Procedure : 2009/2811(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0069/2010

Ingediende teksten :

B7-0069/2010

Debatten :

PV 09/02/2010 - 12
CRE 09/02/2010 - 12

Stemmingen :

PV 10/02/2010 - 9.12
CRE 10/02/2010 - 9.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0022

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 153kDOC 83k
3.2.2010
PE432.921v01-00
 
B7-0069/2010

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B7‑0003/2010 en B7‑0004/2010

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over de strategische doelstellingen van de EU voor de 15de bijeenkomst van de Conferentie van de partijen (COP 15) bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die van 13 tot 25 maart 2010 in Doha (Qatar) plaatsvindt


Kriton Arsenis, Chris Davies, Julie Girling, Kartika Tamara Liotard, Sirpa Pietikäinen, Bart Staes namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Resolutie van het Europees Parlement over de strategische doelstellingen van de EU voor de 15de bijeenkomst van de Conferentie van de partijen (COP 15) bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die van 13 tot 25 maart 2010 in Doha (Qatar) plaatsvindt  
B7‑0069/2010

Het Europees Parlement,

–   gezien de aanstaande 15de bijeenkomst van de Conferentie van de partijen (COP 15) bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die van 13 tot 25 maart 2010 in Doha (Qatar) plaatsvindt,

–   gezien de vragen van 2 december 2009 aan de Raad en de Commissie over de strategische doelstellingen voor de conferentie van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) van 13 tot 25 maart 2010 in Doha (O-0145/2009 – B7-0003/2010, O-0146/2009 – B7–0004/2010),

–   gelet op artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat CITES met 175 partijen, waaronder de 27 lidstaten, 's werelds grootste overeenkomst is over de instandhouding van in het wild levende dier- en plantensoorten en de voorkoming van overexploitatie ervan door de internationale handel,

B.  overwegende dat het verbruik van natuurlijke hulpbronnen door de mens, de vernietiging van habitats, de klimaatverandering, de overexploitatie van in het wild levende soorten en de illegale handel in wilde fauna en flora de belangrijkste oorzaken zijn van de verschraling van de biodiversiteit op aarde,

C. overwegende dat in wetenschappelijke rapporten wordt voorspeld dat als gevolg van de klimaatverandering het verlies aan biodiversiteit zal toenemen en de situatie van bedreigde soorten nog zal verslechteren,

D. overwegende dat CITES zijn besluiten op wetenschappelijke gegevens moet baseren, en dat de Internationale Unie voor natuurbehoud (IUCN) en Trade Records Analysis of Flora and Fauna in Commerce (TRAFFIC) belangrijk werk verrichten, omdat zij de CITES-partijen van een gedetailleerde beoordeling voorzien van de voorstellen tot wijziging van de CITES-bijlagen,

E.  overwegende dat het publieke bewustzijn in de consumentenlanden altijd van essentieel belang is geweest en ook blijft voor het indammen van stroperij en de illegale internationale handel in bedreigde soorten van in het wild levende dieren en planten,

F.  overwegende dat illegale houtkap kan leiden tot handel in plantensoorten die op de CITES-lijst staan en dat het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad met verplichtingen voor exploitanten die hout en houtproducten op de markt brengen moet waarborgen dat de illegale houtkap doeltreffend wordt aangepakt,

G. overwegende dat de illegale handel het mondiale streven naar duurzaamheid in milieu en ontwikkeling ernstig ondermijnt, goed bestuur ondergraaft en de verspreiding van overdraagbare ziekten vergemakkelijkt,

H. overwegende dat de onder CITES vallende soorten in de CITES-bijlagen worden opgenomen op basis van hun instandhoudingsstatus en omdat zij door de handel worden of kunnen worden aangetast; overwegende dat CITES-bijlage I soorten bevat die met uitsterven bedreigd zijn en waarin de internationale handel is verboden; overwegende dat CITES-bijlage II soorten bevat waarin de handel moet worden gecontroleerd om een gebruik te voorkomen dat niet te verenigen is met hun overleven; overwegende dat CITES-bijlage III soorten bevat die beschermd zijn in ten minste één land dat andere CITES-partijen om hulp heeft verzocht bij het controleren van de handel,

I.   overwegende dat het Vorstendom Monaco een voorstel heeft ingediend om de blauwvintonijn op CITES-bijlage I te plaatsen teneinde de internationale commerciële handel in deze soort tijdelijk op te schorten,

