naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B6‑0204/2009 en B6‑0203/2009
ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het Reglement
door David Martin
namens de Commissie internationale handel
over de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
Resolutie van het Europees Parlement over de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
B6‑0141/2009
Het Europees Parlement,
–
onder verwijzing naar zijn resoluties van 25 september 2003 over de vijfde ministersconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Cancún(1), van 12 mei 2005 over de evaluatie van de Doha-Ontwikkelingsronde na het besluit van de Algemene Raad van de WTO van 1 augustus 2004(2), van 1 december 2005 over de voorbereiding van de zesde ministersconferentie van de Wereldhandelsorganisatie in Hongkong(3), van 23 maart 2006 over de invloed van de economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's) op de ontwikkeling(4), van 4 april 2006 over de evaluatie van de Doha-ronde na de ministersconferentie van de WTO in Hongkong(5), van 1 juni 2006 over handel en armoede: naar een handelsbeleid dat de bijdrage van de handel aan armoedebestrijding maximaliseert(6), van 7 september 2006 over de opschorting van de onderhandelingen over de Ontwikkelingsagenda van Doha (DDA)(7), van 23 mei 2007 over economische partnerschapsovereenkomsten(8), van 12 juli 2007 over de TRIPS-overeenkomst en de beschikbaarheid van medicijnen(9), van 12 december 2007 over economische partnerschapsovereenkomsten(10) en van 5 juni 2008 inzake het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 552/97 en nr. 1933/2006 van de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 964/2007 en nr. 1100/2006 van de Commissie(11),
–
onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 september 2002 over zijn aanbevelingen aan de Commissie inzake de sluiting van economische partnerschapsovereenkomsten met de ACS-landen en -regio's(12),
–
onder verwijzing naar zijn resolutie van 5 februari 2009 over de invloed van de economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's) op de ontwikkeling(13),
–
gezien de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds,
–
gezien de gezamenlijke verklaring over de ondertekening van de economische partnerschapsovereenkomst,
–
gezien de partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS) enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (Overeenkomst van Cotonou),
–
gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van april 2006, oktober 2006, mei 2007, oktober 2007, november 2007 en mei 2008,
–
gezien de mededeling van de Commissie van 23 oktober 2007 getiteld "Economische partnerschapsovereenkomsten" (COM(2007)0635),
–
gezien de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT), met name artikel XXIV daarvan,
–
gezien de op 14 november 2001 in Doha op de vierde bijeenkomst van de ministersconferentie van de WTO aangenomen ministeriële verklaring,
–
gezien de op 18 december 2005 in Hongkong op de zesde bijeenkomst van de ministersconferentie van de WTO aangenomen ministeriële verklaring,
–
gezien het verslag en de aanbevelingen van de task force hulp voor handel, die de Algemene Raad van de WTO op 10 oktober 2006 heeft goedgekeurd,
–
gezien de Millenniumverklaring van de Verenigde Naties van 8 september 2000, waarin de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG's) zijn geformuleerd als criteria die de internationale gemeenschap collectief heeft opgesteld met het oog op de uitbanning van armoede,
–
gezien het communiqué van Gleneagles, dat de Groep van Acht op 8 juli 2005 in Gleneagles heeft uitgegeven,
–
gelet op artikel 108, lid 5, in samenhang met artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,
A.
overwegende dat sinds 1 januari 2008 de eerdere handelsrelatie van de EU met de ACS-landen - die zonder wederkerigheid preferentiële toegang tot de EU-markten hadden - niet meer in overeenstemming is met de WTO-regels,
B.
overwegende dat EPO's met de WTO-regels verenigbare overeenkomsten zijn ter ondersteuning van regionale integratie en ter bevordering van de geleidelijke integratie van de ACS-economieën in de wereldeconomie, waardoor hun duurzame sociaal-economische ontwikkeling wordt gestimuleerd en een bijdrage wordt geleverd aan de globale inspanningen om de armoede in de ACS-landen uit te bannen,
C.
overwegende dat EPO's moeten worden gebruikt voor het opbouwen van een langdurige relatie waarin de handel de ontwikkeling ondersteunt,
D.
overwegende dat de huidige financiële en economische crisis betekent dat het handelsbeleid belangrijker dan ooit wordt voor de ontwikkelingslanden,
E.
overwegende dat de complexe, verstrekkende verplichtingen die in de overeenkomst zijn opgenomen, een zeer ingrijpend effect op nationaal en regionaal vlak zouden kunnen hebben,
F.
