Procedure : 2009/2700(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0130/2009

Ingediende teksten :

B7-0130/2009

Debatten :

PV 11/11/2009 - 16
CRE 11/11/2009 - 16

Stemmingen :

PV 12/11/2009 - 8.3
CRE 12/11/2009 - 8.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0064

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 139kDOC 84k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0128/2009
4.11.2009
PE428.742v01-00
 
B7-0130/2009

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de EU-Rusland-top van 18 november 2009 in Stockholm


Rebecca Harms, Daniel Cohn-Bendit, Heidi Hautala, Werner Schulz, Bart Staes, Indrek Tarand namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de EU-Rusland-top van 18 november 2009 in Stockholm  
B7‑0130/2009

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de Russische Federatie, met name die van 17 september 2009(1),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 september 2009 over externe aspecten van de energiezekerheid(2),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 19 juni 2008 over de topconferentie EU/Rusland op 26-27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk(3),

–   gelet op de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland, die in 1997 in werking is getreden en eind 2007 is afgelopen,

–   gelet op het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Rusland ondanks toenemende misverstanden en wantrouwen bij fundamentele politieke en economische vraagstukken een gestage groei doormaken, wat de wederzijdse afhankelijkheid van de partijen in de hand werkt,

B.  overwegende dat er voor de overeenkomst die de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst moet vervangen en waarover momenteel wordt onderhandeld, belemmeringen en problemen zijn die onvoorziene vertraging veroorzaken waardoor de oorspronkelijke ambitieuze verwachtingen voor het nieuwe kader in gevaar komen en de uitvoering van de vier gemeenschappelijke ruimten wordt ondermijnd,

C. overwegende dat energie een centrale en strategische rol blijft spelen in de betrekkingen tussen de EU en Rusland; overwegende dat de recente beslissing van Rusland om zijn handtekening onder het Verdrag inzake het Energiehandvest in te trekken deze betrekkingen verder compliceert en de lopende energiedialoog en potentiële toekomstige ontwikkelingen in gevaar brengt; overwegende dat energie een sleutelinstrument van het Russische buitenlandse beleid is; overwegende dat de grote afhankelijkheid van de EU van fossiele brandstoffen de ontwikkeling van een evenwichtige, coherente en op waarden gebaseerde Europese benadering van Rusland ondergraaft,

D. overwegende dat dit gebrek aan coherentie vaak tot uiting komt in de schuchtere kritiek van de Raad, de Commissie en de lidstaten op mensenrechtenschendingen in Rusland en de toestand op de Kaukasus, met name in Tsjetsjenië en Ingoesjetië, die in de bilaterale ontmoetingen zelden of halfslachtig aan de orde worden gesteld,

E.  overwegende dat de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van vereniging de laatste jaren in Rusland zijn ingeperkt en in gevaar zijn gekomen en dat verdedigers van de mensenrechten, onafhankelijke organisaties van de civiele maatschappij, politieke tegenstanders, onafhankelijke media en gewone burgers allemaal het slachtoffer zijn geworden van deze terugdraaiing van de burger- en de politieke rechten,

F.  overwegende dat bij de gemeenteraadsverkiezingen van 11 oktober opnieuw gebreken en tekortkomingen in het Russische systeem zijn gebleken, met wijdverbreide beschuldigingen van fraude en manipulatie, alsmede de onbekwaamheid van de Russische autoriteiten om beweringen van deze strekking grondig aan te pakken,

G. overwegende dat talrijke klachten zijn ingediend door Russische burgers bij het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg, hetgeen wijst op het toenemende wantrouwen van de Russische publieke opinie in het rechtsstelsel van de federatie,

H. overwegende dat het van het grootste belang is dat de EU met één stem spreekt, een sterke interne solidariteit uitstraalt, één standpunt inneemt en niet ingaat op het Russische aanbod om de bilaterale betrekkingen met de meest gewillige lidstaten te intensiveren; overwegende dat de lidstaten anderzijds op verantwoordelijke en evenwichtige wijze dienen op te treden en moeten afzien van het gebruik van hun vetorecht in veelomvattende en complexe onderhandelingen,

I.   overwegende dat de recente beslissing van de Amerikaanse overheid om het oorspronkelijke plan voor een raketafweersysteem in Polen en de Tsjechische Republiek te herzien en de lopende onderhandelingen over een verlenging van het verdrag over de vermindering van strategische bewapening (START) de weg bereiden voor een nieuw klimaat en een intensievere dialoog met Rusland over veiligheidskwesties waarover in Europa bezorgdheid bestaat en voor betere samenwerking met betrekking tot onopgeloste vraagstukken als nucleaire ontwapening en non-proliferatie,

