Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0276/2007

Ingediende teksten :

B6-0276/2007

Debatten :

Stemmingen :

OJ 12/07/2007 - 102

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 104kDOC 53k
4 juli 2007
PE 390.767v01-00
 
B6‑0276/2007
naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B6‑0130/2007 en B6‑0131/2007
ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het Reglement
door Vittorio Agnoletto, Helmuth Markov en Jens Holm
namens de GUE/NGL-Fractie
over de TRIPS-overeenkomst en de toegang tot geneesmiddelen

Resolutie van het Europees Parlement over de TRIPS-overeenkomst en de toegang tot geneesmiddelen 
B6‑0276/2007

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn resoluties van 20 juni 2007 over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling -.halverwege(1), 23 mei 2007 over economische partnerschapsovereenkomsten(2), 6 juli 2006 over HIV/aids: tijd om te handelen(3) en van 30 november 2006 over aids(4),

–  gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat meer dan 25 miljoen mensen aan aids zijn gestorven sinds het eerste geval van de ziekte werd vastgesteld, nu 25 jaar geleden en dat volgens het geactualiseerde UNAID-verslag dat op 21 november 2006 werd gepubliceerd, in 2006 4, 3 miljoen nieuwe gevallen van infectie zijn vastgesteld, waarvan 2,8 miljoen (65%) in zuidelijk Afrika,

B.  overwegende dat meer dan 95% van de 39,5 miljoen mensen in de wereld die aan HIV/aids lijden in ontwikkelingslanden wonen, meestal in Afrika en dat geraamd wordt dat er wereldwijd als gevolg van aids 15 miljoen wezen zijn, waarvan 12,3 miljoen in zuidelijk Afrika,

C.  overwegende dat dit neerkomt op een voortdurende massale schending van de mensenrechten die kan worden vergeleken met een geplande permanente volkerenmoord,

D.  overwegende dat vijf jaar na de Verklaring van Doha waarin werd verklaard dat ieder lid van de WTO het recht heeft om dwanglicenties toe te kennen en de vrijheid om de redenen vast te stellen waarvoor die licenties worden toegekend, de WTO erop wijst dat 74% van de aids-geneesmiddelen nog onder een monopolie vallen en dat 77% van de Afrikanen nog steeds geen toegang heeft tot een behandeling voor AIDS,

E.  overwegende dat de toepassing van het mechanisme om toegang te krijgen tot geneesmiddelen na de goedkeuring van de Verklaring van Doha op een totale mislukking is uitgelopen en dat de WHO tot dusverre geen kennisgeving heeft ontvangen van enig uitvoer- of invoerland inzake dwanglicenties,

F.  overwegende dat de belangrijkste obstakels voor een effectieve uitvoering van het WTO-besluit worden gevormd door de procedurele en feitelijke voorwaarden die de uitgifte van dwanglicenties door exporterende (indien van toepassing) en importerende landen bepalen en voorts door de voorwaarden en de kennisgeving die met de licenties verbonden zijn, de politieke kosten en het ontbreken van stimuleringsmaatregelen voor het gebruik van het geplande mechanisme,

G.  overwegende dat intussen aandeelhouders en leiding van de farmaceutische industrie de hoogste winsten behalen en dat de meeste octrooien die de bedrijfstak in handen heeft, zijn verkregen via onderzoek uit publieke middelen; voorts overwegende dat de meeste geregistreerde octrooien die nodig zijn voor de bestrijding van omvangrijke epidemieën in het zuiden al zijn terugverdiend doordat ze te gelde zijn gemaakt in de industrielanden,

H.  overwegende dat in de uitvoeringsverordening voor het WTO-besluit nauwelijks aandacht wordt geschonken aan kwesties als technologieoverdracht en capaciteitsopbouw, en in overweging 13 slechts lippendienst wordt bewezen aan het WTO-besluit,

I.  overwegende dat de EU probeert via de EPO-onderhandelingen en andere bilaterale of regionale VHZ's, nieuwe WTO+-verplichtingen inzake intellectueel eigendom voor ACS-landen, andere arme ontwikkelingslanden en MOL's in te voeren, die van invloed kunnen zijn op hun volksgezondheidsprogramma's,

