Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0089/2010

Ingediende teksten :

B7-0089/2010

Debatten :

PV 09/02/2010 - 4
CRE 09/02/2010 - 4

Stemmingen :

PV 09/02/2010 - 6.1

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 112kDOC 65k
4.2.2010
PE432.943v01-00
 
B7-0089/2010

ingediend tot besluit van het debat over de presentatie, door de gekozen voorzitter van de Commissie, van het college van commissarissen en het Commissieprogramma

ingediend overeenkomstig artikel 106, lid 4, van het Reglement


over de verkiezing van de Commissie


Timothy Kirkhope namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de verkiezing van de Commissie  
B7‑0089/2010

Het Europees Parlement,

–   gelet op zijn besluit van 16 september 2009(1) houdende verkiezing van José Manuel Durão Barroso tot voorzitter van de Commissie,

–   gezien de schriftelijke en mondelinge verklaringen die door de respectieve kandidaat-commissarissen in het kader van de door de EP-commissies georganiseerde hoorzittingen zijn afgelegd en de evaluaties die na afloop van deze hoorzittingen door de commissies zijn opgemaakt,

 gezien de presentatie, door de gekozen voorzitter van de Commissie, van het college van commissarissen en het Commissieprogramma,

–   gelet op het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie dat op 9 februari 2010 is goedgekeurd,

–   gelet op artikel 17, lid 7, van het EU-Verdrag,

–   gelet op artikel 106, lid 4, en bijlage XVII van zijn Reglement,

1.  gaat ermee akkoord dat de lidstaten het recht hebben om hun commissarissen aan te wijzen en dat de Commissievoorzitter, als deze eenmaal is verkozen, het recht heeft om te besluiten hoe de commissarissen het beste binnen de Commissie worden geplaatst; spreekt niettemin zijn ontevredenheid uit over een groot deel van het proces waarbij de kandidaat-commissarissen zijn gekozen en hun portefeuille toegewezen hebben gekregen;

2.  betreurt het feit dat de aanpak van "te nemen of te laten" die het Parlement bij de behandeling van de Commissie krijgt aangeboden, weinig ruimte voor een zinvolle uitspraak over de kwalificaties en de prestatie van de afzonderlijke commissarissen laat;

3.  betreurt het feit dat er een groot gebrek aan consistentie was in de manier waarop de verschillende kandidaten voor een commissieportefeuille tijdens hun hoorzittingen zijn behandeld; stelt niettemin met ontzetting vast dat vele kandidaten inadequaat hebben gepresteerd, op eenvoudige vragen ontwijkend hebben geantwoord of een goede publieke indruk hebben willen maken door EU-optreden voor te stellen op terreinen die niet voorkomen op de agenda die voorzitter Barroso vóór de verlenging van zijn mandaat had gepubliceerd;

4.  vraagt dat de kwesties in verband met de persoonlijke integriteit van de kandidaten voor een commissieportefeuille in de toekomst aan bod komen in afzonderlijke openbare hoorzittingen, zodat de hoofdkwesties in verband met bekwaamheid en beleid ten volle kunnen worden behandeld in de hoofdhoorzittingen;

5.  betreurt het feit dat in vele gevallen door een combinatie van ontwijkende antwoorden en slecht geleide hoorzittingen diverse vragen over het beleid onbeantwoord zijn gebleven; betreurt met name het feit dat de kwestie van de continuïteit van de energievoorziening in Europa niet behoorlijk is behandeld en verzoekt de Commissie:

(i) haar steun te verlenen aan een reële diversifiëring van de energievoorziening in Europa, met name door het Nabucco-project te ondersteunen, dat de Europese Unie zal verbinden met de aardgasbronnen in de gebieden van de Kaspische Zee en het Midden-Oosten,

(ii) een behoorlijke milieueffectbeoordeling uit te voeren van het Nord Streamproject, met name door alternatieve routes te onderzoeken, inclusief één over land,

(iii) het nodige te ondernemen om zekere energievoorziening in Europa te verkrijgen, door investeringen in infrastructuur, de interconnectie van de energienetten, gemeenschappelijke akkoorden inzake energievoorziening en plannen voor crisisbeheer, in een geest van solidariteit tussen de lidstaten;

6.  spreekt zijn bezorgdheid uit over diverse gevallen van nooit eerder geziene overlapping of onduidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden over verschillende portefeuilles (met name wat de transportsector betreft, waar de bevoegdheden inzake overheidssteun en het Galileodossier zijn ondergebracht in de portefeuilles van verschillende commissarissen); verwacht dat de Commissie coherent en goed gecoördineerd werk verricht op de gebieden die onder de bevoegdheden van meer directoraten-generaal en commissarissen vallen;

7.  verlangt meer duidelijkheid en bevestiging dat de Commissie:

(i) alleen zal optreden wanneer dit absoluut noodzakelijk is en na een behoorlijke procesgang, waarbij met name rekening wordt gehouden met uitgebreide effectbeoordelingen,

(ii) het subsidiariteitsbeginsel onverkort zal eerbiedigen,

(iii) niet zal proberen het communautaire acquis verder uit te breiden dan de verdragen toestaan,

(iv) met name gelet op de huidige economische omstandigheden, niet alleen de tering naar de nering zal zetten en niet zal proberen haar begroting verder uit te breiden, maar terdege rekening zal houden met de gevolgen voor groei en werkgelegenheid, als de kosten van het sociale beleid en de regulering toenemen;

8.  merkt op dat de buitengewone vertraging bij de aanstelling van de Commissie de abnormale en wettelijk bedenkelijke situatie heeft gecreëerd waarbij de leden van de vorige Commissie na de verstrijking van hun mandaat als commissaris hebben opgetreden; vraagt dat deze situatie wordt aangepakt met een juridische verduidelijking waarom een Commissie waarvan het mandaat is verstreken, voort in functie kan blijven;

9.  betreurt het feit dat te veel onbeantwoorde vragen het het Parlement onmogelijk maken even veel vertrouwen te hebben in de Commissie als het kon hebben in haar voorzitter;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad en de Commissie.

 

(1)

Notulen van die datum, P7_PV(2009)09-16, punt 7.1.

Laatst bijgewerkt op: 13 mei 2010Juridische mededeling