Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0560/2008

Ingediende teksten :

B6-0560/2008

Debatten :

PV 21/10/2008 - 7
CRE 21/10/2008 - 7

Stemmingen :

PV 22/10/2008 - 4.2
CRE 22/10/2008 - 4.2

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 139kDOC 67k
20 oktober 2008
PE413.372
 
B6‑0560/2008
naar aanleiding van het debat over het verslag van de Europese Raad en de verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Daniel Cohn-Bendit en Monica Frassoni
namens de Verts/ALE-Fractie
over de Europese Raad van 15-16 oktober 2008

resolutie van het Europees Parlement over de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel (15 en 16 oktober 2008)  
B6‑0560/2008

Het Europees Parlement,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 15 en 16 oktober 2008,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat een groot aantal problemen die door de crisis duidelijk naar voren zijn getreden het gevolg zijn van het complexe karakter en de toenemende ondoorzichtigheid van financiële instrumenten;

B.  overwegende dat van de innovatie op financieel gebied schadelijke gevolgen voor de financiële stabiliteit zijn uitgegaan omdat duidelijk is geworden dat het creëren van complexe financiële instrumenten waarmee banken zich van risico's konden vrijwaren ertoe heeft geleid dat er steeds minder aandacht werd geschonken aan de onderliggende activa en aan werkelijke fundamentele economische factoren;

C.  overwegende dat de beloningssystemen voor bestuurders van financiële instellingen een van de hoofdoorzaken van de huidige crisis vormen aangezien zij ertoe hebben bijgedragen dat de aandacht vooral op risico's en winst op de korte termijn werd gericht;

D.  overwegende dat kredietbeoordelingsbureaus de taak hebben de risico's die verband houden met nieuwe financiële producten die steeds gecompliceerder worden juist in te schatten en overwegende dat giftige producten zoals subprimes hoge ratings kregen, waardoor ten onrechte de indruk ontstond dat ze een gering risico inhielden voor investeerders, financiële bedrijven en andere gebruikers;

E.  overwegende dat het dankzij de deregulering van de financiële markten mogelijk was nieuwe financiële producten te ontwikkelen die niet meer in verband met de economische realiteit stonden; en overwegende dat de opeenhoping van werkelijke risico's (zoals de toenemende gebrek aan geld van leningsluiters en de energie-/klimaatcrisis) aldus verborgen is gebleven en de financiële crisis zich tot een recessie heeft ontwikkeld, met dramatische gevolgen voor de mensen en kleine en middelgrote ondernemingen die met een kredietineenstorting werden geconfronteerd;

F.  overwegende dat de EU het voorbeeld moet geven bij het bevorderen van investeringen op de lange termijn, vooral om de doelstellingen van het klimaat-/energiepakket te halen;

G.  overwegende dat voor het bereiken van de doelstellingen van de Lissabon-Gothenburg-strategie en het klimaat-/energiepakket investeringen op de lange termijn noodzakelijk zijn; overwegende dat de rol van de Europese Investeringsbank in dit verband verder moet worden uitgebouwd; in samenwerking met de Europese Centrale Bank, die in de loop van deze financiële crisis tot financiële compensatie is overgegaan;

H.  overwegende dat voor de herkapitalisatie van banken overheidsfondsen noodzakelijk zijn en overwegende dat de maatregelen die door de staat worden genomen gebonden moeten worden aan strikte voorwaarden op de gebieden bestuur, beloningsregelingen, investeringsstrategieën, realistische boekhoudstandaarden, adequate veranderingen van businessmodellenen een strikte verantwoordingsplicht tegenover overheidsautoriteiten;

I.  overwegende dat er een sterke onderlinge afhankelijkheid bestaat tussen alle actoren op financieel gebied en overwegende dat de financiële instabiliteit is toegenomen door het naast elkaar bestaan van een zwak of niet gereguleerde markt (zoals in het geval van private equity-fondsen en hedgefondsen) en zeer nadrukkelijk gereguleerde instellingen;