J.  overwegende dat in de voorgestelde economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's) met de Afrikaanse, Caribische en Stille-Oceaanlanden (ACS) de EU zich inzet voor aansluiting bij of aanvaarding van de verplichtingen van het Octrooisamenwerkingsverdrag (PCT) en het Verdrag inzake octrooirecht (PLT), en voor de opname daarin van de voorwaarden in Richtlijn 2004/48/EG over de naleving van de intellectueel-eigendomsrechten; overwegende dat de EU ook voorwaarden stelt aan de wijze waarop de partijen gebruik kunnen maken van het stelsel van uitputting, waardoor parallelimporten worden belemmerd, hoewel die in de TRIPS-overeenkomst worden gedoogd,

K.  overwegende dat de WHO heeft besloten tot de oprichting van een intergouvernementele werkgroep voor volksgezondheid, innovatie en intellectueel eigendom (IGWG), waarin de EU-lidstaten en de Commissie actief participeren om uiterlijk in mei 2008 een strategie en een alomvattend actieplan te kunnen uitstippelen over de toegang tot geneesmiddelen en andere TRIPS-kwesties,

1.  geeft uitdrukking aan zijn grote bezorgdheid over de verspreiding van HIV/aids en andere epidemieën onder de armsten in de wereld en over het gebrek aan focus op de preventie van HIV/aids, de ontoegankelijkheid van de belangrijkste geneesmiddelen en de ontoereikende financiering en wijst op de permanente behoefte aan meer onderzoek naar de omvangrijkste epidemieën;

2.  is bijzonder ingenomen met de besluiten van Brazilië en Thailand om dwanglicenties toe te kennen voor de productie van geneesmiddelen, daarmee gebruikmakend van de marges die artikel 31 van de TRIPS-overeenkomst biedt; verzoekt de Commissie en de Raad ook publiekelijk steun te verlenen aan de toepassing van dit mechanisme door die landen en andere ontwikkelingslanden aan te moedigen soortgelijke stappen te nemen;

3.  is van mening dat het geen oplossing voor het probleem van de toegang tot geneesmiddelen biedt dit voorlopige mechanisme van 30 augustus 2003 (artikel 31A) een permanent karakter te geven, aangezien tot dusverre geen kennisgeving aan de WTO is gezonden;

4.  dringt er bij de Commissie op aan bij de WTO initiatieven te nemen ter vermindering van de complexiteit van het mechanisme, de politieke kosten van de toepassing te verminderen door duidelijke politieke stellingnames en economische stimuleringsprogramma's in te stellen om het gebruik ervan te bevorderen;

5.  is van mening dat het EU-beleid gericht moet zijn op maximalisering van de beschikbaarheid in de ontwikkelingslanden van farmaceutische producten tegen betaalbare prijzen; dringt er bij de Commissie op aan de mogelijkheid in overweging te nemen om enkele octrooien van essentiële geneesmiddelen te kopen en ze in de publieke sector te brengen;

6.  dringt er bij de Commissie op aan in het openbaar steun te verlenen aan de onverwijlde toepassing van artikel 30 van de TRIPS-overeenkomst door alle landen die geconfronteerd worden met omvangrijke epidemieën en problemen ondervinden bij de toegang tot de noodzakelijke geneesmiddelen; doet een beroep op de Commissie om gezamenlijk met het Europees Parlement een gemeenschappelijke beleidsverklaring uit te geven inhoudende dat de EU-lidstaten zich de vrijheid veroorloven gebruik te maken van de uitzonderingsbepalingen van artikel 30 van de TRIPS-overeenkomst in het kader van eigen octrooiwetgeving, en toestemming te verlenen voor productie en uitvoer om te voldoen aan de behoeften van de volksgezondheid in de importerende lidstaat en verzoekt de Raad de Commissie mandaat te geven zich te onthouden van inmenging in deze gebeurtenissen;

7.  dringt er bij de Raad op aan te beklemtonen dat de Commissie geen mandaat heeft om zich in te zetten voor TRIPS+-voorzieningen in de farmaceutische sector die betrekking hebben op de volksgezondheid en de toegang tot geneesmiddelen, in bilaterale en regionale overeenkomsten met ontwikkelingslanden;

8.  doet een beroep op de Raad de Commissie te machtigen zich te onthouden van het verzoek tot aansluiting bij of aanvaarding van de verplichtingen van het Octrooisamenwerkingverdrag en het Verdrag inzake octrooirecht, af te zien van opname van de voorwaarden van Richtlijn 2004/48/EG, in de EPO's geen regels op te nemen zoals geen oorspronkelijke databankbescherming en geen voorwaarden op te nemen die, via beperking van de keuze van de ACS-landen voor een stelsel van uitputting, de omvang van de parallelimport kunnen beperken;

