Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0107/2009

Ingediende teksten :

B6-0107/2009

Debatten :

PV 11/03/2009 - 3
CRE 11/03/2009 - 3

Stemmingen :

PV 11/03/2009 - 5.20
CRE 11/03/2009 - 5.20
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 134kDOC 64k
4 maart 2009
PE420.360
 
B6‑0107/2009
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Daniel Cohn-Bendit, Monica Frassoni, Rebecca Harms, Gisela Kallenbach and Claude Turmes
namens de Verts/ALE-Fractie
over de inbreng op de voorjaarsbijeenkomst 2009 van de Europese Raad met betrekking tot de Lissabon-strategie

Resolutie van het Europees Parlement over de inbreng op de voorjaarsbijeenkomst 2009 van de Europese Raad met betrekking tot de Lissabon-strategie 
B6‑0107/2009

Het Europees Parlement,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de financiële crisis zich in 2007 reeds aftekende en dat het Parlement in zijn resolutie over de Lissabon-strategie(1) een jaar geleden reeds wees op "het grote belang van handhaving van de stabiliteit van de financiële markten", erop wees dat "de recente subprimecrisis aantoont dat het noodzakelijk is dat de Europese Unie toezichtsmaatregelen ontwikkelt ter versterking van de transparantie en de stabiliteit van de financiële markten en met het oog op een betere bescherming van cliënten", en voorts voor "een evaluatie van de bestaande systemen en instrumenten voor bedrijfseconomisch toezicht in Europa" pleitte,

B.  overwegende dat de huidige economische crisis de gelegenheid moet zijn om het mondiale economische bestel en de heersende economische doctrines te heroverwegen, en dat we bij de aanpak van de crisis de gelegenheid te baat moeten nemen om ingrijpende hervormingen door te voeren zodat de wereld de 21ste eeuw met een eerlijker en stabieler financieel stelsel tegemoet kan treden,

C.  overwegende dat artikel 100, lid 2, van het geconsolideerde Verdrag een reddingsoperatie voor een lidstaat in ernstige financiële moeilijkheden mogelijk maakt en dat in dat artikel wordt bepaald dat in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen, de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen onder bepaalde voorwaarden communautaire financiële bijstand aan de betrokken lidstaat kan verlenen,

D.  overwegende dat de biljoenen dollars die gemobiliseerd zijn om de huidige problemen aan te pakken, mits aan de juiste projecten besteed, een kans bieden die nog maar een jaar geleden onvoorstelbaar was,

E.  overwegende dat de mondiale groene "New Deal", zoals in oktober 2008 door het Milieuprogramma van de Verenigde Naties voorgesteld, een antwoord op de huidige economische malaise geeft en de inspiratiebron bij uitstek voor de herstelplannen van de EU moet vormen,

F.  overwegende dat vele regeringen in de EU geneigd zijn volgens een achterhaalde nationale logica op de crisis te reageren, wat vanuit economisch en politiek oogpunt niet opportuun is,

Oorsprong van de crisis

1.  wijst erop dat de financiële crisis niet als een "natuurramp" of een ongeluk beschouwd moet worden, maar door de mens is veroorzaakt en een uitvloeisel is van de neoliberale ideologie en het geloof dat regulering het best door de markt en de grote marktdeelnemers kan worden verzorgd;

2.  herinnert eraan dat het in zijn resolutie over de Lissabon-strategie van een jaar geleden al bij de Commissie aandrong op "aanbevelingen over de wijze waarop de stabiliteit van het financiële systeem en zijn vermogen te zorgen voor veilige financiering van het Europese bedrijfsleven op lange termijn, kunnen worden verbeterd";

3.  heeft daarom scherpe kritiek op de Commissie en met name op Commissievoorzitter Barroso en commissaris McCreevy, omdat zij geen gehoor aan dit pleidooi hebben gegeven en volhard hebben in de gebruikelijke koers van naïeve deregulering en "laisser faire" in deze sector;

4.  ziet de huidige crisis als een drievoudige crisis in de ontwikkelingen op economisch, sociaal en milieugebied; waarschuwt daarom tegen een "herstelplan" dat er alleen maar op gericht is terug te keren naar het model dat tot de huidige crisis heeft geleid; waarschuwt daarom tegen een aanpak van simpelweg geld in de economie pompen en een primitieve vraagstimuleringsaanpak hanteren, omdat de ecologische en sociale crisis daardoor alleen maar dreigt te verergeren;

5.  dringt er bij de Raad op aan dat hij ernst maakt met de integratie van de Lissabon- en de Gotenburg-strategie, alsmede het Europese herstelplan, zodat Europa met één overkoepelende aanpak de problemen het hoofd kan bieden;

