Procedure : 2009/2731(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0095/2009

Ingediende teksten :

B7-0095/2009

Debatten :

PV 21/10/2009 - 9
CRE 21/10/2009 - 9

Stemmingen :

PV 22/10/2009 - 8.9

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0058

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 184kDOC 92k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0095/2009
19.10.2009
PE428.703v01-00
 
B7-0095/2009

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de aanstaande topontmoeting EU-VS en de vergadering van de trans‑Atlantische Economische Raad


Joseph Daul, Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ioannis Kasoulides, Corien Wortmann-Kool, Francisco José Millán Mon, Daniel Caspary, Pilar del Castillo Vera, Albert Deß, Jean-Paul Gauzès, Mathieu Grosch, Peter Liese, Andreas Schwab, Richard Seeber, Tadeusz Zwiefka, Ingeborg Gräßle, Werner Langen namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de aanstaande topontmoeting EU-VS en de vergadering van de trans-Atlantische Economische Raad  
B7‑0095/2009

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn resoluties van 8 mei 2008 over de trans-Atlantische Economische Raad, van 5 juni 2008 over de topontmoeting EU-VS, en van 26 maart 2009 over de stand van de trans-Atlantische betrekkingen na de verkiezingen in de VS,

–   gezien de resultaten van de topontmoeting EU-VS op 5 april 2009 in Praag,

–   gezien de gezamenlijke verklaring, het tussentijds verslag dat tijdens de derde bijeenkomst van de trans-Atlantische Economische Raad (TEC) op 16 oktober 2008 is aangenomen, en de gezamenlijke verklaring die is aangenomen tijdens de vergadering van de trans-Atlantische wetgeversdialoog in april 2009 in Praag,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie over de voorgenomen internationale overeenkomst inzake het beschikbaar stellen van gegevens over het betalingsverkeer aan het ministerie van Financiën van de Verenigde Staten voor de preventie en bestrijding van terrorisme en van de financiering ervan van 17 september 2009,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 oktober 2009 over de op 24 en 25 september 2009 in Pittsburgh gehouden G20-top,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de EU, zodra de instrumenten voor het buitenlands beleid van het Verdrag van Lissabon in werking treden, in staat zal zijn een krachtigere en coherentere rol op het internationale toneel te vervullen,

B.  overwegende dat de Europese Unie ingenomen is met de nieuwe koers die de regering van de VS is ingeslagen, en die gebaseerd is op bereidheid tot samenwerking op internationaal vlak en het aanhalen van de banden tussen de EU en de VS,

C. overwegende dat de EU en de VS een strategische rol bekleden wat de wereldwijde economische uitdagingen aangaat, aangezien hun bruto binnenlands product (BBP) meer dat de helft van het wereldwijde BBP vertegenwoordigt, en dat de twee partners 's werelds grootste bilaterale handels- en investeringspartnerschap onderhouden, dat bijna 40% van de wereldhandel omvat,

D. overwegende dat de EU en de VS tevens gemeenschappelijke politieke belangen kennen, en in de wereldwijde politieke arena de verantwoordelijkheid delen voor de bevordering van vrede, eerbiediging van de mensenrechten en stabiliteit, en voor het aanpakken van verschillende wereldwijde gevaren en uitdagingen, zoals nucleaire proliferatie, terrorisme, klimaatverandering, continuïteit van de energievoorziening en de uitroeiing van armoede, alsmede het bereiken van andere millenniumontwikkelingsdoelstellingen,

E.  overwegende dat het werk van de trans-Atlantische Economische Raad (TEC) dient te worden voortgezet in de richting van een werkelijk geïntegreerde trans-Atlantische markt in 2015, hetgeen een essentieel middel is om groei en herstel van de economie aan te zwengelen,

F.  overwegende dat het van belang is dat de rol van wetgevers in het TEC-proces duidelijk tot uiting komt, en dat de prioriteiten van het Europees Parlement naar behoren in aanmerking worden genomen,

G. overwegende dat de goede samenwerking tussen de EU en de VS op het gebied van de burgerluchtvaart zou kunnen worden ondermijnd door de recente initiatieven met betrekking tot buitenlandse repair stations voor vliegtuigen, antitrustvrijstellingen en nationaliteit van vliegtuigen,

