Procedure : 2008/2621(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0385/2008

Ingediende teksten :

B6-0385/2008

Debatten :

PV 03/09/2008 - 15
CRE 03/09/2008 - 15

Stemmingen :

PV 04/09/2008 - 7.5
CRE 04/09/2008 - 7.5

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0406

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 102kDOC 48k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0377/2008
1 september 2008
PE410.787
 
B6‑0385/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Colm Burke, John Bowis, Carlo Casini, Nirj Deva, Filip Kaczmarek
namens de PPE-DE-Fractie
over millenniumdoelstelling voor ontwikkeling 5 (gezondheid van moeders)

Resolutie van het Europees Parlement over millenniumdoelstelling voor ontwikkeling 5 (gezondheid van moeders) 
B6‑0385/2008

Het Europees Parlement,

–  gezien millenniumdoelstelling voor ontwikkeling (MDO) 5 inzake de gezondheid van moeders, die beoogt "de moedersterfte tussen 1990 en 2015 met driekwart te verminderen" en "universele toegang tot reproductieve gezondheidszorg te verschaffen",

–  gezien het EU-actieprogramma voor externe maatregelen tegen hiv/aids, malaria en tuberculose(1),

–  gezien de VN-Verklaring over de rechten van het kind van 20 november 1959, die stelt dat "het kind en zijn moeder beiden bijzondere zorg en bescherming [moeten] krijgen, met inbegrip van voldoende prenatale en postnatale zorg", en het VN-Verdrag over de rechten van het kind van 20 november 1989, waarin de ondertekende landen zich ertoe verbinden "passende pre- en postnatale gezondheidszorg voor moeders te waarborgen",

–  gezien de Europese consensus inzake ontwikkeling van 22 november 2005(2), die luidt: "De primaire en overkoepelende doelstelling van de ontwikkelingssamenwerking van de EU is het uitbannen van armoede in het kader van duurzame ontwikkeling, met inbegrip van de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling",

–  gezien de bijeenkomst op hoog niveau over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling die op 25 september 2008 plaatsvindt in het hoofdkantoor van de VN in New York,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de gezondheid van moeders van alle MDO's het gebied is waarop de minste vooruitgang wordt geboekt, en dat MDO 5 dus een van de doelstellingen is die de minste kans maken om in 2015 te worden verwezenlijkt, met name in Afrika ten zuiden van de Sahara,

B.  overwegende dat complicaties bij de zwangerschap en de bevalling de belangrijkste oorzaken van sterfte en invaliditeit zijn bij vrouwen in de ontwikkelingslanden, met name in Afrika ten zuiden van de Sahara en Azië, en elk jaar meer dan een half miljoen vrouwen het leven kosten,

C.  overwegende dat de meeste van deze sterfgevallen door gezondheidszorg te voorkomen zijn (volgens het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA) zijn de voornaamste factoren die de moedersterfte kunnen doen dalen, de aanwezigheid van geschoolde verloskundigen en toegang tot verloskundige noodzorg), maar dat afstand en armoede voor veel vrouwen in ontwikkelingslanden de toegang tot moederschapszorg beperken,

D.  overwegende dat sterfte en invaliditeit bij moeders ertoe leidt dat het gezinsinkomen daalt, enorm veel kinderen wees worden en daardoor een groot risico op ziekte en armoede lopen, en meisjes genoodzaakt worden de school te verlaten om hun broertjes en zusjes op te voeden,

E.  overwegende dat 60% van de met hiv besmette volwassenen vrouw is en dat hiv/aids en malaria een van de belangrijkste oorzaken van moedersterfte is; overwegende dat hiv tijdens de zwangerschap, de weeën en de bevalling en via borstvoeding kan worden overgedragen van moeder op kind,

F.  overwegende dat hiv/aids ook zeer schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheidssector in ontwikkelingslanden, niet alleen doordat gezondheidswerkers besmet raken, maar ook doordat gezondheidspersoneel en financiële middelen bij andere essentiële gezondheidsdiensten worden weggehaald om in de toenemende behoeften in hiv/aids-diensten te voorzien,

G.  overwegende dat het mondiger maken van vrouwen door hun volledige toegang te bieden tot voorlichting en voorzieningen op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid, hen beter in staat stelt te onderhandelen over veilige seks en zich te beschermen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's), waaronder hiv; overwegende dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen om vrouwen te beschermen tegen soa's, en met name de financiële steun voor de ontwikkeling van microbiciden en vaccins en de voorgestelde maatregelen ter bevordering van reproductieve gezondheid, moeten worden ondersteund;

H.  rekening houdend met de speciale problematiek van vrouwen – vaak jonge vrouwen die niet gemakkelijk toegang krijgen tot de reproductieve gezondheidszorg – die als gevolg van een moeilijke bevalling met verlies van de foetus obstetrische fistels krijgen die, indien deze niet worden behandeld, ernstige gezondheidsproblemen en sociale stigmatisatie met zich meebrengen,

