Procedure : 2007/2594(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0310/2007

Ingediende teksten :

B6-0310/2007

Debatten :

PV 11/07/2007 - 21
CRE 11/07/2007 - 21

Stemmingen :

PV 12/07/2007 - 6.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0354

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 104kDOC 52k
9 juli 2007
PE 393.025v01-00
 
B6‑0310/2007
naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Josep Borrell Fontelles
namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking
over de democratische controle op de uitvoering van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI)

Resolutie van het Europees Parlement over de democratische controle op de uitvoering van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) 
B6‑0310/2007

Het Europees Parlement,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Europees Parlement begonnen is aan een proces van democratische controle op de uitvoering van het DCI,

B.  overwegende dat overeenkomstig artikel 2, lid 1 van het DCI "het uitbannen van armoede in de partnerlanden (...), met inbegrip van de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling" de overkoepelende doelstelling van samenwerking is van dit instrument,

C.  overwegende dat het Europees Parlement drie resoluties aangenomen heeft overeenkomstig artikel 81 van zijn Reglement, waarin het de mening uit dat de Commissie in een aantal ontwerpbeschikkingen tot vaststelling van strategiedocumenten haar uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt(1),

D.  overwegende dat de conclusies van de parlementaire controle op de ontwerpen van thematische, regionale en landenstrategiedocumenten aan de Commissie werden toegezonden in de vorm van een begeleidende brief(2) waarin het accent wordt gelegd op de voornaamste problemen van horizontale aard die het Europees Parlement aan de orde wenst te stellen, en meer dan 150 bladzijden waarin het oordeel van het Europees Parlement over de individuele strategiedocumenten wordt samengevat en de Commissie wordt verzocht specifieke informatie te verschaffen over individuele gevallen,

E.  overwegende dat de Commissie heeft geantwoord in de vorm van een brief d.d. 26 maart van commissarissen Ferrero-Waldner en Michel aan de Commissie ontwikkelingssamenwerking, die dient te worden beschouwd als een "geconsolideerd antwoord op zowel de brief als de resolutie"(3),

F.  overwegende dat de commissarissen verklaren dat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling niet kunnen worden verwezenlijkt door zich uitsluitend te richten op basisdiensten, maar terzelfder tijd hun toezegging bevestigen de doelstelling van toewijzing van 20% van de steun uit de DCI-landenprogramma's aan basis- en secundair onderwijs en eerstelijnsgezondheidszorg tegen 2009 te verwezenlijken,

G.  overwegende dat de Commissie voorts stelt dat samenwerking op het gebied van hoger onderwijs op zich zal bijdragen aan de vorming van een nationaal professioneel kader dat in staat is de noodzakelijke beleidsmaatregelen inzake uitroeiing van armoede en duurzame ontwikkeling te beheren en te genereren,

H.  overwegende dat de Commissie erop wijst dat zij aan het onderzoeken is hoe het proces van raadpleging van de diverse belanghebbenden kan worden verbeterd en dat bij de opstelling van de jaarlijkse actieprogramma's de voorgestelde maatregelen zullen worden onderworpen aan een gendereffectbeoordeling, voor zover zulks relevant is,

I.  overwegende dat mainstreaming van transsectorale kwesties, zoals bevordering van de mensenrechten, gendergelijkheid, democratie, behoorlijk bestuur, rechten van kinderen, gehandicapten en inheemse bevolkingen, milieuduurzaamheid en bestrijding van HIV/AIDS, in alle programma's dient te worden uitgevoerd,

J.  overwegende in artikel 25, lid 1, letter b) van het DCI wordt gesteld dat de financiering de vorm kan aannemen van begrotingssteun "als het partnerland het beheer van de overheidsuitgaven op voldoende transparante wijze controleert" en dat de Commissie "inspanningen van de partnerlanden ter ontwikkeling van de parlementaire controle- en auditcapaciteit" moet ondersteunen,

1.  verwelkomt de brief van 26 maart van de commissarissen Ferrero-Waldner en Michel aan de Commissie ontwikkelingssamenwerking, maar betreurt dat daarin geen concreet antwoord wordt gegeven op de specifieke vragen die in de brief van het Europees Parlement zijn gesteld en dat tot nu toe geen antwoord is ontvangen op de specifieke kwesties die in de conclusies van het Europees Parlement over de individuele strategiedocumenten aan de orde zijn gesteld;

2.  verzoekt de Commissie met aandrang zich verder in te zetten voor de uitroeiing van armoede en de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, met name door sterk het accent te leggen op eerstelijnsgezondheidszorg en basisonderwijs; onderstreept dat voor landen waar deze sectoren niet bij voorrang voor hulp in aanmerking komen, de Commissie gedetailleerde informatie moet verschaffen over andere donoractiviteiten, die aantoont dat het partnerland op weg is naar de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling tegen het jaar 2015;

3.  betreurt dat de landenstrategiedocumenten onvoldoende middelen bestemmen voor het overkoepelende DCI-doel de armoede uit te roeien en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te verwezenlijken; betreurt in het bijzonder dat het helemaal niet duidelijk is hoe de EU de "benchmark 20% van haar in het kader van de DCI-landenprogramma's verleende steun te bestemmen voor basis- en secundair onderwijs en eerstelijnsgezondheidszorg" tegen 2009 zal halen; verzoekt de Commissie met aandrang gedetailleerd aan te geven hoe zij deze verbintenis zal naleven en of in dit verband instructies zijn gegeven aan deskofficers en delegaties en een specifieke statistische basis werd vastgesteld;

