Procedure : 2007/2624(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0356/2007

Ingediende teksten :

B6-0356/2007

Debatten :

PV 25/09/2007 - 5
CRE 25/09/2007 - 5

Stemmingen :

PV 26/09/2007 - 6.4

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0412

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 126kDOC 54k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0351/2007
19 september 2007
PE394.795v01-00
 
B6‑0356/2007
naar aanleiding van de verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Hiltrud Breyer, Heide Rühle en Carl Schlyter
namens de Verts/ALE-Fractie
over gevaarlijk speelgoed en de noodzakelijke herziening van de richtlijn inzake de veiligheid van speelgoed

Resolutie van het Europees Parlement over gevaarlijk speelgoed en de noodzakelijke herziening van de richtlijn inzake de veiligheid van speelgoed 
B6‑0356/2007

Het Europees Parlement,

–  gezien RAPEX, het waarschuwingssysteem van de EU voor alle gevaarlijke consumptiegoederen met uitzondering van voedsel, geneesmiddelen en medische apparatuur, voor de snelle uitwisseling van gegevens tussen lidstaten en de Commissie over maatregelen die zijn genomen ter voorkoming of beperking van het op de markt brengen of gebruik van producten die een ernstig gevaar vormen voor gezondheid en veiligheid van consumenten,

–  gezien de adviezen van de wetenschappelijke comités van de Commissie en een aantal door DG Ondernemingen in opdracht gegeven onderzoeken naar de veiligheid van speelgoed,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat door de golf van in augustus en september 2007 door diverse bedrijven teruggeroepen speelgoed - alleen Mattel heeft al meer dan 20 miljoen stuks speelgoed teruggeroepen - bij de burgers alom verontrusting is ontstaan over het gebrek aan veiligheid van speelgoed,

B.  overwegende dat in de eerste 35 weken van 2007 volgens RAPEX 913 kennisgevingen van terugroeping zijn gedaan en dat het vaak hele reeksen producten betreft, terwijl er in het hele jaar 2006 924 gevallen van ernstig gevaar zijn gemeld, d.w.z. een stijging van bijna 50%; overwegende dat de meeste kennisgevingen speelgoed betreffen (32% van het totaal in de eerste 35 weken van 2007, te weten 293 van de in totaal 913 kennisgevingen), dus een aanzienlijke stijging ten opzichte van de 24% uit 2006,

C.  overwegende dat in 2006 48% van alle ontdekte onveilige producten of reeksen producten in China was vervaardigd en dat van 17% de oorsprong niet vaststaat,

D.  overwegende dat het terugroepen van onveilig speelgoed volstrekt verdedigbaar is, maar niet meer dan een laatste redmiddel vormt dat slechts zelden daadwerkelijke consumentenbescherming biedt, nog afgezien van het feit dat terugroepingen vaak na verloop van lange tijd plaatsvinden, dat gemiddeld een zeer geringe hoeveelheid speelgoed wordt ingeleverd, en dat het leeuwendeel van het onveilige speelgoed dus bij de consument thuis blijft,

E.  overwegende dat volgens RAPEX aan geen enkel bedrijf dat onveilig speelgoed op de markt heeft gebracht een boete is opgelegd,

F.  overwegende dat heldere regelgevende bepalingen die de veiligheid van speelgoed vanaf de productie waarborgen een voorwaarde zijn voor daadwerkelijke consumentenbescherming, en dat deze regelgevende bepalingen ten volle ten uitvoer moeten worden gelegd en gehandhaafd,

G.  overwegende dat Richtlijn 88/378/EEG van de Raad inzake de veiligheid van speelgoed - hierna de RVS genoemd - een zogeheten richtlijn "volgens de nieuwe aanpak" is die voor het eerst wordt omschreven in een resolutie van de Raad van 7 mei 1985; overwegende dat de wetgever door de "nieuwe aanpak" wordt beperkt tot het vaststellen van "wezenlijke eisen" en dat de vaststelling van specifieke geharmoniseerde normen om deze wezenlijke eisen ten uitvoer te leggen wordt overgedragen aan de Europese normeringsorganen, overwegende dat deze normeringsorganen in hoge mate beheerst worden door de desbetreffende sectoren van de industrie,

