Procedure : 2008/2542(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0301/2008

Ingediende teksten :

B6-0301/2008

Debatten :

PV 18/06/2008 - 13
CRE 18/06/2008 - 13

Stemmingen :

PV 19/06/2008 - 5.5

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0309

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 132kDOC 58k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0235/2008
11 juni 2008
PE407.528v01-00
 
B6‑0301/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Daniel Cohn-Bendit, Bart Staes, Satu Hassi, Hélène Flautre, Marie Anne Isler Béguin en Angelika Beer
namens de Verts/ALE-Fractie
over de voorbereiding van de elfde topconferentie EU-Rusland in Khanty-Mansiisk op 26-27 juni 2008

Resolutie van het Europees Parlement over de voorbereiding van de elfde topconferentie EU-Rusland in Khanty-Mansiisk op 26-27 juni 2008 
B6‑0301/2008

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over de Russische Federatie, met name die van 26 april 2007(1), 10 mei 2007(2) en 13 maart 2008(3),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 14 november 2007(4) over de Top EU-Rusland,

–  gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland, die in 1997 in werking is getreden en eind 2007 is afgelopen,

–  gezien het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Dimitri Medvedev op 7 mei officieel als president van de Russische Federatie werd beëdigd; overwegende dat de nieuwe president enkele uren na zijn ambtsaanvaarding Vladimir Poetin tot minister-president heeft benoemd; overwegende dat Poetin de dag daarop met overweldigende meerderheid door de Doema als minister-president werd bevestigd,

B.  overwegende dat de economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Rusland ondanks toenemende misverstanden en wantrouwen bij fundamentele politieke vraagstukken een gestage groei doormaken, wat de wederzijdse afhankelijkheid van de partijen in de hand werkt,

C.  overwegende dat door de lidstaten, na aanmerkelijke vooruitgang met betrekking tot het Russische embargo op de invoer van vlees en andere landbouwproducten uit Polen en verzekeringen met betrekking tot de afsluiting van de Druzhba-pijpleiding, hetgeen door Litouwen als een politieke vergeldingsmaatregel wordt beschouwd, uiteindelijk overeenstemming werd bereikt over de afronding van een nieuw onderhandelingsmandaat voor een nieuwe overeenkomst ter vervanging van de huidige partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO), die eind vorig jaar is afgelopen,

D.  overwegende dat het van het grootste belang is dat de EU met één stem spreekt, een sterke interne solidariteit uitstraalt, een gemeenschappelijk standpunt inneemt en dat de lidstaten niet ingaan op het Russische aanbod om de bilaterale betrekkingen met de meest gewillige lidstaten te intensiveren; overwegende dat de lidstaten anderzijds op verantwoordelijke en evenwichtige wijze dienen op te treden en moeten afzien van het gebruik van hun vetorecht in veelomvattende en complexe onderhandelingen,

E.  overwegende dat op de onlangs in Boekarest gehouden NAVO-top nieuwe concessies aan Rusland zijn voorgelegd, om de steun van Rusland te verkrijgen voor het raketafweerschild dat de VS in Polen en de Tsjechische Republiek willen opzetten; overwegende dat de EU een rol dient te spelen bij deze besprekingen en alles in het werk moet stellen om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen over deze kwestie die van invloed is op haar algemene veiligheid, die haar buitenlands beleid in gevaar zou kunnen brengen en een nieuwe wapenwedloop in Europa op gang zou kunnen brengen,

F.  overwegende dat de EVDB-rechtsstaatmissie in Kosovo nog altijd geen duidelijke rechtsgrondslag heeft, ten dele als gevolg van het verzet van Rusland tegen de geplande overgang en geleidelijke overdracht van UNMIK naar EULEX; overwegende dat deze onduidelijke positie de onzekerheid in een nu al onstabiele en gespannen situatie nog verder doet toenemen en dat deze zou kunnen overslaan naar de buurlanden,

G.  overwegende dat de jongste parlements- en presidentsverkiezingen niet hebben voldaan aan de internationale normen; overwegende dat er geen echte pogingen werden ondernomen ter omkering van het proces van uitholling van de mensenrechten en democratische vrijheden, dat in de afgelopen jaren in de Russische Federatie heeft plaatsgevonden, en de toenemende zelfcensuur van en overheidscontrole op de media,

H.  overwegende dat het onderzoek naar een reeks moorden op journalisten, en met name de moord op Anna Politkovskaja, geen resultaat heeft opgeleverd, waaruit blijkt dat politie en justitie niet bij machte zijn degenen die verantwoordelijk zijn voor deze misdaden, te vinden en te vervolgen,