overwegende dat de EPO onvermijdelijk van invloed zal zijn op de werkingssfeer en inhoud van toekomstige overeenkomsten tussen het Cariforum en andere handelspartners en op de positie van de regio in de onderhandelingen,
G.
overwegende dat er slechts een beperkte concurrentie bestaat tussen de EU en de staten in de Stille Oceaan, omdat het overgrote deel van de EU-uitvoer bestaat uit goederen die de staten in de Stille Oceaan niet produceren, maar vaak nodig hebben hetzij voor rechtstreekse consumptie hetzij als basisproducten voor hun binnenlandse industrie,
H.
overwegende dat elk Cariforum-land een afzonderlijk liberaliseringstijdpad heeft, met een zekere mate van overlapping tussen de landen, zodat er in de loop van de tijd convergentie optreedt en een regionaal tijdpad ontstaat; dat Caricom mikt op de totstandbrenging van een interne markt tegen 2015,
I.
overwegende dat het absolute effect van de handelsvoorschriften die in de EPO worden vastgesteld, veel groter zou kunnen zijn dan de afschaffing van de tarieven,
J.
overwegende dat verbeterde handelsregels gepaard moeten gaan met een verhoging van de handelsgerelateerde bijstand,
K.
overwegende dat "Hulp voor handel" tot doel heeft de ontwikkelingslanden beter in staat te stellen van nieuwe handelsmogelijkheden te profiteren,
L.
overwegende dat de laatste zin van artikel 139, lid 2, van de overeenkomst luidt dat "niets in deze overeenkomst mag worden uitgelegd als aantasting van het vermogen van de partijen en ondertekenende Cariforum-staten de beschikbaarheid van geneesmiddelen te bevorderen",
M.
overwegende dat de EPO wel een verklaring over ontwikkelingssamenwerking, maar geen juridisch bindende financieringsverplichtingen bevat,
1.
onderstreept dat deze overeenkomsten niet als bevredigend kunnen worden beschouwd, tenzij daarmee de volgende doelstellingen worden verwezenlijkt: ondersteuning van de ACS-landen bij hun duurzame ontwikkeling, bevordering van hun deelname aan de wereldhandel, versterking van het regionalisatieproces, revitalisering van het handelsverkeer tussen de Europese Unie en de ACS-landen en bevordering van de economische diversificatie van de ACS-landen;
2.
herinnert eraan dat de EPO de doelstellingen, beleidsmaatregelen en prioriteiten van de Cariforum-staten op ontwikkelingsgebied moet ondersteunen, niet alleen door de opzet en inhoud van de overeenkomst, maar ook door de manier waarop en de geest waarin deze wordt uitgevoerd;
3.
wijst erop dat de EPO moet bijdragen tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling;
4.
onderstreept dat de belangrijkste doelstelling van deze overeenkomst erin bestaat om via ontwikkelingsdoelen, armoedevermindering en eerbiediging van de fundamentele mensenrechten bij te dragen tot het realiseren van de Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling;
5.
verzoekt de Commissie alles in het werk te stellen met het oog op de hervatting van de onderhandelingen over de Doha-ontwikkelingsagenda (DDA) en erop toe te zien dat akkoorden over handelsliberalisering bevorderlijk blijven voor de ontwikkeling in arme landen;
6.
is ervan overtuigd dat alomvattende EPO's voor de ACS-landen een aanvulling moeten vormen op een akkoord over de DDA en geen alternatief daarvoor;
7.
wijst op het belang van de intraregionale handel en de noodzaak van sterkere regionale handelsbetrekkingen om duurzame groei in de regio te verzekeren; onderstreept het belang van samenwerking en overeenstemming tussen verschillende regionale instanties;
8.
maakt zich ongerust over het feit dat de belangen van de ultraperifere regio's in weerwil van het onderhandelingsmandaat van de Commissie voor de EPO's - op 17 juni 2002 goedgekeurd door de Raad - dat stelt dat bij de onderhandelingen met de bijzondere belangen van de ultraperifere regio's van de Gemeenschap rekening zal worden gehouden en dat de EPO's daarom meer in het bijzonder specifieke maatregelen voor de producten uit die regio's kunnen bevatten, om ze op korte termijn in het interregionaal handelsverkeer op te nemen, in de zin van de voorschriften van de Wereldhandelsorganisatie - in veel opzichten, die de Commissie door de regionale raden onder ogen zijn gebracht, niet genoeg in acht zijn genomen en dat de integratie van de ultraperifere regio's in de interregionale handel op korte termijn dus veronachtzaamd is;
9.