6.  is van oordeel dat de stimulering van de economie veel omvangrijker, veel beter gecoördineerd en veel beter gericht moet zijn dan alle tot dusver in de EU besproken plannen, en dat er dus nieuwe financiële instrumenten en procedures nodig zijn; is van mening dat het mondiale financiële systeem onverwijld gestabiliseerd moet worden, wil een herstelplan kans van slagen hebben;

Een nieuwe financiële architectuur voor de EU en daarbuiten

7.  wijst erop dat de te soepele antitrustwetgeving ertoe heeft geleid dat de financiële instellingen gewoon te groot zijn geworden om failliet te mogen gaan, zodat er geen andere mogelijkheid was dan ze met geld van de belastingbetaler te redden;

8.  stelt dat uit de crisis onder andere de les kan worden geleerd dat de financiële markten weer moeten terugkeren naar hun rol van "dienaar" van de "reële economie";

9.  is van mening dat de financiële regelgeving, waaronder strenge regels inzake transparantie, openbaarheid en toezicht, voor alle financiële organisaties moet gelden en moet worden gehandhaafd; dringt aan op nadere wetgevingsvoorstellen en internationale afspraken om het nemen van buitensporige risico's, leveraging en economisch kortetermijndenken als oorzaken van de crisis aan te pakken; herinnert de Commissie aan haar verplichting om in te gaan op verzoeken van het Parlement met het oog op de regulering van hedgefondsen en private equity;

10.  acht een "europeanisering" van het financiële toezicht dringend geboden en beveelt aan de ECB op basis van artikel 105, lid 6, van het Verdrag te betrekken bij het Europees macroprudentieel toezicht op financiële instellingen van systemisch belang; dringt aan op serieuze inspanningen om spoedig tot overeenstemming over een mondiale toezichthouder te komen, die tevens het toezicht op alle financiële centra, met inbegrip van overzeese centra, zou kunnen coördineren;

11.  wijst erop dat ook de ratingbureaus gedeeltelijk voor de crisis verantwoordelijk zijn; is er verheugd over dat de Europese Raad erop heeft aangedrongen spoed te zetten achter het wetgevingsvoorstel van de Commissie om de voorschriften voor ratingbureaus aan te scherpen; acht het in dit verband uiterst belangrijk te zorgen voor registratie van de ratingbureaus, en niet toe te staan dat één bureau zowel de rating van een bepaalde onderneming afgeeft als er andere diensten aan verleent; is de mening toegedaan dat de Commissie voor de EU een publiek en onafhankelijk ratingbureau moet opzetten om de doorzichtigheid in deze sector te verbeteren;

12.  stelt voor dat de Raad met spoed stappen neemt om te kunnen verbieden dat financiële instellingen in landen die weigeren de internationale normen na te leven, zaken doen met instellingen in goed geordende economieën en om sancties te kunnen opleggen aan alle staten en gebiedsdelen die niet willen meewerken; wijst erop dat de mondiale financiële stabiliteit een algemeen belang is en dat het de taak van de politiek is om die te behoeden;

13.  dringt in de aanloop naar de komende G20-bijeenkomst aan op de geleidelijke invoering van een multilateraal financieeltoezichts- en regelgevingssysteem; dringt er bij de Raad op aan dat hij een gemeenschappelijk standpunt inneemt betreffende de opheffing van belastingparadijzen en scherp toezicht op de beloningsstelsels als de eerst aangewezen maatregelen om de financiële stabiliteit te herstellen; wijst er andermaal op dat het beheer van de instellingen van Bretton Woods hervormd moet worden in die zin dat de stemrechten worden veranderd en dat er een systeem op basis van een dubbele meerderheid (van staten en kapitaalaandeel) komt; dringt aan op herziening van het kader voor de houdbaarheid van de schuldenlast van internationale financiële instellingen en op de invoering van een multilateraal schuldsaneringsmechanisme en een verantwoord kredietverleningsraamwerk; dringt aan op strikte regelgeving inzake transacties met OTC-derivaten; wijst erop dat de prudentiële voorschriften verscherpt moeten worden en verder moeten gaan dan het Basel II-kader om de banken te verplichten grotere reserves aan te houden en securitisatie te beperken; dringt aan op multilaterale stringente openbaarheid en kapitaal- en schuldvereisten voor hedgefondsen en private-equityfondsen;

14.  verzoekt de Europese Raad op de G20-bijeenkomst zijn steun te betuigen voor het voorstel van de UNCTAD betreffende een nieuw multilateraal stelsel om valutaspeculatie tegen te gaan en voor alle landen de beleidsruimte te scheppen om een expansionistisch financieel en monetair beleid te voeren teneinde in geval van een recessie of financiële crisis de werkgelegenheid en de binnenlandse economie te beschermen;

