naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
ingediend door Willy Meyer Pleite
namens de GUE/NGL-Fractie
over de schipbreuk van de New Flame en de gevolgen daarvan voor de baai van Algeciras
Resolutie van het Europees Parlement over de schipbreuk van de New Flame en de gevolgen daarvan voor de baai van Algeciras
B6‑0197/2008
Het Europees Parlement,
–
gelet op de artikelen 71, 80 en 251 van het EG-Verdrag,
–
onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de maritieme maatregelenpakketten en zijn resoluties over de veiligheid op zee,
–
gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A.
overwegende dat de Straat van Gibraltar, waar de Baai van Algeciras gelegen is, met 100.000 schepen per jaar de op één na drukst bevaarde scheepvaartroute in de Europese Unie is,
B.
overwegende dat de scheepvaart en bunkeractiviteiten een groot gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van de bevolking en het milieu ter plaatse, zodat strikte naleving van de communautaire regels ter zake geboden is,
C.
overwegende dat er in 2007 verscheidene ernstige incidenten in de Baai van Algeciras zijn voorgevallen, zoals het aan de grond lopen van de Sierra Nava en de Samothraki,
D.
overwegende dat op 12 augustus 2007 het vrachtschip New Flame en de olietanker Torm Gertrud vlak bij de rots van Gibraltar frontaal met elkaar in aanvaring kwamen, waarbij het vrachtschip zover zonk dat enkel het hoogste gedeelte van de romp boven water bleef, met alle gevaren van dien voor de scheepvaart ter plaatse,
E.
overwegende dat het probleem negen maanden na het ongeluk nog steeds niet opgelost is, waaruit blijkt dat de betrokken lidstaten verzuimd hebben alert te reageren,
F.
overwegende dat er tussen de havens van Algeciras en Gibraltar, waar zo'n 30.000 schepen voor anker gaan of afmeren, geen enkele communicatie of coördinatie bestaat met betrekking tot de binnenlopende en uitvarende schepen,
G.
overwegende dat zich aan de oevers van de Baai van Algeciras meermalen een aanzienlijke olieverontreiniging heeft voorgedaan, met name op 21 december 2007, toen het strand van Rinconcillo, Getares en Chinarral over duizend meter met olie besmeurd was,
H.
overwegende dat de wateren voor de kust van Gibraltar volgens het Verdrag van Utrecht onder Spaans gezag staan,
I.
overwegende dat Spanje heeft uitgemaakt dat Gibraltar in het kader van de onderlinge samenwerking voor de berging van de New Flame moest zorgen, aangezien het incident in de haven van Gibraltar was begonnen toen het schip daar zonder toestemming uitvoer,
J.
overwegende dat de Spaanse autoriteiten de hulp van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) hebben ingeroepen en dat EMSA een olieopruimingsschip heeft gestuurd,
K.
overwegende dat er, ofschoon bekend was dat de New Flame 700 ton IFO 380 aan boord had, niet gereageerd is op het verzoek om informatie over de omvang en de aard van de lading van het bulkschip, waaruit moet worden afgeleid dat het bestuur van Gibraltar deze informatie nog steeds geheim houdt,
1.
dringt er bij de betrokken partijen op aan dat zij een communicatie- en coördinatieorgaan in het leven roepen om de scheepvaart in de Baai van Algeciras in het oog te houden;
2.
is van oordeel dat de overdracht van het gezag aan Gibraltar geen goede beslissing was;
3.
dringt er bij de Spaanse regering op aan deze kwestie in samenwerking met de Britse regering aan te pakken en overeenstemming te bereiken om de milieuschade een halt toe te roepen;
4.
betreurt dat de hulp van EMSA ontoereikend was om de verontreiniging van de diverse stranden tegen te gaan;
5.
verzoekt de betrokken lidstaten inzichtelijke en uitvoerige informatie over de aard van de lading van de New Flame en de potentiële verontreiniging daardoor te verschaffen;
6.
verzoekt de lidstaten voortaan inzichtelijke en uitvoerige informatie te verschaffen zodra zich een dergelijk incident voordoet;
7.
verzoekt de verantwoordelijke lidstaat de balans op te maken van de schade aan het mariene milieu, met inbegrip van het ecosysteeem van de visgronden;
8.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen van de lidstaten.