Procedure : 2010/2592(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0175/2010

Ingediende teksten :

B7-0175/2010

Debatten :

PV 10/03/2010 - 12
CRE 10/03/2010 - 12

Stemmingen :

PV 11/03/2010 - 8.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0063

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 111kDOC 64k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0169/2010
8.3.2010
PE439.691v01-00
 
B7-0175/2010

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over Cuba


door Renate Weber, Izaskun Bilbao Barandica namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Cuba  
B7‑0175/2010

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Cuba, met name zijn resoluties van 17 november 2004(1), 2 februari 2006 en 21 juni 2007,

–   onder verwijzing naar zijn resoluties over de jaarlijkse verslag over de mensenrechten in de wereld over 2004, 2005, 2006, 2007 en 2008 en het EU-beleid ter zake,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 14 december 2006 over de maatregelen naar aanleiding van de Sakharov-prijs(2) ,

–   gezien de verklaring van het voorzitterschap van 14 december 2005 over de Damas de Blanco en zijn voorgaande verklaringen over de situatie in Cuba van 26 maart en 5 juni 2003,

–   gezien het gemeenschappelijk standpunt 96/697/CFSP(3) van de Raad over Cuba, dat op 2 december 1996 is aangenomen en dat regelmatig wordt bijgewerkt,

–   gezien de conclusies over Cuba van de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen van 18 juni 2007, juni 2008 en 15 juni 2009,

–   gezien de verklaringen van de zegsman van Catherine Ashton, Hoge Vertegenwoordiger van de Unie en van Jerzy Buzek, Voorzitter van het Europees Parlement over de dood van de politieke en gewetensgevangene Orlando Zapata Tamayo,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat bescherming van de algemene aard en ondeelbaarheid van de mensenrechten, waaronder burgerrechten, en politieke, economische, sociale en culturele rechten, nog steeds een van de hoofddoelen is van de Europese Unie,

B.  overwegende dat tientallen onafhankelijke journalisten, vreedzame dissidenten en mensenrechtenactivisten, voornamelijk leden van de democratische oppositie, in Cuba nog steeds gevangen worden gehouden omdat zij het grondrecht van meningsuitdrukking, vereniging en vergadering uitoefenen,

C. overwegende dat het Parlement in 2005 de Sakharov-prijs voor de vrijheid van meningsuiting heeft toegekend aan de Damas de Blanco, overwegende dat de Cubaanse instanties, door de Damas de Blanco niet toe te staan naar de zetel van het Parlement te reizen om de prijs in ontvangst te nemen, een van de fundamentele mensenrechten schendt, namelijk de vrijheid om het eigen land te verlaten en er weer terug te keren, die verankerd is in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

D. overwegende dat de instellingen van de EU maatregelen hebben genomen om aan te dringen op vrijlating of ter bevordering van een menswaardige behandeling van politieke en gewetensgevangenen in Cuba,

E.  overwegende dat de dood van Orlando Zapata – de eerste keer in bijna 40 jaar dat een Cubaanse activist sterft ten gevolge van een hongerstaking tegen machtsmisbruik door de regering – wordt gezien als een ernstige achteruitgang van de mensenrechten in Cuba, op internationaal niveau een storm van protest heeft veroorzaakt, en ertoe heeft geleid dat meer politieke en dissidente gevangenen in hongerstaking gaan,

1.  spreekt zijn krachtige veroordeling uit over de onnodige dood, na een hongerstaking van 85 dagen, van de dissidente politieke gevangene Orlando Zapata Tamayo en betuigt zijn solidariteit en medeleven met diens familie;

2.  veroordeelt de gevangenhouding van activisten en de poging van de regering te verhinderen dat de familie van Orlando Zapata Tamayo hem begraaft en de laatste eer betuigt;

3.  betreurt het dat de Cubaanse autoriteiten nauwelijks hebben gereageerd op de oproepen van de EU en de internationale gemeenschap om de politieke en gewetensgevangenen in vrijheid te stellen en om de fundamentele vrijheden, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting en van politieke vereniging, ten volle te eerbiedigen

4.  verzoekt de Cubaanse regering alle politieke en gewetensgevangenen onmiddellijk en onvoorwaardelijk in vrijheid te stellen;

5.  betreurt de toestand van de politieke en dissidente gevangen die momenteel in hongerstaking zijn, met name de journalist en psycholoog Guillermo Fariñas;

6.  betreurt het dat de Cubaanse regering niet heeft gereageerd op de oproep van het Europees Parlement en de Europese Raad om alle politieke en gewetensgevangenen onmiddellijk in vrijheid te stellen, en wijst erop dat het gevangen zetten van Cubaanse dissidenten vanwege hun idealen en hun vreedzame politieke activiteit in strijd is met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;

7.  verzoekt de Raad en de Commissie alle noodzakelijke maatregelen te blijven nemen om te vragen om vrijlating van politieke gevangenen en de acties van mensenrechtenactivisten te steunen;

8.  dringt er bij de instellingen van de EU met klem op aan hun onvoorwaardelijke steun en volledige aanmoediging te geven aan het op gang brengen van een vreedzaam proces van politieke overgang naar een meerpartijendemocratie in Cuba, waarbij alle Cubanen aan de besluitvorming kunnen deelnemen op basis van een open dialoog die niemand buitensluit;

9.  geeft uitdrukking aan zijn diepe solidariteit met het Cubaanse volk en steunt het streven naar democratie en eerbiediging en bevordering van de grondrechten; is ervan overtuigd dat dialoog en verzoening tussen Cubanen in combinatie met steun van de internationale gemeenschap voor het democratische proces, zullen bijdragen to oplossing van de huidige problemen;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het fungerend voorzitterschap van de EU, de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en vicevoorzitter van de Commissie, de EUROLAT-assemblee en de Cubaanse regering en de Nationale Assemblee van de volksmacht.

(1)

PB C 201 E van 18.8.2005, blz. 83.

(2)

Aangenomen teksten van die datum, P6_TA(2006)0123.

(3)

PB L 322 van 12.12.1996, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 13 mei 2010Juridische mededeling