moedigt aan tot verdere verlaging van de tarieven tussen ontwikkelingslanden en regionale groepen, die nu bij 15 tot 25 van de handelswaarde liggen, teneinde de zuid-zuidhandel, de economische groei en de regionale integratie te bevorderen;
10.
herinnert eraan dat een echte regionale markt een essentiële voorwaarde is voor de succesvolle tenuitvoerlegging van de EPO en dat regionale integratie en samenwerking van fundamenteel belang zijn voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de Cariforum-landen;
11.
benadrukt dat bij de uitvoering van de overeenkomst naar behoren moet worden gekeken naar de integratieprocessen in het Cariforum, waaronder de doelstellingen van de CSME (interne markt en economie van de CARICOM (Caribbean Community)), zoals uiteengezet in het herziene Verdrag van Chaguaramas;
12.
herinnert eraan dat Cariforum-staten die lid zijn van de Caribbean Community, verplichtingen zijn aangegaan op terreinen die in het kader van de CSME nog niet zijn geregeld of waarop de uitvoering nog niet is afgerond, waaronder financiële diensten, andere diensten, investeringen, concurrentie, openbare aanbestedingen, e-handel, intellectuele eigendom, vrij verkeer van goederen en het milieu; verzoekt bij de uitvoering van deze bepalingen terdege rekening te houden met de CSME op deze terreinen, zoals bepaald in artikel 4, lid 3, van de EPO met het Cariforum;
13.
verzoekt de betrokken landen met klem duidelijke en transparante informatie over de economische en politieke situatie en ontwikkeling in deze landen te verstrekken, teneinde de samenwerking met de EG te verbeteren;
14.
verzoekt de Commissie om een toelichting inzake de feitelijke verdeling in de ACS-regio van de middelen die behoren tot de toegezegde prioritaire uitgaven uit het verhoogde budget voor “Hulp voor handel”;
15.
stelt dat hulp, overeenkomstig de in Parijs overeengekomen beginselen inzake de doeltreffendheid van hulp, o.a. vraaggestuurd moet zijn, en verzoekt daarom de ACS uiteen te zetten wat er aan bijkomende middelen in EPO-verband nodig is, in het bijzonder met betrekking tot regelgevingskaders, vrijwaringsmaatregelen, handelsfacilitering, steun bij het voldoen aan internationale sanitaire en fytosanitaire normen en de intellectuele-eigendomsvoorschriften en de samenstelling van het EPO-monitoringmechanisme;
16.
herinnert aan de goedkeuring van de EU-strategie inzake "Hulp voor handel" in oktober 2007, met de verplichting tot verhoging van de totale handelsgerelateerde bijstand van de EU tot 2 miljard euro per jaar in 2010 (1 miljard euro van de Gemeenschap en 1 miljard euro van de lidstaten); staat erop dat de Cariforum-staten een passend en billijk deel hiervan ontvangen;
17.
verzoekt de Commissie duidelijkheid te scheppen rond de verdeling van de middelen over de regio; verzoekt de EU-lidstaten om naast de voor de periode 2008-2013 vastgelegde begrotingsmiddelen extra middelen beschikbaar te stellen;
18.
verzoekt de Commissie duidelijk te maken welke middelen een aanvulling vormen op de financiering uit het 10de EOF; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat aan alle bepalingen inzake ontwikkelingssamenwerking, ook over de financiering daarvan, snel, adequaat en doeltreffend uitvoering wordt gegeven;
19.
stelt vast dat de Bahama's en Antigua en Barbados in een vroeg stadium douane-inkomsten verliezen als gevolg van de handelsliberalisatie; aanvaardt dat voor andere Cariforum-landen hetzij een aanzienlijk deel van de EU-uitvoer nu al vrij is van handelsbelemmeringen, hetzij het grootste deel van de liberalisatie in de jaren 10-15 van het uitvoeringstijdschema plaatsvindt;
20.
is verheugd over de tussen de partijen overeengekomen belastingvrije, quotumvrije markttoegang die tot een significante toename van de handel zal leiden en wordt ondersteund door flexibeler, verbeterde oorsprongsregels alsmede een alomvattende herzieningsclausule;
21.
dringt erop aan dat zij die onderhandelen over een alomvattende EPO volledig instaan voor een transparant beheer van de natuurlijke hulpbronnen en aangeven hoe het best te werk kan worden gegaan, opdat de ACS-landen maximaal van dergelijke hulpbronnen kunnen profiteren;
22.
respecteert het feit dat er behoefte is aan een hoofdstuk over handelsbescherming met bilaterale vrijwaringsmaatregelen; verzoekt beide partijen onnodig gebruik van deze vrijwaringsmaatregelen te vermijden;
23.