J.   overwegende dat vrede en stabiliteit in hun gezamenlijke buurlanden in het belang van zowel Rusland als de EU is; overwegende dat de crisissen in deze landen een van de kernelementen moeten zijn die vrij en open worden besproken, met name wat de bevroren conflicten en het besluit van Rusland om de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië te erkennen betreft,

K. overwegende dat de Russische Federatie zich als lid van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de Raad van Europa heeft verplicht tot eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering; overwegende dat de EU geacht wordt samen met Rusland deel uit te maken van een strategisch partnerschap waarvan democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat de onderliggende waarden zijn,

1.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de staat van de betrekkingen tussen de EU en Rusland en wijst erop dat het strategische partnerschap steeds meer een pragmatisch partnerschap wordt, met sterk uiteenlopende standpunten over kwesties die van centraal belang zijn;

2.  merkt op dat de nadruk tijdens de EU-Rusland-top op 18 november 2009 in Stockholm zal liggen op de economische en financiële crisis, de klimaatverandering, energie en de continuïteit van de energievoorziening, alsmede op een aantal regionale en internationale kwesties;

3.  is van mening dat alles in het werk moet worden gesteld om Rusland op een constructieve en open wijze voor zich in te nemen en uit te dagen, ten einde de onderhandelingen over een nieuwe, vergaande kaderovereenkomst die berust op werkelijk gedeelde gemeenschappelijke waarden en belangen te vergemakkelijken;

4.  wijst erop dat de routekaart voor de implementatie van de vier gemeenschappelijke ruimtes als centraal element in de onderhandelingen moet worden beschouwd en verzoekt de Commissie in verband hiermee een evaluatie van de huidige partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst in te dienen, om te controleren of het potentieel hiervan volledig is benut en vast te stellen wat moet worden ondernomen om de fouten en tekortkomingen van het verleden te voorkomen;

5.  onderstreept opnieuw dat democratie en mensenrechten de kern moeten vormen van toekomstige overeenkomsten met de Russische Federatie, met name voor wat betreft de opstelling en opneming van een doeltreffende en operationele mensenrechtenclausule, en benadrukt het feit dat de kwaliteit en de diepgang van de toekomstige betrekkingen afhankelijk zijn van de eerbiediging van en de steun voor dergelijke waarden;

6.  betreurt het gebrek aan concrete vooruitgang bij en concrete follow-up van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland en herhaalt zijn verzoek om intensivering van dit overleg, zodat het effectiever en meer resultaatgericht wordt, en dat daaraan ook andere Russische ministeries dan het Ministerie van Buitenlandse Zaken hun medewerking verlenen, terwijl het Europees Parlement er op alle niveaus ten volle bij moet worden betrokken;

7.  verzoekt de Commissie en de Raad in verband hiermee periodieke publieke verklaringen af te leggen op basis van de evaluatie van de gemeenschappelijke engagementen die tijdens dit overleg zijn aangegaan; benadrukt tegelijk dat de locatie van het overleg moet alterneren, net als voor alle andere mensenrechtendialogen die de EU met derde landen voert; is dan ook van mening dat de briefings die de Commissie voorafgaand aan de officiële raadpleging met betrokkenen van maatschappelijke organisaties houdt, een belangrijk instrument vormen dat adequaat versterkt en door de Russische autoriteiten in aanmerking moet worden genomen, zodat het kan evolueren tot een volwaardig juridisch seminar voor academici, vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties en functionarissen van beide partijen;

8.  steunt krachtig de EU-richtsnoeren voor verdedigers van de mensenrechten als onderdeel van het mensenrechtenbeleid van de EU en verzoekt de Raad voort preventieve beschermingsmaatregelen te ontwikkelen, met nadruk op de bescherming en ondersteuning van verdedigers van de mensenrechten; vraagt met name dat de bescherming van verdedigers van de mensenrechten een vast punt op de agenda van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland wordt; benadrukt in verband hiermee het verzoek van het Europees Parlement om in alle drie de instellingen een contactpunt voor verdedigers van de mensenrechten op te richten, om de acties met de Europese en internationale mensenrechtenorganen beter te coördineren;

9.  dringt er bij de Russische autoriteiten op aan alle jurisprudentie van Europese Hof voor de rechten van de mens na te leven en het protocol over de hervorming van deze instantie onverwijld te ratificeren; verzoekt de Doema met klem aanvullend protocol 14 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens te ratificeren;