J.   overwegende dat het wetenschappelijk comité van de Internationale Commissie voor het behoud van de Atlantische tonijn (ICCAT) op zijn vergadering van 21-23 oktober 2009 het huidige paaibestand van blauwvintonijn op minder dan 15% van het vóór het begin van de visserij bestaande bestand heeft geraamd en daarmee heeft bevestigd dat deze soort voldoet aan de criteria voor opneming in de CITES-bijlage I,

K. overwegende dat de haringhaai en de doornhaai uiterst gevoelig zijn voor overbevissing en zich zeer langzaam hestellen als gevolg van hun biologische kenmerken (langzame groei, late geslachtsrijpheid, geringe voortplantingscapaciteit, lange levensduur en lange generatietijd),

L.  overwegende dat opneming van deze soorten in CITES-bijlage II noodzakelijk is om te waarborgen dat de toekomstige internationale handel is gebaseerd op duurzaam bedreven, nauwkeurig geregistreerde visserijactiviteiten die niet schadelijk zijn voor de toestand van de geëxploiteerde populaties,

M. overwegende dat in CITES-resolutie Conf. 9.24 staat dat soorten in aanmerking komen voor opneming in CITES-bijlage I als zij onder andere "door de handel worden of kunnen worden aangetast" en als er sprake is van een "duidelijke afname van de in het wild levende populatie, die is afgeleid uit of geraamd op basis van een achteruitgang van de habitat in omvang of kwaliteit",

N. overwegende dat ijsberen ernstig gevaar lopen dat hun habitat verdwijnt als gevolg van de klimaatverandering, hetgeen leidt tot dalende populaties in het grootste deel van hun leefgebied, en dat zij de nadelige gevolgen ondervinden van de commerciële handel in hun lichaamsdelen die sinds de jaren '90 is toegenomen,

O. overwegende dat de CITES-partijen op hun 14de bijeenkomst (COP 14) hebben afgesproken dat er gedurende ten minste negen jaar geen nieuwe voorstellen over handel in ivoor zouden worden gedaan,

P.  overwegende dat in de discussies tijdens COP 14 aanvankelijk werd aangedrongen op een moratorium van 20 jaar en dat er sindsdien aanzienlijke partijen ivoor in beslag zijn genomen en berichten zijn verschenen over grootschalige en toenemende stroperij,

Q. overwegende dat de populaties van grote katachtigen in Azië nog steeds worden bedreigd door stroperij, aantasting van habitats en prooiverlies, en dat er ondanks herhaalde oproepen op veel terreinen teleurstellend weinig vooruitgang is geboekt met het nemen van stevige maatregelen om de teruggang van de aantallen tijgers en andere grote katachtigen te stuiten,

R.   overwegende dat tijdens COP 14 het CITES-besluit 14.69 is aangenomen, waarin alle partijen met intensieve fokprogramma's worden opgeroepen erop toe te zien dat Aziatische grote katachtigen alleen met het oog op de instandhouding in gevangenschap worden gefokt, en waarin staat dat tijgers niet mogen worden gefokt met het oog op de handel in delen of daaruit gewonnen producten,

S.  overwegende dat in de recente Aanbevelingen van Kathmandu is gewezen op het belang van een grotere rol van de internationale handhavingsorganen, zoals Interpol, de Werelddouaneorganisatie (WCO), het VN-Agentschap voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) en CITES, bij de aanpak van de criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten, en dat daarin is gevraagd de eenheden voor de bestrijding van milieudelicten van deze organisaties voor dit doel te versterken,

T.  overwegende dat tijdens COP-14 (die in Den Haag is gehouden) de CITES-besluiten 14.35 en 14.36 zijn aangenomen, en overwegende dat het anonieme karakter en de wereldwijde strekking van het internet het vermogen van de CITES-partijen om de illegale handel in soorten van in het wild levende dieren en planten te bestrijden drastisch beperken; overwegende dat de snelle groei van de e-handel in soorten die op de CITES-lijst staan een ernstige bedreiging vormt voor het overleven van vele soorten; overwegende dat het globale karakter van het internet het voor de CITES-partijen moeilijk maakt nationale en internationale wetgeving in het kader van hun jurisdicties te handhaven; en overwegende dat de e-handel in in het wild levende dieren en planten en daaruit gewonnen producten altijd als potentiële internationale handel moet worden beschouwd,

1.  verzoekt de Commissie en de lidstaten het voorzorgsbeginsel als leidraad te gebruiken bij al hun besluiten over werkdocumenten en registratievoorstellen, en daarbij tevens rekening te houden met het beginsel "de gebruiker betaalt", de ecosysteembenadering en traditionele instandhoudingsbeginselen;