J.  overwegende dat het houden van toezicht inhoudt dat de gehele markt wordt gecontroleerd om zorgwekkende ontwikkelingen op het spoor te komen en toegang te krijgen tot voldoende informatie over transacties buiten de georganiseerde markten;

K.  overwegende dat de bestaande instrumenten van de EU-landen niet langer toereikend zijn om het effect van de financiële crisis zodanig te beperken dat de collectieve kosten worden geminimaliseerd en morele risico's worden vermeden; overwegende dat een Europees zicht op de blootstelling aan risico's, een Europees orgaan voor bedrijfseconomisch toezicht en een Europese structuur voor een snelle uitwisseling van informatie en een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden op het gebied van toezicht nog steeds ontbreken;

Economische en financiële situatie

1.  is verheugd over de initiatieven die de Europese Raad heeft genomen ter ontwikkeling van snelle en praktische oplossingenvoor de aanpak van de financiële crisis in verband met spaartegoeden of de interbancaire markt; is het ermee eens dat deze maatregelen noodzakelijk waren als reactie op de huidige financiële crisis en om enig vertrouwen in de financiële markten terug te doen keren; onderstreept echter dat er behoefte is aan andere maatregelen op de middellange en lange termijn om in te gaan op nog resterende risico's en teneinde een systeemcrisis in de toekomst te voorkomen; acht het bij voorbeeld van cruciaal belang over te gaan op een permanent verbod op bepaalde handelspraktijken op de markten, zoals short-selling;

2.  onderstreept dat Europa zich als gevolg van de financiële crisis geconfronteerd ziet met een recessie, dalende investeringen en een toenemende werkloosheid; is van oordeel dat onderzocht moet worden of er sprake is geweest van overtredingen (vooral in de zin van doorzichtigheid) van het huidige stelsel voor toezicht en regelgeving, hoe beperkt het ook is, en wenst dat indien nodig tot vervolging wordt overgegaan;

3.  betreurt het dat de Commissie (in de personen van Barroso, Kroes en Mc Creevy) onmachtig is gebleken de financiële crisis te voorkomen en op de juiste manier aan te pakken omdat zelfregulering stelselmatig de voorkeur boven regelgeving kreeg;

4.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de gevolgen van de financiële crisis voor de verplichting van de EU de Millenniumdoelstellingen inzake ontwikkeling te halen; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan de financiële crisis niet als voorwendsel te gebruiken voor het uitstellen van hun internationale verplichtingen in verband met de bestrijding van de klimaatverandering en van de armoede; wijst er daarentegen op dat hun inspanningen op ontwikkelingshulpgebied in diverse internationale fora of instellingen (Verenigde Naties, Internationale Rode Kruis, Oxfam, Brot für die Welt, enz.) aanzienlijk moeten worden opgevoerd voor het opvangen van de neveneffecten van de financiële crisis voor de levensomstandigheden van mensen;

5.  is het met de Europese Raad eens dat er behoefte is aan een werkelijke, allesomvattende hervorming van het internationale financiële stelsel; vraagt de lidstaten om snelle initiatieven ter versterking van het regelgevingskader in de wereld;

6.  dringt met het oog op de komende bijeenkomsten in verband met de hervorming van de Bretton Woods-instellingen aan op een versterking van de multilaterale samenwerking ter stabilisering van kapitaalstromen, met inbegrip van strengere eisen ten aanzien van openheid alsmede een strikte regelgeving voor internationale actoren die zich met investeringen in voedsel en energie bezighouden; dringt aan op de invoering van een transparante rapportage over de inkomsten van en een doeltreffende belastingheffing op transnationale ondernemingen; dringt aan op de invoering van een multilaterale faciliteit binnen het IMF om hulp te bieden aan economieën van ontwikkelingslanden die zich als gevolg van de financiële crisis in de wereld geconfronteerd zien met grote kapitaalstromen die het land verlaten, met inbegrip van een multilateraal garantiekader; dringt aan op de hervorming van het bestuur van de instellingen van Bretton Woods;

