Procedure : 2007/2567(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0205/2007

Ingediende teksten :

B6-0205/2007

Debatten :

PV 22/05/2007 - 18
CRE 22/05/2007 - 18

Stemmingen :

PV 24/05/2007 - 9.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0215

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 97kDOC 44k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0205/2007
21 mei 2007
PE 389.5274v01-00
 
B6‑0123/2007
naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Jan Marinus Wiersma, Hannes Swoboda en Andres Tarand
namens de PSE-Fractie
over Estland

Resolutie van het Europees Parlement over Estland 
B6‑0123/2007

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring van het Voorzitterschap van de EU van 2 mei 2007 over de situatie voor de Estse ambassade in Moskou,

–  gezien de vele steunbetuigingen aan Estland van de kant van EU-regeringen,

–  gezien de verklaring van de Voorzitter van het Parlement, Hans-Gert Pöttering, en het debat in de plenaire vergadering op 9 mei 2007,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat betogers die in de hoofdstad van Estland en in delen van het noordoosten van Estland tussen 26 en 28 april 2007 protesteerden tegen het plan van de Estse overheid om het Sovjetmonument ter ere van de bevrijders van Tallinn te verplaatsen van het centrum van de Estse hoofdstad naar een militair kerkhof enkele kilometers verderop, twee nachten gewelddadig te keer zijn gegaan; in eerste instantie vielen betogers de politie aan en uiteindelijk kwam het tot wijdverbreid vandalisme in het centrum van Tallinn,

B.  overwegende dat het vandalisme niets te maken had met de algemeen aanvaarde noodzaak om de nagedachtenis van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te eren en overwegende dat de plunderaars niet verenigd waren door nationaliteit maar door de wil om zich gewelddadig te gedragen en te plunderen,

D.  overwegende dat de exhumaties strikt volgens de internationale normen en met inachtneming van de vereiste waardigheid werden uitgevoerd en dat het monument op de begraafplaats na een officiële plechtigheid met deelneming van vertegenwoordigers van de anti-Hitler coalitie opnieuw voor het publiek zal worden opengesteld,

E.  overwegende dat de gewelddadige demonstraties en de inbreuken op de openbare orde werden uitgevoerd met actieve organisatorische medewerking en samenwerking met zich buiten Estland bevindende krachten;

E.  overwegende dat in Rusland verschillende verklaringen op hoog niveau zijn afgelegd, waaronder een verklaring door de afvaardiging van de Doema tijdens haar bezoek aan Tallinn, waarin de Estse regering gevraagd is af te treden,

H.  overwegende dat onmiddellijk na de rellen in Tallinn het normale functioneren van de Estse ambassade in Moskou gedurende 7 dagen onmogelijk werd gemaakt door vijandige betogers van de Russische regeringsgezinde jeugdbeweging "Nashi", wat leidde tot fysieke aanvallen tegen de Estse en Zweedse ambassadeurs, dreigementen om het ambassadegebouw te vernietigen, het neerhalen van de Estse vlag op het grondgebied van de ambassade en het afschilderen van Estland als een "fascistisch land",

G.  overwegende dat systematische cyber-aanvallen meestal van buiten Estland zijn georganiseerd in een poging om de officiële communicatiekanalen en de webpagina's van de Estse overheid te blokkeren; overwegende dat deze aanvallen kwamen van IP-adressen binnen de Russische administratie; overwegende dat er nog steeds intensieve propaganda-aanvallen worden gepleegd via internet en sms, met oproepen tot gewapend verzet en voortzetting van het geweld,

H.  overwegende dat slechts enkele dagen na de gebeurtenissen in Tallinn grootscheepse beperkingen voor Estse export naar Rusland werden ingevoerd, waarbij Russische bedrijven contracten met Estse bedrijven opzeggen, de Estse energietoevoer wordt bedreigd, en de treinverbinding tussen Estland en Sint-Petersburg vanaf eind juni wordt stopgezet,

I.   overwegende dat de Russische autoriteiten, met inbegrip van de afvaardiging van de Doema, jammer genoeg geweigerd hebben in dialoog te treden met de Estse autoriteiten en zelfs geweigerd hebben deel te nemen aan een gezamenlijke persconferentie op het Ministerie van Buitenlandse Zaken,

J.  overwegende dat de gebeurtenissen verder werden aangewakkerd door verkeerde informatie verstrekt door de Russische media, waardoor verder protest is uitgelokt,

1.  betuigt zijn steun voor en solidariteit met de democratisch gekozen regering van Estland die poogt orde en stabiliteit en ook de rechtstaat te waarborgen voor alle inwoners van Estland;

2.  is van oordeel dat de pogingen van de Russische autoriteiten om zich te bemoeien met de interne aangelegenheden van Estland (zoals oproepen tot het aftreden van de Estse regering) onaanvaardbaar zijn;

3.  is verontrust door de schandelijk ontoereikende bescherming van de Estse ambassade in Moskou door de Russische autoriteiten en door de fysieke aanvallen op de Estse ambassadeur door de betogers van "Nashi"; roept de Russische regering op de conventie van Wenen inzake de bescherming van diplomaten onvoorwaardelijk te eerbiedigen;

4.  veroordeelt de Russische pogingen om economische druk uit te oefenen op Estland als instrument van hun buitenlands beleid en roept de Russische regering op om de normale economische relaties tussen de twee landen te herstellen;

5.  herinnert de Russische autoriteiten eraan dat ongenuanceerde en openlijk vijandige retoriek van de Russische autoriteiten tegen Estland in scherp contrast staat met de internationale gedragsbeginselen en dat dit het geheel van de relaties tussen de EU en Rusland zal schaden;

6.  roept de Russische regering op een openlijke en onbevooroordeelde dialoog op te starten met de democratieën in Midden- en Oost-Europa over de geschiedenis van de 20ste eeuw en over misdaden tegen de menselijkheid die destijds zijn begaan, onder meer door het totalitaire communistische regime;

7.  is verheugd over de oproep van de Estse president, Toomas Hendrik Ilves, die benadrukt dat mensen die tijdens het Sovjettijdperk naar Estland zijn gekomen en nu in de Estse Republiek leven, samen met hun kinderen en kleinkinderen, allen Esten zijn; alle Esten ongeacht hun afkomst hebben hun eigen, zeer pijnlijke, historische levenservaring onder drie opeenvolgende bezettingsmachten tijdens de afgelopen eeuw; de tragedie van anderen moet worden erkend en begrepen; met dit doel in het achterhoofd moet de interne Estse dialoog worden versterkt, om zo de bestaande kloof tussen de verschillende gemeenschappen te overbruggen en nieuwe mogelijkheden te scheppen om vooral de Russischsprekende Esten te integreren;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en het parlement en de regering van de Estse Republiek.

Laatst bijgewerkt op: 22 mei 2007Juridische mededeling