Procedure : 2008/2576(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0285/2008

Ingediende teksten :

B6-0285/2008

Debatten :

PV 05/06/2008 - 2
CRE 05/06/2008 - 2

Stemmingen :

PV 05/06/2008 - 6.17
CRE 05/06/2008 - 6.17

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0257

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 110kDOC 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0281/2008
28 mei 2008
PE407.485v01-00
 
B6‑0285/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
ingediend door Philippe Morillon, Thierry Cornillet, Baroness Nicholson of Winterbourne en Marielle De Sarnez
namens de ALDE-Fractie
over het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied

Resolutie van het Europees Parlement over het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied 
B6‑0285/2008

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring van Barcelona, aangenomen op de Euro-mediterrane conferentie van 27 en 28 november 1995, waarin wordt besloten tot de oprichting van een Europees-mediterraan Partnerschap met een gedetailleerd werkprogramma,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2008 over het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied,

–  gezien de steun voor het beginsel betreffende het op gang brengen van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied van de Europese Raad van 13 en 14 maart 2008,

–   gezien de slotverklaring van het voorzitterschap van de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering (EMPA), alsook de aanbevelingen die werden aangenomen tijdens de vierde plenaire vergadering van de EMPA in Athene op 28 maart 2008,

–  gezien de conclusies van de Euro-mediterrane Conferentie van de ministers van Buitenlandse Zaken op 5 en 6 november 2007 in Lissabon,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de versterking van het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB) (COM(2006)0726),

–  gezien de mededeling van de Commissie over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering (COM(2007)0242) en zijn resolutie over deze kwestie (P6_TA(2008)0124),

–  gezien de conclusies van de Euro-mediterrane Top ter herdenking van de tiende verjaardag van het Euro-mediterrane partnerschap, op 27 en 28 november 2005 te Barcelona,

–  gezien de conclusies van de Euro-mediterrane Conferentie van de ministers van Buitenlandse Zaken op 2 en 3 december 2003 in Napels,

–  onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over het Middellandse-Zeebeleid van de Europese Unie,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de nadruk moet worden gelegd op het strategische belang van de Middellandse-Zeeregio en het Midden-Oosten voor de EU en de behoefte aan een Middellandse-Zeebeleid gebaseerd op solidariteit, dialoog, samenwerking en uitwisseling, om de gemeenschappelijke uitdagingen te kunnen aangaan en om het doel van de totstandbrenging van een ruimte waar vrede, stabiliteit en gedeelde welvaart heersen, te bereiken,

B.  overwegende dat tijdens de topbijeenkomst ter oprichting van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied op 13 juli 2008 te Parijs duidelijke richtsnoeren moeten worden opgesteld om de multilaterale betrekkingen van de EU met haar mediterrane partners te bevorderen en dat de werkmethoden moeten worden versterkt en de gedeelde verantwoordelijkheden moeten worden uitgebreid,

C.  overwegende dat de viering van 2008 als "Europees Jaar van de interculturele dialoog" de inspanningen van de EU moet versterken om samenwerking en culturele uitwisselingen te verkiezen bij het voorkomen van conflicten,

1.  is verheugd over de recente mededeling van de Europese Commissie over het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied, en gaat akkoord met de doelstelling van dit nieuwe initiatief om een nieuwe politieke en praktische stimulans te geven aan de multilaterale betrekkingen van de EU met haar mediterrane partners door de politieke betrekkingen te versterken, de wederzijdse inbreng te verhogen en meer verantwoordelijkheden te delen, alsook door regionale projecten op te zetten die ingaan op de behoeften van de burgers in het gebied;

2.  herhaalt zijn standpunt over het strategische belang van het Middellandse Zeegebied voor de Europese Unie, over de betekenis van de wederzijdse banden alsook over de nood dringend gemeenschappelijke uitdagingen aan te gaan;

3.  deelt de opvatting dat het proces van Barcelona een nieuwe impuls moet krijgen, omdat het een centraal element moet blijven van de samenwerking van de EU met het Middellandse Zeegebied; de verklaring van Barcelona, de doelen daarvan en de samenwerkingssectoren moeten de kern van deze betrekkingen blijven vormen; het nieuwe initiatief moet voortbouwen op de projecten van het Euro-mediterrane partnerschap, wat het proces een toegevoegde waarde zou verlenen;

4.  benadrukt dat het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied een parallel proces is dat los staat van de onderhandelingen over toetreding tot de EU die momenteel aan de gang zijn;