4.  erkent het belang van sommige niet-ontwikkelingsactiviteiten, zoals de versterking van de zichtbaarheid van de EU in het buitenland, en bepaalde acties in verband met hoger onderwijs, regionale integratie, handel en civiele luchtvaart, aangezien deze positieve effecten kunnen hebben op de betrekkingen tussen de EU en haar partnerlanden, maar herinnert eraan dat het DCI een specifiek ontwikkelingsinstrument is waarbij wettelijk voorgeschreven is dat de volledige financiering uit hoofde van de geografische programma's en minstens 90% van de financiering uit hoofde van de thematische programma's openbare ontwikkelingshulp (ODA) moet zijn conform de OECD/DAC-criteria: wijst erop dat niet-ODA-activiteiten uit andere bronnen dienen te worden gefinancierd;

5.  verzoekt de Commissie gedetailleerde informatie te verschaffen over het effect van alle in het kader van het DCI geplande activiteiten op de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, en in volgorde van prioriteit aan te geven welke criteria zij toepast voor de toewijzing van kredieten aan de diverse geografische DCI-programma's, en voor de vaststelling van strategiedocumenten voor bepaalde landen en regio's, en niet voor andere;

6.  waardeert en steunt de inspanningen van de Commissie wat betreft de verdeling van de taken en de donorcoördinatie, maar wijst op de noodzaak van een algemeen overzicht van alle donoractiviteiten, en verzoekt de Commissie dan ook het Europees Parlement voor elk land en elke regio een gedetailleerde up-to-date "donor matrix" te verschaffen;

7.  verzoekt de Commissie het Europees Parlement te laten weten hoe zij zal zorgen voor werkelijke en doeltreffende raadpleging van alle belanghebbenden in alle fasen van het programmeringsproces, in het bijzonder wanneer zij van plan is nieuwe activiteiten in te voeren;

8.  betreurt dat in de strategiedocumenten en de indicatieve programma's niet is gezorgd voor duidelijke mainstreaming van transsectorale kwesties en verzoekt de Commissie dan ook met aandrang deze op werkelijk horizontale wijze op te nemen in haar jaarlijkse actieprogramma's en duidelijke ijkpunten voor mainstreaming en/of impactindicatoren over de geplande activiteiten te verschaffen;

9.  dringt er bij de Commissie op aan de criteria voor het verlenen van begrotingssteun strikt toe te passen en met name af te zien van dit soort acties in landen waar de doorzichtigheid van de overheidsuitgaven niet kan worden gegarandeerd; verzoekt de Commissie het Europees Parlement tevens aanvullende informatie te verschaffen, met name over de wijze waarop zij in alle landen die profiteren van begrotingssteun tegemoet komt aan de wettelijke verplichting "de inspanningen van de partnerlanden ter ontwikkeling van de parlementaire controle- en auditcapaciteit(4)" te ondersteunen;

10.  verzoekt de Commissie het Europees Parlement alle informatie over de geografische en thematische programma's toe te sturen, samen met de volledige lijst van de leden van het DCI-comité, en de leden van het DCI-beheerscomité onmiddellijk en systematisch alle conclusies van de controle door het Europees Parlement toe te zenden, in hun volledige versie;

11.  verwacht dat de Commissie tegemoet zal komen aan de bezorgdheden die het Europees Parlement in de conclusies van de controle op de strategiedocumenten heeft geuit, en bij de opstelling van de jaarlijkse actieplannen ten volle rekening zal houden met de aanbevelingen en verzoeken van het Europees Parlement;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de leden van het DCI-beheerscomité.

(1)- Resolutie van het Europees Parlement van 15 februari 2007 over de ontwerpbeschikkingen van de Commissie tot vaststelling van de landenstrategiedocumenten en indicatieve programma's voor Maleisië, Brazilië en Pakistan (P6_TA-PROV(2007)0045)( http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=MOTION&reference=B6-2007-0067&language=ENB6-0067/2007);- Resolutie van het Europees Parlement van 7 juni 2007 over de ontwerpbeschikkingen van de Commissie tot vaststelling van de regionale strategiedocumenten en indicatieve programma's voor Mercosur en Latijns-Amerika P6_TA-PROV(2007)0233)( http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=MOTION&reference=B6-2007-0236&language=ENB6-0236/2007); - Resolutie van het Europees Parlement van 21 juni 2007 over de ontwerpbeschikking van de Commissie tot vaststelling van een regionaal strategiedocument 2007-2013 en een indicatief meerjarenprogramma voor Azië P6_TA-PROV(2007)0280)( http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=MOTION&reference=B6-2007-0265&language=ENB6-0265/2007).
(2)Brief D (2007) 303749 van 5 maart 2007 van de voorzitter van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, Josep Borrell Fontelles, aan de commissarissen Ferrero-Waldner en Michel (geregistreerd als comitologiedocument nr. CMT-2007-1709 - bijlage geregistreerd als comitologiedocument nr. CMT-2007-1709-2).
(3) Brief A (2007) 5238 van 26 maart 2007 van commissaris Ferrero-Waldner aan de voorzitter van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, Josep Borrell Fontelles (geregistreerd als comitologiedocument nr. CMT-2007-1709-3).
(4) DCI, artikel 25, lid 1, letter b).

Laatst bijgewerkt op: 10 juli 2007Juridische mededeling