Procedure : 2009/2790(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0251/2009

Ingediende teksten :

B7-0251/2009

Debatten :

PV 16/12/2009 - 10
CRE 16/12/2009 - 10

Stemmingen :

PV 17/12/2009 - 7.4
CRE 17/12/2009 - 7.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0117

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 134kDOC 74k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0248/2009
14.12.2009
PE432.835v01-00
 
B7-0251/2009

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over Wit-Rusland


Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ioannis Kasoulides, Jacek Protasiewicz namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Wit-Rusland  
B7‑0251/2009

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Wit-Rusland, met name die van 2 april 2009 over de halfjaarlijkse evaluatie van de dialoog EU-Wit-Rusland,

–   gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen over Wit-Rusland, in het bijzonder betreffende het verlengen van de opschorting van de visaverbodsancties voor bepaalde Wit-Russische functionarissen, inclusief president Alexander Lukashenko, en het verlengen van de restrictieve maatregelen tot oktober 2010,

–   gezien de Mededeling van de Commissie van 3 december 2008 over het Oostelijk Partnerschap (COM(2008)0823),

–   gezien de verklaring van de Europese Raad van 19-20 maart 2009 over het Oostelijk Partnerschap en de gezamenlijke verklaring van de top van het Oostelijk Partnerschap die op 7 mei 2009 in Praag werd gehouden,

–   gezien de verklaring van de Commissie van 21 november 2006 over de bereidheid van de Europese Unie om een nieuwe impuls te geven aan haar betrekkingen met Wit-Rusland en de Wit-Russische bevolking in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Raad in zijn hierboven vermelde conclusies van 17 november 2009 heeft aangegeven verheugd te zijn over de intensivering van de politieke dialoog EU-Wit-Rusland, alsook over de technische samenwerking met en participatie van Wit-Rusland in het Oostelijk Partnerschap,

B.  overwegende dat de Raad, na een evaluatie van de ontwikkelingen in Wit-Rusland krachtens het besluit van 16 maart 2009 overeenkomstig de voorwaarden in het gemeenschappelijk standpunt 2009/314/GBVB van de Raad, besloten heeft de beperkende maatregelen tegen bepaalde Wit-Russische functionarissen te verlengen en de toepassing van die reisbeperkingen op te schorten, beide voor een periode van twaalf maanden,

C. overwegende dat de EU een mensenrechtendialoog met Wit-Rusland tot stand heeft gebracht,

D. overwegende dat de Commissie, in reactie op de positieve stappen van Wit-Rusland, de dialoog met dat land op onder meer de gebieden energie, het milieu, douane, vervoer en voedselveiligheid reeds heeft geïntensiveerd,

E.  overwegende dat de Raad Wit-Rusland heeft opgenomen in zijn besluit van 20 maart 2009 over het Oostelijk Partnerschap, dat de Commissie had gelanceerd in haar hierboven vermelde mededeling van 3 december 2008 met het oog op het intensiveren van de samenwerking met een aantal Oost-Europese landen,

F.  overwegende dat de Internationale Federatie van Journalisten volgens het verslag van haar verkennend bezoek van 20-24 september 2009 aan Minsk in samenwerking met een aantal internationale NGO's geen noemenswaardige vooruitgang in de persvrijheid in Wit-Rusland heeft kunnen vaststellen,

G. overwegende dat de Wit-Russische president Alexander Lukashenko op 2 november 2009 heeft verklaard dat de "betrekkingen met de Europese Unie als een krachtige geconsolideerde partner één van de fundamentele factoren zijn voor het waarborgen van Wit-Rusland's onafhankelijkheid en soevereiniteit, alsook de economische, wetenschappelijke en technologische ontwikkeling",

1.  steunt het besluit van de Raad tot verlenging van de beperkende maatregelen tegen bepaalde Wit-Russische functionarissen en, gelijktijdig, tot opschorting van de toepassing van die maatregelen voor een periode van nog eens twaalf maanden;

2.  onderstreept het belang van de mensenrechtendialoog en is van oordeel dat deze zal bijdragen aan de positieve ontwikkelingen op het vlak van de burger- en politieke vrijheden in Wit-Rusland; maakt zich evenwel onverminderd zorgen over de mensenrechtensituatie in Wit-Rusland en over de gevallen van mensenrechtenschending;

3.  is verheugd over de actieve participatie van de Wit-Russische regering in het Oostelijk Partnerschap als een instrument voor het opbouwen van wederzijds begrip en het bespreken van de zorgen van beide partijen en van onderwerpen van gemeenschappelijk belang;

