Procedure : 2009/2558(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0187/2009

Ingediende teksten :

B6-0187/2009

Debatten :

PV 23/04/2009 - 13
CRE 23/04/2009 - 13

Stemmingen :

PV 24/04/2009 - 7.22

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0330

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 102kDOC 50k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0185/2009
16 april 2009
PE423.108
 
B6‑0187/2009
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Gunnar Hökmark
namens de PPE-DE-Fractie
over de resultaten van de op 2 april 2009 in Londen gehouden vergadering van de G20

Resolutie van het Europees Parlement over de resultaten van de op 2 april 2009 in Londen gehouden vergadering van de G20  
B6‑0187/2009

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring "The Global Plan for Recovery and Reform" van de G20 van 2 april 2009,

–  gezien de verklaring "Strengthening the Financial System" van de G20 van 2 april 2009,

–  gezien het actieplan dat op de vergadering van de G20 in september 2008 te New York is opgesteld,

–  gezien de op 2 april 2009 gepubliceerde OESO-lijst van landen die zich niet houden aan de internationale normen voor de uitwisseling van belastinginformatie,

–  gezien de bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van de Eurogroep op 12 oktober 2008, die ten doel had een gecoördineerd reddingsplan ter bestrijding van de economische crisis vast te stellen,

–  gezien het rapport van de groep van deskundigen op hoog niveau over financieel toezicht in de EU, voorgezeten door de heer Jacques de Larosière, voor de Commissie van 25 februari 2009 met het oog op de vergadering van de Europese Raad in het voorjaar van 2009,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 11 maart 2009 over het Europees economisch herstelplan(1),

–  gezien de resultaten van de Voorjaarstop van de Europese Raad,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de mondiale economie in 2009 flink slechter presteert en de meest optimistische prognoses pas in 2010 een licht herstel te zien geven, waardoor een ernstige sociale en politieke crisis steeds dichterbij komt,

B.  overwegende dat de grootste uitdagingen voor het tegengaan van de internationale en Europese economische achteruitgang op dit moment bestaan uit het gebrek aan vertrouwen op de financiële en kapitaalmarkten en de stijgende werkloosheid, dringt aan op maatregelen om onderlinge leningen tussen banken en het functioneren van de kredietmarkten te waarborgen,

C.  overwegende dat gebleken is dat het lidmaatschap van de eurozone de economische stabiliteit in de desbetreffende lidstaten ten goede is gekomen, hetgeen is toe te schrijven aan hun inspanningen gericht op het naleven van de criteria van Maastricht en van het Stabiliteits- en groeipact én aan het feit dat zij waren afgeschermd van valutaschommelingen,

D.  overwegende dat een aantal lidstaten ernstige betalingsbalansproblemen heeft, en dat sommige in dit verband bij het IMF hebben moeten aankloppen,

E.  overwegende dat het "Global Plan for Recovery and Reform" streeft naar: 1) herstel van vertrouwen, groei en banen; 2) herstel van het financieel systeem om leningen weer op gang te brengen; 3) versterking van de financiële regelgeving tot herstel van vertrouwen; 4) financiering en hervorming van de internationale financiële instellingen om de huidige crisis te boven te komen en nieuwe crises in de toekomst te voorkomen; 5) bevordering van de mondiale handel en investeringen, en afwijzing van protectionisme, om welvaart aan te zwengelen; 6) een solidair, groen en duurzaam herstel,

1.  juicht het 'Global Plan for Recovery and Reform' van de G20 toe; is ingenomen met het feit dat het plan aansluit bij de inspanningen die de Europese Unie zich reeds getroost, zodat er een meer mondiale aanpak tot stand komt en strijdige beleidsmaatregelen die elkaars resultaten teniet doen, worden voorkomen;

2.  prijst de leidende rol die de EU op de topontmoeting heeft vervuld door richting aan te geven en praktische oplossingen te ontwikkelen;

3.  is verheugd over de gemeenschappelijke aanpak voor het beter reguleren van de financiële sector en het verbeteren van het financieel toezicht; dringt er bij alle regeringen op aan de toezeggingen die zij op de G20-ontmoeting hebben gedaan, gestand te doen;

4.  verzoekt de nieuwe Financial Stability Board en het IMF hun rapport over het toezicht op de tenuitvoerlegging van het actieplan voor de versterking van de financiële sector aan het Parlement te doen toekomen;

5.  wijst erop dat de vaak ingrijpende maatregelen die in de financiële sector worden genomen niet bedoeld zijn om te voorkomen dat bepaalde bedrijven moeten sluiten, maar om te voorkomen dat de sector ineenstort, hetgeen een rampzalig domino-effect zou hebben op de overige financiële sector en de reële economie;