stelt vast dat in de alomvattende EPO een hoofdstuk inzake ontwikkelingssamenwerking wordt opgenomen dat betrekking heeft op de handel in goederen, het concurrentievermogen aan de aanbodzijde, infrastructuur ter versterking van het bedrijfsleven, handel in diensten, met de handel verband houdende kwesties, institutionele capaciteitsopbouw en fiscale aanpassingen; verzoekt beide partijen zich te houden aan hun afspraak om de onderhandelingen over concurrentie en overheidsopdrachten pas af te ronden wanneer er voldoende capaciteit is opgebouwd;
24.
benadrukt dat in de EPO de specifieke belangen van de KMO’s van beide partijen in aanmerking moeten worden genomen;
25.
verzoekt om toepassing door de Europese Unie van het beginsel van meest begunstigde natie (MBN) op alle subregionale groepen ACS-landen;
26.
erkent de selectieve toepassing van de MBN-behandeling op de Europese Unie door het Cariforum en andere subregionale groepen;
27.
rekening houdend met de in artikel 5 van de EPO opgenomen bepalingen over bijzondere en gedifferentieerde behandeling en om de doelstelling van armoedevermindering te halen, moeten passende ontwikkelingsindicatoren voor de EPO vooral een drieledig doel dienen: de Cariforum-landen tot nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van de EPO aanzetten of voor vrijstellingen kwalificeren; het effect van de uitvoering van de EPO op duurzame ontwikkeling en armoedevermindering meten; de nakoming van de verplichtingen door de EG volgen, met name de uitbetaling en daadwerkelijke verlening van toegezegde financiële en technische bijstand;
28.
neemt kennis van de brede kloof tussen de overheidsuitgaven voor landbouwsubsidies en financiële en technische steun;
29.
wijst erop dat boeren in de ACS-landen hierdoor worden benadeeld omdat hun concurrentievermogen zowel nationaal als internationaal afneemt, aangezien hun producten in vergelijking met gesubsidieerde producten uit de EU en de VS reëel duurder zijn;
30.
steunt daarom de overeengekomen tarifaire uitzonderingen voor landbouwproducten en bepaalde verwerkte landbouwproducten, omdat deze voornamelijk zijn ingegeven door de noodzaak van bescherming van jonge bedrijfstakken of gevoelige producten in deze landen;
31.
verzoekt om passende, transparante monitoringmechanismen – met een duidelijk rol en invloed – om het effect van de EPO’s te meten, waarbij de ACS-zeggenschap moet toenemen en de belanghebbenden breed worden geraadpleegd;
32.
verzoekt de Commissie steun te verlenen aan het opzetten van een onafhankelijke monitoringvoorziening in de Cariforum-staten, die over de noodzakelijke middelen beschikt voor de uitvoering van de analyse die nodig is om te bepalen in hoeverre de EPO de gestelde doelen haalt;
33.
onderstreept het belang van passende en transparante monitoringinstrumenten met doeltreffend toezicht door de binnen het Europees Parlement bevoegde commissie, in samenwerking met vertegenwoordigers uit de ACS-landen, om een algehele samenhang in het handels- en ontwikkelingsbeleid te verzekeren;
34.
wijst op de cruciale rol van de Cariforum-parlementen en niet-gouvernementele actoren bij het toezicht op en het beheer van de EPO; merkt op dat, willen zij deze rol daadwerkelijk kunnen spelen, de EU en de Cariforum-landen een duidelijke, op integratie gerichte agenda moeten vaststellen;
35.
verzoekt de Europese Raad de regionale raden van de ultraperifere regio’s van de Europese Unie in het Caraïbisch gebied (Martinique, Guadeloupe en Frans Guyana) te raadplegen, alvorens de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-landen en de lidstaten van de Europese Unie te ratificeren;
36.
is verheugd over de eerder genoemde gezamenlijke verklaring en het feit dat er uiterlijk vijf jaar na de datum van ondertekening en vervolgens om de vijf jaar een verplichte, alomvattende evaluatie van de overeenkomst zal plaatsvinden, om het effect van de overeenkomst te bepalen, met inbegrip van de kosten en de gevolgen van de uitvoering; wijst erop dat de partijen zich ertoe hebben verplicht om, waar nodig, de bepalingen van de overeenkomst te wijzigen en de uitvoering ervan aan te passen; wenst dat het Europees Parlement en de Cariforum-parlementen worden betrokken bij een eventuele herziening van de EPO;
37.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de ACS-landen, de Raad ACS-EU en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.