2.  verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat besluiten ter verbetering van de coördinatie tussen CITES en andere op biodiversiteit gerichte overeenkomsten niet leiden tot aantasting van het karakter van CITES als mondiaal instandhoudingsakkoord of van de in CITES verankerde strenge instandhoudingsmaatregelen;

3.  is sterk gekant tegen het gebruik van geheime stemmingen en acht het teleurstellend dat het permanente comité van CITES niet met voorstellen is gekomen om de mogelijkheid van geheime stemmingen in het besluitvormingsproces van CITES uit te sluiten;

Blauwvintonijn

4.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de opneming van de blauwvintonijn (Thunnus thynnus) in CITES-bijlage I, zoals voorgesteld door het Vorstendom Monaco, te ondersteunen;

Haaien

5.  is zeer ingenomen met het door Zweden namens de lidstaten ingediende voorstel om twee haaiensoorten, namelijk de haringhaai (Lamna nasus) en de doornhaai (Squalus acanthias), op te nemen in CITES-bijlage II; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan dit voorstel te steunen;

6.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de opneming van de vijf haaiensoorten geschulpte hamerhaai (Sphyrna lewini), grote hamerhaai (Sphyrna mokarran), gladde hamerhaai (Sphyrna zygaena), zandbankhaai (Carcharhinus plumbeus) en zwarte haai (Carcharhinus obscurus) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door de Verenigde Staten van Amerika, te steunen;

7.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de opneming van de oceanische witpunthaai (Carcharhinus longimanus) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door de Verenigde Staten van Amerika, te steunen;

IJsbeer

8.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan steun te geven aan de overheveling van de ijsbeer (Ursus maritimus) van CITES-bijlage II naar CITES-bijlage I, zoals voorgesteld door de Verenigde Staten van Amerika;

Olifanten en ivoor

9.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om de volgende voorstellen af te wijzen:

- de voorstellen van Tanzania en Zambia om de Afrikaanse olifant (Loxondonta africana) te verplaatsen van CITES-bijlage I naar CITES-bijlage II met het oog op de handel;

- alle voorstellen om Afrikaanse olifanten naar een lagere bijlage te verplaatsen, ten minste totdat werkelijk kan worden beoordeeld welk effect de eenmalige verkoop in november 2008 door Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe heeft gehad, omdat er steeds meer aanwijzingen zijn dat de illegale en georganiseerde handel in heel Afrika toeneemt;

10. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om steun te geven aan het voorstel van Kenia, Ghana, Liberia, Mali, Sierra Leone, Togo, Congo en Rwanda tot opneming van een noot inzake Afrikaanse olifanten waarmee gedurende 20 jaar na de eenmalige verkoop van ivoor in november 2008 voorstellen worden voorkomen om de handel in ivoor toe te staan of olifantenpopulaties te verplaatsen van CITES-bijlage I naar CITES-bijlage II;

11. moedigt de CITES-partijen die hebben geprofiteerd van de eenmalige verkoop van ivoorvoorraden in overheidsbezit, aan financiële steun te geven aan het Afrikaanse Olifantenfonds ten behoeve van de versterking van initiatieven gericht op wetshandhaving en stroperijbestrijding;

12. moedigt aan tot breder en opener overleg met alle landen met olifantenpopulaties over maatregelen op het gebied van de verplaatsing van de Afrikaanse olifant naar een lagere bijlage en een daaropvolgende eenmalige verkoop;

13. moedigt aan tot het ontwikkelen van krachtiger methoden voor het toezicht op de illegale ivoorhandel, met deelneming van een brede scala aan actoren;

Tijgers en Aziatische grote katachtigen

14. is verheugd over het voorstel van de EU om CITES-resolutie Conf. 12.5 over het behoud van en de handel in tijgers en andere Aziatische grote katachtigen in bijlage I aan te scherpen;

15. verzoekt de Commissie en de lidstaten steun te geven aan de pogingen om de illegale handel in delen van Aziatische grote katachtigen en daaruit gewonnen producten aan te pakken, waarbij de nadruk moet liggen op het helpen verbeteren van handhaving en informatie-uitwisseling, vooral door Interpol, UNODC, WCO en CITES beter in staat te stellen de criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten tegen te gaan en opleidingen aan te bieden;

16. verzoekt de Commissie en de lidstaten steun te geven aan de pogingen om de vraag naar delen van Aziatische grote katachtigen en daaruit gewonnen producten in de eigen bevolking en in andere landen terug te dringen;

Andere soorten

17. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de volgende voorstellen te steunen:

-    de opneming van Corallium spp. en Paracorallium spp. in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Zweden namens de lidstaten;

-    de opneming van Argentijns pokhout (Bulnesia sarmientoi) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Argentinië;