H. overwegende dat de EU en de VS te maken zullen krijgen met een toenemend wereldwijd energieverbruik en de noodzaak om de in Kopenhagen vast te stellen wereldwijde verplichtingen ter bestrijding van klimaatverandering in daden om te zetten, en dat de nieuwe normen en maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie geen nieuwe hinderpalen voor het trans-Atlantische handelsverkeer mogen opwerpen, noch de zekerheid en veiligheid van splijtbaar materiaal in het gedrang mogen brengen,

I.   overwegende dat de financiële en economische crisis binnen korte tijd heeft geleid tot een crisis op de arbeidsmarkt met ernstige maatschappelijke consequenties, en dat de trans-Atlantische partners een gedeelde verantwoordelijkheid dragen voor het aanpakken van de sociale dimensie van de economische crisis,

J.   overwegende dat recente enquêtes, zoals de Transatlantic Trends 2009 van de Duitse Marshall Funds, aantonen dat de steun van de EU-burgers voor de regering van de VS groter is dan ooit, en als basis kan dienen voor een nieuw elan in de betrekkingen tussen de EU en de VS,

Topontmoeting EU-VS

1.  bekrachtigt dat de betrekkingen tussen de EU en de VS het belangrijkste strategische partnerschap van de EU vormen en onderstreept hoe belangrijk het is dat de EU en de regering van de VS hun strategische dialoog, samenwerking en coördinatie intensiveren waar het gaat om wereldwijde uitdagingen en regionale conflicten; verzoekt de Commissie na afloop van de topontmoeting een mededeling voor te leggen over een strategisch partnerschap tussen de EU en de VS;

2.  dringt erop aan dat zodra het Verdrag van Lissabon van kracht wordt, de institutionele mechanismen van de betrekkingen tussen de EU en de VS worden versterkt, overeenkomstig zijn resolutie van 26 maart 2009;

3.  dringt er bij de EU en de VS op aan op de komende topontmoeting tot een akkoord te komen over een krachtiger trans-Atlantisch partnerschap om het hoofd te kunnen bieden aan de gemeenschappelijke wereldwijde uitdagingen, met name op het gebied van non-proliferatie en ontwapening, terrorismebestrijding, klimaatverandering, eerbiediging van de mensenrechten, bestrijding van pandemieën en het bereiken van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen;

4.  onderstreept het belang van de NAVO als hoeksteen van trans-Atlantische veiligheid; is van mening dat relevante ontwikkelingen in deze bredere veiligheidsopzet dienen te worden behandeld in overleg met Rusland, de Verenigde Staten en de niet tot de EU behorende OVSE-landen, ten einde de trans-Atlantische consensus inzake veiligheid nieuw leven in te blazen;

5.  is in dit verband ingenomen met de beslissing van de Russische Federatie en de VS om onderhandelingen aan te knopen over een nieuw uitgebreid en juridisch bindend akkoord ter vervanging van het verdrag over de vermindering van strategische bewapening (START) dat in december 2009 afloopt, en de ondertekening van het gemeenschappelijk akkoord over een vervolg op het START-1-verdrag door president Barack Obama en president Dmitri Medvedev in Moskou op 6 juli 2009;

6.  verwelkomt de aankondiging door de president van de VS dat hij de ratificatie van het alomvattende kernstopverdrag (CTBT) zal bespoedigen; dringt er bij de Raad op aan op positieve en proactieve wijze bij te dragen aan de voorbereiding van de volgende conferentie over de herziening van het non‑proliferatieverdrag (NPT) in 2010, in nauwe samenwerking met de VS en Rusland;

7.  onderstreept dat het Iraanse nucleaire programma het systeem voor non-proliferatie en stabiliteit in de regio en in de wereld in gevaar brengt; steunt het streven om via onderhandelingen met Iran tot een oplossing te komen, door middel van de tweesporenstrategie van dialoog en sancties, in overleg met de overige leden van de Veiligheidsraad en het Internationaal agentschap voor kernenergie;

8.  is bezorgd over de recente kernproeven van de Democratische Volksrepubliek Korea en de afwijzing van VN-resolutie 1887 door dit land; steunt niettemin de door de VS gehanteerde aanpak van een bilaterale dialoog, in het kader van de zespartijenbesprekingen om tot het atoomvrij maken van het Koreaanse schiereiland te komen;

