit Hanoen en het noorden van de Gaza-strook, en de raketaanvallen van Palestijnse milities;

2.  roept de Israëlische regering op om haar militaire operaties in Gaza zonder verder uitstel stop te zetten ; roept de Palestijnse milities op om hun raketaanvallen op Israelisch gebied onmiddellijk te staken ; stelt opnieuw dat er voor het Israëlisch-Palestijns conflikt geen militaire oplossing bestaat;

3.  spreekt zijn diepe bezorgdheid over de ernstige gevolgen uit die de crisis van vandaag na zich kan slepen, o.a. verdere militaire en terreuraanvallen die de kwetsbare politieke toestand in heel het gebied ondermijnen;

4.  betreurt dat de Verenigde Staten in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een ontwerpresolutie over de toestand in Gaza met een veto tegengehouden hebben, en dat een duidelijk en krachtig standpunt van de internationale gemeenschap over de lopende crisis ontbreekt;

5.  vraagt de Raad en de lidstaten van de Europese Unie om een gemeenschappelijk standpunt volgens art. 15 verdrag Europese Unie in te nemen, om een degelijke beoordeling van de huidige situatie te geven en steun te bieden voor een ernstige poging om een einde te maken aan het geweld en de partijen aan de onderhandelingstafel te brengen;

6.  vraagt het 'kwartet' (Verenigde Naties, Europese Unie, Verenigde Staten en Rusland) om dringend in te grijpen om de onderhandelingen met en tussen de partijen te hernemen en het stappenplan opnieuw in al zijn onderdelen uit te voeren ; stelt nogmaals dat een rechtvaardige en blijvende oplossing voor het conflict enkel mogelijk is met bestaansrecht voor 2 democratische, soevereine en levensvatbare staten, die binnen veilige en erkende grenzen in vrede naast elkaar leven;

7.  herhaalt als zijn zienswijze dat de aanwezigheid van een multilaterale troepenmacht in Libanon als een uitstekend model kan dienen, dat in Gaza en op de westelijke Jordaanoever gevolgd wordt om de burgerbevolking aan beide zijden te beschermen;

8.  vraagt de Raad om de associatieraad Europese Unie-Israël dringend bijeen te roepen om er het standpunt van de Europese Unie na de Israëlische militaire operaties in Gaza te laten horen, vooral met het oog op volledige naleving van art. 2 van de associatieovereenkomst;

9.  spreekt zijn diepe onrust uit over de deelname van een partij in de Israëlische regering die een politiek program volgens de etnische afkomst van de Israëlische burgers heeft, hetgeen onaanvaardbaar is;

10.  benadrukt dat de rechten van de mens volledig geëerbiedigd moeten worden en dat de schending van het internationaal humanitair recht in Gaza en op de westelijke Jordaanoever onmiddellijk moet ophouden;

11.  vraagt de Raad en de Commissie om samen met de internationale gemeenschap de onmisbare humanitaire hulpverlening aan de Palestijnse bevolking te blijven waarborgen; vraagt om het 'tijdelijk internationaal mechanisme' verder te versterken en uit te bouwen naar geldigheidsduur en middelen; spoort de steunverlenende partijen aan om volledig gebruik van het mechanisme te maken;

12.  herhaalt zijn oproep aan de Israëlische regering om de overdracht van ingehouden Palestijnse belastings- en douane-inkomsten dringend te hervatten ; herinnert aan het wezenlijk belang van volledige uitvoering van de overeenkomst over bewegingsvrijheid en vrije toegang ; spreekt zijn veroordeling uit over de regelmatige sluiting van Rafah, Karni en andere grensovergangen;

13.  herhaalt zijn oproep voor onmiddellijke vrijlating van de Palestijnse ministers en vertegenwoordigers van de wetgevende macht die zich in Israëlische gevangenschap bevinden, en de ontvoerde Israëlische soldaat;

14.  verheugt zich over het vergelijk dat de president van de Palestijnse autoriteit bereikt heeft, om een nationale dialoog tussen de Palestijnse partijen op gang te brengen en een nieuwe Palestijnse eerste minister te benoemen om een nieuwe Palestijnse regering te vormen, die de internationale gemeenschap als onderhandelingspartner kan dienen; meent dat de economische steunverlening aan de Palestijnse autoriteit daarom hervat moet worden;

15.  doet een oproep tot volledige betrokkenheid van het Palestijns maatschappelijk middenveld in de interne politieke dialoog, vooral voor vrouwenorganisaties;

16.  herhaalt zijn oproep aan de Raad om alles in het werk te stellen om een internationale vredesconferentie te beleggen in de lijn van de conferentie van Madrid van 1991, om een algehele, blijvende en levensvatbare oplossing voor de problemen in het gebied te vinden met als uitgangspunt de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, hetgeen het recht van Israël om binnen veilige en erkende grenzen te leven, en het recht van de Palestijnen op een levensvatbaar staatsverband in de bezette gebieden inhoudt;

17.  beschouwt de deelname van de Arabische liga aan het vredesproces daarom als onmisbaar, en het plan van Beiroet van 2002, dat door de lidstaten van de liga goedgekeurd is, en het Geneefs initiatief, als belangrijke bijdragen tot de onderhandelingen, waar terdege rekening mee te houden is;

18.  verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te laten toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de president van de Palestijnse autoriteit, de Palestijnse wetgevende raad, de Israëlische Knesset en regering, de regering van de Verenigde Staten en de Russische federatie, en de secretaris-generaal van de Liga van Arabische landen.

Laatst bijgewerkt op: 14 november 2006Juridische mededeling