Een groene "New Deal"

15.  wijst erop dat de consumptie op krediet in de rijkste landen tot grootschalige ecologische tekorten heeft geleid, en dat we daarom af moeten zien van simplistische vraagstimulering om de economie weer op gang te brengen;

16.  waarschuwt tegen het blindelings pompen van miljarden in oude industrie en achterhaalde economische modellen, wat op weggegooid geld neerkomt en waarmee een zware wissel op de toekomst van onze kinderen wordt getrokken;

17.  is van mening dat we een onvergeeflijke fout zouden maken, ook tegenover de komende generaties, als we in de strijd tegen klimaatverandering het bijltje erbij neer zouden gooien en milieu-investeringen zouden opschorten;

18.  is er verheugd over dat er in de gehele Europese Unie consensus over bestaat dat de huidige economische crisis met een stoutmoedige politieke aanpak bestreden moet worden; is evenwel van oordeel dat de genomen maatregelen niet op de ernst van de problemen afgestemd zijn, ten eerste omdat ze niet consequent op de toekomstige behoeften van onze samenleving gericht zijn en ten tweede omdat ze geen "Europees" antwoord bieden; beklemtoont dat een gecoördineerde Europese reactie in dit verband essentieel is om te voorkomen dat er een nationale koers wordt gevaren, met alle potentiële conflicten en extra kosten van dien;

19.  pleit ervoor dat deze crisis wordt beschouwd als extra stimulans om vaart te zetten achter de ecologische omschakeling van de industrie en dat het merendeel van de publieke middelen voor economisch herstel naar "groene" investeringen wordt gesluisd, zodat klimaatverandering, energieafhankelijkheid en milieuverslechtering worden teruggedrongen, de energierekening omlaag gaat en de leefkwaliteit van de burgers omhoog gaat; wijst erop dat uitstel van de vereiste maatregelen uiteindelijk tot hogere kosten zal leiden;

20.  wijst erop dat de meeste investeringen in "groene economie" (renovatie van gebouwen met het oog op energiebesparing, hernieuwbare energie, openbaar vervoer) een drieledig effect op werkgelegenheid, klimaatbescherming en energieafhankelijkheid kunnen hebben en de Europese industrie een concurrentievoordeel kunnen opleveren ten opzichte van andere regio's van de wereld die daartoe nog niet het initiatief hebben genomen;

21.  wijst erop dat de Europese Commissie het aantal werknemers in de groene economie momenteel op 3,5 miljoen schat; wijst erop dat dat cijfer op 8 miljoen komt als een bredere definitie wordt gehanteerd en indirecte effecten worden meegenomen; merkt op dat er volgens een recent onderzoek met een bedrag van 120 miljard euro (ong. 1% van het bbp van EU 27) meer dan 2 miljoen banen in de sector hernieuwbare energie kunnen worden gecreëerd;

22.  beklemtoont dat de bouwsector met 26 miljoen directe en indirecte arbeidsplaatsen, voornamelijk in het mkb, de grootste tak van bedrijvigheid in de EU is; stelt dat bevordering van warmte-isolatie en renovatie van bestaande gebouwen de sleutel tot economisch herstel, nieuwe banen en energiebesparing zou kunnen vormen;

23.  wijst erop dat uit een studie van het Britse Ministerie van Energie en Klimaatverandering is gebleken dat er de komende tien jaar voor de Britse kust nog eens vijf- tot zevenduizend windturbines kunnen worden aangelegd, met een totale capaciteit van 25 grote kolencentrales, waardoor de Britse CO2-uitstoot met 14% kan afnemen en er in het Verenigd Koninkrijk 70.000 arbeidsplaatsen kunnen worden geschapen;

24.  wijst erop dat voor 2030 naar schatting investeringen nodig zijn van een biljoen euro in het elektriciteitsnet en de energieopwekkingscapaciteit van de EU en 150 miljard euro in het gasnet; wijst erop dat de investeringen van de EU vooral gericht moeten zijn op energieprojecten die de grootste toegevoegde waarde en kosteneffectiviteit opleveren met het oog op de doelstellingen van het klimaatbeleid van de EU, met name energiebesparing en energie-efficiëntie, alsmede hernieuwbare energie;

25.  is van mening dat een gericht Europees investeringsprogramma voor duurzaamheid met een omvang van 500 miljard euro voor de komende vijf jaar (jaarlijks 100 miljard euro ofte wel 0,7 % van het bbp van EU-27) tot schepping en behoud van 5 miljoen arbeidsplaatsen kan leiden, waarvan de helft in de komende twee jaar;

