Procedure : 2007/2533(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0118/2007

Ingediende teksten :

B6-0118/2007

Debatten :

PV 14/03/2007 - 18
CRE 14/03/2007 - 18

Stemmingen :

PV 15/03/2007 - 5.10
CRE 15/03/2007 - 5.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0081

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 84kDOC 39k
13 maart 2007
PE 387.007v01-00
 
B6‑0118/2007
naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door
Panayiotis Demetriou, namens de PPE­DE­Fractie,
Mechtild Rothe, namens de PSE­Fractie,
Ignasi Guardans Cambó en Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie,
Seán Ó Neachtain, namens de UEN-Fractie,
Joost Lagendijk, Monica Frassoni, Cem Özdemir, namens de Verts/ALE-Fractie,
Sylvia-Yvonne Kaufmann, namens de GUE/NGL-Fractie,
Jens-Peter Bonde, namens de IND/DEM-Fractie
over vermiste personen op Cyprus

Resolutie van het Europees Parlement over vermiste personen op Cyprus 
B6‑0116/2007

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar de resoluties B4-0669, 0679 en 0688/95(1) van het Europees Parlement over vermiste personen op Cyprus,

–  onder verwijzing naar de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over Cyprus en de internationale initiatieven die zijn genomen om onderzoek te doen naar het lot van de vermiste personen op Cyprus,

–  onder verwijzing naar het arrest van het Europees Hoof voor de mensenrechten van 10 mei 2001 (zaak nr. 25781/94) over vermiste personen,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het probleem van de vermiste personen (Griekse Cyprioten, Turkse Cyprioten, Grieken, Turken en anderen) puur een humanitaire kwestie is die verband houdt met het recht van de familie van de vermisten om te weten wat er met hen is gebeurd,

B.  overwegende dat de kwellende onzekerheid van de families van de vermisten, die al tientallen jaren over hun lot in het duister tasten, niet langer mag voortduren en nu eens eindelijk moet worden opgehelderd,

C.  overwegende dat het Comité vermiste personen (CMP) op Cyprus nieuw leven is ingeblazen onder auspiciën van de secretaris-generaal van de VN, en dat er vorderingen zijn geboekt, zij het traag, met de opgraving en identificatie van stoffelijke overschotten,

D.  overwegende dat het Europees Parlement de constructieve samenwerking tussen de Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische leden van het CMP toejuicht,

1.  roept de betrokken partijen op open en eerlijk samen te werken aan een snelle afronding van het nodige onderzoek naar het lot van alle vermiste personen op Cyprus en het betreffende arrest van het Europees Hof voor de mensenrechten van mei 2001 volledig ten uitvoer te brengen;

2.  verzoekt de betreffende partijen en al degenen die beschikken, of in de positie verkeren dat zij kunnen beschikken over enige informatie of bewijzen, afkomstig uit eigen kennis, of uit archieven, verslagen van gevechten of lijsten van detentieplaatsen, deze onverwijld aan het Comité vermiste personen (CMP) door te geven;

3.  verzoekt de Raad en de Commissie zich actief bezig te houden met de kwestie, door onder meer financiële steun te geven aan het CMP, en in samenwerking met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties alle nodige stappen te nemen om ervoor te zorgen dat bovengenoemd arrest van het Europees Hof voor de mensenrechten en de betreffende resoluties van de VN en het Europees Parlement ten uitvoer worden gebracht;

4.  verwijst de kwestie naar de desbetreffende commissie, zodat deze in nauwe samenwerking met de Commissie de ontwikkelingen verder volgt, en verzoekt deze commissie regelmatig verslag uit te brengen, en het eerste rapport binnen zes maanden voor te leggen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de regeringen van Cyprus, Turkije, Griekenland en het Verenigd Koninkrijk.

(1) PB C 109 van 1.5.1995, blz. 166.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2007Juridische mededeling