9.  is van mening dat de EU in plaats daarvan alle bilaterale en regionale overeenkomsten proactief dient toe te passen en verdere specifieke bepalingen moet verlangen die een kader scheppen voor een concrete tenuitvoerlegging van het besluit van augustus 2003 en voor de toepassing van volledige flexibiliteit voor de volksgezondheid in het kader van de TRIPS-overeenkomst, met inachtneming van de verklaring van Doha;

10.  beklemtoont dat krachtige publieke gezondheidsdiensten en onderzoeksfaciliteiten van doorslaggevend belang zijn in de bestrijding van epidemieën, en verzet zich tegen de omstandigheden die leiden tot privatisering;

11.  roept op tot steun aan de ontwikkeling van regionale en nationale industrieën voor generieke farmaceutische producten in getroffen gebieden, om de toegang tot betaalbare geneesmiddelen te verbeteren;

12.  dringt er bij de Raad op aan te erkennen dat de Europese Unie spoedig extra maatregelen moet nemen ter aanmoediging van overdracht van technologie, onderzoek, capaciteitsvergroting, regionale bevoorradingssystemen en hulp met registratie, zodat de productie van farmaceutische producten door de ontwikkelingslanden zelf wordt vergemakkelijkt en uitgebreid;

13.  verzoekt de Commissie zich vast te leggen op een duidelijk financieringsniveau voor het bouwen of moderniseren van farmaceutische productiefaciliteiten die in het bezit zijn van lokale ondernemers in de ontwikkelingslanden en over te gaan tot uitbreiding van de totale financiering van de EU voor onderzoek en ontwikkeling door overheden van geneesmiddelen die van bijzonder nut zijn voor de ontwikkelingslanden en ervoor te zorgen dat de octrooien die het resultaat zijn van dergelijk onderzoek, in de publieke sector blijven;

14.  verzoekt de Commissie O&O-financiering toe te kennen voor aan armoede gerelateerde tropische ziektes en veronachtzaamde aandoeningen op een groot aantal gebieden, ter ondersteuning van onderzoeksinstellingen die willen samenwerken met initiatieven op het gebied van de volksgezondheid die dergelijke inspanningen verrichten, en te waarborgen dat resultaten van onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen dat gefinancierd wordt met overheidsgeld, niet geoctrooieerd worden maar in de publieke sector blijven;

15.  verzoekt de Commissie zich ervoor in te zetten dat aanvragers van octrooien de bron en de oorsprong onthullen van uitvindingen die afkomstig zijn van biologische hulpbronnen en daarmee verwante traditionele kennis die in ontwikkelingslanden voorhanden is, om te bevorderen dat een eerlijke verdeling plaatsvindt van winsten en technologie die de leveranciers uit dergelijke bronnen halen;

16.  doet een beroep op de Commissie "pool procurement strategies" in het kader van artikel 31, onder b) en andere strategieën te ondersteunen die kunnen worden toegepast door landen en groepen van landen om grotere koopkracht te bereiken alsmede omvangrijke besparingen bij de productie van generieke geneesmiddelen tegen betaalbare prijzen en rechtstreekse investeringen te stimuleren in lokale productiefaciliteiten binnen een regio;

17.  verzoekt de Raad de Commissie te machtigen om in het kader van de WHO proactieve steun te verlenen aan de werkzaamheden van de intergouvernementele werkgroep voor volksgezondheid, innovatie en intellectueel eigendom (IGWG), zoals door voorstellen om opnieuw een onderzoek in te stellen naar het verband tussen de prijsvorming en de O&O-kosten, in verband met het concipiëren van werkbare nieuwe modellen, en het Parlement regelmatig verslag uit te brengen over de werkzaamheden van die werkgroep; verzoekt de Raad voorts de mogelijkheid te overwegen om het Parlement officieel te laten vertegenwoordigen in de IGWG door een aantal van zijn leden;

18.  spoort farmaceutische ondernemingen aan alternatieve prijsvormingsmethodes te hanteren, uitgaande van grote hoeveelheden en smalle marges, wat de toegang tot geneesmiddelen zou kunnen vergroten;

19.  wijst erop dat namaak van geneesmiddelen als zodanig geen octrooikwestie is;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten van de EU en van de ACS-landen, de WTO en de hoofden van UNAIDS, UNDP en UNFPA.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0274.
(2) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0204.
(3) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0321.
(4) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0526.

Laatst bijgewerkt op: 6 juli 2007Juridische mededeling