Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0030/2010

Ingediende teksten :

B7-0030/2010

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/02/2010 - 9.8

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 150kDOC 85k
13.1.2010
PE432.878v01-00
 
B7-0030/2010

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B7‑0148/2009 en B7‑0149/2009

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over voorkoming van mensenhandel


Edit Bauer en Simon Busuttil namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over voorkoming van mensenhandel  
B7‑0030/2010

Het Europees Parlement,

–   gelet op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name de artikelen 1, 3, 4, 5 en 6 daarvan,

–   gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948, met name de artikelen 4 en 5 daarvan, waarin nadrukkelijk staat dat slavenhandel in al zijn vormen verboden is,

–   gelet op het VN-Verdrag van 1989 inzake de Rechten van het Kind, met name de artikelen 1, 7, 32, 34 en 35 daarvan, en het facultatieve protocol van 2000 bij het Verdrag inzake de Rechten van het Kind over de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie, in het bijzonder artikel 3 daarvan,

–   gelet op het VN-Verdrag uit 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (IVDV), in het bijzonder de artikelen 5 en 6 daarvan,

–   gelet op het VN-protocol van Palermo uit 2000 inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van de handel in mensen, met name vrouwen en kinderen, dat een aanvulling vormt op het VN-Verdrag tegen de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad,

–   gelet op de Verdragen nr. 29 van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake gedwongen of verplichte arbeid (1930) en nr. 182 inzake een verbod op en onmiddellijke maatregelen ten behoeve van de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid, aangenomen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie op haar zevenentachtigste bijeenkomst (1999),

–   gezien de in september 1995 in Peking gehouden vierde Wereldvrouwenconferentie, de verklaring van Peking en het in Peking onderschreven actieprogramma (Platform for Action), alsmede de daaropvolgende slotdocumenten betreffende verdere acties en initiatieven voor de uitvoering van de verklaring van Peking en het actieprogramma die tijdens de speciale VN-vergaderingen Peking +5 en Peking +10 respectievelijk op 9 juni 2000 en 11 maart 2005 werden aangenomen,

–   gelet op het Verdrag van de Raad van Europa uit 2005 inzake maatregelen tegen de mensenhandel,

–   gezien het verslag van de Raad van Europa uit 2005 over de situatie op het gebied van de georganiseerde misdaad,

–   gezien aanbeveling van de Raad van Europa 1611/2003 over de orgaanhandel in Europa,

–   gezien de Verklaring van Brussel inzake het voorkomen en bestrijden van mensenhandel, aangenomen op 20 september 2002,

–   gezien kaderbesluit van de Raad 2002/629/JHA van 19 juli 2002 over de bestrijding van de mensenhandel(1),

–   gezien het voorstel van de Commissie voor een kaderbesluit van de Raad over het voorkomen en bestrijden van mensenhandel en het beschermen van de slachtoffers en tot intrekking van kaderbesluit 2002/629/JHA (COM(2009)0136),

–   gezien het Programma van Stockholm over een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid in dienst van de burger,

–   gezien de verklaring van Brussel van oktober 2009 over de mensenhandel, zoals aangenomen op de EU-ministersconferentie van 19-20 oktober 2009,

–   gezien de rapporten van Europol uit 2009 over de mensenhandel,

–   gezien het verslag van het Bureau voor de grondrechten van de Europese Unie van juli 2009 over kinderhandel in de Europese Unie,

–   gezien het algemeen verslag van het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) van februari 2009 over de mensenhandel,

–   gezien het verslag van het US Department of State van juni 2009 over de mensenhandel,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 januari 2006 over strategieën voor de strijd tegen de handel in vrouwen en seksuele uitbuiting van kwetsbare kinderen(2) en zijn aanbevelingen aan de Raad over de bestrijding van mensenhandel – een geïntegreerde benadering en voorstellen voor een actieplan(3),

–   gezien de vragen van 3 december 2009 aan de Raad en aan de Commissie over het voorkomen en bestrijden van mensenhandel en het beschermen van de slachtoffers (O-0148/09 – B7 0000, O-0149/09 – B7 0000),

–   gelet op artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van het Reglement,

A. overwegende dat de handel in mensen in een moderne vorm van slavernij is, een ernstige misdaad en een ernstige schending van de fundamentele mensenrechten, die mensen door middel van bedreiging, geweld en vernedering in een afhankelijkheidssituatie brengt,

B.  overwegende dat de mensenhandel een uiterst winstgevende zaak is voor de georganiseerde misdaad, waarbij hoge winsten bij geringe risico’s mogelijk zijn,