7.   acht het van cruciaal belang dat een belasting wordt ingevoerd op speculatieve financiële transacties, zoals een Tobin-tax, waarvan de opbrengsten zullen worden gebruikt ter financiering van gemeenschappelijke energie-/klimaatdoelstellingen of het halen van de Millenniumdoelstellingen inzake ontwikkeling; vraagt de Commissie en de lidstaten te streven naar een internationale overeenkomst waarbij alle partijen zich ertoe verbinden een dergelijke belasting op financiële transacties in te voeren;

8.  is van oordeel dat voorkoming van een financiële crisis en behoud van financiële stabiliteit op lange termijn alleen mogelijk is als de lidstaten zich bereid tonen tot aanpak van de problemen als gevolg van financiële offshore-centra (om fiscale en regelgevingsredenen vestigingsplaatsen van hedgefondsen), acht in dit verband krachtige maatregelen vereist voor een doeltreffende voorkoming van belastingfraude en -ontwijking en wenst dat daarbij de fiscale vrijplaatsen binnen de EU worden gesloten en dat zulke locaties buiten de EU onder druk worden gezet; dringt aan op striktere voorwaarden in de richtlijn inzake belastingen en spaartegoeden zodat ook rechtspersonen en alle kapitaalinkomstenbronnen daaronder vallen;

9.  is van oordeel dat er behoefte is aan een "New Deal"om de reële economie weer op gang te brengen; onderstreept in dit verband dat er behoefte is aan een vooraf overeen te komen actie voor geheel Europa, met name ten aanzien van een investeringsstrategie om energie-efficiëntie- en CO2-beperkingsdoelstellingen te bereiken; is in dit verband verheugd over de beslissing van de Europese Investeringsbank 30 miljard euro te mobiliseren ter ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf in Europa en haar belofte meer mogelijkheden te scheppen om een rol te spelen bij duurzame infrastructuurprojecten; onderstreept dat miljoenen kleine projecten zoals de isolatie van huizen en de installatie van apparatuur zonder koolstofemissies de meest kosteneffectieve en werkgelegenheidscheppende vorm van een ecologische "New Deal" zijn;

10.  onderstreept de rol van de lange termijn-investeerders voor de financiering van de Lissabon-Gothenborg-strategie; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan met initiatieven te komen om banken en financiële instellingen aan te moedigen strategieën op de lange termijn uit te voeren en maatregelen te nemen om liquiditeiten een nieuwe richting te geven naar investeringen op de langere termijn;

11.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de kloven die bestaan tussen over-de-toonbank-transacties en georganiseerde markten; verzoekt de lidstaten het functioneren van het huidige financiële stelsel volledig te overdenken als zij er serieus naar streven het vertrouwen in de financiële markten te herstellen en de financiële crisis op globaal niveau aan te pakken, wat betekent dat de onderlinge afhankelijkheid van nationale economieën wordt erkend en dat de kloof tussen gereguleerde en niet gereguleerde entiteiten wordt gedicht om tot een gelijk uitgangspunt voor alle financiële actoren te komen;

12.  is van oordeel dat een verbetering van de transparantie van niet gereguleerde markten een van de belangrijkste problemen is dat moet worden aangepakt om te voorkomen dat zich nieuwe crises van het financiële syteem ontwikkelen; vraagt de lidstaten en de Commissie deze punten doeltreffend te benaderen en met spoed de nodige maatregelen in dit verband te nemen;

13.  doet in dit verband met name een beroep op de Commissie om met een wetgevingsvoorstel over hedgefondsen en private equity te komen; verklaart opnieuw ervan overtuigd te zijn dat dergelijke wetgeving er onder meer op gericht moet zijn een EU-kader te scheppen voor de registratie en goedkeuring van hedgefondsen en beheerders daarvan en de instelling van een EU-register voor gestructureerde financiële producten;