9.  neemt kennis van het feit dat de VS het oorspronkelijke plan van een raketafweerschild in Europa heeft laten varen; neemt tevens kennis van de nieuwe plannen en dringt aan op een nieuwe wereldwijde veiligheidsregeling waarbij de EU, de VS, Rusland en China zijn betrokken;

10. herhaalt hoe belangrijk het voor beide partners is om in een klimaat van vertrouwen en transparantie een gecoördineerde benadering te bevorderen van hun beleid ten opzichte van Iran, Irak, Afghanistan en Pakistan; dringt er bij de EU, de VS, de NAVO en de VN op aan een nieuw gemeenschappelijk strategisch concept te ontwikkelen dat alle internationale engagementen omvat, en waaraan alle buurlanden verzocht worden hun steun te verlenen, teneinde tot stabiliteit in de regio te komen;

11. bevestigt andermaal het belang van een gezamenlijke benadering door de EU en de VS ten opzichte van Rusland, China, India en Latijns-Amerika;

12. is van mening dat de op uitnodiging van president Obama gehouden eerste ontmoeting op 23 september 2009 tussen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en de Palestijnse leider Mahmoud Abbas de ambitieuze verwachtingen niet heeft ingelost; bevestigt nogmaals dat het welslagen van het vredesproces in het Midden-Oosten voor de EU en de VS een van de belangrijkste prioriteiten is, en verzoekt de EU en de VS gezamenlijk een actief optreden van het Kwartet te bevorderen op zoek naar een gemeenschappelijke basis voor een vreedzame oplossing, met als doel een tweestatenstructuur met een onafhankelijke, levensvatbare Palestijnse staat; verzoekt de Top mogelijke mechanismen te onderzoeken om de Arabische wereld en de moslims in Europa en de VS de hand te reiken;

13. acht het noodzakelijk dat beide partners tijdens de topontmoeting EU-VS de leiding nemen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de G-20-toezeggingen; dringt daarom aan op coördinatie van het pakket VS-maatregelen tot hervorming van de financiële sector en de huidige hervormingen van de EU-wetgeving, met inbegrip van de opzet van het financieel toezicht, en verzoekt beide partners nauwer samen te werken op het gebied van de modernisering van het IMF;

14. spreekt de wens uit dat beide partijen er tijdens de Top overeenstemming over bereiken dat een geslaagde afronding van Doha maatregelen dient te omvatten tot voorkoming van sterk schommelende landbouwprijzen en voedseltekorten; dringt er bij de leiders op aan de uiteindelijke ontwikkelingsdoelstelling van deze ronde niet uit het oog te verliezen en hun toezegging om 0,7% van hun BBP aan ontwikkelingssamenwerking te besteden, na te komen; wijst op de noodzaak GLB-hervormingen van de afgelopen tijd in overweging te nemen en wenst dat soortgelijke aanpassingen worden aangebracht in de Farm Bill van de VS; herinnert aan de ontwikkelingen bij eerdere geschillen, zoals over rundvlees met hormonen, met chloor behandeld kippenvlees en het toelaten van bepaalde genetisch gemodificeerde producten; is ervan overtuigd dat problemen die van invloed zijn op de onderlinge handel in landbouwproducten door middel van aanhoudend overleg kunnen worden aangepakt voordat zij aan geschilleninstanties in het kader van de WTO moeten worden voorgelegd;

15. wijst met nadruk op de betekenis van samenwerking tussen de EU en de VS bij de totstandbrenging van een internationale overeenkomst tijdens de COP 15 in Kopenhagen in december 2009; verzoekt het voorzitterschap van de EU tijdens de topontmoeting EU-VS te streven naar grootschalige toezeggingen van de VS en naar samenwerking van de zijde van de VS bij de bevordering van koppelingen tussen het emissiehandelsstelsel van de EU en regionale of federale handelsprogramma's in de VS;

16. neemt kennis van het idee om een trans-Atlantische Energieraad op te richten; onderstreept met kracht dat deze zich uitsluitend zou moeten bezighouden met de aspecten van dit onderwerp die duidelijk betrekking hebben op het buitenlands en veiligheidsbeleid, en dat de raad in de toekomst zou moeten worden ondergebracht bij de trans-Atlantische Politieke Raad, en dat de trans-Atlantische Economische Raad bevoegd zou moeten zijn voor het algemene energiebeleid;