C. overwegende dat mensenhandel vele gedaanten kent, zoals seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid, illegale handel in menselijke organen, bedelarij, illegale adoptie en werk in de huishouding,

D. overwegende dat Europol in zijn overzicht voor 2009 van mening is dat de handel in vrouwen voor seksuele uitbuiting niet is afgenomen en dat de handel met het oog op gedwongen tewerkstelling toeneemt en zich tot een activiteit heeft ontwikkeld met een omvang van vele miljoenen euro of dollar per jaar; voort overwegende dat op grond van de beschikbare cijfers redelijkerwijs kan worden aangenomen dat diverse honderdduizenden mensen elk jaar de EU worden binnengesmokkeld of binnen het gebied van de EU worden gesmokkeld,

E.  overwegende dat uit het algemeen verslag van UNODC over de mensenhandel blijkt dat seksuele uitbuiting als de in het algemeen meest voorkomende vorm van mensenhandel wordt gezien, gevolgd door gedwongen arbeid; eveneens wordt geconstateerd dat 79% van de geïdentificeerde slachtoffers van mensenhandel vrouwen en meisjes zijn,

F.  overwegende dat jonge vrouwen na gearrangeerde huwelijken vanuit het buitenland in een omgeving van slavernij kunnen belanden en slachtoffer kunnen worden van seksuele uitbuiting, dwangarbeid, huishoudelijk werk en andere vormen van mensenhandel,

G. overwegende dat kinderen bijzonder kwetsbaar zijn en daarom het grootste risico lopen het slachtoffer van mensenhandel te worden,

H. overwegende dat het rechtskader van de EU inzake de mensenhandel op dit moment voornamelijk is gebaseerd op kaderbesluit 2002/629/JHA, maar dat het uitvoeringsniveau ontoereikend is en dat de EU derhalve meer actie moet ondernemen,

I.   overwegende dat de Commissie in maart 2009 het bovengenoemde voorstel heeft voorgelegd voor een kaderbesluit inzake het voorkomen en bestrijden van mensenhandel en het beschermen van de slachtoffers dat zich richt op een versterking van het huidige kaderbesluit door middel van strengere sancties, een betere bescherming van de slachtoffers en actieve preventieve maatregelen,

J.   overwegende dat er op grond van het Verdrag van Lissabon een versterking zal komen van de EU-maatregelen op het gebied van de justitiële en politiële samenwerking in strafzaken, waaronder de bestrijding van de mensenhandel, en dat het Parlement als co- wetgever zijn rol ten volle zal moeten spelen,

K. overwegende dat het optreden tegen mensenhandel niet beperkt mag blijven tot wetgevingsinstrumenten, maar ook moet worden aangevuld met andere maatregelen dan wetgeving, met name door evaluatie van goedgekeurde maatregelen, het verzamelen en uitwisselen van informatie, samenwerking en het aangaan van partnerschappen, alsmede de uitwisseling van optimale praktijken,

L.  overwegende dat het van cruciaal belang is het in het veld actieve maatschappelijk midden van meet af aan en in ieder stadium van het proces in te schakelen: vanaf het stadium waarin de problemen worden onderkend tot het verlenen van hulp aan de slachtoffers, waaronder in het wetgevingsproces,

M. overwegende dat er thans geen exacte gegevens over dit verschijnsel bestaan en dat uit de beschikbare cijfers een onderschatting van de werkelijke omvang blijkt, aangezien het hier gaat om een vorm van misdaad die zich in het verborgene afspeelt en die vaak niet wordt onderkend of onjuist wordt geïnterpreteerd, overwegende dat er meer onderzoek nodig is naar het profiel van mensenhandelaren en routes, alsmede naar manieren om de vraag te verminderen; en overwegende dat bovendien de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten versterking behoeft,

N. overwegende dat toekomstige actie moet uitgaan van een geïntegreerde benadering waarbinnen enerzijds voorkoming en bestrijding, en anderzijds bescherming, steun en hulp voor de slachtoffers, met daarbij intensievere samenwerking tussen alle betrokkenen, worden samengebracht,

O. overwegende dat wanneer er minder vraag van potentiële afnemers komt naar diensten en producten van slachtoffers van mensenhandel, en de mensensmokkel dus minder lucratief wordt, ook het aanbod van diensten en goederen van slachtoffers zal afnemen,

P.  overwegende dat samenwerking en partnerschap tussen de EU, de Raad van Europa, de Verenigde Naties en derde landen, met name met landen waaruit slachtoffers van mensenhandel afkomstig zijn, en met de Verenigde Staten als het land dat zoals algemeen bekend in veel gevallen bestemmingsland is, cruciaal belangrijk zijn ter bescherming van de fundamentele rechten en voor een effectieve bestrijding van de mensenhandel,