H.  overwegende dat het conformiteitsmerk van de EG uitsluitend betrekking heeft op de wezenlijke eisen en de eventuele normen, maar dat deze betrekking kunnen hebben op zeer uiteenlopende aspecten (bijvoorbeeld mechanische veiligheid, doelmatig energiegebruik, scheikundige aspecten) van het product als geheel of slechts op delen ervan, die geen van alle op het product worden gespecificeerd,

I.  overwegende dat toetsing van conformiteit met de Europese normen door onafhankelijke organen slechts in uitzonderingsgevallen voorkomt,

J.  overwegende dat door het EG-merk niet wordt aangegeven of speelgoed of andere producten veilig zijn en dat dit nooit de bedoeling is geweest,

K.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 16 mei 2006 over de "strategie voor vereenvoudiging van de regelgeving" heeft gezegd "dat standaardisering dreigt te leiden tot minder transparantie en minder verantwoordingsplicht, aangezien de gekozen vertegenwoordigers niet meer bij de besluitvorming worden betrokken en de inspraak van niet-gouvernementele organisaties en andere belanghebbende partijen niet meer in gelijke mate is gegarandeerd; is derhalve van mening dat standaardisering strikt beperkt moet blijven tot louter technische harmonisatiemaatregelen",

L.  overwegende dat het Parlement in strijd met de comitologie, met name de nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing, momenteel geen enkel recht heeft besluiten op het gebied van standaardisering te sturen,

M.  overwegende dat uiterlijk in 1997 duidelijk is aangetoond dat de RVS met betrekking tot de chemische veiligheid van speelgoed niet voldeed, omdat op dat moment voor het eerst van zacht PVC gemaakt speelgoed - dat volgens verklaringen van de producenten in overeenstemming was met de RVS! - moest worden teruggeroepen omdat het gevaarlijke zachtmakers bevatte (zogeheten ftalaten), overwegende dat de Gemeenschap in 2005 in alle speelgoed het gebruik van drie ftalaten die toxisch zijn voor de voortplanting heeft verboden, en van drie andere gevaarlijke ftalaten in alle speelgoed dat in de mond kan worden gestopt(1); overwegende dat moeilijk te begrijpen is dat slechts drie en niet alle stoffen uit de categorie kankerverwekkende, mutagene of toxische stoffen in speelgoed verboden zijn,

N.  overwegende dat uit de situatie rond speelgoed van zacht PVC, het zeer grote aantal terugroepingen van speelgoed van de afgelopen tijd en de aanzienlijke tekortkomingen van de RVS met betrekking tot de daarin opgenomen ontoereikende wezenlijke eisen en geharmoniseerde normen, waarvoor bewijsmateriaal wordt geleverd in een aantal adviezen van de wetenschappelijke comités van de Commissie en onderzoeken door de Commissie, duidelijk blijkt dat de op een nieuwe aanpak gebaseerde RVS niet zorgt voor voldoende veiligheid van speelgoed, met name wat betreft de chemische veiligheid (zie bijlage),

O.  overwegende dat de Commissie heeft toegezegd het probleem van aromaten in speelgoed aan te pakken in het kader van de herziening van de RVS(2),

P.  overwegende dat duidelijk is aangetoond dat de wezenlijke eisen en de dienovereenkomstige normen die in het kader van de normering zijn vastgesteld om te zorgen voor de nodige veiligheid niet voldoen, met name voor wat betreft de migratie van een aantal gevaarlijke stoffen, maar dat zij niettemin ongewijzigd blijven,