I.  overwegende dat de Russische Federatie zich als lid van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de Raad van Europa heeft verplicht tot eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering; overwegende dat de EU geacht wordt samen met Rusland deel uit te maken van een strategisch partnerschap waarvan democratie, mensenrechten en rechtsstaat de onderliggende waarden zijn,

J.  overwegende dat energie een centrale en strategische rol blijft spelen in de betrekkingen tussen de EU en Rusland; overwegende dat de grote afhankelijkheid van de EU van fossiele brandstoffen de ontwikkeling van een evenwichtige, coherente en op waarden gebaseerde Europese benadering van Rusland ondergraaft,

K.  overwegende dat dit gebrek aan coherentie vaak tot uiting komt in de schuchtere kritiek van de Raad, de Commissie en de lidstaten op mensenrechtenschendingen in Rusland en de toestand op de Kaukasus, met name in Tsjetsjenië, die in de bilaterale ontmoetingen zelden - of slechts in zeer zwakke vorm - aan de orde worden gesteld,

L.  overwegende dat enkele lidstaten zich achter het gaspijpleidingproject South Stream hebben geschaard dat door Gazprom en ENI wordt geleid; overwegende dat dit project een bedreiging vormt voor het pijpleidingproject Nabucco dat door de EU van strategisch belang wordt geacht,

M.  overwegende dat vrede en stabiliteit in de gezamenlijke buurlanden in het belang van zowel Rusland als de EU zijn; overwegende dat de toestand in deze Georgische regio's, na het besluit van de Russische autoriteiten om rechtsbetrekkingen met de separatistische republieken Abchazië en Zuid-Ossetië aan te knopen, verder verslechtert, waardoor vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de rol van de Russische strijdkrachten als neutrale vredeshandhavers en waardoor de territoriale integriteit van Georgië wordt ondermijnd,

1.  verwelkomt de aandacht die de nieuwe president Medvedev in zijn inauguratierede heeft geschonken aan het belang van mensenrechten en het feit dat hij in eerdere toespraken openlijk heeft gepleit voor een rechtstaat en voor het belang van mensenrechten; verwacht dat op deze woorden daden zullen volgen en dat Rusland de nodige hervormingen uitvoert die de weg naar een volwaardig democratisch stelsel zullen effenen;

2.  herhaalt zijn standpunt dat het partnerschap met de Russische Federatie momenteel slechts pragmatisch van aard kan zijn; is niettemin van mening dat, na het bereiken van overeenstemming door de lidstaten, alles in het werk moet worden gesteld om Rusland op een constructieve en open wijze tegemoet te treden, teneinde een begin te kunnen maken met onderhandelingen over een nieuwe, vérgaande overeenkomst die berust op werkelijk gedeelde gemeenschappelijke waarden en belangen;

3.  is van mening dat de routekaart voor de implementatie van de vier gemeenschappelijke ruimtes als uitgangspunt voor de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst moet worden beschouwd;

4.  onderstreept opnieuw dat democratie en mensenrechten de kern moeten vormen van toekomstige overeenkomsten met de Russische Federatie, met name voor wat betreft de opstelling en opneming van een doeltreffende en operationele mensenrechtenclausule, en dat de kwaliteit en de diepgang van de toekomstige betrekkingen afhankelijk zijn van de eerbiediging van en de steun voor dergelijke waarden;

5.  herhaalt zijn verzoek om intensivering van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, zodat het effectiever en meer resultaatgericht wordt, en dat daaraan ook andere Russische ministeries dan het Ministerie van Buitenlandse Zaken hun medewerking verlenen, terwijl het Europees Parlement er op alle niveaus ten volle bij moet worden betrokken; is dan ook van mening dat de door de Commissie, voorafgaand aan de officiële raadpleging georganiseerde briefings met betrokkenen van maatschappelijke organisaties, een belangrijk instrument vormen dat adequaat versterkt en door de Russische autoriteiten in aanmerking moet worden genomen, zodat het kan evolueren tot een volwaardig juridisch seminar voor academici, vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties en functionarissen van beide partijen;

6.  neemt in dit verband met verontrusting kennis van de aarzeling van de Russische autoriteiten om met het Europees Parlement een echte dialoog over mensenrechtenkwesties aan te gaan, door niet deel te nemen aan de vergaderingen van de Subcommissie rechten van de mens ter voorbereiding van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland en door in 2007 geen delegatie van deze subcommissie te ontvangen;

7.  dringt er bij de Russische autoriteiten op aan alle jurisprudentie van Europese Hof voor de rechten van de mens na te leven en het protocol over de hervorming van deze instantie onverwijld te ratificeren; verzoekt de Russische Federatie eveneens met klem het aanvullend protocol 14 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens te ratificeren;