10. wijst er op dat een sterk en onafhankelijk maatschappelijk middenveld een fundamenteel, onvervangbaar onderdeel is van een echte, rijpe democratie; is in dit verband ten zeerste verontrust over de verslechterende situatie van mensenrechtenactivisten en over de moeilijkheden waarmee ngo's die zich inzetten voor mensenrechten, milieubescherming en ecologische aangelegenheden te maken hebben bij hun registratie en de uitvoering van hun activiteiten;

11. veroordeelt de brute moord op Maksharip Aushev, een populair mensenrechtenactivist die behoort tot de oppositie, die in Ingoesjetië is doodgeschoten; verzoekt de Russische autoriteiten in verband hiermee om een einde te maken aan de voortdurende en wijdverbreide straffeloosheid voor wie geweld pleegt tegen verdedigers van de mensenrechten, waarbij zij er met name hun prioriteit van moeten maken om het klimaat van terreur en wetteloosheid in de noordelijke Kaukasus te beëindigen, en om de fysieke integriteit van verdedigers van de mensenrechten overeenkomstig de desbetreffende internationale en regionale mensenrechteninstrumenten te beschermen en te garanderen; verzoekt de Russische autoriteiten met name om preventieve beschermingsmaatregelen voor verdedigers van de mensenrechten te nemen, bijvoorbeeld door een onderzoek te starten zodra bedreigingen jegens hen bij de aanklager en het gerecht gekend zijn;

12. verzoekt de Russische autoriteiten willekeur te bestrijden, het beginsel van de rechtsstaat te eerbiedigen en de rechterlijke macht niet als politiek instrument te gebruiken; vraagt met name dat de behandeling van de gevangen zakenlui Mikhail Khodorkovsky en Platon Lebedev wordt verbeterd, dat deze gevangenen een eerlijke rechtszaak krijgen en dat elke andere politiek gemotiveerde vervolging wordt stopgezet;

13. benadrukt dat een vrij en eerlijk verkiezingsproces de kern is van een echte, volwaardige, werkende democratie; is tevreden met het gebaar van president Medvedev om de vertegenwoordigers van de oppositiepartijen na de verkiezingen van 11 oktober te ontmoeten en hoopt dat hij alle nodige maatregelen zal nemen om verkiezingsfraude effectief te voorkomen en te vervolgen;

14. neemt kennis van de voortdurende moeilijkheden met betrekking tot de energiedialoog en de inspanningen om de principes van het Verdrag inzake het Energiehandvest in de nieuwe kaderovereenkomst op te nemen; spreekt er zijn bezorgdheid over uit dat de Russische staat alle hulpbronnen, waaronder energie, weer onder zijn controle heft gebracht, zonder politiek te investeren in de democratisering van de arbeidsverhoudingen en in een verbetering van de transparantie en de verantwoordingsplicht in de industriële besluitvorming, terwijl duidelijke beleidsdoelen op het gebied van duurzame ontwikkeling en efficiënt gebruik van grondstoffen ontbreken; verzoekt Rusland de internationaal gezien optimale werkmethoden inzake transparantie en verantwoordingsplicht spoedig in zijn nationale wetgeving over te nemen en het Verdrag van Espoo (Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband) te ondertekenen;

15. betreurt het ontbreken van enigerlei vorm van overleg onder de lidstaten, voordat zij bilaterale overeenkomsten met Moskou aangaan die gevolgen hebben voor het algemene beleid van de EU; betreurt dat Rusland energie als politiek instrument gebruikt en dat lidstaten op ongecoördineerde wijze bilaterale energieovereenkomsten aangaan, die de belangen van de EU als geheel en van andere lidstaten schaden en hun strategische prioritaire projecten op losse schroeven zetten; wijst erop dat het coherente, assertieve en duurzame karakter van haar gemeenschappelijk buitenlands beleid wordt ondermijnd, doordat de EU voor haar energie zo sterk afhankelijk is van de Russische Federatie;

