Procedure : 2008/2542(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0300/2008

Ingediende teksten :

B6-0300/2008

Debatten :

PV 18/06/2008 - 13
CRE 18/06/2008 - 13

Stemmingen :

PV 19/06/2008 - 5.5

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0309

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 113kDOC 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0235/2008
11 juni 2008
PE407.527v01-00
 
B6‑0300/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Jan Marinus Wiersma, Hannes Swoboda, Kristian Vigenin, Reino Paasilinna en Adrian Severin
namens de PSE-Fractie
over de topconferentie EU/Rusland op 26 en 27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk

Resolutie van het Europees Parlement over de topconferentie EU/Rusland op 26 en 27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk 
B6‑0300/2008

Het Europees Parlement,

–  gelet op de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds(1), die in 1997 in werking is getreden en in 2007 is afgelopen,

–  gezien de besluiten van de Raad Algemene Zaken van 26 mei 2008 inzake de goedkeuring van de onderhandelingsrichtsnoeren voor een overeenkomst die een nieuw omvattend kader moet vormen voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland,

–  onder verwijzing naar de doelstelling van de EU en Rusland, omschreven in de gemeenschappelijke verklaring afgegeven na de Top van Sint Petersburg van 31 mei 2003, betreffende de instelling van een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een gemeenschappelijke ruimte van samenwerking op het gebied van externe veiligheid en een gemeenschappelijke ruimte van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van culturele aspecten,

–  onder verwijzing naar het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland en met name het meest recente overleg op 17 april 2008,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de betrekkingen van de EU met Rusland, en met name zijn resolutie van 14 november 2007 over de Top EU/Rusland in Mafra,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland zich de afgelopen jaren gestaag hebben ontwikkeld, hetgeen heeft geleid tot een diepgaande, omvattende economische integratie en wederzijdse afhankelijkheid, die in de nabije toekomst zeker nog groter zal worden,

B.  overwegende dat versterkte samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van essentieel belang zijn voor de stabiliteit, veiligheid en welvaart van heel Europa,

C.  overwegende dat de sluiting van een strategische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de Russische Federatie nog altijd van het allergrootste belang is voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen beide partners,

D.  overwegende dat de onderhandelingen over een nieuw strategisch partnerschap zo spoedig mogelijk moeten beginnen op basis van de vooruitgang die al geboekt is op weg naar de instelling van de vier gemeenschappelijke ruimten, namelijk een gemeenschappelijke economisch ruimte, een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een ruimte van externe veiligheid en een ruimte van onderzoek, onderwijs en cultuur, voorts overwegende dat een snelle tenuitvoerlegging van deze vier gemeenschappelijke ruimten centraal dient te staan in de onderhandelingen over een nieuwe strategische partnerschapsovereenkomst,

E.  overwegende dat de Raad eindelijk overeenstemming heeft bereikt over een mandaat voor de onderhandelingen over een dergelijke nieuwe partnerschapsovereenkomst,

F.  overwegende dat de nieuwe Russische president, Dmitri Medvedev, die op 7 mei 2008 is ingehuldigd, in zijn inauguratierede bevestigd heeft te zullen streven naar de ontwikkeling van een volwaardig en efficiënt rechtsstelsel als essentiële voorwaarde voor economische en sociale ontwikkeling in Rusland en de toename van de Russische invloed in de internationale gemeenschap, en voorts heeft toegezegd Rusland meer voor de buitenwereld te zullen openstellen en de dialoog met andere volkeren op voet van gelijkheid te zullen bevorderen; overwegende dat president Medvedev als eerste maatregel de oprichting van een anticorruptieraad heeft afgekondigd, waarvan hij zelf het voorzitterschap zal bekleden,

G.  overwegende dat de spoedige toetreding van de Russische Federatie tot de Wereldhandelsorganisatie een grote bijdrage zou leveren aan de verdere verbetering van de economische betrekkingen tussen Rusland en de Europese Unie,

H.  overwegende dat het garanderen van de energievoorziening één van de grootste uitdagingen voor Europa vormt en één van de belangrijkste gebieden van samenwerking met Rusland; overwegende dat er gemeenschappelijke inspanningen nodig zijn om volledig en doeltreffend gebruik te maken van de bestaande en nog uit bouwen energietransmissiesystemen,

