Procedure : 2007/2530(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0156/2007

Ingediende teksten :

B6-0156/2007

Debatten :

PV 25/04/2007 - 2
CRE 25/04/2007 - 2

Stemmingen :

PV 25/04/2007 - 11.13
CRE 25/04/2007 - 11.13

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0155

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 124kDOC 56k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0149/2007
18 april 2007
PE 387.126v01-00
 
B6‑0156/2007
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Joseph Daul, Ignacio Salafranca, Elmar Brok, Charles Tannock, Bogdan Klich, Georgios Papastamkos, Robert Sturdy, Alexander Radwan, John Bowis, Georg Jarzembowski en Malcolm Harbour
namens de PPE-DE-Fractie
over de komende Top EU-VS in Washington DC op 30 april 2007

Resolutie van het Europees Parlement over de aanstaande Top EU-VS in Washington DC op 30 april 2007 
B6‑0156/2007

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de trans-Atlantische betrekkingen, inzonderheid zijn twee resoluties van 1 juni 2006 over respectievelijk de verbetering van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten in het kader van een trans-Atlantische partnerschapsovereenkomst, en de trans-Atlantische economische betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het trans-Atlantisch Partnerschap een hoeksteen is van het externe beleid van de Unie en gebaseerd is op de gedeelde waarden van vrijheid, democratie, mensenrechten en de rechtsstaat,

B.  overwegende dat de trans-Atlantische markt de grootste bilaterale en investeringsrelatie ter wereld is, die werkgelegenheid biedt aan circa 14 miljoen mensen in de EU en de VS en circa 2,79 triljoen euro (2005) genereert; overwegende dat deze relatie, die goed is voor circa 57% van het bruto nationaal product in de wereld en 40% van de wereldhandel, de dubbele motor van de wereldeconomie blijft,

C.  overwegende dat de trans-Atlantische partners gezien hun rol in de wereldeconomie verantwoordelijkheid delen voor de staat van het wereldbestuur en voor oplossingen voor mondiale uitdagingen,

D.  overwegende dat de mondiale politieke en economische orde momenteel grote veranderingen ondergaat, die aanzienlijke politieke en economische uitdagingen doen ontstaan en ernstige bedreigingen inhoudt op het gebied van veiligheid, het sociale leven en het milieu,

E.  overwegende dat een sterk en functionerend partnerschap tussen de EU en de VS een essentieel instrument is om de mondiale ontwikkeling gestalte te geven, in het belang van gemeenschappelijke waarden en op basis van een effectief multilateralisme en het internationale recht; overwegende dat krachtig en consequent politiek leiderschap is vereist om de partners in staat te stellen dit doel te bereiken,

F.  overwegende dat het Europees Parlement er herhaaldelijk toe heeft opgeroepen de Nieuwe Trans-Atlantische Agenda uit 1995 te vervangen door een Trans-Atlantische Partnerschapsovereenkomst en de weg vrij te maken voor de totstandkoming, uiterlijk in 2015, van een trans-Atlantische markt,

G.  overwegende dat de Senaat van de Verenigde Staten dit initiatief heeft gesteund in zijn resolutie van 9 december 2006, waarin de leiders van de Verenigde Staten en de Europese Unie ertoe worden aangespoord overeenstemming te bereiken over 2015 als streefdatum voor de voltooiing van de trans-Atlantische markt,

1.   geeft uiting aan zijn krachtige steun voor het initiatief van mevrouw Angela Merkel, voorzitter van de Europese Raad, om een Nieuw Trans-Atlantisch Economisch Partnerschap op te zetten dat de positie van beide partners in de wereldwijde concurrentie versterkt en hen in staat stelt het potentieel van hun economieën beter te benutten, zonder dat de multilaterale handelsonderhandelingen, met inbegrip van de Doha-Ronde, worden geschaad;

2.   herhaalt dat dit economische initiatief moet worden overwelfd met een nieuwe kaderovereenkomst die een passende institutionele en politieke basis biedt om gemeenschappelijke politieke en economische doelen na te streven en gezamenlijk de uitdagingen van de 21-ste eeuw het hoofd te bieden;