16. beseft dat om een 50%-kans te hebben om de klimaatverandering te beperken tot +2°C, de emissies in de geïndustrialiseerde landen uiterlijk in 2050 met ten minste 50% verminderd moeten zijn ten opzichte van het niveau van 1990; wijst in dit verband op de specifieke verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen om de leiding te nemen bij de beperking van de emissies en is van mening dat de totale vermindering van de uitstoot door de industrielanden met een percentage bij de hogere waarden van het traject van 25-40%, dat is aanbevolen door het Internationale panel inzake klimaatverandering, tegen 2020 noodzakelijk is; is in verband hiermee van mening dat alle geïndustrialiseerde landen doelstellingen moeten vaststellen met ambitieuze verminderingen ten opzichte van de huidige emissieniveaus en dat het doorschuiven van overtollige toegewezen hoeveelheden uit de periode 2008-2012 niet toegestaan mag zijn, omdat dit de ecologische effectiviteit van een internationale klimaatovereenkomst ernstig zou ondermijnen; verzoekt Rusland om bij toekomstige internationale onderhandelingen een actieve rol te spelen en een vlot akkoord in Kopenhagen mogelijk te maken;

17. spreekt zijn bezorgdheid uit over de veiligheid van de nucleaire sector in de Russische Federatie en over haar plannen om nucleaire technologie en kernmateriaal uit te voeren naar andere landen en de daarmee samenhangende risico's op het gebied van nucleaire veiligheid en proliferatie; verzoekt de Russische Federatie een eind te maken aan de levering van kernmateriaal en aan opwerkingsactiviteiten, omdat hieraan proliferatierisico's kunnen kleven;

18. verzoekt de Russische Federatie de ontwikkeling van de sector hernieuwbare energiebronnen in Rusland te ondersteunen, ten einde gebruik te maken van het enorme milieuvriendelijke potentieel dat voorhanden is; verzoekt de Russische Federatie ervoor te zorgen dat de modernste milieunormen gelden voor alle olie- en gasprojecten die op haar grondgebied in uitvoering of gepland zijn;

19. is tevreden met de geleidelijke toenadering tussen de Amerikaanse regering en de Russische Federatie en hoopt dat deze kan leiden tot een gemeenschappelijk en voor beide partijen voordelig kader om de veiligheid en de stabiliteit op het hele continent te verbeteren; verzoekt de Raad een actieve rol te spelen om de dialoog tussen de partijen te vergemakkelijken, opdat de beleidsmaatregelen op het gebied van conflictpreventie kunnen worden opgevoerd, gemeenschappelijke uitdagingen en gevaren aangepakt en een effectieve nucleaire ontwapening gerealiseerd; verzoekt de Russische Federatie haar voorstel voor een opwaardering van de huidige veiligheidsarchitectuur met Rusland, de EU en de VS uit te werken, opdat de open en constructieve dialoog hierover die Rusland heeft gevraagd, van start kan gaan;

20. verzoekt de Raad alle nodige initiatieven te nemen en alle beschikbare instrumenten in te zetten om een nieuwe gascrisis tussen Rusland en Oekraïne te voorkomen en kijkt uit naar de ondertekening van een akkoord over de instelling van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing op het gebied van de continuïteit van de energievoorziening tussen de EU en de Russische Federatie; benadrukt het feit dat het aanhalen van de betrekkingen tussen de oostelijke buurlanden en de EU in geen geval een alternatief is voor degelijke betrekkingen van goed nabuurschap van deze landen met Moskou en verzoekt Rusland voor een positieve en constructieve aanpak van het oostelijke partnerschap te kiezen;

21. benadrukt het feit dat volgens de conclusies van de door de EU geleide onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor de oorlog in Georgië van augustus 2008, zowel Georgië als Rusland duidelijke verantwoordelijkheid voor de tragische gebeurtenissen dragen en wijst erop dat gedurende de vijf dagen van gevechten zowel het Russische als het Georgische en het Zuid-Ossetische leger het internationale humanitaire recht hebben geschonden; betreurt het feit dat Rusland heeft besloten de onafhankelijkheid van de van Georgië afgescheurde republieken Abchazië en Zuid-Ossetië te erkennen en verzoekt de autoriteiten in Moskou het op 12 augustus 2008 gesloten zespuntenakkoord, op grond waarvan de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië onbelemmerd toegang tot de twee afgescheurde gebieden heeft, onverkort te eerbiedigen;

22. verzoekt de Russische autoriteiten de in Gdansk gedane belofte na te komen om de openstelling van alle archieven voor wetenschappers en historici toe te staan, ten einde een objectieve een waarheidsgetrouwe evaluatie van het verleden van Rusland en Europa mogelijk te maken;

23. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie en de Raad van Europa.

(1)

Aangenomen teksten van die datum, P7_TA(2009)0022.

(2)

Aangenomen teksten van die datum, P7_TA(2009)0021.

(3)

Aangenomen teksten van die datum, P6_TA(2008)0309.

Laatst bijgewerkt op: 19 mei 2010Juridische mededeling