naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Magor Imre Csibi en Péter Olajos
namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
over het aangaan van de uitdagingen van ontbossing en aantasting van bossen om de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit aan te pakken
Resolutie van het Europees Parlement over het aangaan van de uitdagingen van ontbossing en aantasting van bossen om de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit aan te pakken
B6‑0191/2009
Het Europees Parlement,
–
gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's over het aangaan van de uitdagingen van ontbossing en aantasting van bossen om de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit aan te pakken (COM(2008) 0645),
–
rekening houdend met de besluiten die zijn genomen in het kader van de vijfde ministersconferentie over de bescherming van de bossen in Europa (MCPFE, Warschau, 2007) inzake de beoordeling van de invloed van klimaatverandering op bossen en de tenuitvoerlegging van een evenwichtig beleid voor bosbeheer,
–
gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,
A.
overwegende dat de EU de opwarming van de aarde tot 2°C wil beperken en het verlies aan biodiversiteit wil halveren; overwegende dat volgens de Eliasch Review jaarlijks een bedrag van 17 tot 33 miljard dollar nodig is om de ontbossing tegen 2020 te halveren,
B.
overwegende dat evenwichtig bosbeheer van fundamenteel belang is voor het tegengaan van ontbossing en een cruciaal aspect is van economische ontwikkeling,
C.
overwegende dat ontbossing verantwoordelijk is voor ongeveer 20% van de uitstoot van broeikasgassen in de wereld, een belangrijke oorzaak is van het verlies aan biodiversiteit en een ernstige bedreiging vormt voor ontwikkeling, met name voor het levensonderhoud van de armen,
D.
overwegende dat de ontbossing zich voltrekt in het alarmerende tempo van 13 miljoen hectare per jaar, voornamelijk in tropische bossen, maar tot op zekere hoogte ook in Europa, vooral in Midden- en Oost-Europa,
E.
overwegende dat ontbossing moeilijk omkeerbare milieuschade met zich meebrengt - zoals een langdurige verstoring van de waterhuishouding, steppe- en woestijnvorming en aantasting van de biodiversiteit - waarvan de totale economische kosten veel hoger liggen dan uitgaven voor preventie of herstel,
F.
overwegende dat de aantasting van de bossen diverse vormen aanneemt en moeilijk te definiëren is, maar grote gevolgen heeft voor klimaat, biodiversiteit en goederen en diensten,
G.
overwegende dat er in de ontwikkelingslanden volgens het vierde rapport van het Intergouvernementele Panel inzake klimaatverandering (IPCC) een drastische ombuiging nodig is in de toename van de emissies ten opzichte van een business as usual-benadering, onder meer door een reductie van emissies ten gevolge van ontbossing, naast een reductie in de industrielanden van 25 tot 40% in 2020 ten opzichte van 1990, wil de opwarming van de aarde tot 2°C beperkt blijven,
H.
overwegende dat het terugdringen van de ontbossing een belangrijke rol speelt, niet alleen voor de beperking van de klimaatverandering, maar ook voor de aanpassing aan de klimaatverandering,
1.
benadrukt de noodzaak van meer samenhang tussen behoud van de bossen en duurzaam bosbeheer en andere interne en externe beleidsvormen van de EU; dringt aan op een gekwantificeerde evaluatie van de gevolgen voor de bossen van het beleid van de EU inzake energie (met name biobrandstoffen), landbouw, duurzame productie en consumptie, overheidsopdrachten, handel en ontwikkelingssamenwerking;
2.
verzoekt de Commissie bij het Parlement en de Raad voorstellen in te dienen voor strenge duurzaamheidsvereisten van de Gemeenschap voor alle hout en houtproducten afkomstig uit bossen;
3.
verzoekt de Commissie om voor het eind van 2009 een uitvoerige studie te publiceren, waarin wordt geëvalueerd welke gevolgen de EU-productie, -consumptie en -handel in levensmiddelen en andere artikelen hebben voor de ontbossing en aantasting van bossen; dringt erop aan dat in de studie elke negatieve bijdrage van afzonderlijke industriële sectoren wordt geëvalueerd en gespecificeerd, en dat er aanbevelingen worden geformuleerd voor aanvullend beleid en verdere innovatie, teneinde die gevolgen te terug te dringen;
4.
wijst erop dat binnen het bosbeheer serieus aandacht moet worden geschonken aan problemen omtrent de waterhuishouding en er dus werkelijk behoefte is aan gemeenschappelijk beheer van water- en bosbestanden en aan harmonisering van EU-beleid, teneinde de waterretentiecapaciteit van ecosystemen te herstellen en te verbeteren;
5.
is verheugd over het beleid van groene overheidsopdrachten (GPP) en over de bevordering van instrumenten zoals milieukeuren en systemen voor de toekenning van certificaten voor bossen; dringt aan op de spoedige goedkeuring en uitvoering van het beleid van groene overheidsopdrachten voor houtproducten in de gehele EU; verzoekt de lidstaten hun beleid inzake overheidsopdrachten op hoge duurzaamheidsnormen te baseren en dus met betrekking tot die normen realistische doelstellingen te formuleren;
6.
is van mening dat aan ontwikkelingslanden substantiële financiële steun moet worden geboden om de bruto tropische ontbossing uiterlijk tegen 2020 tot staan te brengen, en dat vastbeslotenheid op dit vlak van doorslaggevend belang zal zijn in de internationale onderhandelingen voor een veelomvattende en wereldwijde klimaatovereenkomst voor de periode na 2012;
7.