5.  bevestigt zijn bereidheid mee te werken aan het opzetten van een vernieuwd institutioneel kader voor het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied; wijst erop dat als tak van de begrotingsautoriteit van de EU, het Europees Parlement ervoor zal zorgen dat de nodige begrotingsmiddelen voorhanden zijn om de nieuwe instelling en de projecten in dit kader te doen slagen;

6.  is van oordeel dat het voorgestelde secretariaat in het licht van dit versterkt partnerschap niet mag zorgen voor meer bureaucratie en de bestaande structuren niet mag dupliceren;

7.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om een gemengde permanente commissie op te richten, met Brussel als zetel, bestaande uit vertegenwoordigers van alle deelnemers aan het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied;

8.  is ingenomen met het Commissievoorstel een co-voorzitterschap in te stellen voor het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied, dat wordt uitgeoefend tijdens vergaderingen van staatshoofden en ministers van Buitenlandse Zaken; benadrukt dat het voorzitterschap van de zuidelijke partners eenstemmig moet worden benoemd en dat het voorzittende land alle staten die bij het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied betrokken zijn, moet uitnodigen op topbijeenkomsten en ministervergaderingen;

9.  deelt de opvatting dat de huidige institutionele structuren van het proces van Barcelona gehandhaafd en versterkt moeten worden en dat de politieke, economische en culturele dialoog die de basis vormt van de Euro-mediterrane betrekkingen, moet worden geïntensiveerd;

10.  is ingenomen met het Commissievoorstel de betrekkingen met onze mediterrane partners op politiek niveau te verstevigen door om de twee jaar topbijeenkomsten in het kader van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied te organiseren, met als uiteindelijk doel de aanneming van politieke verklaringen en besluiten over algemene programma's en projecten die op regionaal niveau moeten worden ontwikkeld;

11.  vraagt de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering (EMPA) een wezenlijk onderdeel wordt van het institutionele kader van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied, als de parlementaire dimensie ervan; wijst erop dat in deze nieuwe ontwikkelingsfase van het Euro-mediterrane partnerschap het noodzakelijk is de democratische legitimiteit ervan te vergroten, wat kan worden bereikt door de rol van de EMPA, de enige parlementaire vergadering waarin de 27 EU-lidstaten en alle betrokken partijen zetelen, te versterken; beklemtoont het belang van de verdere formalisering van de rol van de EMPA als adviesorgaan dat eveneens het recht heeft voorstellen te doen en evaluaties te verrichten;

12.  herhaalt dat het Euro-mediterrane beleid om doeltreffend te zijn nood heeft aan een begroting die in overeenstemming is met de doelstellingen; merkt in het bijzonder op dat de EMPA, als democratische structuur die de parlementaire actie vertegenwoordigt, over de nodige middelen en administratieve structuren moet kunnen beschikken om doeltreffend te functioneren;

13.  steunt ten volle de ontwikkeling van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied, gebaseerd op democratische beginselen en de eerbiediging van de rechtstaat, hetgeen een sterk partnerschap moet opleveren op het vlak van het buitenlandse beleid, de veiligheid en de strijd tegen het terrorisme, en moet kunnen bijdragen tot het oplossen van het conflict in het Nabije Oosten;

14.  herhaalt dat een grotere participatie en een reëel engagement van de EU nodig zijn in het kader van de samenwerking met haar mediterrane partners, in de zoektocht naar oplossingen voor de verschillende conflicten die de regio blijven teisteren; merkt op dat de EU het voortouw moet nemen bij de oplossing van deze conflicten door het vertrouwen van alle betrokken partijen te winnen;

15.  herhaalt dat de ontwikkeling van de democratie, een van de hoofddoelstellingen van het Euro-mediterrane partnerschap, moet worden verwezenlijkt door het aanmoedigen van politieke hervormingen met de steun van de burgermaatschappij en van politieke fracties die het gebruik van geweld afwijzen;

16.  is van oordeel dat het van groot belang is dat de politieke dialoog wordt aangevuld met een versterkte culturele en sociale samenwerking, en dat er bijzondere nadruk wordt gelegd op door de zuidelijke partners gevoerde studies waarin hun standpunten worden uitgedrukt; steunt de wezenlijke rol die de Anna-Lindh-stichting speelt bij de bevordering van de interculturele dialoog;

17.  deelt de mening dat de verbetering van de betrekkingen tussen de EU en haar mediterrane partners het belang moet weerspiegelen van onze banden alsook de diepte van onze culturele en historische betrekkingen;