I.  overwegende dat geschillen over de voorwaarden voor de levering en de transmissie van energie op transparante wijze en zonder discriminatie, via onderhandelingen moeten worden opgelost en nooit mogen worden geïnstrumentaliseerd voor het uitoefenen van politieke druk op de EU-lidstaten en de omringende landen,

J.  overwegende dat een toekomstige overeenkomst tussen de Europese Unie en de Russische Federatie derhalve de beginselen moet omvatten van het Verdrag inzake het Energiehandvest,

K.  overwegende dat de Europese Unie en de Russische Federatie samen een actieve rol kunnen en moeten spelen bij het bereiken van vrede en stabiliteit op het Europese continent, met name in de gemeenschappelijke buurlanden en in andere delen van de wereld,

L.  overwegende dat de Europese Unie en de Russische Federatie vooral moeten samenwerken om een definitieve oplossing te vinden voor de internationale status van Kosovo en een vreedzame regeling van de nog altijd gevaarlijke conflicten rond de regio's Abchazië en Zuid-Ossetië in Georgië,

M.  overwegende dat er grote bezorgdheid blijft bestaan over de ontwikkelingen in de Russische Federatie ten aanzien van de eerbiediging en de bescherming van de rechten van de mens en de naleving van algemeen aanvaarde democratische beginselen, regels en procedures, overwegende dat de Russische Federatie volwaardig lid is van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en zich daarmee heeft verplicht tot naleving van de beginselen van democratie en de grondrechten,

N.  overwegende dat het van groot belang is dat de EU met één stem spreekt en solidariteit en eendrachtigheid aan de dag legt in haar betrekkingen met de Russische Federatie en dat deze betrekkingen gebaseerd zijn op gemeenschappelijke belangen en waarden,

1.  bevestigt zijn overtuiging dat Rusland een belangrijke partner voor de opbouw van een strategische samenwerking blijft, waarmee de EU niet alleen economische en handelsbelangen gemeen heeft, maar ook de doelstelling van nauwe samenwerking op het internationaal toneel en in de gemeenschappelijke geografische omgeving;

2.  beklemtoont het belang van eenheid tussen de EU-lidstaten in hun betrekkingen met Rusland en dringt er bij de lidstaten op aan voorrang te geven aan het voordeel op lange termijn van een gemeenschappelijk standpunt bij onderhandelingen met de Russische Federatie in plaats van voordelen op korte termijn door bilaterale overeenkomsten over afzonderlijke kwesties,

3.  is ingenomen met de ambtsaanvaarding van Dmitri Medvedev als nieuwe president van de Russische Federatie, hoopt dat hij en zijn regering zich zullen inzetten voor een verdere fundamentele verbetering van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Russische Federatie,

4.  uit zijn tevredenheid dat het eindelijk mogelijk was de obstakels voor het bereiken van overeenstemming over het mandaat voor onderhandelingen met de Russische Federatie over een nieuwe partnerschapsovereenkomst uit de weg te ruimen;

5.  dringt er bij de Raad, de Commissie en de lidstaten op aan om, met de regering van de Russische Federatie, de éénentwintigste topconferentie EU/Rusland in Khanty-Mansiisk te gebruiken als springplank voor verdere intensivering van de betrekkingen tussen de EU en Rusland door onderhandelingen te beginnen over een nieuwe Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en aldus de grondslag te leggen voor nieuwe concrete resultaten in de nabije toekomst;

6.  is ingenomen met de voortgezette gedachtewisseling over de mensenrechten in Rusland als onderdeel van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland en dringt aan op een betere opzet van deze vergaderingen met het oog op een grotere efficiëntie, waarbij bijzondere aandacht dient te worden besteed aan gemeenschappelijk optreden tegen racisme en vreemdelingenhaat en gelijkwaardige kansen worden geboden voor participatie door en overleg met NGO's op het gebied van mensenrechten, ongeacht of de dialoog in Rusland of in een lidstaat van de EU plaatsvindt; benadrukt echter dat de huidige situatie in Rusland aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de eerbiediging van de mensenrechten, democratie, vrijheid van meningsuiting en de rechten van burgerorganisaties en individuele personen om de gezagsinstanties aan de kaak te stellen en verantwoordelijk te stellen voor hun daden; beklemtoont het belang van NGO's die onafhankelijk zijn van nationale regeringen, voor de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld;

7.  herhaalt bovendien het belang van de invoering van een gemeenschappelijke economische ruimte (GER) en de verdere ontwikkeling van de doelstellingen die zijn overeenkomen op de routekaart voor de GER, met name wat betreft de verwezenlijking van een open en geïntegreerde markt tussen de EU en Rusland;