-    de overplaatsing van de hagedis (Uromastyx ornata) van CITES-bijlage II naar CITES-bijlage I, zoals voorgesteld door Israël;

-    de opneming van de Luristan beeksalamander (Neurergus kaiseri) in CITES-bijlage I, zoals voorgesteld door Iran;

-    de opneming van de zwarte leguanen (Ctenosaura bakeri, C. oedirhina en C. melanosterna) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Honduras;

-    de opneming van de roodoogmakikikker (Agalychnis spp.) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Honduras en Mexico;

-    de opneming van de zwarte leguaan (Ctenosaura palearis) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Guatemala;

-    de opneming van Braziliaans rozenhout (Aniba rosaeodora) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Brazilië;

-    de opneming van Dynastes satanas in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Madagaskar;

-    de opneming van de zaden van Beccariophoenix madagascariensis in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Madagaskar;

-    de opneming van de zaden van Dypsis decaryi in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Madagaskar;

18. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan zich te verzetten tegen de volgende voorstellen:

-    de schrapping van de rode lynx (Lynx rufus) uit bijlage II van CITES;

-    de overplaatsing van de bultkrokodil (Crocodylus moreletii) van CITES-bijlage I naar CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Belize en Mexico;

-    de overplaatsing van de Egyptische populatie van de Nijlkrokodil (Crocodylus niloticus) van CITES-bijlage I naar CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Egypte;

19. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om het voorstel van de Verenigde Staten en Mexico om de Californische wolfsmelk (Euphorbia misera) uit CITES-bijlage II te schrappen, te verwerpen;

20. verzoekt de Commissie en de lidstaten de internationale samenwerking bij de tenuitvoerlegging van CITES te intensiveren;

21. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om zich te scharen achter het voorstel van lidstaat Duitsland om extra striktere formuleringen op te nemen in CoP15 Doc. 32 (e-handel in soorten die op de CITES-lijst staan) en het herziene voorstel te steunen;

22.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om zich te scharen achter de voorstellen van het Secretariaat om deel te nemen aan de ontwikkeling van doelstellingen voor de biodiversiteit na 2010, het Biodiversity Indicators Partnership 2010 (BIP) en het Intergovernmental Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES), ook in verband met de klimaatverandering (CoP15 Doc. 10.1);

23.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om zich te scharen achter het voorstel CoP15 Doc. 10.4 van de voorzitter van het Comité planten om de samenwerking met de Wereldwijde Strategie voor het behoud van planten van het Biodiversiteitsverdrag voort te zetten;

24.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om hun steun te geven aan extra maatregelen om een eind te maken aan de illegale handel in Tibetaanse antilopen overeenkomstig het voorstel van het Secretariaat CoP15 Doc. 46;

25. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om zich te scharen achter het voorstel CoP15 Doc. 47 van het Secretariaat strekkende tot naleving door landen met populaties van de Saiga antilope (Saiga tatarica tatarica) ten einde een goede uitvoering van het Saiga-actieplan en naleving van de desbetreffende besluiten te verzekeren; stelt bovendien voor dat de CITES-partijen bedrijven die saigahoorn verwerken aanmoedigen om bij te dragen aan instandhoudingactiviteiten ter plaatse die ten doel hebben om in het wild levende populaties te herstellen;

26. dringt er met klem bij de Commissie en de lidstaten op aan om hun steun te geven aan extra maatregelen ter bestrijding van de illegale handel in mensapen overeenkomstig de voorstellen van het Secretariaat in CoP15 Doc. 42;

27.  dringt er met klem bij de Commissie en de lidstaten op aan om de door de Verenigde Staten voorgestelde herzieningen van Resolutie Conf. 9.25 (rev. CoP 14) in CoP15 Doc. 67 betreffende de opname van bomen, die gebruikt worden voor timmerhout, in CITES-bijlage III, met de opmerking dat het alleen gaat om de nationale populaties van de registrerende landen, te verwerpen;

28. dringt er met klem bij de Commissie en de lidstaten op aan om hun steun te geven aan de inspanningen in CITES-verband om de illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visserij op de Napoleonvis (Cheilinus undulatus) te bestrijden;

29. wijst er op dat de Europese Unie een van de grootste markten is voor de illegale handel in soorten van in het wild levende dieren en planten en dat de naleving van de regels tussen de lidstaten verschilt, en verzoekt de Commissie en de lidstaten hun pogingen tot handhaving van de EU-wetgeving inzake de handel in deze dier- en plantensoorten te versterken;

30. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de CITES-partijen en het CITES-secretariaat.

 

Laatst bijgewerkt op: 13 mei 2010Juridische mededeling