14.  benadrukt dat de crisis heeft aangetoond dat meer waakzaamheid ten aanzien van gecompliceerde financiële producten vereist is; wijst er in dit verband op dat de effectisering, opgezet als instrument om risico's te beperken, integendeel het kredietrisico willekeurig over het gehele financiële systeemheeft verspreid;

15.  steunt de Europese Raad in zijn besluit de werkzaamheden aan de richtlijn kapitaalvereisten te bespoedigen; acht het van cruciaal belang dat alle entiteiten of activiteiten waarvan dezelfde systeemrisico's kunnen uitgaan aan dezelfde prudentiële voorschriften worden onderworpen; benadrukt dat in het Commissievoorstel inzake kapitaalvereisten de eis moet worden gesteld dat emittenten delen van geëffectiseerde leningen op hun balans moeten vermelden; acht het eveneens van groot belang van banken te vragen niet op de balans vermelde risicoposten verstandig te beheren en hierover te rapporteren;

16.  is verheugd over de besluiten van de Raad over de beloningsstelsels van bedrijfsbestuurders; is eveneens van mening dat zij een verhouding moeten staan met hun werkelijke bijdrage aan het succes van het bedrijf; dat zij geen aanleiding mogen geven tot het nemen van onverantwoorde risico's, wenst dat de Commissie spoedig in dit verband wetgevingsinitiatieven ontwikkelt om ervoor te zorgen dat financiële instellingen openheid betrachten over hun beloningsbeleid, met name over de belonings- en compensatiepaketten van bestuursleden, dat toezichthouders bij hun beoordeling van het risicobeheer ook rekening houden met de invloed van beloningsstelsels, bonusregelingen en belastingheffing om te waarborgen dat zij niet aanzetten tot het nemen van extreme risico's;

17.  wijst erop dat ook kredietbeoordelingsbureaus gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor de crisis; is er verheugd over dat de Europese Raad erop heeft aangedrongen spoed te zetten achter het langverwachte komende wetgevingsvoorstel van de Commissie om de voorschriften voor ratingbureaus aan te scherpen; acht het in dit verband uiterst belangrijk te zorgen voor een registratie van ratingbureaus, de ontwikkeling van alternatieve modellen aan te moedigen en de eis te stellen dat zij hun werkzaamheden scheiden van eventuele andere diensten (zoals adviesverstrekking over structuurtransacties) die zij verlenen in verband met enige verplichtingen of entiteiten die zij beoordelen; is de mening toegedaan dat de Commissie voor de EU een publiek en onafhankelijk kredietbeoordelingsbureau moet opzetten om de doorzichtigheid in deze sector te verbeteren;

18.  onderschrijft de beslissing van de Europese Raad om gezien de huidige 'uitzonderlijke marktomstandigheden' meer flexibiliteit toe te staan bij de toepassing van de regels inzake fair value; wijst er echter op dat in de toekomst een oplossing moet worden gevonden voor de vele zwakke punten die verband houden met de manier waarop de verschillende boekhoudsystemen een bepaalde waarde toekennen aan activa in balansen, en meer in het algemeen voor het probleem van de door het huidige systeem van fair value veroorzaakte marktvolatiliteit;

19.  betreurt het feit dat de beslissingen van de Europese Raad met betrekking tot de versterking van het toezicht op de Europese financiële sector, in het bijzonder grensoverschrijdend toezicht, lang niet volstaan om een antwoord te bieden op de uitdagingen gesteld door de huidige systeemrisico's;

20.  merkt in dit verband op dat het feit dat het financiële toezicht geen gelijke tred heeft gehouden met de marktintegratie, een verergerende factor is geweest bij de uitbreiding van de crisis, aangezien nationale toezichthouders geen zicht op Europees niveau konden hebben op de risico's die deze complexe financiële innovaties met zich meebrengen;

