Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0231/2008

Ingediende teksten :

B6-0231/2008

Debatten :

PV 18/06/2008 - 13
CRE 18/06/2008 - 13

Stemmingen :

PV 19/06/2008 - 5.5

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 103kDOC 45k
14 mei 2008
PE401.564v01-00
 
B6‑0231/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door André Brie, Gabriele Zimmer en Esko Seppänen
namens de GUE/NGL-Fractie
over de top EU-Rusland

Resolutie van het Europees Parlement over de top EU-Rusland 
B6‑0231/2008

Het Europees Parlement,

–  gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en de Russische Federatie anderzijds, die dateert van het begin van de jaren negentig en die in 2007 is afgelopen,

–  gezien het doel van de EU en Rusland, dat is verwoord in de gezamenlijke verklaring die is uitgegeven na de top in Sint Petersburg op 31 mei 2003, namelijk om een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een gemeenschappelijke ruimte van samenwerking op het gebied van externe veiligheid en een gemeenschappelijke ruimte van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van culturele aspecten, in het leven te roepen,

–  gezien het overleg over de mensenrechten tussen de EU en Rusland, in het bijzonder het meest recente overleg op 17 april 2008,

–  onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over de betrekkingen tussen de EU en Rusland,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de economische betrekkingen tussen de EU en Rusland zich de afgelopen jaren gestaag hebben ontwikkeld, hetgeen heeft geleid tot een diepgaande en omvattende economische samenwerking en wederzijdse afhankelijkheid, die in de nabije toekomst zeker nog groter zal worden,

B.  overwegende dat Rusland een belangrijk buurland van de EU is en een machtige politieke en economische factor in de regio en op het internationale vlak,

C.  overwegende dat zowel de EU als Rusland een grote verantwoordelijkheid dragen voor de stabiliteit, veiligheid en welvaart van heel Europa en dat zij voor de uitdaging staan om het wantrouwen te overwinnen en constructieve betrekkingen op te bouwen,

D.  overwegende dat de sluiting van een strategische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de Russische Federatie nog altijd van het allergrootste belang is voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen beide partners, overwegende dat zo spoedig mogelijk dit jaar een begin gemaakt moet worden met de onderhandelingen over deze nieuwe strategische partnerschapsovereenkomst;

E.  overwegende dat het volk van Rusland bij de recente verkiezingen voor de Doema en het presidentschap, die niet voldeden aan alle democratische regels van de OVSE, heeft gekozen voor de stabiliteit en continuïteit die wordt geassocieerd met president Poetin en de door hem voorgestelde kandidaat voor het presidentschap, overwegende dat de nieuwe president Medvedjev een solide mandaat heeft ontvangen van de meerderheid van de Russen,

F.  overwegende dat voortzetting van de dialoog tussen de partners nodig is om het eens te worden over echt "gemeenschappelijke waarden",

G.  overwegende dat aanhoudende bezorgdheid bestaat over de eerbiediging en bescherming van de mensenrechten, de overheidscontrole op de media, het verslechterend klimaat voor niet-gouvernementele organisaties, de politieke beïnvloeding van de rechterlijke macht en belemmeringen voor de activiteiten van de politieke oppositie, overwegende dat de Russische Federatie volwaardig lid is van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en zich daarmee heeft verplicht tot naleving van de beginselen van democratie en eerbiediging van de grondrechten,

H.  overwegende dat de nieuwe Russische president Dmitry Medvedjev in zijn inaugurele rede heeft bevestigd dat hij hecht aan de totstandkoming van een ontwikkeld en goed werkend rechtsstelsel als noodzakelijke voorwaarde voor economische en sociale ontwikkeling in Rusland,

I.  overwegende dat sprake is van een zorgwekkende rivaliteit tussen de EU en Rusland bij het scheppen van invloedssferen in de gemeenschappelijke omgeving; dat deze rivaliteit de oplossing van slepende conflicten verhindert en ertoe kan leiden dat nieuwe conflicten ontstaan, overwegende dat de Europese Unie en de Russische Federatie samen een actieve rol kunnen en moeten spelen bij het bereiken van vrede en stabiliteit in de gemeenschappelijke omgeving,

J.  overwegende dat de energievoorziening een van de belangrijkste terreinen voor samenwerking tussen de EU en Rusland is; dat de EU voor bijna 40% van haar gasimport afhankelijk is van Gazprom; dat daar tegenover staat dat 60% van de Russische uitvoer van olie en aardgas naar de EU gaat; overwegende dat deze onderlinge afhankelijkheid voor beide zijden van voordeel kan zijn,

K.  overwegende dat de betrekkingen tussen Rusland en de diverse lidstaten van de EU zich in de loop van de geschiedenis op verschillende manieren hebben ontwikkeld; dat deze historische ervaring een van de factoren is die de EU beletten om een doeltreffend beleid ten aanzien van Rusland te voeren en dat deze situatie contraproductief is,