3.  is ervan overtuigd dat alleen met een dergelijke overeenkomst de trans-Atlantische betrekkingen verankerd kunnen worden in een stevige institutionele structuur voor regelmatige coördinatie en overleg op uitvoeringsniveau, waarmee de partners hun gemeenschappelijke doelstellingen op consequentere en stabielere wijze kunnen nastreven;

4.  roept de voorzitters van de Europese Raad en de Europese Commissie alsmede de president van de Verenigde Staten van Amerika ertoe op de gelegenheid die Top EU-VS in april 2007 biedt te benutten om een begin te maken met de onderhandelingen over een nieuwe Trans-Atlantische Partnerschapsovereenkomst en zich vast te leggen op een bindende routekaart voor de verwezenlijking van een barrèrevrije trans-Atlantische markt vóór 2015;

5.  pleit voor deelname van het Amerikaanse Congres en het Europees Parlement aan dit proces; roept de Top EU-VS ertoe op de parlementaire dimensie van het partnerschap te steunen en de parlementen nauwer te betrekken bij de dialoog tussen de uitvoerende machten van de EU en de VS;

6.  is van opvatting dat de routekaart voor de verwezenlijking van een trans-Atlantische markt vóór 2015 een bindend tijdschema dient te bevatten met specifieke en meetbare middellange-termijndoelen, in het bijzonder ten aanzien van samenwerking op het gebied van regulering, investeringen, intellectuele-eigendomsrechten, innovaties, overheidsopdrachten en de relatie tussen handel en veiligheid;

7.  beveelt aan het Forum op hoog niveau van regelgevende instanties van de EU en de VS te versterken door de hoofden van relevante regelgevende instanties te benoemen als permanente leden;

8.  benadrukt de noodzaak van een gezamenlijk onderzoek naar de belemmeringen voor het creëren van een trans-Atlantische markt, met inbegrip van een kosten-batenanalyse en een analyse per sector van de wijze waarop deze uit de weg kunnen worden geruimd;

9.  moedigt de partners krachtig aan zich ertoe te verplichten buitensporige overheidstekorten te vermijden, daar deze onder andere externe onevenwichtigheden verergeren; moedigt er voorts toe aan een wisselkoersniveau tussen de euro en de dollar tot stand te brengen dat bijdraagt tot bevordering van economische integratie; benadrukt dat het leggen van een stabiele economische basis belangrijk is voor de verwezenlijking van een trans-Atlantische markt;

10.  moedigt de regering van de VS, het voorzitterschap van de EU en de Europese Commissie ertoe aan om tijdens de Top de Overeenkomst tussen de Amerikaanse regering en de Commissie inzake luchtvervoer van 2 maart 2007 te ondertekenen als overeenkomst voor de eerste fase van de nieuwe samenwerking tussen de VS en de EU in de zeer belangrijke Trans-Atlantische Luchtvaartruimte; hoopt dat de VS deze overeenkomst spoedig zal ratificeren en moedigt beide partijen ertoe aan zo spoedig mogelijk onderhandelingen te starten over de overeenkomst voor de tweede fase;

11.  roept de VS en alle andere landen die voor bepaalde EU-lidstaten inreisvisa verplicht stellen ertoe op het visumregime onmiddellijk af te schaffen en alle burgers van EU-lidstaten gelijk te behandelen; betreurt de opneming van een extra "clausule voor de uitwisseling van informatie" (PNR-clausule) in de voorgestelde wijzigingen van het visumontheffingsprogramma van de VS;

12.  dringt er bij de leiders van de EU en de VS op aan zich ertoe te verplichten de Doha-Ronde van de WTO zonder verdere vertraging succesvol af te ronden en wijst in dit verband op de "groene doos" in de landbouw, versterking van een gemeenschappelijke strategie voor cross-compliance, biobrandstoffen, het welzijn van dieren en vogelgriep; onderstreept het belang van een overeenkomst tussen de EU en de VS over wijn;

13.  roept de beide partners ertoe op hun samenwerking op het gebied van energie en energiezekerheid te versterken, te streven naar de totstandkoming van een stabiele en voorspelbare mondiale energiemarkt gebaseerd op marktregels en te trachten bepalingen inzake de handel in energie op te nemen in de regels van de WTO;