18.  is van oordeel dat cultuur beter moet worden opgenomen in het buitenlands beleid van de EU als een belangrijk element om de samenwerking met onze partners te versnellen;

19.  benadrukt dat cultuur een rol kan spelen bij de economische ontwikkeling en de sociale integratie, en is van oordeel dat het bijgevolg nuttig kan zijn de deelname aan te moedigen van universiteiten uit landen uit het Middellandse Zeegebied aan uitwisselingsprogramma's die de interculturele dialoog bevorderen, zoals Erasmus Mundus; herhaalt dat het nodig is duidelijke en transparante informatie ter beschikking te stellen van deze landen over de bestaande culturele en onderwijskundige programma's;

20.  bedankt het Sloveense Voorzitterschap voor het initiatief ter oprichting van een Euro-mediterrane universiteit (Piran), wat een belangrijke stap voorwaarts is, via een samenwerkingsnetwerk tussen de bestaande universiteiten, en verzoekt de Europese Raad en de landen uit het Middellandse Zeegebied dringend maatregelen te nemen om een begrotingslijn te creëren die moet toelaten de ontwikkeling van de Euro-mediterrane universiteit te bevorderen;

21.  herhaalt dat een van de belangrijkste doelen van het Euro-mediterrane beleid het bieden van steun aan democratisering, pluralisme, de rechtsstaat en een betere naleving van de mensenrechten is;

22.  benadrukt dat een versterking van de EU-steun nodig is voor de programma's van de mediterrane partners die een sociaal beleid moeten ontwikkelen dat het mogelijk maakt nieuwe banen te scheppen, vooral voor jongeren, de totstandbrenging van een gunstig klimaat voor investeringen te vergemakkelijken en de oprichting van kleine ondernemingen te bevorderen, door de toegang tot microkredieten te vergemakkelijken; herhaalt in dit opzicht zijn verzoek om de Europees-mediterrane investerings- en partnerschapsfaciliteit (FEMIP) om te vormen tot een Euro-mediterrane Ontwikkelingsbank;

23.  erkent dat het nodig is dat in de nieuwe verdiepte betrekkingen van de EU met haar mediterrane partners de onderlinge afhankelijkheid van de drie samenwerkingsterreinen wordt geëerbiedigd: politieke dialoog, economische uitwisselingen en communicatie tussen mensen;

24.  bevestigt het belang van de sociaal-economische convergentie tussen beide oevers van de Middellandse Zee, en van de regionale economische integratie;

25.  is van oordeel dat de projecten in het kader van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied, met name moeten worden gefinancierd door communautaire kredieten, kredieten van de partnerstaten alsook door particuliere investeringen;

26.  wijst op het belang van het blijven nastreven van de totstandbrenging van een Euro-mediterrane vrijhandelszone vóór 2010, om vrije markttoegang te verlenen aan producten afkomstig uit landen uit het Middellandse Zeegebied, wat eveneens zou bijdragen tot een grotere economische integratie van onze zuidelijke buren;

27.  benadrukt de vooruitgang die door de mediterrane partners werd geboekt om te komen tot economische stabiliteit; merkt op dat de liberalisering van de handel in goederen erop vooruit gaat en hoopt dat in de toekomst gelijkaardige resultaten kunnen worden geboekt in de dienstensector;

28.  steunt de door de Commissie voorgestelde initiatieven, zoals snelwegen op zee, de interconnectie van de snelweg van de Arabische Maghreb (AMA), de zuivering van de Middellandse Zee, de civiele bescherming en het plan solaire voor de Middellandse Zee; geeft kennis van zijn belangstelling voor de mogelijkheden van een elektriciteitsgenerator in de Noord-Afrikaanse woestijn die op thermische zonne-energie werkt en beveelt aan dat een gedachtewisseling over dit onderwerp prioritair aan bod komt tijdens de eerste vergaderingen van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied; steunt eveneens andere initiatieven zoals de ontzilting van het zeewater, een groot probleem in veel landen uit het Middellandse Zeegebied;

29.  dringt erop aan dat de projecten in het kader van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied open blijven staan voor alle geïnteresseerde EU-lidstaten en mediterrane partners en verzoekt de Commissie het Europees Parlement en de EMPA regelmatig op de hoogte te brengen van de voortgang van de regionale projecten;

30.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de voorzitter van de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en de regeringen en parlementen van de lidstaten van de EU en van de landen die deelnemen aan het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse Zeegebied.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2008Juridische mededeling