1.  bevestigt andermaal zijn overtuiging dat Rusland bij de opbouw van een strategische samenwerking een belangrijke partner blijft, waarmee de EU niet alleen economische en handelsbelangen gemeen heeft, maar ook de doelstelling van nauwe samenwerking op het internationale vlak en in de gemeenschappelijke omgeving;

2.  roept de EU-lidstaten op hun verschillen te boven te komen, de voordelen van een gemeenschappelijke opstelling te laten overwegen en te werken aan een realistische benadering van Rusland die is gebaseerd op gemeenschappelijke belangen en feiten; betreurt de vertraging binnen de EU bij het formuleren van een mandaat voor de onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en roept de Raad op om nog vóór de top EU/Rusland van 26/27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk tot overeenstemming te komen;

3.  verwelkomt de keuze van de plaats waar de top EU-Rusland zal plaatsvinden, omdat deze het thuisland is van de Fins-Oegrische minderheid;

4.  dringt er bij de Commissie, de Raad en de lidstaten van de Europese Unie op aan om de éénentwintigste topconferentie EU/Rusland in Khanty-Mansiisk, samen met de regering van de Russische Federatie, aan te vatten als nieuw vertrekpunt voor een verdere intensivering van de betrekkingen tussen de EU en Rusland door een begin te maken met onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en zo de grondslag te leggen voor nieuwe concrete resultaten in de nabije toekomst;

5.  deelt de ernstige bezorgdheid van het Russisch volk over de Amerikaanse plannen om een antiraketsysteem op te stellen in lidstaten van de Europese Unie; is van mening dat het gevaar bestaat dat het nieuwe antiraketsysteem leidt tot een nieuwe wapenwedloop waarbij Europa het doelwit wordt van militaire aanvallen, en tot nieuwe politieke verdeeldheid tussen EU-lidstaten onderling en tussen Rusland en de Europese Unie; roept de Verenigde Staten op om hun plannen, die de Europese publieke opinie in beroering brengen, in te trekken; roept de regering en het parlement van de Tsjechische republiek en van Polen op om geen raketafweersysteem op hun grondgebied te aanvaarden;

6.  wijst een buitenlandse beleid gericht op het scheppen van invloedsferen van de hand; onderstreept dat de soevereiniteit en territoriale integriteit van alle staten volledig moeten worden geëerbiedigd, waaronder het recht van elke staat om te trachten zijn betrekkingen met andere staten en organisaties, uitgaande van zijn eigen belangenafbakening, zonder inmenging van buitenaf te ontwikkelen; roept de EU en Rusland op om dienovereenkomstig te handelen;

7.  roept de Commissie en de Raad op om gezamenlijke initiatieven met de Russische regering te ontplooien die een vergroting van de veiligheid en stabiliteit in de omringende landen tot doel hebben, met name via een intensievere dialoog over de regeling van slepende conflicten;

8.  neemt nota van de voortdurende uitwisseling van standpunten over de mensenrechten in Rusland als onderdeel van het overleg over de mensenrechten tussen de EU en Rusland; benadrukt dat de huidige situatie in Rusland aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten, democratie, vrijheid van meningsuiting en het recht van burgerorganisaties en individuele personen om de gezagsinstanties aan de kaak te stellen en verantwoordelijk te stellen voor hun daden; beklemtoont het belang van NGO's die onafhankelijk zijn van nationale regeringen, voor de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld; neemt nota van de Russische zorgen over schendingen van de mensenrechten in de EU, met name ten aanzien van de Russisch sprekende minderheden in de Baltische staten;

9.  neemt nota van de recente overeenkomst tussen de EU en Rusland om visumverlening gemakkelijker te maken, maar onderstreept dat visa nog soepeler afgegeven moeten kunnen worden, ook voor gewone bona fide reizigers die niet tot vooraf bepaalde categorieën behoren, en dat op lange termijn liberalisering nodig is;

10.  stelt vast dat de EU en Rusland meer samenwerken op het gebied van de burgerlijke en strafrechtspleging, de bestrijding van illegale immigratie en de aanpak van de drugs- en mensenhandel; dringt er op aan dat de burgerlijke vrijheden en de mensenrechten bij deze samenwerking ten volle worden geëerbiedigd;

11.  is ingenomen met de intensievere dialoog tussen de EU en Rusland over energiekwesties; benadrukt dat verdere samenwerking op dit gebied gebaseerd moet zijn op de beginselen van onderlinge afhankelijkheid en transparantie en op het belang van wederkerigheid; wenst dat meer nadruk wordt gelegd op energie-efficiëntie, energiebesparing en hernieuwbare energie;

12.  verwelkomt de nieuwe Russische wet die belangrijke onderdelen van het Bologna-proces opneemt in het Russische onderwijsstelsel; wenst dat Russische studenten en academici meer mogelijkheden krijgen om gebruik te maken van de uitwisselingsprogramma's van de EU; steunt het idee om Rusland te betrekken bij het zevende kaderprogramma voor onderzoek;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten en van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

Laatst bijgewerkt op: 16 mei 2008Juridische mededeling