14.  moedigt beide partners er krachtig toe aan overeenstemming te bereiken over een gezamenlijke aanpak van de klimaatverandering met als hoofddoel de opwarming van de aarde te beperken door middel van billijke bijdragen tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door ontwikkelde en ontwikkelingslanden, een doeltreffend systeem voor de handel in CO2-uitstoot en het bevorderen van nieuwe technologieën;

15.  verwacht dat op de Top het pad wordt geëffend voor een overeenkomst van de G8-Top in juni over een post-Kyoto uitstootregeling, waarbij ook de VS en belangrijke opkomende economieën zoals China, Brazilië, India, Mexico, Zuid-Afrika en Indonesië worden betrokken;

16.   is teleurgesteld dat de Verenigde Staten tijdens de vergadering van de milieuministers van de G8 in maart in Duitsland weigerde zijn standpunten te wijzigen ten aanzien van de doelstellingen voor vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, het opzetten van een wereldwijd systeem voor de handel in CO2 en financiële bijstand om ontwikkelingslanden te helpen het klimaat en het milieu in het algemeen te beschermen;

17.   roept ertoe op klimaatverandering regelmatig ter sprake te brengen op het niveau van interparlementaire delegaties en in het kader van de Trans-Atlantische Wetgevingsdialoog;

18.  is zeer verheugd over het verbeterde klimaat in de betrekkingen tussen de EU en de VS op basis van gelijkheid; is van mening dat deze positieve achtergrond serieuze kansen biedt voor de EU en de VS om nauw samen te werken op een breed scala aan beleidskwesties van gemeenschappelijk belang, met name de gemeenschappelijke benadering van de westelijke Balkan, het zuidelijke Kaukasus-gebied, Centraal-Azië, het Midden-Oosten, Afghanistan, het Middellandse-Zeegebied en Afrika;

19.  is van opvatting dat de strijd tegen het terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens voor beide partners de grootste uitdagingen zijn op het gebied van de veiligheid; benadrukt derhalve de noodzaak voor beide partijen om hun samenwerking op deze terreinen te versterken en de rol die de VN bij de aanpak van beide problemen moet spelen, te steunen;

20.  is van opvatting dat het noodzakelijk is om samen met de VS een gemeenschappelijk en gedeeld kader vast te stellen voor de nodige waarborgen waaraan behoefte is in het speciale partnerschap van de EU en de VS in de strijd tegen het terrorisme, waarbij tevens alle aspecten met betrekking tot het vrije verkeer van personen tussen de EU en de VS zouden kunnen worden geregeld; is van mening dat in verband hiermee de contacten tussen het Europees Parlement en het Congres moeten worden versterkt;

21.  is van oordeel dat de EU en de VS fundamentele en loyale geallieerden zijn in de strijd tegen het terrorisme en dat er derhalve een gezamenlijk belang bestaat bij een bevredigende overeenkomst over dossiers in verband met de uitwisseling van persoonsgegevens, zoals PNR-gegevens, en de SWIFT-affaire; is voorts van opvatting dat het uitwisselen van persoonsgegevens moet plaatsvinden op passende juridische basis, gekoppeld aan duidelijke regels en voorwaarden en voorzien van adequate bescherming van de privacy en de openbare vrijheden van individuele burgers;

22.  is ingenomen met de nauwe samenwerking tussen de EU en de VS in de Iraanse kernwapenkwestie; moedigt beide partners ertoe aan te blijven samenwerken bij de versterking van de IAEA en het opzetten van een omvattend stelsel van internationale overeenkomsten inzake non-proliferatie van massavernietigingswapens, teneinde gezamenlijk het Non-Proliferatieverdrag als sleutelelement bij het voorkomen van de verspreiding van kernwapens, te versterken;

23.  herhaalt zijn opvatting dat de NAVO, die een belangrijke band tussen Europa en de VS en een waarborg voor de veiligheid van Europa blijft vormen, haar potentieel als trans-Atlantisch forum voor politiek debat dient te ontwikkelen in een echt partnerschap van gelijken; beveelt hiertoe aan te komen tot een hechtere veiligheidsrelatie tussen de NAVO en de EU, in het bijzonder met het oog op de situatie in Kosovo, waar de EU de taak van UNMIK zal overnemen, terwijl circa 16.000 NAVO-manschappen daar gestationeerd zullen blijven; is van mening dat een sterker partnerschap tussen en de EU en de VS deze relatie veeleer zal aanvullen dan ondermijnen;