17. herinnert eraan dat in in artikel 4 van het trans-Atlantische kader van de overeenkomst tussen de EU en de VS inzake rechtshulp, die op 1 januari 2010 in werking zal treden, wordt bepaald dat op een via nationale overheidsinstanties ingediend verzoek toegang kan worden verkregen tot bepaalde financiële gegevens en dat dit een betere rechtsgrondslag zou kunnen zijn voor de overdracht van SWIFT-gegevens dan de voorgestelde interimovereenkomst; stelt vast dat het EP en de nationale parlementen ten volle moeten worden betrokken bij een dergelijke nieuwe overeenkomst, die tot stand komt onverminderd de volgens het Verdrag van Lissabon te volgen procedure, en dat aan de in paragraaf 3 van zijn resolutie van 17 september 2009 genoemde voorwaarden moet zijn voldaan;

18. is ingenomen met de recente uitbreiding van het programma voor visumontheffing tot nog eens zeven EU-lidstaten; roept de VS niettemin op de visumregeling voor de resterende lidstaten af te schaffen en alle EU-burgers gelijk te behandelen, op grond van volledige wederkerigheid; is bezorgd over de geplande invoering van administratiekosten voor de verstrekking van de ESTA-vergunning aan EU-burgers en verzoekt de Commissie dit als prioritaire kwestie bij de regering van de VS aan de orde te stellen;

19. verzoekt de VS volledige en doelmatige tenuitvoerlegging mogelijk te maken van de eerste fase van de luchtvaartovereenkomst tussen de EU en de VS, alsook van de overeenkomst tussen de EU en de VS inzake de veiligheid van de luchtvaart; wijst de Europese Commissie en de VS-instanties er nogmaals op dat sommige lidstaten de overeenkomst inzake de eerste fase wellicht opzeggen als er geen overeenkomst inzake de tweede fase wordt gesloten; verzoekt de VS af te zien van maatregelen die indruisen tegen uitgebreidere samenwerking, zoals de maatregelen met betrekking tot reparatiewerkplaatsen in het buitenland, antitrustvrijstellingen en nationaliteit van vliegtuigen waarvan gewag wordt gemaakt in resolutie 915 van het Huis van Afgevaardigden;

Vergadering van de trans-Atlantische Economische Raad en versterking van de TEC

20. onderstreept dat een nauwer trans-Atlantisch partnerschap met als streven de voltooiing van de trans-Atlantische markt in 2015 en gebaseerd op het beginsel van een sociale markteconomie een essentieel instrument vormt voor het modelleren van de globalisering en voor het aanpakken van de economische en maatschappelijke crises in de wereld;

21. verzoekt de Commissie een gedetailleerde routekaart op te stellen van de hindernissen die dit doel nu nog in de weg staan; wijst andermaal op het onderzoek dat het Europees Parlement in zijn begroting voor 2007 heeft goedgekeurd en gefinancierd; vraagt zich af waarom geen van beide documenten tot dusverre door de Commissie zijn vrijgegeven, hoewel het Europees Parlement hier herhaaldelijk om heeft verzocht; stelt 15 november 2009 vast als uiterste datum voor indiening ervan;

22. meent dat de trans-Atlantische samenwerking op het gebied van energie-efficiëntie en technologie (met inbegrip van "groene energie") en op het gebied van energiewetgeving binnen de TEC kan worden geregeld; dringt erop aan dat de trans-Atlantische samenwerking inzake energieveiligheid een centraal thema moet zijn, dat regelmatig behandeld wordt in de trans-Atlantische Politieke Raad (TPC), waarvan het Europees Parlement in zijn resolutie van 26 maart 2009 de oprichting heeft voorgesteld;

23. meent dat de trans-Atlantische economische samenwerking controleerbaarder, transparanter en voorspelbaarder moet worden; dat vergaderroosters, agenda's, routekaarten en vorderingsverslagen regelmatig openbaar moeten worden gemaakt en onmiddellijk moeten worden gepubliceerd op een website; stelt voor een jaarlijks debat te houden over de vooruitgang op de punten die in de TEC aan de orde zijn gekomen en over de structuur van de TEC;

De rol van de TLD in de TEC

24. herhaalt zijn oproep aan de politieke leiders in de EU en de VS en aan de covoorzitters van de TEC, om rekening te houden met het cruciale belang van de wetgevers voor het welslagen van de TEC; dringt erop aan dat zij de vertegenwoordigers van de TLD ten volle en rechtstreeks bij de TEC betrekken, aangezien de wetgevers de verantwoordelijkheid voor vaststelling van en controle op veel van de TEC-besluiten delen met de overeenkomstige uitvoerende instanties;

