Procedure : 2007/2603(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0286/2007

Ingediende teksten :

B6-0286/2007

Debatten :

PV 11/07/2007 - 15
CRE 11/07/2007 - 15

Stemmingen :

PV 12/07/2007 - 6.11
CRE 12/07/2007 - 6.11

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0351

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 86kDOC 42k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0279/2007
9 juli 2007
PE 393.001v01-00
 
B6‑0286/2007
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Cristiana Muscardini, Michał Kamiński, Adam Bielan, Hanna Foltyn-Kubicka, Inese Vaidere en Ryszard Czarnecki
namens de UEN-Fractie
over Pakistan

Resolutie van het Europees Parlement over Pakistan 
B6‑0286/2007

Het Europees Parlement,

–  gelet op de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Islamitische Republiek Pakistan inzake partnerschap en ontwikkeling, waarvan de sluiting op 22 april 2004 werd goedgekeurd door het Parlement,

–  gezien de recente verklaringen van leden van de VS-delegatie onder leiding van de heer Negroponte in Islamabad,

–  onder verwijzing naar eerdere resoluties over mensenrechten en democratie in Pakistan, inzonderheid die van 10 februari 2004 en 22 april 2004,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat sinds dinsdag ten minste 24 mensen zijn omgekomen en vele andere zijn gewond als gevolg van de spanningen tussen pro-Talibaan koranstudenten en de president, generaal Pervez Musharraf, rond de Lal Masjid of Rode Moskee in Islamabad,

B.  overwegende dat de Rode Moskee het centrum was van een felle campagne voor invoering van de shari'a, een vorm van islamitisch recht, in Pakistan,

C.  overwegende dat dit incident in heel Pakistan geweld heeft uitgelokt en het aantal slachtoffers heeft doen toenemen,

D.  overwegende dat zorgen over de binnenlandse veiligheid ontstonden na de zelfmoordaanslag op 28 april waarbij 30 mensen de dood vonden en de minister van binnenlandse zaken Sherpao werd gewond op een politieke bijeenkomst in Peshawar,

E.  overwegende dat het afgelopen weekend opnieuw een moordaanslag is gepleegd op president Musharraf, een nieuw bewijs van de politieke instabiliteit in het land,

F.  overwegende dat president Musharraf een politieke crisis heeft veroorzaakt door de schorsing van opperrechter Iftikhar Chaudhry op 12 maart die aanleiding heeft gegeven tot een golf van ontslagnemingen onder rechters en protesten over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht,

G.  overwegende dat het Parlement altijd krachtige steun heeft gegeven aan mensenrechtenclausules in handels- en samenwerkingsovereenkomsten,

H.  overwegende dat de Europese Unie aanzienlijke steun verleent aan Pakistan voor armoedebestrijding en sociale ontwikkeling,

I.  overwegende dat de laatste botsingen in en rond de Rode Moskee, die een hoge tol aan slachtoffers hebben geëist, een duidelijk vertoon zijn van de macht van de radicale moslimbeweging,

1.  dringt er bij de EU op aan een lans te breken voor de democratie- en mensenrechtenclausule in haar overeenkomsten met Pakistan en te streven naar een intensieve politieke dialoog over de mensenrechten; is verheugd dat de EU toezicht zal houden op de parlementsverkiezingen in Pakistan en dat het EP deel zal uitmaken van de waarnemersmissie;

2.  onderstreept dat elke verstoring van het verkiezingsproces onaanvaardbaar is en dat er een constitutionele uitweg moet worden gevonden;

3.  pleit in het bijzonder voor een onderzoek naar de mogelijkheid om een speciale mensenrechtendialoog met Pakistan op gang te brengen en speciale subcommissies voor mensenrechten in te stellen die zich met beide landen bezighouden, net als in bepaalde andere landen het geval is;

4.  doet een beroep op de internationale gemeenschap er bij president Musharraf op aan te dringen dat hij zijn toezeggingen nakomt, met name wat betreft het serieus controleren van de madrassa's die in handen zijn van gewelddadige sectarische groepen en het mogelijk maken van volwaardige en eerlijke verkiezingen in 2007;

5.  doet een beroep op de regering om het openbaar onderwijs meer te steunen en te hervormen en de sectarische en pro-jihad elementen uit het systeem te verwijderen;

6.  dringt er bij Pakistan op aan een actievere rol te spelen bij de versoepeling van de politieke betrekkingen met India, in het bijzonder wat betreft de situatie in Kashmir;

7.  betreurt dat het leger nog altijd grote invloed uitoefent op de politiek en de regering in Pakistan;

8.  vestigt er de aandacht op dat de internationale gemeenschap zich ernstig zorgen maakt over de rol van Pakistan bij de verspreiding van kernwapens;

9.  stelt vast dat Pakistan een aantal stappen heeft gezet om de zorgen van de internationale gemeenschap weg te nemen, maar onderstreept dat niet uit het oog mag worden verloren dat er nog altijd grote ongerustheid bestaat over de democratie, de mensenrechten, de positie van vrouwen, kinderen en minderheden, het recht op vrije meningsuiting, het probleem van de verspreiding van kernwapens, de rol van het leger in het conflict en in het politieke leven in Pakistan in het algemeen en de gedooghouding ten opzichte van extremisten;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de regering van Pakistan.

Laatst bijgewerkt op: 10 juli 2007Juridische mededeling