21.  drukt daarom opnieuw de overtuiging uit dat een Europese toezichthoudende instantie moet worden opgericht voor trans-Europese financiële transacties; wijst erop dat deze EU-toezichthouder bij de centrale banken bedrijfseconomische informatie op micro- en macroschaal moet kunnen verzamelen en analyseren en snel moet optreden in crisissituaties met een systeemimpact op de EU;

22.  merkt op dat de uitvoering van het beleid van staatssteun in het kader van de huidige uitzonderlijke omstandigheden enige flexibiliteit vereist, maar benadrukt dat andere signalen moeten worden gegeven aan grote financiële instellingen met potentiële systeemrisico's, rekening houdend met het feit dat deze instellingen, wanneer ze 'too big to fail' zijn (d.w.z. zo groot dat de overheid ze niet failliet kan laten gaan), ertoe worden aangemoedigd de risico's die ze nemen nog te vergroten;

23.  stelt zich vragen bij de rol die de Commissie heeft gespeeld bij het voorkomen van de groei van grote financiële instellingen met systeemrisico's; acht het voor wat staatssteun betreft noodzakelijk om adequate regels voor het gedrag van begunstigden op te leggen waarmee misbruik van staatssteun wordt voorkomen, zoals expansies en agressieve marktstrategieën ten koste van met name kleinere instellingen op basis van een staatsgarantie;

24.  benadrukt verder dat de privésector een gepaste bijdrage moet leveren in ruil voor de introductie van de staatsgarantieregeling; is van mening dat de Commissie het Parlement moet raadplegen voor wat de tenuitvoerlegging van deze principes betreft;

Verdrag van Lissabon

25.  erkent dat de Europese burgers blijk geven van een groeiend wantrouwen ten opzichte van de Europese unie; herhaalt echter dat het Verdrag van Lissabon de noodzakelijke elementen bevat om dat wantrouwen te overwinnen, met name door de parlementaire democratie en de rechtsstaat te versterken, voor meer transparantie te zorgen, basisrechten te bevestigen, het burgerschap te ontwikkelen en het vermogen van de uitgebreide Europese Unie om zowel binnen als buiten de Unie doeltreffend op te treden, te vergroten; erkent evenwel ook dat de financiële crisis heeft aangetoond dat de communautaire instrumenten op het vlak van economisch en financieel beleid ontoereikend zijn;

26.  is ingenomen met de diepgaande analyse door de Ierse regering van de redenen voor het negatieve resultaat van het referendum maar maakt zich zorgen over de vertraging; verzoekt de Ierse regering met aandrang al het mogelijke te doen om een concreet voorstel voor te leggen met de voorwaarden waaronder het ratificeringsproces op tijd kan worden hervat om de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon vóór de Europese verkiezingen van 2009 mogelijk te maken;

27.  vraagt dat de bevoegde autoriteiten van Zweden en Tsjechië hun respectieve ratificeringsprocedures vóór het einde van dit jaar afronden;

Energie en klimaatverandering

28.  is ervan overtuigd dat de economische argumenten voor het aanpakken van de klimaatverandering duidelijk zijn en dat alle pogingen om de nodige actie uit te stellen, uiteindelijk tot grotere kosten zal leiden; is verder van mening dat de verbetering van de energie-efficiëntie en de overstap naar hernieuwbare energiebronnen en een klimaatvriendelijke economie geld zullen uitsparen, onze afhankelijkheid van energie-invoer zullen verminderen en in deze moeilijke tijden een positieve invloed zullen hebben op de creatie van nieuwe banen in Europa;

29.  is ingenomen met de binnen het Parlement gemaakte vorderingen en de bereikte consensus betreffende het begin van onderhandelingen om vóór het einde van deze zittingsperiode in eerste lezing tot overeenstemming te komen met de Raad;

