naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7‑0208/2009
ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement
over de crisis in de zuivelsector
James Nicholson
namens de ECR-Fractie
Resolutie van het Europees Parlement over de crisis in de zuivelsector
B7‑0047/2009
Het Europees Parlement,
– gelet op artikel 33 van het Verdrag,
– gelet op artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de zuivelindustrie, één van de centrale onderdelen van de Europese landbouw, tegenover ongekende moeilijkheden staat,
B. overwegende dat de toestand in de zuivelsector er de laatste 12 maanden sterk op achteruitgegaan is, nu de melkprijs aan de boeren het laatste jaar bijna 40% per liter gedaald is, terwijl de kleinhandelsprijs van zuivelproducten niet omlaaggegaan is,
C. overwegende dat de toestand dringend gestabiliseerd moet worden, omdat veel boeren melk onder de kostprijs produceren,
D. overwegende dat de steile val van de melkprijs ernstige financiële gevolgen voor de melkveehouders en andere bedrijven in de zuivelindustrie heeft, waar nu een groot aantal arbeidsplaatsen en ondernemingen in hun bestaan bedreigd zijn,
E. overwegende dat er op de melkmarkt geen evenwicht tussen vraag en aanbod is, omdat er zich een stijging in de melkproductie buiten de Europese Unie maar een daling in de vraag op de wereldmarkt heeft voorgedaan, die op de economische crisis terug te voeren is,
F. overwegende dat er in heel de productieketen van zuivelproducten ernstige ongelijkheid in de winstmarges vast te stllen is, aangezien de prijs die de verbruiker in de winkel betaalt, in geen enkele verhouding tot de productieprijs staat,
G. overwegende dat de melkprijzen de laatste paar weken weliswaar enigszins gestegen zijn maar op een historisch laag niveau blijven,
H. overwegende dat de melkveehouders problemen ondervinden om van de banken krediet en leningen te krijgen, die hen de lopende slappe periode op de markt kunnen helpen doorkomen,
I. overwegende dat het op het niveau van de Europese Unie is dat er een oplossing voor de gebrekkige stabiliteit in de zuivelindustrie gevonden moet worden,
1. verheugt zich over het recent verslag van de Europese Commissie over de toestand in de zuivelindustrie (van juli 2009), dat meer doorzichtigheid aan de aanbodzijde in de bedrijfstak vraagt en dringt erop aan dat ze de problematische onderdelen van het aanbod aan zuivelproducten verder onderzoekt;
2. stipt aan dat de ongelijkheden in de bevoorradingsketen voor zuivelproducten één van de onderliggende oorzkaen van de onstabiliteit in de bedrijfstak zijn en dringt er bij de Europese Commissie op aan om voorstellen in te dienen om het probleem in zijn volledige omvang te lijf te gaan;
3. wijst erop dat de zuivelindustrie in de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ingrijpende veranderingen zal moeten ondergaan, die haar op een meer marktgerichte benadering toesturen, veeleer dan op rechtstreekse steunmaatregelen, om haar efficiëntie en competitiviteit te verbeteren;
4. geeft zijn steun vor stappen in de richting van geleidelijke afschaffing van het systeem van melkquota's tegen 2015, maar dringt erop aan dat de Europese Commissie een alternatief systeem uitwerkt;
5. vraagt de Europese Commissie om zich niet alleen op oplossingen op lange termijn te concentreren maar ook maatregelen door te voeren die de zuivelproducenten op korte termijn ondersteunen;
6. erkent dat een lagere prijs voor brandstof en dierenvoer de productiekosten van de melkveehouders zou verminderen;
7. vraagt de Europese Commissie om een beleidsvoering aan te nemen die voor goede beschikbaarheid van dierenvoer zorgt en wijst erop dat ze dat zou kunnen bereiken door de principiële nultolerantie tegenover de aanwezigheid van niet toegelaten genetisch gemanipuleerde organismen in de invoer van ongemanipuleerd dierenvoer te herzien;
8. verheugt zich over de pogingen van de Europese Commissie om het verbruik van zuivelproducten te bevorderen, b.v. met haar schoolmelkplan;
9. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Commissie, en de regeringen en parlementen van de lidstaten.