Procedure : 2009/2504(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0051/2009

Ingediende teksten :

B6-0051/2009

Debatten :

PV 14/01/2009 - 8
CRE 14/01/2009 - 8

Stemmingen :

PV 15/01/2009 - 6.3
CRE 15/01/2009 - 6.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0025

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 101kDOC 46k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0051/2009
12 januari 2009
PE416.176
 
B6‑0051/2009
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Pasqualina Napoletano en Hannes Swoboda
namens de PSE-Fractie
over de situatie in het Midden-Oosten/de Gazastrook

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in het Midden-Oosten/de Gazastrook 
B6‑0051/2009

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten, met name die van 16 november 2006 over de situatie in de Gazastrook(1), 12 juli 2007 over het Midden-Oosten(2), 11 oktober 2007 over de humanitaire situatie in Gaza(3) en 21 februari 2008 over de situatie in de Gazastrook(4),

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad nrs. 242 (1967), 338 (1973) en 1860 van 8 januari 2009,

–  gelet op de vierde Conventie van Genève (1949),

–  gezien de verklaring van de Europese Unie van 30 december 2008 over de situatie in het Midden-Oosten,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Israël op 27 december jl. is begonnen met een militair offensief in de Gazastrook als reactie op raketaanvallen van Hamas op het zuiden van Israël,

B.  overwegende dat de Israëlische operatie volgens de laatste berichten tot nu toe ongeveer duizend mensen in Gaza het leven heeft gekost, van wie de meesten vrouwen en kinderen, dat er daarnaast duizenden gewond zijn geraakt en dat er huizen, scholen en andere belangrijke civiele infrastructuurvoorzieningen zijn vernield, zoals onder andere ook door een aantal leden van het Europees Parlement is geconstateerd tijdens hun recente bezoek aan Rafah,

C.  overwegende dat in vele rapporten wordt beweerd dat het Israëlische leger fosforhoudende munitie gebruikt, die zwaardere verwondingen veroorzaakt,

D.  overwegende dat de grensovergangen van en naar de Gazastrook nu al achttien maanden zijn gesloten en dat de blokkade van het personen- en goederenverkeer een negatieve invloed heeft gehad op het dagelijkse leven van de inwoners en de economie in de Gazastrook nog verder heeft verlamd,

E.  overwegende dat het beleid om de Gazastrook te isoleren zowel op het politieke als humanitaire vlak is mislukt en dat het embargo tegen de Gazastrook een collectieve bestraffing vormt, wat in strijd is met het internationale humanitaire recht,

F.  overwegende dat de omvangrijke financiële steun van de Europese Unie aan de Palestijnen er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen om een humanitaire ramp in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever te voorkomen, overwegende dat de Europese Unie, mede via UNWRA, humanitaire bijstand blijft verlenen aan de bevolking en directe steun verleent aan de werknemers van de Palestijnse Autoriteit in de Gazastrook via het PEGASUS-financieringsinstrument van de EU en andere internationale instrumenten voor hulp aan de Palestijnse gebieden;

1.  geeft uitdrukking aan zijn diepe verontwaardiging over het geweld in de Gazastrook, de gevolgen van het onevenredig gebruik van geweld door het Israëlische leger en de permanente militaire escalatie waardoor vele honderden slachtoffers vallen, voor het merendeel burgers, waaronder ook veel kinderen; betuigt zijn medeleven met de door het geweld in Gaza en Zuid-Israël getroffen burgerbevolking; betreurt het ten zeerste dat er ook civiele en VN-doelen zijn geraakt;

2.  roept op tot een onmiddellijk en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren, dat zich ook moet uitstrekken tot de terugtrekking uit grondgebied dat de afgelopen dagen door het Israëlische leger is herbezet, en tot de sluiting van een wapenstilstand die moet worden gewaarborgd door een mechanisme dat door de internationale gemeenschap moet worden ingesteld en dat moet voorzien in het sturen van een multinationale troepenmacht die ook Arabische en moslimlanden moet omvatten;

3.  roept Israël op zijn uit het internationale recht en het internationale humanitaire recht voortvloeiende verplichtingen na te komen; roept Hamas op een eind te maken aan de raketaanvallen en zijn verantwoordelijkheid te nemen door mee te werken aan een politieke oplossing gericht op hervatting van de dialoog tussen de Palestijnen onderling en de voortzetting van het onderhandelingsproces;

4.  is ingenomen met de goedkeuring van Resolutie 1860 van de VN-Veiligheidsraad van 8 januari 2009 en roept alle partijen, in weerwil van het feit dat geen van beide zijden bereid is zich in te zetten voor de tenuitvoerlegging daarvan, op tot volledige nakoming van de bepalingen van die resolutie, en verzoekt de Raad en de lidstaten van de EU extra druk uit te oefenen om een einde te maken aan de voortdurende gewelddadigheden;