26.  stelt dat het economisch herstelplan van de Commissie op het vlak van energieprojecten slecht opgezet is omdat de staatssteun vrijwel uitsluitend voor de grote energie- en telecom-oligopolies bestemd is en belangrijke partners als het mkb, "green tech"-bedrijven en Europese gemeenten en regio's er bekaaid van afkomen; heeft kritiek op het economisch herstelplan van de Commissie omdat het sterk leunt op projecten die de komende twee jaar nog niet rijp zijn voor concrete steun en eenzijdig gericht is op CO2-opvang en -opslag en energie-infrastructuur, terwijl het jaren zal duren voordat de vereiste vergunningen verleend zijn, hetgeen ten koste zal gaan van een breed scala aan technologieën voor hernieuwbare energie en de bouwsector, die op korte termijn in een strategisch partnerschap met gemeenten en regio's operationeel kunnen zijn en dus op de korte termijn daadwerkelijk effect op de werkgelegenheid kunnen hebben;

27.  wijst erop dat investeringen in het kader van de "New Deal" ook gericht moeten zijn op efficiëntieverhoging en alternatieven voor andere hulpbronnen dan olie, waarvan sommige op de korte of middellange termijn ook schaars dreigen te worden, waardoor de ontwikkeling van onder meer de sectoren informatievoorziening, communicatie en amusement belemmerd zal worden; wijst erop dat recent onderzoek heeft uitgewezen dat met dergelijke materialen een enorme efficiëntiewinst kan worden geboekt, met als resultaat minder afval, kostenbesparing en een geringere afhankelijkheid van hulpbronnen;

28.  wijst erop dat de groene "New Deal" ook de sociale crisis moet aanpakken door grootschalige investeringen in sociale diensten, met name onderwijs en gezondheidszorg, en door een drastische uitbreiding van het aantal onderwijsgevenden en verbetering van de concrete omstandigheden waaronder onze kinderen en studenten onderwijs genieten ‑ investeringen die zich allemaal later zullen terugbetalen;

29.  gelooft dat de Lissabon-doelstellingen niet bereikt zullen worden als er niet een sterke sociale dimensie in de interne markt zal worden opgenomen; dringt er bij de Raad op aan dat hij de weg effent voor een beleid van convergentie van minimumloon en sociale rechten op middellange termijn; is van oordeel dat een beleid gericht op terugdringing van overwerk ertoe kan bijdragen dat er nieuwe banen ontstaan en dat de kansen eerlijker verdeeld worden;

30.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat het Europees Sociaal Fonds zich zal concentreren op omscholing en verhoging van de inzetbaarheid alsook het tegengaan van sociale uitsluiting teneinde de ergste sociale gevolgen van de crisis te overwinnen; dringt met klem aan op mainstreaming van gendergelijkheid op deze beleidsterreinen;

Financiering van een groen herstelplan

31.  dringt erop aan dat financiers als regel onderworpen worden aan hun rol als dienaar van de economische ontwikkeling en welzijn en verlangt dat alle fondsen en garanties van de overheid voor herstelprogramma's gereserveerd worden voor bevordering van de omschakeling naar een energie-efficiënte, op hernieuwbare energie gebaseerde, niet-nucleaire, sociaal rechtvaardige en toekomstbewuste economische ontwikkeling;

32.  wijst erop dat subsidies voor private of publieke slechte banken ter ondersteuning van private banken met giftige activa erop neerkomt dat belastinggeld naar probleembanken gaat; doet de aanbeveling dat in plaats daarvan overheidssteun langs de gebruikelijke weg van kapitaaldeelneming verloopt;

33.  wijst op het belang van de voor 2009 geplande begrotingsherziening, die ambitieuze voorstellen moet inhouden voor een koerswijziging in de programmering ten tijde van de tussentijdse toetsing van de meerjarenprogramma's om de gevolgen van de crisis op te vangen en de enorme uitdaging van de klimaatverandering in aanmerking te nemen;

34.  is van mening dat er voor de EIB, de financiële arm van de EU en de grootste kredietverstrekker ter wereld, een centrale rol is weggelegd bij de beschikbaarstelling van kapitaal voor het economisch herstel; dringt erop aan dat de lidstaten als aandeelhouders van de EIB hun inlegkapitaal aanzienlijk verhogen om de kredietcapaciteit van de EIB uit te breiden zodat er een veel grotere hefboomwerking op het investeringsvolume van uit kan gaan en er tegelijkertijd beter op kan worden toegezien dat de projecten aan het duurzaamheidscriterium voldoen;