24.  roept de VS ertoe op zijn inspanningen met het oog op raadpleging en uitleg over zijn geplande raketafweersysteem binnen de NAVO te verdubbelen, teneinde de alliantie en Europa in staat te stellen verenigd te blijven, buitenlandse druk te weerstaan en niet uiteen te vallen in gebieden met verschillende veiligheidsniveaus; benadrukt het belang van voortzetting van het overleg over het systeem in de NAVO-Rusland-raad; benadrukt dat het VS-systeem dient te worden gecoördineerd en interoperabel dient te zijn met het Theatre Ballistic Missile Defence-systeem (TBMD) van de NAVO;

25.  beklemtoont zijn inzet om te blijven bijdragen tot de versterking en de stabiliteit van het Trans-Atlantisch Partnerschap door middel van zijn deelname aan de Trans-Atlantische Wetgeversdialoog; ondersteunt de inspanningen ten behoeve van het opzetten van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing op wetgevingsgebied tussen het Europees Parlement en het Congres van de Verenigde Staten;

Financiële diensten

26.   verzoekt de Commissie een strategie voor te leggen om te komen tot een gemeenschappelijk, consistent en door alle lidstaten verdedigd standpunt ten aanzien van de regulering van financiële diensten;

27.   herhaalt zijn verzoek aan de Commissie(1), om met spoed een onderzoek in te stellen naar het feit dat bedrijven en sectoren uit de EU, in het bijzonder Amerikaanse filialen van Europese banken, verzekeringsmaatschappijen, sociale-zekerheidsinstellingen en aanbieders van telecommunicatiediensten, die werkzaam zijn in de VS en niet onder de Safe Harbour-overeenkomst vallen, momenteel gedwongen kunnen worden persoonsgegevens ter beschikking te stellen van Amerikaanse autoriteiten;

28.   verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat voor personen en bedrijven uit de EU en de VS gelijkwaardige eigendomsrechten (bijv. van effectenbeurzen, financiële en gelijksoortige instellingen) gelden op elkaars grondgebied; vraagt de Commissie wat zij voornemens is te ondernemen in verband met hedge funds, rekening houdend met het feit dat de VS bezig is met het opstellen van voorstellen over deze fondsen;

29.   verzoekt de Commissie te garanderen dat bedrijfsactiviteiten en met name trans-Atlantische fusies en/of aankopen van effectenbeurzen of andere financiële instellingen er niet, rechtstreeks of indirect, toe zullen leiden dat Amerikaanse rechtsregels, toezicht en voorschriften verplicht worden opgelegd in de EU, zoals in het geval van de sancties tegen de Europese toerismesector en recentelijk na de aankoop van Europese banken;

Biodiversiteit en gezondheid

30.   is ingenomen met het door de G8+5 (China, India, Mexico, Zuid-Afrika en Brazilië) overeengekomen Potsdam-initiatief (17.03.2007), dat tot doel heeft bij te dragen tot inperking van het enorme verlies van biodiversiteit vóór 2010; moedigt de G8+5 ertoe aan het initiatief met spoed ten uitvoer te leggen en financiële middelen beschikbaar te stellen voor bescherming van de oceanen, ondersteuning van onderzoek en verbetering van de monitoring van met uitsterven bedreigde soorten;

31.   is bezorgd over het voornemen van het Amerikaanse Congres om parallelimport van geneesmiddelen uit de EU-lidstaten toe te staan, daar deze belemmeringen kan veroorzaken voor de geneesmiddelenvoorziening voor patiënten in de EU en namaak van geneesmiddelen in de hand kan werken; verzoekt de EU derhalve deze kwestie tijdens de komende Top aan de orde te stellen;

32.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen van de lidstaten en aan de president en het Congres van de Verenigde Staten van Amerika.

(1) Resolutie van het Europees Parlement over SWIFT, de PNR-overeenkomst en de trans-Atlantische dialoog over deze kwesties (P6_TA-PROV(2007)0039).

Laatst bijgewerkt op: 20 april 2007Juridische mededeling