naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Annemie Neyts-Uyttebroeck
namens de ALDE-Fractie
over de Gedragscode van de EU betreffende de wapenhandel - onvermogen van de Raad om het gemeenschappelijk standpunt aan te nemen en de Gedragscode in een juridisch bindend instrument om te zetten
Resolutie van het Europees Parlement over de gedragscode van de EU betreffende de wapenhandel
B6‑0063/2008
Het Europees Parlement,
–
gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A.
overwegende dat de Gedragscode van de EU betreffende de wapenhandel in 2008 tien jaar bestaat,
B.
overwegende dat COARM (Groep export van conventionele wapens van de Raad) op 30 juni 2005 op technisch niveau overeenstemming heeft bereikt over de tekst van een gemeenschappelijk standpunt, die het resultaat was van een langdurig proces om de Gedragscode van de EU betreffende de wapenhandel te herzien ten einde de Gedragscode te veranderen in een doeltreffend instrument voor de controle op de wapenuitvoer vanaf het grondgebied van de EU en door bedrijven uit de EU,
C.
overwegende dat dankzij de aanneming van dit gemeenschappelijk standpunt de Gedragscode voor alle lidstaten van de EU een juridisch bindend instrument voor controle op de wapenuitvoer zal worden,
D.
overwegende dat het Europees Parlement zich herhaaldelijk zeer verheugd heeft getoond over dit gemeenschappelijk standpunt, met name in zijn resolutie van 18 januari 20071,
E.
overwegende dat de Raad sinds 2005 niet in staat is gebleken dit gemeenschappelijk standpunt op politiek niveau aan te nemen, waardoor het vraagstuk onopgelost blijft,
F.
overwegende dat deze kwestie steeds delicater wordt en wel om de volgende redenen:
o
het hervormingsverdrag van de EU en de Europese veiligheidsstrategie verbinden de EU ertoe te handelen als een verantwoordelijke speler op het wereldtoneel ten aanzien van strategische en humanitaire belangen;
o
er zijn diverse initiatieven in voorbereiding om het wapenaankoopbeleid van de afzonderlijke lidstaten, alsmede de intracommunautaire wapenhandel en ‑verkoop te harmoniseren;
o
ondanks het harde werk en de positieve inspanningen van de vertegenwoordigers van COARM om de Gedragscode en de harmonieuze toepassing ervan te verbeteren, wordt dit werk ondermijnd door verontrustende aantijgingen en berichten over wapenuitvoer door lidstaten van de EU naar landen die in een conflict verwikkeld zijn of net een conflict achter de rug hebben en waar instabiliteit en de situatie inzake de mensenrechten aanleiding geven tot twijfel over de naleving van de Gedragscode,
G.
overwegende dat het ontbreken van bredere overeenstemming in tegenspraak is met de voortrekkersrol die de Europese Unie en haar lidstaten op zich nemen bij de bevordering van diverse verdragen op wereldniveau en andere instrumenten om de wapenhandel door de overheid en particulieren te controleren,
1.
acht de huidige politieke impasse over de niet-aanneming van dit gemeenschappelijk standpunt verontrustend in het licht van het feit dat de Gedragscode betreffende de wapenhandel van de Europese Unie reeds tien jaar bestaat;
2.
dringt erop aan dat het Sloveense voorzitterschap de aanneming van dit gemeenschappelijk standpunt als prioriteit op de agenda van de bijeenkomsten van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen zet;
3.
doet een beroep op de lidstaten van de EU om een uitweg uit de huidige impasse te zoeken en de politieke ruimte te creëren om het proces voor de herziening van de Gedragscode dat al lang achter de rug had moeten zijn, eindelijk af te sluiten en het stelsel voor de controle op de wapenhandel van de EU juridisch bindend te maken voor alle lidstaten;
4.
is ervan overtuigd dat de bijdrage van de EU aan een internationaal bindend verdrag inzake de wapenhandel niet volledig efficiënt is zolang haar eigen regionaal instrument geen echte juridische waarde heeft;
5.
is ervan overtuigd dat gelijktijdig met de aanneming van het gemeenschappelijk standpunt maatregelen moeten worden genomen om onder andere:
-
onverantwoorde wapenhandel te voorkomen door een strikte naleving van de criteria van de Gedragscode zowel door bedrijven als door nationale strijdkrachten;
-
de controles op de tussenhandel te verbeteren en toe te passen, en de illegale wapenhandel via de lucht en over zee te voorkomen;
-
ervoor te zorgen dat recente aantijgingen over de schending van wapenembargo's snel worden onderzocht;
-
verkopen aan particuliere tussenhandelaren te voorkomen van wapens die in de loop van EVDB-, SSR- en andere humanitaire acties van de EU zijn ingezameld en de uitvoer ervan naar andere EVDB-gevoelige regio's te voorkomen;
-
de transparantie en kwaliteit van gegevens en de verslaglegging hierover te verbeteren;
6.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de parlementen en de regeringen van alle lidstaten van de EU.