Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0441/2008

Ingediende teksten :

B6-0441/2008

Debatten :

PV 24/09/2008 - 5
CRE 24/09/2008 - 5

Stemmingen :

PV 24/09/2008 - 10.5

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 91kDOC 43k
17 september 2008
PE413.294
 
B6‑0441/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Vittorio Agnoletto
namens de GUE/NGL-Fractie
over de Negende Top EU-India (Marseille, 29 september 2008)

Resolutie van het Europees Parlement over de Negende Top EU-India (Marseille, 29 september 2008) 
B6‑0441/2008

Het Europees Parlement,

–  gezien de negende topconferentie EU-India, die op 29 september zal plaatsvinden in Marseille,

–  gezien de strategische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en India van 2004 (COM(2004)430 def.),

–  gezien het gemeenschappelijke actieplan 2005, dat op 7 september 2005 werd aangenomen op de zesde topconferentie EU-India in Delhi,

–  gezien het voorstel om te gaan onderhandelen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met India,

–  gelet op artikel 103 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de agenda van de top in Marseille waarschijnlijk zal worden gedomineerd door de evaluatie van het gezamenlijke actieplan 2005, de klimaatverandering, vrede en veiligheid, opleiding, gezondheid en de continuïteit van de voedselvoorziening;

B.  overwegende dat deze topconferentie een nieuwe fase vormt in de betrekkingen tussen de EU en India en het debat moet vergemakkelijken over kwesties van wederzijds belang voor de EU en India,

1.  is ingenomen met de negende topconferentie EU-India als teken van een duurzaam strategisch partnerschap; beveelt ten zeerste aan dat deze jaarlijkse topbijeenkomsten in de toekomst worden voorafgegaan door voorbereidende parlementaire bijeenkomsten, met als doel de democratisch controle op dit proces te benadrukken en het wederzijdse begrip van de standpunten en democratische stelsels van de andere partij te bevorderen;

2.  is een overtuigd voorstander van de versteviging van de banden tussen de EU en India en meent dat wederzijds respect en partnerschap het best tot uiting komen in een open dialoog over alle onderwerpen; moedigt de Indiase overheid er daarom toe aan onderhandelingen te beginnen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met de EU, als teken van een verdere verbetering en verdieping van de betrekkingen tussen de EU en India; is van mening dat de afsluiting van een dergelijke overeenkomst de kwaliteit van het partnerschap ten goede zou komen, en verzoekt beide partijen om de onderhandelingen als gelijken aan te gaan;

3.  onderstreept het belang van de inspanningen die de Indiase regering gedaan heeft op het gebied van de klimaatverandering en dringt er bij de Top op aan om een werkprogramma voor dit probleem goed te keuren; juicht alle praktische stappen toe om een vermindering van de emissies te bereiken, zoals overdracht van technologie op het gebied van de hernieuwbare energieën;

4.  toont zich bezorgd over de huidige labiele politieke situatie in Pakistan en de toenemende onveiligheid in Afghanistan en Sri Lanka, en drukt de hoop uit dat India, als het invloedrijkste land in de regio, zal optreden als een bevorderaar van stabiliteit en vrede;

5.  toont zich hoogst bezorgd over de rampzalige gevolgen van de overstromingen in Noord-Oost-India, vooral in de staat Bihar maar ook in de buurlanden Nepal en Bangladesh; betreurt het hoge aantal slachtoffers en het feit dat ruim één miljoen mensen dakloos is geworden; is ingenomen met de noodhulp die door de EU werd verleend, maar is van oordeel dat het bedrag van 1 mln. euro onvoldoende is en aanzienlijk moet worden verhoogd gezien de omvang van de overstromingen en de daardoor aangerichte schade; vraagt de Indiase regering en de internationale gemeenschap om meer noodhulp;

6..  betreurt het feit dat India het internationale verdrag tegen foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing nog niet heeft geratificeerd, evenmin als het facultatief protocol bij dit verdrag; beveelt India aan beide instrumenten zonder verder uitstel te ratificeren; dringt bij de Indiase regering aan op de onmiddellijke afschaffing van de doodstraf door middel van een moratorium op executies; moedigt de Indiase regering ertoe aan het facultatief protocol bij het verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen te ondertekenen en te ratificeren; verzoekt India met aandrang zich aan te sluiten bij het Internationaal Strafhof;

7.  vraagt de Indiase regering met aandrang om nog meer samen te werken met de bevoegde VN-mensenrechtenorganen, met inbegrip van het Comité voor uitbanning van rassendiscriminatie en de speciale VN-rapporteurs die de opdracht hebben beginselen en richtsnoeren uit te werken voor de uitbanning van discriminatie op grond van werk en afkomst, om op kaste gebaseerde discriminatie daadwerkelijk uit te roeien;

8.  erkent dat India een model aanreikt voor de omgang met cultureel en religieus pluralisme; drukt echter zijn grote bezorgdheid uit over de uitbreiding van het geweld in Orissa; verzoekt de Indiase regering en de regering van de deelstaat Orissa met aandrang een eind te maken aan het geweld in Orissa en herinnert hierbij aan de verplichting krachtens de door India geratificeerde toepasselijke internationale mensenrechtenwetgeving (het verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en het verdrag voor de uitbanning van rassendiscriminatie) om ervoor te zorgen dat geweld zoals dat werd gebruikt voor de onderdrukking van de emancipatie van de Dalits, niet meer voorkomt;

9.  verzoekt de regering van India om zich in te zetten tegen het oplaaien van op etnische, religieuze en culturele verschillen gebaseerde spanningen tussen volksgroepen, aangezien deze een ernstige bedreiging vormen voor de traditionele reputatie die het land heeft op het gebied van verdraagzaamheid en coëxistentie;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad en de regering en het parlement van India.

Laatst bijgewerkt op: 19 september 2008Juridische mededeling