Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0054/2008

Ingediende teksten :

B6-0054/2008

Debatten :

PV 30/01/2008 - 16
CRE 30/01/2008 - 16

Stemmingen :

PV 31/01/2008 - 8.8
CRE 31/01/2008 - 8.8

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 94kWORD 46k
23 januari 2008
PE401.035v01-00
 
B6‑0054/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Tobias Pflüger en Vittorio Agnoletto
namens de GUE/NGL-Fractie
over Iran

Resolutie van het Europees Parlement over Iran 
B6‑0054/2008

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over de betrekkingen EU-Iran en de schendingen van de mensenrechten in dit land,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  de ernst onderstrepend van de militaire en politieke dimensie van het huidige conflict in verband met het Iraanse nucleaire dossier; ten zeerste verontrust over de reële mogelijkheid van een nieuwe oorlog die in de nabije toekomst in het Nabije en het Midden-Oosten grote verwoestingen kan aanrichten en de vrede en stabiliteit in de wereld in gevaar kan brengen,

B.  de inspanningen toejuichend van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAAE) in Wenen, met name zijn secretaris-generaal en winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, de heer El-Baradei, om een politieke oplossing te vinden voor dit conflict via onderhandelingen, in het kader van de bestaande internationale verdragen, die enerzijds het recht van elke soevereine staat erkennen het civiele gebruik van kernenergie te financieren, maar anderzijds doeltreffende controles van het IAAE eisen om het gebruik van verrijkt uranium en/of plutonium voor militaire doeleinden te verhinderen,

1.  wenst dat de inspanningen om via onderhandelingen een alomvattende en billijke oplossing te vinden voor de Iraanse nucleaire kwestie op basis van de erkenning van het recht van Iran op nucleaire activiteiten voor vreedzame doeleinden en door dit land te geven controleerbare garanties wat het vreedzame karakter van zijn nucleaire programma betreft; verzoekt de EU-staten die zitting hebben in de Veiligheidsraad ervoor te zorgen dat de Veiligheidsraad afziet van de verdere behandeling van het Iraanse dossier, zodat het voortaan het voorwerp wordt van onderhandelingen in het kader van het Non-proliferatieverdrag (NPV);

2.  is er vast van overtuigd dat de dialoog en de diplomatie overtuigende oplossingen op lange termijn kunnen bieden voor het Iraanse dossier, met name in een door het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAAE) in Wenen beheerd multilateraal kader;

3.  onderstreept het belang van de herhaaldelijk door de secretaris-generaal van het IAAE en winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, de heer El-Baradei, gedane voorstellen wat betreft de normalisatie van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen Iran en de internationale gemeenschap, inclusief de Verenigde Staten, in ruil voor een oplossing op lange termijn voor het Iraanse nucleaire dossier; uit zijn bezorgdheid over het feit dat het antwoord van Washington en Londen tot nu toe meer lijkt ingegeven door de wil een militaire confrontatie onvermijdelijk te maken dan door het streven naar een politieke oplossing van het huidige conflict;

4.  weigert oorlog te beschouwen als een middel om de "Iraanse nucleaire kwestie" op te lossen en verwerpt dan ook elk initiatief, met name van de regering-Bush, om een internationale coalitie tot stand te brengen - naar het Iraakse voorbeeld - met het oog op een militaire interventie in Iran;

5.  neemt nota van het recente "gemeenschappelijke verslag" van alle Amerikaanse veiligheidsagentschappen en -diensten, inclusief de CIA, waarin ondubbelzinnig wordt gesteld dat de Iraanse autoriteiten al in 2003 hun militaire nucleaire programma hebben stopgezet en dat Iran bijgevolg niet, zoals de Amerikaanse president Bush beweert, een duidelijk en direct gevaar vormt dat een militaire interventie in Iran rechtvaardigt;

6.  uit zijn grote bezorgdheid over de reacties van president Bush, die de inhoud van het verslag loochent en de aanbevelingen ervan naast zich neerlegt, enkel en alleen in het vooruitzicht van een militaire oplossing voor de Iraanse kwestie, met name met het oog op de presidentsverkiezingen die eind 2008 in de Verenigde Staten worden gehouden;

7.  is integendeel van oordeel dat dit verslag van de 17 Amerikaanse agentschappen een nieuwe - in haar soort unieke en geloofwaardige - gelegenheid biedt om het Iraanse nucleaire dossier terug te plaatsen in zijn enig mogelijke politieke en institutionele kader, dat van het IAAE en de Verenigde Naties; verzoekt de Europese Unie en haar Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid, de heer Solana, onverwijld een politiek en diplomatiek initiatief te nemen in het kader van het IAAE, samen met de Arabische Liga, opdat het Iraanse nucleaire dossier opnieuw in Wenen wordt behandeld, in een multilateraal kader dat wordt versterkt door de garanties die worden geboden door de internationale verdragen terzake;