Q.  overwegende dat de diensten van de Commissie zich geheel en al bewust zijn van de mislukking van de RVS en sinds 2001 werken aan herziening ervan, maar het tot dusverre nog niet eens zijn geworden over een wetsvoorstel,

1.  verzoekt de Commissie vóór het eind van het jaar een wetgevingsvoorstel in te dienen tot volledige herziening van de RVS;

2.  verzoekt de Commissie in het kader van de herziening van de RVS terug te grijpen op de "oude aanpak" of de benadering te volgen die is vastgesteld in Richtlijn 2005/32/EG betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten(3), waarin specifieke uitvoeringsvoorwaarden voor de belangrijkste eisen moeten worden vastgesteld in comitologie tijdens de regelgevingsprocedure met toetsing, waardoor het Parlement de mogelijkheid krijgt de tenuitvoerlegging van veiligheidsbepalingen voor speelgoed tot op zekere hoogte te sturen, en in aanvulling hierop moeten sommige gevaarlijke chemische stoffen duidelijk worden verboden;

3.  stemt in met het advies van het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's van 29 mei 2007 dat stoffen die kankerverwekkend, mutageen of toxisch voor de voortplanting zijn, alsook in hoge mate toxische bestanddelen niet in speelgoed moeten worden gebruikt en verzoekt de Commissie voor te stellen deze stoffen in speelgoed onvoorwaardelijk te verbieden;

4.  verzoekt de Commissie in haar voorstel voor een herziene RVS een verbod op te nemen op het gebruik van alle aromaten, sensibilisatoren en hormoonontregelaars;

5.  verzoekt de Commissie in het kader van de herziening van de RVS specifieke bepalingen voor te stellen over oneetbaar speelgoed in voedsel;

6.  wijst er met nadruk op dat het EG-merkteken door zijn zelfregulerende aard nooit bedoeld was als een veiligheidskenmerk voor de hele EU en dat dit zelfs onmogelijk is; acht alle pogingen het om te vormen tot een teken van consumentenvertrouwen uiterst misplaatst en misleidend;

7.  dringt er bij de Commissie op aan om met spoed maatregelen te nemen om het probleem van gevaarlijke producten van onbekende herkomst aan te pakken; wijst erop dat importeurs dezelfde verantwoordelijkheid moeten hebben als producenten uit de EU en verzoekt de Commissie dan ook er ten eerste voor te zorgen dat iedere producent die goederen naar de EU invoert in de EU een wettelijk vertegenwoordiger heeft, en ten tweede dat op ieder op de markt gebracht product duidelijk en eenduidig staat aangegeven wie de producent of de wettelijke vertegenwoordiger van een eventuele importeur is;

8.  verzoekt de Commissie voor de lidstaten in het voorstel voor een herziene RVS de verplichting op te nemen boetes te bepalen voor niet-naleving;

9.  verzoekt de Commissie toezicht en verslaglegging in RAPEX op te nemen om het mogelijk te maken de doelmatigheid te meten van alle terugroepingen van producten; acht "stille terugroepingen" zonder dat de burger gewaarschuwd wordt misplaatst in alle gevallen dat producten reeds verkocht zijn;

10.  verzoekt de lidstaten voldoende kredieten ter beschikking te stellen voor het uitvoeren van grootschalige en doelmatige controles om te waarborgen dat de bepalingen van de oude en nieuwe richtlijn worden nageleefd, met inbegrip van doelmatige en afschrikwekkende sancties bij niet-naleving;

11.  verzoekt de Chinese instanties en de instanties van andere landen die speelgoed naar de EU wensen te exporteren de maatregelen te nemen die nodig zijn ter verbetering van productienormen, marktbewaking en handhavingsmechanismen ter waarborging van volledige productveiligheid tijdens het gehele productieproces, met inbegrip van de intrekking van uitvoervergunningen voor recidivisten;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Bijlage