30.  spreekt zijn sterke afkeuring uit over de poging van de Europese Raad om het klimaat- en energiepakket te kapen door het uit het toepassingsgebied van de normale medebeslissingsprocedure te halen en het onderhevig te maken aan de unanimiteitsregel in de Raad; vreest dat dit de integriteit van het pakket ernstig zou kunnen aantasten en de EU-inspanningen om het ontstaan van een toekomstige internationale klimaatovereenkomst te bespoedigen, op de helling zou kunnen zetten;

Zekere energievoorziening

31.  stelt vast dat de EU op dit ogenblik 82,5% van zijn olie invoert en dat, indien de EU ogenblikkelijk zou ophouden olie in te voeren, de huidige reserves van de lidstaten zouden volstaan voor 15 maanden;

32.  stelt vast dat ongeveer 70% van de in Europa verbruikte olie gebruikt wordt in de vervoerssector, 20% in gebouwen en 10% als ruwe grondstof; stelt vast dat de vraag naar energie in de vervoerssector volgens de verwachtingen van de Commissie in 2030 ten minste 30% hoger zal liggen, met een onaanvaardbare stijging van 5% per jaar voor het luchtvervoer, wat een hogere uitstoot van koolstofdioxide en een grotere afhankelijkheid van energie-invoer tot gevolg heeft;

33.  benadrukt dat ontwikkelingen in de vervoerssector van essentieel belang zijn voor het verminderen van de afhankelijkheid van olie en de verbetering van het milieu, en betreurt het feit dat de Europese Raad nauwelijks heeft geraakt aan het probleem van de afhankelijkheid van olie en helemaal niets heeft gezegd over de vervoerssector;

34.  is ervan overtuigd dat daadwerkelijke vorderingen inzake energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen in deze sector de zekerheid van de energievoorziening zullen verhogen, de verwachte stijging in de energieprijzen zullen ombuigen en de uitstoot van broeikasgassen zullen doen afnemen; vraagt de Commissie met aandrang om energiebesparing, energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen te beschouwen als de belangrijkste maatregelen die nodig zijn om de klimaatdoelstellingen van de EU te bereiken en tegelijk de zekerheid van de energievoorziening in de EU te vergroten;

35.  is van mening dat de doelstelling om de energie-efficiëntie tegen 2020 met ruim 20% te verhogen, die de Europese Raad al in maart 2007 had goedgekeurd, zowel technisch als economisch gezien perfect haalbaar is; betreurt daarom het feit dat de Europese Raad dit streefdoel niet verplicht heeft gemaakt;

36.  vraagt de EU opnieuw concrete maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat haar economie tegen 2020 zo weinig mogelijk afhangt van fossiele brandstoffen en zo energie-efficiënt mogelijk is; vraagt de EU en haar lidstaten daarom met aandrang om zo snel mogelijk op grote schaal te investeren in energiebesparende en energie-efficiënte maatregelen en in de ontwikkeling van gemeenschappelijke Europese projecten voor hernieuwbare energie, waarmee niet alleen de zekerheid van de energievoorziening van de EU kan worden gewaarborgd maar ook een link kan worden gelegd tussen deze doelstelling en de doelstellingen van Lissabon (economische en sociale ontwikkeling) en van Göteborg (milieu);

37.  vraagt verder dat de Commissie in het kader van de tweede strategische evaluatie van de energiesituatie een uitgebreid energie-efficiëntieprogramma lanceert, waarin een reeks nieuwe, relevante initiatieven is opgenomen, zoals de herziening van de huidige EU-richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen, een nieuw initiatief inzake warmtekrachtkoppeling en nieuwe budgettaire faciliteiten voor investeringen in energiebesparing en energie-efficiëntie; benadrukt dat energiebesparing, energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie het grootste maar ook het goedkoopste potentieel bieden voor de vermindering van de uitstoot van koolstofdioxide, en tegelijk de geopolitieke onafhankelijkheid van de EU vergroten; herhaalt dat de EU de Europese burgers en ondernemingen enkel door middel van dergelijke maatregelen concreet en op lange termijn kan helpen in hun strijd tegen de stijgende energieprijzen;