8.  wijst er op dat sterke en onafhankelijke maatschappelijke organisaties een fundamenteel, onvervangbaar onderdeel zijn van een echte, volwassen democratie; is in dit verband ten zeerste verontrust over de verslechterende situatie van mensenrechtenactivisten en over de moeilijkheden waarmee NGO's die zich inzetten voor mensenrechten, milieubescherming en ecologische aangelegenheden te maken hebben bij hun registratie en de uitvoering van hun activiteiten; is uiterst verontrust over de onlangs gewijzigde wetgeving inzake extremisme, die van invloed zou kunnen zijn op de vrije informatieverspreiding en ertoe zou kunnen leiden dat de Russische autoriteiten het recht op vrije meningsuiting van onafhankelijke journalisten en politieke tegenstanders nog verder inperken;

9.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de pogingen van de Russische Federatie om langs diplomatieke weg tot breideling van de activiteiten van het Bureau voor Democratische instellingen en Mensenrechten (ODIHR) te komen door aan de OVSE voorstellen te doen om de omvang van waarnemingsmissies bij verkiezingen te beperken en publicatie van hun rapporten onmiddellijk na een verkiezing te verbieden; benadrukt de onvervangbare sleutelrol die deze organisatie speelt bij de overgang van totalitaire regimes naar democratische systemen; onderstreept dat een vrij en eerlijk verkiezingsproces de kern vormt van een werkelijke, volwassen en functionerende democratie en dat de OVSE-waarnemingsmissies een beslissende bijdrage in deze richting kunnen leveren;

10.  wijst erop dat de overeenkomst inzake versoepeling van de visumverstrekking moet worden gezien als eerste stap naar de instelling van een visumvrije regeling tussen de EU en Rusland; dringt in dit opzicht aan op regularisatie van de status van EU-burgers die in Rusland wonen en, met name, op het afschaffen van bureaucratische hindernissen waardoor EU-burgers geen langetermijnvisa kunnen krijgen;

11.  neemt nota van de intensivering van de energiedialoog, maar spreekt er zijn bezorgdheid over uit dat de Russische staat alle grondstoffen, waaronder energie, weer onder zijn controle brengt, zonder politiek te investeren in de democratisering van de arbeidsverhoudingen en in een verbetering van de transparantie en de verantwoordingsplicht in de industriële besluitvorming, terwijl duidelijke beleidsdoelen op het gebied van duurzame ontwikkeling en efficiënt gebruik van grondstoffen ontbreken; verzoekt Rusland de internationaal gezien optimale werkmethoden inzake transparantie en verantwoordingsplicht alsmede de beginselen van het Energiehandvest spoedig in zijn nationale wetgeving over te nemen;

12.  betreurt het ontbreken van ieder overleg tussen lidstaten, voordat zij bilaterale overeenkomsten met Moskou aangaan, die gevolgen hebben voor het algemene beleid van de EU; betreurt dat Rusland energie als politiek instrument gebruikt en dat lidstaten op ongecoördineerde wijze bilaterale energieovereenkomsten aangaan, die de belangen van de EU als geheel en van andere lidstaten schaden en hun strategische projecten op losse schroeven zetten; wijst er wat dit betreft op dat het assertieve en duurzame karakter van haar gemeenschappelijk buitenlands beleid ernstig wordt ondermijnd doordat de EU voor haar energie sterk afhankelijk is van de Russische Federatie;

13.  moedigt beide partners er nadrukkelijk toe aan het eens te worden over een gezamenlijke benadering om de klimaatverandering te beperken tot een temperatuursstijging van maximaal 2°C in vergelijking met de niveaus van vóór de industrialisering door eerlijke bijdragen aan de inspanningen ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door de ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen overeenkomstig hun verschillende verantwoordelijkheden en respectieve capaciteiten;

14.  beseft dat de mondiale uitstoot uiterlijk in 2050 met ten minste 50% verminderd moet zijn ten opzichte van het niveau van 1990; wijst in dit verband op de specifieke verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen om de leiding te nemen bij de beperking van de emissies, en is van mening dat een vermindering van de uitstoot door de industrielanden in de orde van grootte van 30% tegen 2020 noodzakelijk is; verzoekt Rusland een actieve rol te spelen bij de toekomstige internationale onderhandelingen en een spoedig akkoord mogelijk te maken (uiterlijk in 2009), om de continuïteit van de mondiale koolstofmarkt te waarborgen;

15.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de veiligheid van de nucleaire sector in de Russische Federatie en over de plannen om nucleaire technologie en kernmateriaal uit te voeren naar andere landen en de daarmee samenhangende risico's op het gebied van nucleaire veiligheid en proliferatie; verzoekt de Russische Federatie een eind te maken aan de levering van kernmateriaal en aan opwerkingsactiviteiten, omdat hieraan proliferatierisico's kunnen kleven;