6.  is voorstander van een verdubbeling van de EU-faciliteit voor financiële bijstand op de middellange termijn voor de betalingsbalansen van EU-lidstaten buiten de eurozone van EUR 25 miljard naar EUR 50 miljard;

7.  spoort alle lidstaten zonder een opt-out-clausule die zich nog buiten de eurozone bevinden aan zich te richten op het voldoen aan de criteria van Maastricht, en te werken aan een zo snel mogelijke invoering van de euro, teneinde beter beschermd te zijn tegen mogelijke toekomstige crises;

8.  is verheugd over het feit dat de ECB de rente een aantal keren heeft verlaagd om de groei te stimuleren, en over de snelle terbeschikkingstelling van financiële faciliteiten voor de korte termijn om het interbancaire lenen weer op gang te brengen;

9.  stelt vast dat het massale gebruik door regeringen van leningen zijn sporen op de kapitaalmarkten begint na te laten nu deze geleidelijk opdrogen, het effect van crowding-out begint merkbaar te worden, en de rentetarieven op de middellange en lange termijn gaan langzaam maar zeker stijgen, hetgeen de inspanningen van de centrale banken om de rentetarieven te verlagen, teniet dreigt te doen; dringt er bij alle lidstaten op aan terug te keren tot een gezond overheidstekort zodra dit mogelijk is;

10.  is zich ervan bewust dat de huidige snelle toename van de overheidsuitgaven in de toekomst tot een even snelle toename van de belastingdruk kan leiden; waarschuwt ervoor te hopen dat inflatie de impact op de schatkist zal afzwakken, aangezien deze vooral ten koste zou gaan van gepensioneerden en toekomstige generaties;

11.  prijst de G20 om zijn keuze voor oplossingen op basis van leningen en garanties, die de grootste economische effecten zullen sorteren en zullen helpen bij het opvangen van de langetermijngevolgen van de programma's ten belope van meer dan duizend miljard dollar voor de nationale schatkisten;

12.  is ernstig verontrust over de uiteenlopende productiviteitscijfers in de eurozone en dringt erop aan op nationaal niveau waar nodig corrigerende maatregelen te treffen;

13.  verwerpt elke vorm van protectionisme in zowel de reële economie als in de financiële sector als reactie op de economische neergang en de inzakkende wereldhandel; onderstreept dat voorgestelde verordeningen geen protectionistische en extraterritoriale impact mogen hebben;

14.  is verheugd over de flinke toename van de middelen van het IMF, dat de belangrijkste leverancier van financiële steun aan landen met betalingsbalansproblemen is, met inbegrip van EU-lidstaten, en dat steun geeft voor groei in opkomende markten en ontwikkelingslanden;

15.  verzoekt de Commissie te bekijken voor hoeveel geld het IMF mogelijkerwijs extra speciale trekkingsrechten nodig heeft, en de ECB in te schatten wat de effecten daarvan op de mondiale prijsstabiliteit zouden zijn;

16.  is verheugd over de schrapping van de laatste vier landen op de zwarte lijst van belastingparadijzen van de OESO nu zij kort na de bijeenkomst van de G20 hebben toegezegd zich aan de regels inzake fiscale transparantie te zullen houden;

17.  verzoekt de Commissie om in het kader van de reflectie over een nieuwe strategie voor duurzame ontwikkeling volledig rekening te houden met de klimaatimpact van alle bestaande maatregelen; vraagt de Commissie de mogelijkheid te beoordelen een efficiënte interne markt tot stand te brengen voor hernieuwbare energie;

18.  benadrukt de noodzaak van een doeltreffende tenuitvoerlegging van het klimaat- en energiepakket, en van meer investeringen in hernieuwbare energie, energie met een lage CO2-uitstoot en energie-efficiëntie, hetgeen een centraal onderdeel van het Energie-actieplan 2010-2014 moet zijn;

19.  onderstreept de noodzaak om eco-innovatie op te nemen in alle relevante beleidsmaatregelen om dit snel op brede schaal te bevorderen, en verzoekt de Commissie de regelgevingskaders tegen het licht te houden, en na te gaan waar regelgeving en marktfalen het inzetten van milieutechnologie en verdere innovatie in de weg zouden kunnen staan;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de ECB, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de leden van de G20 en het IMF.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA-PROV(2009)0123.

Laatst bijgewerkt op: 17 april 2009Juridische mededeling