35.  is van mening dat in de huidige omstandigheden moet worden toegestaan dat de EIB van herfinanciering door de ECB gebruik maakt; wijst erop dat de EIB ‑ uitgaande van herfinanciering door de EIB tegen een tarief van 2% ‑ met 5 miljard euro als rentesubsidie een totaal van 250 miljard euro aan renteloos krediet aan publieke en private investeerders beschikbaar kan stellen voor groene investeringen en voorhoedetechnologie om de klimaatverandering en de daarmee verbonden kosten terug te dringen;

36.  dringt erop aan dat het 2020-"Marguerite Fund", dat bedoeld is als directe kapitaalbron voor infrastructuur- en energieprojecten van Europees belang, zo spoedig mogelijk operationeel wordt, en stelt voor geld van het economisch herstelplan voor Europa daarin te steken om spoedig maximaal resultaat te behalen; dringt erop aan dat het Parlement en de andere Europese instellingen een intentieverklaring ondertekenen om te waarborgen dat de investeringen naar echt duurzame projecten gaan;

37.  verlangt dat de Commissie met voorstellen komt om een Europese energieheffing te stimuleren om productie en consumptie van klimaatvijandige producten en diensten tegen te gaan en overschakeling van belastingheffing met arbeid als grondslag op belastingheffing op basis van energieverbruik mogelijk te maken;

38.  verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen voor invoering van een Europese belasting op kapitaaltransacties ter financiering van investeringen in ontwikkelingslanden teneinde de ergste gevolgen van de crisis te boven te komen en de verwezenlijking van millenniumdoelstellingen op gang te houden;

39.  dringt erop aan dat het fiscaal comité van de VN tot een intergouvernementeel lichaam wordt opgewaardeerd zodat het zich met belastingontduiking en -ontwijking kan gaan bezighouden; dringt aan op hervorming van het beheer van de IASB om het afleggen van rekenschap, transparantie en eerbiediging van het voorzorgsbeginsel mogelijk te maken;

Een vernieuwde Lissabon-strategie

40.  wijst erop dat tegenover de nieuwe interne en externe uitdagingen waar de Europese Unie voor staat, de beperkingen van de open coördinatiemethode, waarop de Lissabon-strategie al negen jaar stoelt, aan het licht zijn getreden;

41.  is van oordeel dat de leiders van de EU op korte termijn overeenstemming moeten bereiken over een nieuw bindend raamwerk voor nauwere coördinatie van het economisch beleid en dat er op middellange termijn een echt gemeenschappelijk economisch beleid van de EU tot stand moet komen; verzoekt de Commissie voor het eind van 2009 een diepgaande evaluatie van de Lissabon-strategie gedurende de afgelopen negen jaar uit te voeren; beklemtoont dat het niet zonder meer voor de hand ligt hoe het welslagen van de Lissabon-strategie gemeten moet worden en welke indicatoren geschikt zijn om "vooruitgang" te meten; wijst erop dat economische groei geen doel op zich is en dat bbp/bnp-cijfers geen afdoende graadmeter voor welvaart vormen;

42.  dringt aan op toevoeging van nieuwe indicatoren om de voortgang van het Lissabon-proces te volgen, met inbegrip van indicatoren voor levenskwaliteit; is in dit verband ingenomen met het werk van verscheidene directoraten-generaal van de Commissie om nieuwe kwalitatieve indicatoren te ontwikkelen; verzoekt de Raad, de lidstaten en de Commissie hun beleidsmaatregelen en nationale plannen mede aan de hand van indicatoren als CO2-uitstoot, energie-intensiviteit van de economie, armoederisico en biodiversiteitsachteruitgang te beoordelen;

43.  verzoekt de Commissie deze nieuwe indicatoren bij de komende toetsingen van de nationale herstelplannen te gebruiken en ze in de door haar uitgevoerde monitoring op te nemen zodat er een omvattender en getrouwer beeld van de successen en tekortkomingen van de Lissabon/Gotenburg-strategie ontstaat;

44.  verzoekt de Commissie de lijst van Lissabon-toewijzingen voor de bestemming van de middelen van de structuurfondsen in lidstaten en regio's te herzien tegen de achtergrond van de nieuwe indicatoren en daarbij categorieën die extra klimaatschade aanrichten te schrappen;

45.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de kandidaatlanden, het Comité van de regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

(1) Resolutie van 20 februari 2008 over de inbreng op de voorjaarszitting 2008 van de Raad met betrekking tot de strategie van Lissabon (Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0057).

Laatst bijgewerkt op: 6 maart 2009Juridische mededeling