16.  verzoekt de Russische Federatie de ontwikkeling van de sector duurzame energiebronnen in Rusland te ondersteunen, teneinde gebruik te maken van het enorme milieuvriendelijke potentieel dat voorhanden is; verzoekt de Russische Federatie ervoor te zorgen dat de modernste milieunormen gelden voor alle olie- en gasprojecten die op haar grondgebied in uitvoering of gepland zijn;

17.  veroordeelt met name de aanhoudende mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië, waar nog steeds sprake is van standrechtelijke executies, illegale detentie-inrichtingen, gedwongen verdwijningen en martelingen; onderstreept in dit verband dat de Russische regering in oktober 2006 het mandaat heeft verworpen van de speciale rapporteur inzake marteling, die van plan was gevangenissen in de Noord-Kaukasus onaangekondigd te bezoeken;

18.  onderstreept dat de Russische Federatie het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van december 1984 en het Europese Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1987 heeft ondertekend en geratificeerd en dat Rusland als lid van de Raad van Europa tevens verplicht is tot eerbiediging van artikel 6 van het Europese Verdrag inzake de rechten van de mens, dat het recht op een eerlijk proces waarborgt;

19.  verzoekt de Russische autoriteiten willekeur te bestrijden, het beginsel van de rechtsstaat te eerbiedigen en de rechterlijke macht niet als politiek instrument te gebruiken; wijst in dit verband op de zaak van de voormalige eigenaars van Yukos, Michail Chodorkovski en Platon Lebedev, die zijn veroordeeld wegens fraude en belastingontduiking, maar door het Europees Parlement zijn aangemerkt als politieke gevangenen, zoals in een open brief aan president Poetin in juli 2006 is duidelijk gemaakt;

20.  is er nog steeds volstrekt niet van overtuigd dat Europa in de nabije toekomst behoefte heeft aan een raketsysteem ter bescherming van zijn grondgebied tegen langeafstandsraketten met MVW-koppen die worden gelanceerd door schurkenstaten of actoren die niet door een staat worden gesteund; neemt nota van de Russische zorgen op dit punt, maar verzoekt Moskou de naleving van het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa niet te beëindigen; is ervan overtuigd dat er ter voorkoming van nieuwe wapenwedlopen, terreurdreiging op lange termijn en andere bedreigingen die de Europese en mondiale veiligheid in gevaar brengen, behoefte is aan enorme investeringen in conflictpreventiebeleid en ontwapeningsinitiatieven, en dat de rechtstreekse dialoog met Moskou dringend moet worden geïntensiveerd om tot een gemeenschappelijk, voor beide partijen gunstig akkoord te komen;

21.  dringt er bij Rusland op aan een constructievere opstelling jegens Kosovo in te nemen en zich niet te verzetten tegen het inzetten van de EULEX-missie, de OVSE ten volle te steunen en haar taakomschrijving te bevestigen om te zorgen voor de volledige uitvoering van alle, in de grondwet van Kosovo geformuleerde garanties en van de toezeggingen van de Kosovaarse autoriteiten op het gebied van institutionele decentralisatie en bescherming van minderheidsgemeenschappen en van het cultureel en architectonisch erfgoed;

22.  betreurt het besluit van de Moskouse autoriteiten om officiële betrekkingen aan te knopen met de feitelijke autoriteiten van de Georgische separatistische republieken en het eenzijdige besluit om de Russische vredeshandhavingsmacht in Abchazië uit te breiden, waardoor de reeds gespannen situatie verder verslechtert; is van mening dat het huidige vredeshandhavingsmodel moet worden herzien omdat de Russische troepen niet langer als neutraal kunnen worden beschouwd en dringt aan op een sterkere Europese betrokkenheid bij de bevroren conflicten om vooruitgang te kunnen boeken met de vredesprocessen; verzoekt de Raad en de Commissie er alles aan te doen om de spanning te verminderen en deze kwestie nadrukkelijk onder de aandacht van hun Russische gesprekspartner te brengen, en dringt er bij de Russische autoriteiten op aan zich niet te verzetten tegen de aanwezigheid van de EU in civiele en militaire vredesoperaties;

23.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de noodsituatie van de autochtone gemeenschappen (Khanty, Mansi en Nenets), die wonen in de regio waar de top wordt gehouden, en verzoekt de Moskouse autoriteiten alle nodige maatregelen te nemen om hun rechten te beschermen;

24.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de lidstaten alsmede aan de regering en het parlement van de Russische Federatie.

(1) P6_TA(2007)0169.
(2) P6_TA(2007)0178.
(3) P6_TA(2008)0105.
(4) P6_TA(2007)0528.

Laatst bijgewerkt op: 13 juni 2008Juridische mededeling