Algemeen

1.        verzoekt de Raad en de Commissie:

- maatregelen tegen de mensenhandel te ontwikkelen door een vooral op de mensenrechten gerichte alomvattende benadering te kiezen die de bestrijding van de mensenhandel, de preventie en de bescherming van de slachtoffers als kernpunten heeft;

- een in de eerste plaats op de slachtoffers gerichte benadering te kiezen, hetgeen betekent dat alle mogelijke soorten slachtoffers moeten worden geïdentificeerd, aangesproken en beschermd, hierbij moet speciale aandacht aan kinderen en andere risicogroepen worden gegeven;

- onder de supervisie van het Commissielid voor justitie en fundamentele rechten een EU-coördinator voor de bestrijding van mensenhandel aan te stellen voor de coördinatie van de maatregelen en het beleid van de EU op dit gebied, met inbegrip van de activiteiten van het netwerk van nationale rapporteurs – deze EU-coördinator voor de bestrijding van mensenhandel rapporteert zowel aan het Europees Parlement als aan het Permanent Comité voor operationele samenwerking ten behoeve van de interne veiligheid (COSI);

- ervoor te zorgen dat in tijden van economische en financiële crisis de bestrijding van de mensenhandel hoog op hun agenda blijft staan, zoals bij de voorbereiding van herstelplannen;

- de mensenhandel aan te pakken door middel van een coherente benadering per beleid (waartoe onder meer behoren migratiebeleid, genderbeleid, werkgelegenheidsbeleid, sociaal beleid, ontwikkelingsbeleid, extern beleid, nabuurschapsbeleid, asielbeleid en visumbeleid).

- het belang van het kind voorop te stellen bij alle optreden tegen de mensenhandel, overeenkomstig het uit 1989 daterende VN-Verdrag inzake de rechten van het kind;

- alle beleidsvormen, strategieën en maatregelen inzake mensenhandel vanuit een genderperspectief te benaderen;

- de coördinatie en samenwerking met het EU-Bureau voor de grondrechten en het Europees Instituut voor Gendergelijkheid te versterken;

- een voortdurende samenwerking met de op dit gebied werkzame NGO’s in te stellen en te versterken;

- een permanent platform op EU‑niveau in te stellen ter bundeling van de inspanningen van de EU‑instellingen, agentschappen en instituten, de politie, douanediensten, inkoopbureaus en wetshandhavingsinstanties op regionaal en nationaal niveau in de lidstaten, en internationale organisaties en NGO’s;

2.        doet een beroep op de lidstaten die dat nog niet hebben gedaan over te gaan tot ratificatie en uitvoering van het Verdrag van de Raad van Europa van 2005 inzake de bestrijding van mensenhandel;

Verzamelen van informatie

3.        vraagt de Raad en de Commissie, om zo veel mogelijk informatie beschikbaar te hebben om actie te ondernemen met het oog op:

- de jaarlijkse publicatie van een door Eurojust, Europol en Frontex aan het EP en de nationale parlementen, de Commissie en de Raad aan te bieden gezamenlijk rapport, gevolgd door een openbare hoorzitting met NGO’s en vertegenwoordigers van het maatschappelijk midden om een beter inzicht in de fundamentele oorzaken van de mensenhandel te krijgen; factoren in de landen van herkomst en bestemming die mensenhandel in de hand werken; huidige trendontwikkelingen waar het gaat om slachtoffers, handelaars en criminele netwerken, met hun wijze van opereren; reisroutes, plaatselijke omstandigheden in de bestemmingslanden die het gebruik van de diensten van slachtoffers van mensenhandel en verschillende vormen van uitbuiting in de hand werken;

- de ontwikkeling van een gemeenschappelijk EU-sjabloon voor het verzamelen en collationeren van gegevens in verband met alle aspecten van de mensenhandel, waaronder leeftijd en geslacht, waarvan zowel in de EU-lidstaten als in de derde landen gebruik kan worden gemaakt, met inachtneming van de relevante wetgeving over gegevensbescherming en de rechten van degene over wie de gegevens worden verzameld;

- invoering van een jaarlijkse objectieve en onpartijdige evaluatie, als bedoeld in artikel 70 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met speciale aandacht voor de uitvoering van EU-beleid tegen mensenhandel, van welke evaluatie het Parlement en de nationale parlementen op de hoogte moeten worden gebracht;

- de evaluatie van zowel in de lidstaten als in derde landen te voeren en nader uit te werken de informatie- en bewustmakingscampagnes;

