Procedure : 2006/2676(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0024/2007

Ingediende teksten :

B6-0024/2007

Debatten :

PV 17/01/2007 - 7
CRE 17/01/2007 - 7

Stemmingen :

PV 18/01/2007 - 9.7
CRE 18/01/2007 - 9.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0007

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 92kDOC 43k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0024/2007
16 januari 2007
PE 382.971v01-00
 
B6‑0024/2007
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Vittorio Agnoletto, André Brie en Willy Meyer Pleite
namens de GUE/NGL-Fractie
over de gevangenschap en berechting van vijf Bulgaarse verpleegsters en een Palestijnse arts op beschuldigingen in verband met de HIV/aids-zaak in het kinderziekenhuis van Benghazi in 1999

Resolutie van het Europees Parlement over de gevangenschap en berechting van vijf Bulgaarse verpleegsters en een Palestijnse arts op beschuldigingen in verband met de HIV/aids-zaak in het kinderziekenhuis van Benghazi in 1999 
B6‑0024/2007

Het Europees Parlement,

–  gezien de conclusies van de Raad van ministers van Algemene Zaken en van Buitenlandse Zaken van 11 oktober 2004 waarin ernstige bezorgdheid tot uiting werd gebracht over het lot van het medisch personeel en het besluit steun te verlenen aan de Libische gezondheidsdiensten; en voorts gezien de verklaring van het voorzitterschap van de EU over de veroordeling door de Libische rechtbank van vijf Bulgaarse verpleegsters en een Palestijnse arts tot de doodstraf en de verklaring van commissaris Ferrero-Waldner over de uitspraak van het Libische hof in de Benghazi-zaak van 19 december 2006 en de verklaringen van de Voorzitter van het Europees Parlement van 30 november en van 20 december 2006,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat op 9 februari 1999 de Libische autoriteiten een aantal Bulgaarse verpleegsters die werkzaam waren in het Al.Fatih-ziekenhuis in Benghazi hebben gearresteerd en dat op 7 februari 2000 voor het Libische volksgerechtshof een proces is begonnen tegen zes Bulgaarse onderdanen, een Palestijn en negen Libiërs op beschuldiging van het opzettelijk besmetten van 393 kinderen met het HIV-virus, en dat de beschuldiging van samenzwering later werd ingetrokken,

B.  overwegende dat op 6 mei 2004 het hof vijf Bulgaarse verpleegsters en een Palestijnse arts tot executie door een vuurpeloton heeft veroordeeld, en dat op 25 december 2005 het Libische Opperste Gerechtshof een uitspraak heeft gedaan over het hoger beroep tegen de doodstraf en opdracht gaf tot een nieuw proces; voorts overwegende dat op 11 mei 2006 een nieuw proces is begonnen tot besluit waarvan op 19 december 2006 de doodstraffen werden bevestigd,

C.  overwegende dat op verzoek van de Libische autoriteiten bekende internationale deskundigen op HIV/aids-gebied in 2003 een verslag hebben uitgebracht waarin met zekerheid werd geconcludeerd dat de verspreiding van het HIV-virus te wijten was aan een ziekenhuisinfectie die ontstaan was voor de aankomst van de beschuldigden in Libië; overwegende dat recente publicaties sterk wetenschappelijk bewijs leveren inzake de ontstaansperiode van de infectie in Benghazi en dat dit sterke bewijs van de onschuld van de beschuldigden niet in aanmerking is genomen,

D.  overwegende dat de Unie in november 2004 een HIV-actieplan voor Benghazi heeft gelanceerd in het kader waarvan technische en medische hulp wordt verleend aan de geïnfecteerde kinderen en de getroffen gezinnen, alsmede steun voor de Libische autoriteiten bij de bestrijding van aids; voorts overwegende dat 2 miljoen euro uit de communautaire begroting ter financiering van dit plan is uitgetrokken en dat de uitvoering van dit actieplan met de ondersteuning van de Commissie en de EU-lidstaten flinke vorderingen maakt en dat een groot aantal besmette kinderen in ziekenhuizen in lidstaten zijn behandeld,

E.  overwegende dat in januari 2006 het Benghazi International Fund werd opgericht, een niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk, die in het leven is geroepen om steun te bieden aan de ontwikkeling van de plaatselijke medische infrastructuur in Benghazi ter verbetering van de behandeling van de patiënten en om hulp te verlenen aan de getroffen gezinnen;

1.  veroordeelt de ter dood veroordeling van vijf Bulgaarse verpleegsters, Kristiana Vulcheva, Nasya Nenova, Valentina Siropulo, Valya Chervanyashka en Snezhana Dimitrova en een Palestijnse arts, Ashraf al-Haiui, die al acht jaar in de gevangenis hebben doorgebracht in verband met de HIV/aids-zaak in het ziekenhuis van Benghazi in 1999;

2.  beklemtoont andermaal dat het onvoorwaardelijk en principieel gekant is tegen de doodstraf , waar ook ter wereld, en tegen de uitvoering daarvan; dringt er bij de EU-Raad op aan de afschaffing van de doodstraf in de wereld en een moratorium op de uitvoering daarvan te bevorderen;

3.  wijst erop dat de EU deze uitspraak niet kan aanvaarden en erop vertrouwt dat de zaak wordt verwezen naar een hogere instantie om spoedig een rechtvaardige en eerlijke oplossing te vinden;

4.  geeft andermaal uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de gronden waarop de vervolging van de beschuldigden heeft plaatsgevonden, over hun behandeling tijdens de hechtenis en over de aanmerkelijke vertraging waaronder het proces te lijden heeft gehad;

5.  verzoekt de bevoegde Libische autoriteiten alle nodige maatregelen te nemen ter herziening en nietigverklaring van de doodstraf en de weg vrij te maken voor een spoedige oplossing van de zaak op humanitaire gronden en aldus de voorwaarden te scheppen voor de voortzetting van een gemeenschappelijk beleid van goede betrekkingen met Libië;

6.  doet een beroep op de Commissie, de Raad en de lidstaten om steun te blijven verlenen aan de uitvoering van het HIV-actieplan en het Benghazi International Fund te blijven steunen om het lijden van de besmette kinderen en hun families te verlichten en de Libische autoriteiten te helpen bij de preventie en de bestrijding van HIV in het land;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van Libië, de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Laatst bijgewerkt op: 16 januari 2007Juridische mededeling