Europees Pact voor immigratie en asiel

38.  betreurt het feit dat het pact voor immigratie en asiel zich toespitst op grenscontroles in plaats van op de eerste plaats aandacht te besteden aan manieren van legale migratie; deze klemtoon op grenscontroles en het systematisch terugsturen van illegale immigranten verhinderen de toegang tot asiel en de hereniging van gezinnen;

39.  verwerpt, niettegenstaande zijn aanvaarding van het Blue Card-voorstel als een eerste stap in de richting van een opener migratieprogramma, elke hiërarchie in rechten voor buitenlandse werknemers; vraagt de lidstaten in dit verband het internationaal verdrag voor de bescherming van de rechten van buitenlandse werknemers en hun gezinnen te ratificeren;

40.  vraagt dat in het mandaat van FRONTEX uitdrukkelijk de verplichting wordt opgenomen om te voldoen aan de internationale normen voor de mensenrechten en aan de plicht van FRONTEX ten opzichte van asielzoekers, met name voor wat het optreden van FRONTEX op volle zee betreft;

41.  kijkt uit naar een ambitieuze herziening van de Europese asielrichtlijnen, gevolgd door de effectieve tenuitvoerlegging ervan, en naar een grondige herziening van de Dublin II-Verordening;

Follow-up van de crisis in Georgië

42.  betreurt het feit dat de internationale gesprekken over veiligheids- en stabiliteitsregelingen in Abchazië en Zuid-Ossetië (zoals voorzien in het zespuntenplan van 12 augustus 2008) die op 15 oktober 2008 in Genève van start zijn gegaan, getekend werden door discussies betreffende de procedure die de partijen beletten tegenover elkaar te gaan zitten en de punten op de agenda daadwerkelijk te behandelen;

43.  benadrukt dat het probleem van de ontheemden dringend moet worden opgelost, en vraagt meer bepaald om de onmiddellijke, veilige en waardige terugkeer van alle mensen die in de Kodori-kloof in Abchazië en in de regio van Akhalgori in Zuid-Ossetië wonen;

44.  kijkt uit naar de resultaten van de Internationale Donorconferentie voor Georgië die zal plaatsvinden op 22 oktober 2008; is ingenomen met het engagement van de Commissie om Georgië in grote mate politieke, financiële en praktische steun te verlenen; vraagt dat de Commissie snel maatregelen opstelt en uitvoert die gericht zijn op de wederopbouw en het herstel van de conflictgebieden en voor meer humanitaire steun zorgt zodat de door de oorlog getroffen mensen vóór de winter kunnen terugkeren naar hun woonplaats of onderdak krijgen;

45.  toont zich tevreden over de plaatsing van EU-waarnemers in de bufferzones, waardoor de rol en de verantwoordelijkheden van de EU in de regio groter worden en de weg wordt bereid voor een intensivering van de betrekkingen tussen de EU en Georgië; vraagt dat de feitelijke autoriteiten in Abchazië en Zuid-Ossetië en de Russische Federatie het plaatsvinden van EU-waarnemingsoperaties in de afscheidingsgebieden toelaten;

46.  vraagt dat de Raad en de Commissie de Russische president tijdens de komende topbijeenkomst EU-Rusland op 14 november 2008 duidelijk maken dat een strategisch partnerschap niet mogelijk is met landen die het internationale recht niet eerbiedigen en de territoriale integriteit van hun buurlanden schenden;

47.  vraagt dat de Commissie de beginselen van de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat als integrerende onderdelen beschouwt van de toekomstige partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met de Russische Federatie, en een duidelijk mechanisme instelt voor de toepassing van de opschortingsclausule;

48.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de parlementen van de lidstaten.

Laatst bijgewerkt op: 21 oktober 2008Juridische mededeling