5.  sluit zich aan bij de oproep in Resolutie 1860 van de VN-Veiligheidsraad om met spoed regelingen te treffen en waarborgen te bieden opdat in Gaza een duurzaam staakt-het-vuren kan worden afgekondigd, de grensovergangen permanent kunnen worden heropend en de illegale invoer van wapens en munitie kan worden verhinderd;

6.  dringt er bij de Israëlische autoriteiten in de meest krachtige termen op aan voedsel, dringende medische hulp en brandstof te leveren aan de Gazastrook door de grensovergangen open te stellen en de blokkade op te heffen en een continue en adequate stroom van hulp via de humanitaire corridor in Rafah te garanderen; dringt er bij de Israëlische autoriteiten met klem op aan de internationale pers toe te staan om de gebeurtenissen ter plaatse te mogen volgen;

7.  is van mening dat de onmiddellijke hervatting van de Overeenkomst inzake verkeer en toegang (Agreement on Movement and Access, AMA) en de Overeengekomen Beginselen betreffende de grensovergang bij Rafah (Agreed Principles for Rafah Crossing, APRC), die in september 2005 door Israël en de Palestijnse Autoriteit zijn gesloten na de unilaterale terugtrekking van Israël uit de Gazastrook, onbeperkt moet worden gegarandeerd, en verzoekt de Raad de monitoringmissie van de EU in Rafah te hervatten;

8.  verzoekt de Raad en de Commissie en andere internationale donoren, in samenwerking met de Verenigde Naties en de NGO's, voldoende steun te verstrekken met het oog op de toenemende behoeften, en verzoekt Israël geen afbreuk te doen aan deze essentiële humanitaire inspanningen; wijst erop dat deze steun moet bijdragen tot de geleidelijke hervatting van de essentiële economische activiteiten in de Gazastrook en het herstel van waardige levensomstandigheden voor de Palestijnen, in het bijzonder de jongeren;

9.  wijst er eens te meer op dat er geen militaire oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict is, en is van mening dat het tijd is voor een duurzaam en alomvattend vredesakkoord op basis van de onderhandelingen die tot dusver door de beide partijen zijn gevoerd;

10.  pleit voor een internationale conferentie onder auspiciën van het Kwartet en met deelname van alle regionale spelers, op basis van de in een eerder stadium tussen Israëli's en Palestijnen bereikte overeenkomst en van het initiatief van de Arabische Liga;

11.  benadrukt dat een hervatting van de inspanningen voor verzoening tussen de Palestijnen onderling van bijzonder belang is en onderstreept in dit verband dat een permanente geografische verbinding tussen de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever en een vreedzame en duurzame politieke hereniging van deze gebieden noodzakelijk is;

12.  onderstreept eens te meer dat de opwaardering van de politieke betrekkingen tussen de EU en Israël direct afhankelijk moet worden gesteld van de eerbiediging van het internationale humanitaire recht, van oprechte inzet voor een alomvattende vredesregeling, van de beëindiging van de humanitaire crisis in Gaza en de bezette Palestijnse gebieden en van de volledige uitvoering van de Interim-associatieovereenkomst EG-PLO; gaat ervan uit dat het, zolang de situatie dermate kritiek blijft, zal vasthouden aan zijn negatieve standpunt ten aanzien van de instemming met verdere deelname van Israël aan EG-programma's;

13.  is bezorgd over de ernstige gevolgen van de heropleving van het conflict voor de politieke toekomstperspectieven van de regio en voor de uitzichten op een duurzame vrede in het gehele Midden-Oosten; onderstreept dat als gevolg van deze ernstige spanningen het wederzijds begrip en de dialoog tussen gemeenschappen in Europa in gevaar dreigt te komen;

14.  dringt aan op een krachtigere en eensgezindere politieke houding van de Europese Unie en verzoekt de Raad van de gelegenheid gebruik maken om met de nieuwe Amerikaanse regering samen te werken om een einde te maken aan het conflict via een overeenkomst op basis van de tweestatenoplossing, waarbij de Israëli's en de Palestijnen de mogelijkheid krijgen om in vrede naast elkaar te bestaan binnen veilige en internationaal erkende grenzen, met als doel een nieuwe vreedzame regionale veiligheidsstructuur in het Midden-Oosten op te bouwen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad, de Israëlische regering, de Knesset en de regering en het parlement van Egypte.

(1) Aangenomen teksten: P6_TA(2006)0492.
(2) Aangenomen teksten: P6_TA(2007)0350.
(3) Aangenomen teksten: P6_TA(2007)0430.
(4) Aangenomen teksten: P6_TA(2008)0064.

Laatst bijgewerkt op: 13 januari 2009Juridische mededeling