25. acht het van essentieel belang dat de meest geschikte leden van het Congres en van het Europees Parlement deelnemen aan de wetgeversdialoog en aan het TEC-proces, om te voorkomen dat de wetgeving een ongewenst effect heeft op de trans-Atlantische handel en investeringen; hoopt dat de nieuwe overeenkomst de TLD zal omvormen tot een trans-Atlantische interparlementaire assemblee, overeenkomstig de aanbeveling die het Europees Parlement in zijn resolutie van 26 maart 2009 heeft geformuleerd;

TEC en de economische en financiële crisis

26. onderstreept de rol van de TEC bij het bevorderen en verzekeren van een gecoördineerd wetgevend antwoord van de VS en de EU op de crisis, met name ten aanzien van alternatieve beleggingsfondsen, de infrastructuur van de financiële markten (inzonderheid "over the counter"(OTC)-derivatenmarkten), kapitaalvereisten, belastingparadijzen en grensoverschrijdende oplossingen voor gevallen van insolvabiliteit; verzoekt de TEC de coördinatie van de beloningsregeling voor financiële instellingen te onderzoeken;

27. verzoekt de TEC erop aan te dringen dat de VS-autoriteiten bij de tenuitvoerlegging van Basel II rekening houden met de wijzigingen in de EU-richtlijnen inzake kapitaalvereisten; verwelkomt het voorstel van de VS-regering om alle OTC‑derivaten te reguleren; verwelkomt tevens hun inspanningen voor een centraal clearinginstituut voor complexe producten; verzoekt de TEC na te gaan hoe een gecoördineerde aanpak kan worden bevorderd;

28. verzoekt de TEC erop toe te zien dat de VS-autoriteiten rekening houden met de EU wetgeving inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (AIFM) wanneer zij terzake regelgeving vaststellen, ten einde arbitrage te voorkomen;

29. steunt de oproep van de G20 om de harmonisatie van boekhoudkundige normen te bespoedigen; dringt erop aan dat de TEC de FSAB en de IASB verzoekt tot een enkele reeks algemeen geldende boekhoudkundige normen van hoge kwaliteit te komen en hun harmonisatieproject vóór juni 2011 te voltooien; beklemtoont dat de IASB moet doorgaan met zijn bestuurlijke hervormingen;

30. verzoekt de TEC erop aan te dringen dat de Amerikaanse autoriteiten zich houden aan hun routekaart om Amerikaanse gebruikers te verplichten IFRS toe te passen; herinnert aan zijn verzoek dat de SEC, zoals vastgesteld door de Europese Unie en in afwachting dat het besluit dat VS‑gebruikers IFRS dienen toe te passen is genomen, IFRS als gelijkwaardig met de US GAAP zou erkennen; verzoekt de TEC een opsplitsing naar land in de SEC-rapporten te promoten;

31. wenst dat de TEC ervoor ijvert dat de EU het Amerikaanse stelsel voor controle op het verzekeringswezen als gelijkwaardig kan erkennen, overeenkomstig de in de Solvency II richtlijn bedoelde voorwaarden; is van mening dat het initiatief tot oprichting van een bureau op het gebied van nationale verzekeringen de samenwerking tussen de EU en de VS ten goede zal komen; roept de TEC op ervoor te zorgen dat de Amerikaanse autoriteiten vooruitkomen met de controle op het verzekeringswezen op federaal niveau door indien nodig fiscale en andere vraagstukken te scheiden van het zuivere controleaspect;

32. is ingenomen met de uitbreiding van het Wereldforum inzake transparantie en informatie-uitwisseling (GFTEI) en beschouwt het als een veelbelovende stap dat alle 87 landen die deel uitmaken van de GFTEI de OESO-norm voor het uitwisselen van fiscale informatie hebben goedgekeurd; spoort de TEC aan ervoor te zorgen dat de EU en de VS hun gemeenschappelijke mondiale leiderschap tonen door erop toe te zien dat de noodzakelijke stimulansen, met inbegrip van sancties, in maart 2010 van toepassing zijn, en om zo spoedig mogelijk samen met alle betrokken partijen een programma voor collegiale toetsing ten uitvoer te leggen om de geboekte vooruitgang te evalueren; meent echter dat deze maatregelen moeten worden versterkt om het ontduiken en ontwijken van belastingen te bestrijden; onderstreept dat automatische informatie-uitwisseling in alle grensoverschrijdende belastingkwesties de regel zal zijn;