I.  overwegende dat fistels en andere aandoeningen van de voortplantingsorganen in veel ontwikkelingslanden een ernstig gezondheidsprobleem vormen;

J.  overwegende dat geografische ligging, economie en onderwijs bepalende factoren voor de hoogte van de moedersterfte zijn, waarbij plattelandsvouwen, arme vrouwen en vrouwen die geen onderwijs hebben gekregen de meeste kans lopen om in het kraambed te sterven,

K.  overwegende dat voor de Europese Unie een belangrijke rol is weggelegd bij het geven en ondersteunen van een internationale respons op uitdagingen met betrekking tot de gezondheid van moeders,

1.  vraagt de ontwikkelingslanden om de gezondheid van moeders een hoge prioriteit toe te kennen in hun armoedebestrijdingsstrategieën; vraagt de EU en de internationale gemeenschap om dit gebied op de voorgrond te plaatsen bij hun samenwerking met de ontwikkelingslanden, en meer economische, politieke en technische steun te verlenen aan deze inspanningen;

2.  herinnert aan en herhaalt de toezeggingen en bijdrage van de EU aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, als vermeld in de Europese consensus inzake ontwikkeling;

3.  herinnert aan de toezegging van de EU-lidstaten om tegen 2015 0,7% van hun bni aan ontwikkelingshulp te besteden en roept de lidstaten die niet op schema liggen, op om hun inspanningen te vergroten;

4.  vraagt de EU om haar inspanningen ter verbetering van de gezondheid van moeders in ontwikkelingslanden voort te zetten en op te voeren, met name door toegang te verlenen tot veilige en betrouwbare moederschapszorg en -diensten, armoedeziekten te bestrijden en knelpunten zoals het gebrek aan gekwalificeerde gezondheidswerkers aan te pakken;

5.  vraagt dat de nationale gezondheidsprogramma's met betrekking tot hiv-tests voor en tijdens de zwangerschap, antiretrovirale behandeling voor hiv-positieve zwangere vrouwen en hiv-preventieve maatregelen zoals voorlichtingscampagnes en onderwijs, worden opgevoerd;

6.  dringt aan op verdere maatregelen ter bestrijding van malaria, onder andere door meer gebruik te maken van met insecticide behandelde muskietennetten;

7.  vraagt om de strategieën inzake de gezondheid van moeders niet te beperken tot de bestrijding van de voornaamste armoedeziekten, maar ook aandacht te besteden aan de situatie van tal van vrouwen die aan fistels en andere minder bekende armoedeziekten lijden;

8.  roept de landen die schadelijke praktijken en tradities zoals genitale verminking van vrouwen nog niet hebben verboden, op om daartoe actie te ondernemen en informatiecampagnes te steunen;

9.  vraagt de ontwikkelingslanden om, met steun van de internationale gemeenschap, ook een horizontale aanpak van de gezondheid van moeders te volgen, zodat meer ontwikkelingsinspanningen worden gericht op het creëren van duurzame groei, het verbeteren van de infrastructuur en de toegang tot water, het bevorderen van hygiëne en andere gebieden die van invloed zijn op de mate waarin deze uitdagingen zich voordoen;

10.  vraagt om bijzondere aandacht te besteden aan maatregelen ter bevordering van hygiëne thuis en het gebruik van zeep – volgens sommige onderzoeken is dit ter bestrijding van aan diarree gerelateerde ziekten nog doeltreffender dan de verbetering van de waterkwaliteit – omdat deze ziekten dodelijk kunnen zijn en zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven, er bijzonder vatbaar voor zijn;

11.  vraagt om meer maatregelen ter bestrijding van ademhalingsproblemen die het gevolg zijn van slecht verluchte kachels en fornuizen en die bijzonder schadelijk zijn voor de gezondheid van moeders,

12.  vraagt de ontwikkelingslanden om in hun ontwikkelingsstrategieën meer nadruk te leggen op basisonderwijs, met name voor meisjes op het platteland, die de minste kansen krijgen om naar school te gaan; roept de EU en de internationale gemeenschap om deze inspanningen verder te steunen;

13.  onderstreept dat de EU en de internationale gemeenschap regionale samenwerking moeten ondersteunen zodat de vaardigheden op het gebied van gezondheidszorg voor moeders door de ontwikkelingslanden meer met elkaar worden gedeeld, scholing en capaciteitsopbouw worden bevorderd, best practices met elkaar worden vergeleken en er gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van de middelen; benadrukt dat dergelijke samenwerking met name zinvol kan zijn om moeilijke gezondheidssituaties het hoofd te bieden in gebieden waarin een conflict of een ramp heeft plaatsgevonden;

14.  dringt er bij de Commissie op aan om in crisis- en conflictgebieden, zowel tijdens humanitaire acties als tijdens de naoorlogse wederopbouw, prioriteit te geven aan de strijd tegen seksueel geweld;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de regeringen en parlementen van alle ontwikkelingslanden en aan de secretaris-generaal van de VN,

(1) COM(2005) 179.
(2)

Laatst bijgewerkt op: 2 september 2008Juridische mededeling