4.  verzoekt de Commissie aanbevelingen op te stellen voor de mogelijke goedkeuring van richtlijnen over de overeenkomsten betreffende visaversoepelings- en overname-overeenkomsten met Wit-Rusland, zodra aan de relevante voorwaarden is voldaan; is van oordeel dat dit van fundamenteel belang is voor het verwezenlijken van de voornaamste beleidsdoelstelling van de EU wat Wit-Rusland aangaat, namelijk het vergroten van het contact tussen de bevolkingen, het integreren van Wit-Rusland in Europese en regionale processen, en het onomkeerbaar maken van het democratiseringsproces in dat land;

5.  verzoekt de Commissie een voorstel voor een gezamenlijk interim-plan voor Wit-Rusland op te stellen met prioriteiten voor hervormingen die geïnspireerd zijn door de actieplannen van het Europees Nabuurschapsbeleid, teneinde het opgeschorte ratificatieproces van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst EU-Wit-Rusland nieuw leven in te blazen;

6.  verzoekt de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling na te denken over het uitbreiden van hun financiële steun voor Wit-Rusland, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen, en hun mandaat te herzien, teneinde stimuli te creëren voor de overgang van Wit-Rusland naar democratie, een pluralistische samenleving en een markteconomie; is van oordeel dat deze mogelijke financiële steun afhankelijk moet worden gesteld van significante vooruitgang op de hieronder genoemde gebieden;

7.  dringt erop aan dat de democratische oppositie van Wit-Rusland en het maatschappelijk middenveld moeten worden betrokken bij de dialoog tussen de EU en Wit-Rusland; beveelt in dit kader aan Wit-Rusland de status van waarnemer in het Euronest-initiatief te geven en vertegenwoordigd te laten zijn door een delegatie van vijf leden van het Wit-Russische parlement en vijf vertegenwoordigers van de democratische oppositie; vindt het van groot belang dat Wit-Rusland, indien de Wit-Russische autoriteiten het "5+5"-aanbod niet aanvaarden, wordt vertegenwoordigd door tien leden van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie;

8.  spoort Wit-Rusland aan om ten aanzien van de kieswet samen te blijven werken met het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE); verwacht dat de wijzigingen van de kieswet die met deskundigen van OVSE/ODIHR zijn overeengekomen, en die volgens mevrouw Lidziya Yarmoshyna, hoofd van de Wit-Russische centrale kiescommissie, "aan de Europese standaarden zullen voldoen", en reeds door de Wit-Russische regering zijn goedgekeurd, dit najaar door het Wit-Russische huis van afgevaardigden zullen worden aangenomen en vóór de volgende plaatselijke verkiezingen in het voorjaar van 2010 van kracht zullen worden;

9.  verzoekt de regering van Wit-Rusland de komende twaalf maanden aan te tonen dat op de volgende terreinen daadwerkelijk vooruitgang wordt geboekt:

–    het aanpassen van de mediawet aan de aanbevelingen van het verslag van de internationale fact-findingmissie naar Wit-Rusland van 20-24 september 2009, in het bijzonder de volgende aspecten: het bieden van gelijke rechten aan alle mediakanalen door opheffing van het verbod op de verspreiding van onafhankelijke gedrukte media via de staatsdistributienetwerken "Belsayuzdruk" (kiosken) en de Wit-Russische staatspostdienst "Belposhta"; het vaststellen van heldere criteria voor de accreditatie van journalisten en de toewijzing van zendlicenties en -frequenties; het journalisten toestaan onbelemmerd hun werk te doen tijdens openbare evenementen; het herzien van de mediawet en de terrorismebestrijdingswet, en van de artikelen van het wetboek van strafrecht (368,369, 369-1 en 193-1) over smaad;

 

–    het waarborgen van de vrijheid van vereniging en vergadering door het afschaffen van artikel 193-1 van het Wit-Russische wetboek van strafrecht, dat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid vaststelt voor activiteiten namens niet-geregistreerde openbare verenigingen, politieke partijen en stichtingen; het toestaan van de registratie van politieke partijen (zoals de Wit-Russische christendemocraten) en organisaties van het maatschappelijk middenveld (bijvoorbeeld Viasna); het waarborgen van de vrijheid van godsdienst, en met name de New Life Church onbelemmerd te laten opereren; het afzien van het opwerpen van belemmeringen voor de activiteiten van organisaties die reeds in Wit-Rusland actief zijn, zoals onredelijke huurverhogingen of illegale belastingen op projecten die met EU-subsidies worden gerealiseerd (bijvoorbeeld het Wit-Russische Helsinki-comité);

 