33. meent dat maatschappelijk verantwoord ondernemen kan worden beschouwd als een ondernemingsmodel van zelfregulering; veronderstelt dat de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen tussen de VS en de EU een aanzienlijk effect zal hebben op de houding van bedrijven ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en op hun positieve betrokkenheid bij sociale en milieutechnische vraagstukken; meent dat de samenwerking op het gebied van regelgeving rekening moet houden met de versterking van de EU-wetgeving in de richtlijn kapitaalvereisten, met name het beloningsbeleid in de sector van de financiële diensten;

TEC en intellectuele eigendom

34. roept de TEC op om tijdens de volgende bijeenkomst werk te maken van een strategische trans-Atlantische samenwerking inzake de bescherming van de intellectuele eigendom, onder strikte eerbiediging van individuele grondrechten en burgerrechten; onderstreept dat de verspreiding van technologieën geen afbreuk mag doen aan het stelsel van de bescherming van intellectuele eigendom, dat een garantie vormt voor de mogelijkheid om financiële en zakelijke risico's te nemen die eigen is aan het innovatieproces;

35. herinnert de TEC eraan dat de informatiemaatschappij een cruciale pijler vormt van de trans‑Atlantische economische ruimte die is gebaseerd op toegang tot kennis en op de bescherming van digitale content middels een sterk en doeltreffend systeem van bescherming van het auteursrecht en naburige rechten; is verder van mening dat een dergelijke bescherming de innovatie moet bevorderen;

TEC en consumentenbescherming

36. vraagt de TEC gemeenschappelijke acties te bevorderen om ervoor te zorgen dat derde landen, met name China, hun normen inzake productveiligheid optrekken tot het niveau van de EU/VS, inzonderheid voor speelgoed; dringt tevens aan op strikt toezicht, aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, op de naleving van de veiligheidsnormen voor producten, inzonderheid speelgoed, en op strengere nationale inspecties;

37. vraagt de Commissie om binnen de TEC sterkere en doeltreffender mechanismen voor een grensoverschrijdende samenwerking op handhavingsgebied te ontwikkelen, met als doel het "RAPEX"-alarmsysteem van de EU voor consumentenproducten die een ernstig risico inhouden voor de consument te koppelen aan het alarmsysteem van de US Consumer Product Safety Commission, en de activiteiten van het samenwerkingsnetwerk voor consumentenbescherming (CPC-network) te integreren met die van de Amerikaanse autoriteiten;

38. stelt voor dat de TEC een bindend samenwerkingsinstrument sanctioneert dat het delen van gegevens over productveiligheid en de opstelling van een gezamenlijk programma van samenwerkingsmaatregelen zou vergemakkelijken;

39. vraagt de Commissie met het oog op de komende TEC-bijeenkomst en de top EU VS om bespoediging van haar werkzaamheden aan een reeds lang vertraagde bilaterale overeenkomst voor samenwerking op handhavingsgebied met de VS, en van haar handhavingswerkzaamheden in het kader van de EU-verordening betreffende samenwerking inzake consumentenbescherming en de US Safe Web Act;

40. verzoekt de Commissie er met haar tegenhangers in de VS voor te zorgen dat de TEC manieren kan onderzoeken ter vergroting van de bescherming van de digitale rechten van de consument, alsook inzake voorschriften voor producten met gebreken;

Bilaterale handel – Douaneaangelegenheden, markttoezicht en veiligheid van de handel

41. verzoekt de TEC de versteviging van de samenwerking tussen de douane- en marttoezichtinstanties van EU en VS te bevorderen, om te voorkomen dat gevaarlijke goederen, met name speelgoed, de consument bereiken;