erkent dat het mobiliseren van voldoende fondsen in het kader van een mondiaal klimaatakkoord absoluut van fundamenteel belang is om de wereldwijde ontbossing te halveren en uiteindelijk een halt toe te roepen; steunt in dit verband het voorstel van de Commissie tot invoering van een wereldwijd boskoolstofmechanisme (GFCM) in het kader van het UNFCCC, gebaseerd op een stelsel van vaste financiering; verzoekt de lidstaten hun inzet voor stopzetting van de wereldwijde ontbossing en aantasting van bossen te schragen door een substantieel gedeelte van de opbrengsten van de veiling van emissierechten te bestemmen voor het terugdringen van ontbossing en aantasting van bossen in de ontwikkelingslanden, en door de onderhandelingen te richten op financieringsbronnen zoals omschreven in de mededeling van de Commissie getiteld "Naar een uitgebreide klimaatveranderingsovereenkomst in Kopenhagen"; verzoekt de lidstaten verder hun steun te geven aan het voorstel van de Commissie om het financieringsvoorstel van Noorwegen te omarmen en toekomstige veilingopbrengsten van de toegewezen hoeveelheden voor een deel aan het GFCM toe te wijzen;
8.
wijst erop dat de steun via het wereldwijde boskoolstofmechanisme (GFCM) op prestaties gebaseerd moet zijn, en verleend moet worden aan de hand van aangetoonde reductie van bruto ontbossing en aantasting van bossen; benadrukt dat deze steun ook aanvullende voordelen moet bieden in de vorm van bescherming van de biodiversiteit, toename van de herstelcapaciteit en betere bestaansmogelijkheden in bosgebieden;
9.
benadrukt dat de rechten van de lokale bevolking in bosgebieden volledig moeten worden gerespecteerd, dus ook het recht van inheemse volkeren op vrije, voorafgaande en geïnformeerde instemming met het gebruik van bossen die van oudsher door hen worden gebruikt; acht het van essentieel belang dat lokale gemeenschappen en inheemse volkeren op een zinvolle en omvattende manier worden betrokken bij alle stadia van de beoordeling, planning en uitvoering van maatregelen voor terugdringing van emissies ten gevolge van de aantasting van bossen en ontbossing;
10.
benadrukt dat elk mechanisme binnen het samenwerkingsprogramma van de Verenigde Naties voor de reductie van emissies ten gevolge van ontbossing en aantasting van bossen in ontwikkelingslanden (UNREDD) in het kader van de internationale klimaatovereenkomst voor de periode na 2012 eerst en vooral de bescherming van natuurlijke bossen moet garanderen;
11.
is van mening dat het ontbossingsproces in Oost-Europa bijdraagt tot de achteruitgang van het milieu en ook de levenskwaliteit beïnvloedt;
12.
merkt op dat credits uit de bosbouw op de koolstofmarkt op middellange en lange termijn een onderdeel kunnen vormen van een mix van beleidsvormen waarmee de ontbossing wordt aangepakt, mits voor boskoolstof accurate rekenmethoden en betrouwbare monitoringsmechanismen kunnen worden gebruikt; benadrukt dat een definitief besluit over de opneming van credits uit de bosbouw in het emissiehandelstelsel moet worden genomen na een grondige analyse van de haalbaarheid van alle potentiële financieringsmechanismen en een evaluatie van het resultaat van de Conferentie van Kopenhagen en de conclusies van de proefprojecten;
13.
herinnert eraan dat credits uit bosbouwprojecten die worden gebruikt ter compensatie van broeikasgasemissies in de industrielanden nooit dubbel mogen tellen voor de ombuigingsdoelstellingen ten opzichte van het business as usual-scenario die de ontwikkelingslanden naar verwachting zullen onderschrijven via de internationale klimaatovereenkomst voor de periode na 2012;
14.
wijst erop dat bij elk systeem van compensatie voor het terugdringen van de ontbossing en de aantasting van de bossen in het kader van een toekomstige klimaatovereenkomst niet alleen rekening moet worden gehouden met koolstofputten, maar ook met het nut van ecosystemen en sociale voordelen van bossen;
15.
verlangt dat de EU stringente sociale en milieunormen voor mechanismen voor de beperking van emissies voor ontbossing en aantasting van de bossen (REDD) bevordert; verlangt dat de EU pleit voor REDD-mechanismen die verder gaan dan de huidige projectmatige aanpak van het Clean Development Mechanism en die gericht zijn op de onderliggende oorzaken van ontbossing zoals slecht bestuur, armoede, corruptie en gebrek aan rechtshandhaving, middels ondersteuning van institutionele en beleidshervormingen op lokaal en nationaal niveau;
16.
betreurt dat de mededeling ondanks de titel niet ingaat op de aantasting van bossen; verzoekt de Commissie actieplannen en proefprojecten te ontwikkelen en blijk te geven van inzet voor haar eigen bosbouwbeleid om niet alleen de ontbossing, maar ook de aantasting van bossen (mede in de Europese Unie) tot staan te brengen, door daarnaast goede monitoringsystemen te ontwikkelen en in te voeren teneinde adequate gegevens te verkrijgen over bodem en biomassa in bossen;
17.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.