–    het waarborgen van politieke rechten en vrijheden door het afschaffen van de praktijk van politiek gemotiveerde intimidatie, in het bijzonder ontslagen van universiteitsmedewerkers; het stoppen van vervolgingen vanwege het vermeend ontduiken van de militaire dienst door studenten die van de universiteit zijn verwijderd vanwege hun standpunten en/of worden gedwongen in het buitenland te studeren; en het opnieuw toetsen van alle gevallen van gedwongen oproeping voor de militaire dienst, waarmee de wettelijke rechten van meerdere jonge activisten, zoals Franak Viačorka, Ivan Šyla en Zmiter Fedaruk, zijn geschonden en die gelijk staan aan gijzeling door de staat;

 

10. verzoekt de Wit-Russische autoriteiten de vrijheidsstraffen voor de deelnemers aan een vreedzame demonstratie in januari 2008 opnieuw te bekijken, alsook de gevangenneming van Artysom Dubski; wijst erop dat Amnesty International al deze personen als politieke gevangenen bestempeld; dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van de ondernemers Mikalai Awtukhovich en Uladzimir Asipenka, die reeds acht maanden in voorarrest zitten;

11. roept de Wit-Russische regering op om met onmiddellijke ingang een moratorium in te stellen op alle terdoodveroordelingen en terechtstellingen met het oog op de afschaffing van de doodstraf (zoals vastgelegd in resolutie 62/149 van de Algemene Vergadering van de VN van 18 december 2007 over een moratorium op het gebruik van de doodstraf), de terdoodveroordelingen van alle gedetineerden die momenteel op hun terechtstelling wachten onverwijld om te zetten in gevangenisstraf, de binnenlandse wetgeving in overeenstemming te brengen met de verplichtingen van het land uit hoofde van internationale mensenrechtenverdragen, en te waarborgen dat internationaal erkende standaarden inzake een eerlijke rechtsgang strikt worden toegepast;

12. verzoekt de Wit-Russische regering de rechten van de nationale minderheden te respecteren, overeenkomstig het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa in Straatsburg van 1 februari 1995; roept de Wit-Russische autoriteiten in dit verband op tot erkenning van de Bond van Polen onder leiding van Angelika Borys, die op 15 maart 2009 als president werd herkozen op het Congres van de Bond van Polen;

13. verzoekt de Wit-Russische regering ten aanzien van visa het wederkerigheidsbeginsel te respecteren; in het licht van de huidige periode van opschorting van de sancties voor Wit-Russische functionarissen en gezien de aanbeveling van de Raad aan de Commissie om onderhandelingsrichtsnoeren uit te werken voor visafacilitering voor Wit-Rusland, veroordeelt in krachtige termen het feit dat recentelijk een visum is geweigerd aan mevrouw Agnieszka Romaszewska, de directeur van TV Belsat, professoren van de Bialystok-universiteit, het lid van het Cypriotische parlement Christos Pourgourides en het lid van het Litouwse parlement Emanuelis Zingeris;

14. spoort de Wit-Russische autoriteiten aan een daadwerkelijke dialoog met de vertegenwoordigers van de democratische oppositie aan te gaan; benadrukt in dit verband het belang van het definiëren van de rol en de procedures van de "public advisory council";

15. verzoekt de Commissie om ten volle en op doeltreffende wijze gebruik te maken van de mogelijkheden tot ondersteuning van de ontwikkelingen op het gebied van het maatschappelijk middenveld en de democratie in Wit-Rusland door middel van het Europese Instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR);

16. verzoekt de Commissie financiële steun te verlenen aan TV Belsat, en de Wit-Russische regering op te roepen Belsat officieel in Wit-Rusland te registreren; verzoekt de Wit-Russische regering om, als teken van goede wil en verandering in positieve richting, toe te staan dat de Wit-Russische "Europese universiteit voor menswetenschappen" (EHU) in ballingschap in Vilnius (Litouwen) legaal naar Wit-Rusland kan terugkeren met de oprechte garantie dat deze onbelemmerd kan opereren en onder passende omstandigheden kan gaan werken aan de eigen toekomst in Minsk, met name door de EHU de mogelijkheid te bieden haar bibliotheek opnieuw in Minsk te vestigen door hiervoor een gebouw beschikbaar te stellen en de voorwaarden te scheppen die het mogelijk maken de uitgebreide collecties in het Wit-Russisch, Russisch, Engels, Duits en Frans open te stellen en voor iedereen toegankelijk te maken;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Parlementaire Assemblees van de OVSE en de Raad van Europa, het secretariaat van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten en het parlement en de regering van Wit-Rusland.

 

Laatst bijgewerkt op: 17 mei 2010Juridische mededeling