8.  spreekt de hoop uit dat tenslotte een overeenkomst kan worden bereikt over de voorwaarden voor een snelle toetreding van de Russische Federatie tot de Wereldhandelsorganisatie; dringt er in dit kader op aan dat op korte termijn overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van de uitvoerrechten voor ruw hout van de Russische federatie naar de Europese Unie;

9.  beklemtoont het belang van de verbetering van het klimaat voor Europese investeringen in Rusland, wat alleen kan worden bereikt door het bevorderen en faciliteren van doorzichtige handelsvoorwaarden zonder discriminatie, minder bureaucratie en wederzijdse investeringen; is bezorgd over het ontbreken van voorspelbaarheid bij de toepassing van regels door de autoriteiten;

10.  is ingenomen met de intensievere dialoog tussen de EU en Rusland over energiekwesties en milieubescherming; beklemtoont het belang van de invoer van energie voor de Europese economieën, die zeker de mogelijkheid biedt voor nauwere samenwerking tussen de EU en Rusland op handels- en economisch gebied; wijst erop dat de beginselen van onderlinge afhankelijkheid en transparantie het fundament moeten zijn van een dergelijke samenwerking, evenals non-discriminatoire toegang tot markten, infrastructuur en investeringen; is ingenomen met de toetreding van Rusland tot het Protocol van Kyoto en benadrukt de noodzaak van volledige steun van Rusland voor de vaststelling van bindende doelstellingen inzake klimaatverandering voor de periode na Kyoto; dringt er bij de Raad en de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de beginselen van het Energiehandvest, het eraan gehechte Transitprotocol en de conclusies van de G8 worden opgenomen in een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland, met inbegrip van verdere samenwerking op het gebied van energie-efficiëntie, vermindering van de uitstoot van CO2 en hernieuwbare energie, waaronder het gebruik van bio-energie; wijst erop dat deze beginselen toegepast moeten worden bij grootschalige energie-infrastructuurprojecten; roept de Europese Unie op om tegenover Rusland met één stem te spreken inzake deze gevoelige materie;

11.  dringt bij de regeringen van Rusland en de Verenigde Staten aan op intensivering van het debat over defensie- en veiligheidskwesties waarbij de lidstaten van de Europese Unie direct of indirect zijn betrokken; dringt er bij de regeringen van beide staten op aan de Europese Unie en haar lidstaten nauw bij dit debat te betrekken en zich te onthouden van stappen en besluiten die kunnen worden gezien als een bedreiging voor vrede en stabiliteit op het Europese continent;

12.  dringt er bij de Russische regering op aan om samen met de Europese Unie en de andere leden van de Contactgroep voor Kosovo een positieve bijdrage te leveren aan het vinden van een duurzame politieke oplossing voor de toekomstige status van Kosovo en voor de verdere versterking van de stabiliteit in de Westelijke Balkan;

13.  doet een beroep op de Raad en de Commissie gemeenschappelijke initiatieven te ontplooien met de Russische regering die een versterking van veiligheid en stabiliteit in de gemeenschappelijke omgeving tot doel hebben, met name door een intensievere dialoog over de invoering van de democratie in Wit-Rusland en gezamenlijke inspanningen te leveren om eindelijk een oplossing te vinden voor de conflicten in Nagorno-Karabach, Moldavië en Georgië;

14.  doet een beroep op de EU en op Rusland als lid is van de Veiligheidsraad van de VN, hun inspanningen om vooruitgang te boeken bij het vredesproces in het Midden-Oosten en een oplossing te vinden voor de Iraanse nucleaire kwestie, voort te zetten;

15.  is ingenomen met de initiatieven om te komen tot visumvrij reizen tussen de Europese Unie en Rusland; dringt aan op verdere samenwerking op het gebied van illegale immigratie, een betere controle van identiteitspapieren en een betere informatie-uitwisseling inzake terrorisme en georganiseerde misdaad; beklemtoont dat de Raad en de Commissie ervoor moeten zorgen dat Rusland aan alle voorwaarden voldoet die worden vastgesteld in een eventuele overeenkomst tussen beide zijden over afschaffing van de visumplicht, zodat inbreuken op de veiligheid of de democratie in Europa worden voorkomen;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

(1) PB L 327 van 28.11.97, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 13 juni 2008Juridische mededeling