Preventie

4.        onderstreept dat de lidstaten verdere wetgevende en niet-wetgevende maatregelen, waaronder ook educatieve, sociale, culturele en administratieve maatregelen en op het brede publiek gerichte bewustmakingscampagnes, moeten nemen respectievelijk versterken, teneinde de vraag naar de diensten van slachtoffers van de mensenhandel terug te dringen;

5.        wenst dat er grootscheepse informatie- en bewustmakingscampagnes worden uitgevoerd en ontwikkeld in lidstaten en derde landen waarvan gebleken is dat zij als vertrekpunt of halteplaats hebben gefungeerd voor de mensenhandel, gericht op de potentiële slachtoffers van de mensenhandel en de potentiële afnemers van diensten van slachtoffers van de mensenhandel;

6.        verzoekt de lidstaten om invoering van doelgerichte educatieve programma's die kinderen attent moeten maken op valkuilen die gemakkelijk kunnen leiden tot mensenhandel – in de landen van oorsprong, doorvoer en bestemming;

Vervolging

7.        pleit voor zo spoedig mogelijke invoering van een uitputtend en alomvattend rechtskader, met inbegrip van beleid ter bestrijding van cybercriminaliteit in verband met de mensenhandel;

8.        wenst dat de Commissie en de lidstaten bij de opstelling van toekomstige voorstellen voor een wetgevingsinstrument op dit gebied rekening houden met de volgende punten:

- de boetes en sancties voor degenen, ook de rechtspersonen, die profijt trekken uit de mensenhandel moeten in verhouding staan tot de ernst van de misdaad en moeten een afschrikkende werking hebben, en de handel in kinderen moet bijzonder zwaar worden bestraft;

- verdere maatregelen moeten meer zijn toegespitst op de bescherming van de slachtoffers – met de nodige aandacht voor de situatie van vrouwen en kinderen – onder meer door erop toe te zien dat aan hulpverlening aan slachtoffers geen voorwaarden worden verbonden, dat de toestemming van het slachtoffer aan de uitbuiting altijd irrelevant blijft, en dat slachtoffers aanspraak houden op hulp ongeacht of zij bereid zijn aan strafrechtelijke procedures mee te werken;

- verdere preventie en actie zou zich ook kunnen richten op degenen die gebruik maken van de diensten van mensenhandelslachtoffers;

- er moet aandacht worden besteed aan de noodzaak van extraterritoriale rechtsmacht voor dit soort delicten, ten aanzien van zowel EU-burgers als ingezetenen in de EU;

- bepalingen inzake jurisdictie moeten worden afgestemd met het ontwerp-kaderbesluit inzake voorkoming en oplossing van geschillen inzake de uitoefening van jurisdictie in strafzaken;

9.        vraagt de lidstaten en de nationale parlementen – alle wetgeving blijft immers vruchteloos indien niet correct uitgevoerd – de beleidsmaatregelen van de EU tegen mensenhandel op nationaal niveau volledig tot uitvoer te brengen, en de andere rechtsinstrumenten op dit gebied zo snel mogelijk te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

10.      vraagt de Raad, de Commissie en de lidstaten actie te ondernemen ter verbetering van de coördinatie op operationeel niveau tussen EU-organen als Eurojust en Europol;

11.      doet een dringend beroep op Frontex en de nationale grensbewakingsinstanties om bij al hun werkzaamheden onderscheid te maken tussen slachtoffers van mensenhandel en illegale immigranten, en hun ambtenaren en personeel meer attent te maken op mensenhandel;

Bescherming, steun en hulp voor slachtoffers

12.      dringt erop aan de bescherming en steun voor de slachtoffers als prioriteit te laten gelden in het optreden van de EU op dit terrein, en de slachtoffers alle mogelijke hulp te doen toekomen vanaf het moment waarop zij als zodanig herkenbaar zijn;

13.      vraagt de aandacht voor uiterst kwetsbare slachtoffers als kinderen en dringt aan op specifieke hulp- en beschermingsprogramma’s voor hen;

14.      dringt erop aan dat de slachtoffers professionele hulp wordt geboden, waaronder ook gratis rechtshulp , bedenkend dat zij geen financiële middelen hebben en dus niet voor die hulp kunnen betalen;

15.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en nationale parlementen van de lidstaten en de Raad van Europa.

(1)

         PB L 203 van 1.8.2002, blz. 1.

(2)

         PB C 287 E van 24.11.2006, blz. 75.

(3)

         PB C 314 E van 21.12.2006, blz. 355.

Laatst bijgewerkt op: 13 mei 2010Juridische mededeling