   -Op 12 november 2003 heeft het Wetenschappelijk Comité voor de toxiciteit, de ecotoxiciteit en het milieu (CSTEE) van de Commissie ernstige kritiek geuit op een rapport van het Europees comité voor normalisatie (CEN) over de risicobeoordeling van organische chemische stoffen in speelgoed en gesteld dat de wetenschappelijke kwaliteit van het rapport over risicobeoordeling in het algemeen slecht is, dat het rapport tal van inconsequenties en fouten bevat en tenslotte dat het rapport het oorspronkelijke doel niet dient; het biedt geen adequate grondslag voor de vaststelling van normen(4).
   -Op 22 juni 2004 stelde het CSTEE vast dat de huidige limietwaarden voor anorganische chemische stoffen in de bijlage bij de RVS klaarblijkelijk gebaseerd zijn op een wetenschappelijk advies uit 1985, dat dit advies onjuiste veronderstellingen bevat en dat de voorgestelde limietwaarden moeten worden geactualiseerd zodat rekening wordt gehouden met de herziening van de aanvaardbare dagelijkse doses (ADD) en toelaatbare dagelijkse inname (TDI) sinds 1985(5).
   -Op 22 juni 2004 heeft het CSTEE voorts op tal van punten kritiek geuit op de norm voor de methode om de limietwaarden te testen van de biologische beschikbaarheid van bepaalde gevaarlijke bestanddelen, o.m. dat bij de norm geen rekening wordt gehouden met het in de mond stoppen, met als conclusie dat de norm moet worden geactualiseerd zodat rekening wordt gehouden met de sinds 1994 geboekte wetenschappelijke vooruitgang(6).
   -In oktober 2004 werden in een door DG Ondernemingen in opdracht gegeven onderzoek naar de gevolgen van de herziening van Richtlijn 88/378/EEG van de Raad inzake de veiligheid van speelgoed de volgende gebieden benoemd waarop de RVS haar doel wellicht niet heeft bereikt: de definitie van speelgoed; in verband hiermee, de etikettering van speelgoed; de mate van toereikendheid van geharmoniseerde normen en leemten in wezenlijke eisen, alsook handhaving(7).
   -In augustus 2006 is in een onderzoek op verzoek van DG Ondernemingen over chemische stoffen in speelgoed als volgt gewezen op een gebrek aan doorzichtigheid van normen inzake chemische stoffen in speelgoed: in tegenstelling tot EN-71-3 wordt de afleiding van migratielimieten in dit verslaag helder gemaakt(8).
   -Op 29 mei 2007 heeft het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's (WCGM) van de Commissie in haar advies inzake de reactie van CEN op het advies van het CSTEE inzake de beoordeling van het CEN-verslag over de risicobeoordeling van organische chemische stoffen in speelgoed verklaard dat het WCGM niet instemt met de procedure ter bepaling van actiegrenzen voor mutagene, kankerverwekkende of toxische stoffen en uiterst toxische bestanddelen. Dergelijke bestanddelen moeten niet in speelgoed aanwezig zijn(9).

(1) PB L 344 van 27.12.2005, blz. 40.
(2) PB L 68 van 8.3.2006, blz. 39.
(3) PB L 191 van 22.7.2005, blz. 29.
(4) http://ec.europa.eu/health/ph_risk/committees/sct/documents/out203_en.pdf.
(5) http://ec.europa.eu/health/ph_risk/committees/sct/documents/out235_en.pdf.
(6) http://ec.europa.eu/health/ph_risk/committees/sct/documents/out235_en.pdf.
(7) http://ec.europa.eu/enterprise/toys/documents/toys_final_report_without_annexes.pdf.
(8) http://ec.europa.eu/enterprise/toys/documents/study_on_bioavailability.pdf.
(9) http://ec.europa.eu/enterprise/toys/documents/toys_final_report_30_july_2007.pdf.

Laatst bijgewerkt op: 21 september 2007Juridische mededeling