8.  vraagt de Iraanse regering in die context de internationale gemeenschap dringend een geloofwaardig bewijs te leveren van haar reële wil om een politieke oplossing op lange termijn te vinden voor het "nucleaire dossier", met name door de onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugkeer van IAAE-inspecteurs op het Iraanse grondgebied toe te staan, op grond van het beginsel dat elk land recht heeft op kernenergie voor civiele doeleinden, maar dan in het kader van onafhankelijke controles op een mogelijk gebruik van verrijkt uranium en plutonium voor militaire doeleinden;

9.  veroordeelt elk mogelijk gebruik, met name door de Iraanse president Ahmadinejad, van het nucleaire dossier voor ideologische propaganda of om de stabiliteit in de regio te bedreigen, zoals blijkt uit zijn onaanvaardbare verklaringen over het bestaan van de staat Israël of de mogelijkheid van een Iraanse aanval op Afghanistan en andere landen in de regio; onderstreept dat, in termen van nationale publieke opinie, de manipulatie van het Iraanse nucleaire dossier door de Iraanse president in zekere zin proportioneel is aan zijn toenemende politieke isolatie en zijn onvermogen verbergt om aan zijn volk het vooruitzicht te bieden van een democratische en economische ontwikkeling;

10.  betuigt zijn steun aan alle democratische politieke krachten en de civil society, met name vrouwen- en studentenverenigingen, die in Iran, ondanks toenemende onderdrukking, op niet-gewelddadige wijze strijden voor democratie en mensenrechten; herinnert aan zijn talrijke resoluties ter zake en bevestigt de standpunten die het daarin ingenomen heeft;

11.  neemt nota van de recente uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en het Hof in Londen, die zware kritiek geuit hebben op de wijze waarop de zwarte lijst van terroristische organisaties en personen door de bevoegde instanties van de Europese Unie is opgesteld, en met name hebben gevraagd dat de organisaties van de Iraanse oppositie van deze lijst worden geschrapt; herinnert eraan dat de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa zich eveneens heeft uitgesproken in die zin; verzoekt de Raad de nodige maatregelen te treffen om deze uitspraken, die de politieke en juridische pertinentie van de "zwarte lijst" duidelijk ter discussie stellen, in acht te nemen; vraagt dat een einde wordt gemaakt aan deze "zwarte lijst";

12.  besluit de heer El-Baradei ertoe uit te nodigen zijn globale voorstel voor een oplossing van het Iraanse nucleaire dossier te komen toelichten in het Europees Parlement; verzoekt het Sloveense voorzitterschap van de Europese Unie hem formeel te steunen bij zijn poging het niet te laten komen tot het gewapend conflict en de confrontatie waarop de Verenigde Staten aansturen;

13.  herhaalt zijn verzoek om een strikte toepassing van het NPV; verzoekt alle landen dit verdrag te ondertekenen en definitief een einde te maken aan nucleaire activiteiten voor militaire doeleinden; herhaalt zijn gehechtheid aan het idee van de totstandbrenging van een volledig kernwapenvrije Middellandse-Zeeregio, wat de ondertekening van het NPV door alle landen in het Nabije Oosten veronderstelt;

14.  is ervan overtuigd dat de huidige en toekomstige geloofwaardigheid van de Europese Unie afhangt van het beheer van de Iraanse crisis in politieke, niet-militaire termen, zoals dat het geval is geweest ten aanzien van de Amerikaans-Engelse oorlog tegen Irak; eist dan ook dat de Hoge Vertegenwoordiger, de heer Javier Solana, werkelijk Europese initiatieven voorstelt die niet onderworpen zijn aan de strategische belangen van de Verenigde Staten, rekening houdend met het feit dat de Europese Unie en haar lidstaten over de nodige economische en commerciële middelen beschikken om, indien zij dit willen, een authentieke Europese stem te laten horen;

15.  doet een beroep op de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de lidstaten van de Europese Unie in termen van buitenlands beleid, defensie en energiebeleid, en vraagt hun ten aanzien van het Iraanse dossier gemeenschappelijke standpunten in te nemen, in coördinatie met de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, het parlement en de regering van de Islamitische Republiek Iran, en de secretarissen-generaal van de Verenigde Naties, het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie en de Arabische Liga.

Laatst bijgewerkt op: 28 januari 2008Juridische mededeling