42. verzoekt de TEC uiting te geven aan de bezorgdheid van de EU over de door het Congres van de VS vastgestelde unilaterale wetgevende maatregel met betrekking tot het 100% doorlichten van goederencontainers met bestemming VS; is van oordeel dat het nuttig zou zijn als de TEC in Brussel en Washington studiebijeenkomsten over het 100% doorlichten organiseert, om een beter begrip tussen de wetgevers in EU en VS te bevorderen en tot een snelle en voor beide zijden aanvaardbare oplossing van dit probleem te komen; verzoekt de Commissie voor de aanstaande bijeenkomst van de TEC de kosten te beoordelen die deze maatregel kan hebben voor het bedrijfsleven en de economie in de EU, alsook de mogelijke gevolgen voor de douanewerkzaamheden;

43. is vastbesloten Huis van Afgevaardigden en Senaat van de VS te blijven verzoeken om de verplichting tot 100% doorlichten te heroverwegen, en vraagt de Commissie dit in het kader van de TEC eveneens te doen; en is voornemens met de VS een samenwerking op basis van risicobeheer van de grond te brengen, met inbegrip van wederzijdse erkenning van programma's voor handelssamenwerking van EU en VS, overeenkomstig de SAFE‑normen van de Werelddouaneorganisatie;

Wederzijdse erkenning en standaardisatie

44. verzoekt de Commissie tegen de achtergrond van de aanstaande TEC-bijeenkomst, te streven naar de officiële vaststelling van procedures voor de wederzijdse erkenning van conformiteitsverklaringen voor producten die onderworpen zijn aan verplichte testen door derden, met name voor ICT-apparatuur en elektrische uitrustingen; vraagt de Commissie onverkort vast te houden aan de wederzijdse erkenning van wettelijk vastgestelde maateenheden, met name aanvaarding in de VS van EU-producten met etiketten die uitsluitend metrische maat- of gewichtseenheden vermelden; met de VS-instanties te onderzoeken of normalisatie mogelijk is en dit internationaal te coördineren;

Milieu- en volksgezondheidskwesties

45. acht een dialoog in de TEC over nieuwe voedingsproducten en het gebruik van nieuwe technieken bij de productie van voedsel van het grootste belang; wijst met nadruk op de verontrusting over klonen in de veeteelt;

46. spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de regering van de VS heeft erkend dat haar Wet inzake het beheersen van giftige stoffen (TSCA) moet worden herzien; verzoekt de EU en de VS samen te werken om in de VS een regelgevingssysteem op te zetten dat een beschermingsniveau biedt dat vergelijkbaar is met REACH;

Energie, industrie en wetenschap

47. dringt erop aan dat in de TEC, wanneer wetgeving met trans-Atlantische gevolgen wordt overwogen, wordt samengewerkt in alle aangelegenheden die van invloed zijn op het regelgevingsklimaat voor de industrie, volgens de aanpak van de wet inzake kleine bedrijven van de EU – "Denk eerst klein";

48. moedigt de TEC aan samenwerking tot stand te brengen met het oog op een gezamenlijk energiebeleid dat de diversificatie steunt en een ecodoelmatige economie bevordert, ten einde de veiligheid van de energievoorziening te verbeteren; moedigt de TEC aan bij te dragen tot het vinden van geharmoniseerde duurzaamheidsnormen voor biobrandstoffen;

49. verzoekt de TEC met klem de samenwerking op onderzoeksgebied aan te moedigen om beter gebruik te maken van de mogelijkheden van de uitgebreide Overeenkomst inzake wetenschap en technologie tussen de EU en de VS;

Internationale handel

50. meent dat de toegang tot de markten van derde landen voor de EU en de VS een gemeenschappelijke zorg en een gemeenschappelijk belang is; is ervan overtuigd dat de TEC een belangrijke rol kan spelen bij het stimuleren van een gezamenlijke aanpak van EU en VS in hun handelsbetrekkingen met derde landen; verzoekt de TEC te streven naar meer onderling overleg tussen VS en EU in de benadering van nieuwe vrijhandelsovereenkomsten, teneinde dergelijke overeenkomsten te harmoniseren;

51. verzoekt de TEC het juridische kader en de technische normen te behandelen om onduidelijke juridische voorwaarden bij te stellen en in dit verband de onderwerpen overeenkomsten, verplichtingen en rechtszekerheid in de VS in overweging te nemen;

-o0o-

52. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, het Congres van de Verenigde Staten, de covoorzitters van de trans-Atlantische wetgeversdialoog en de covoorzitters en het secretariaat van de trans-Atlantische Economische Raad.

Laatst bijgewerkt op: 21 mei 2010Juridische mededeling