Procedure : 2010/2775(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0485/2010

Ingediende teksten :

B7-0485/2010

Debatten :

PV 08/09/2010 - 13
CRE 08/09/2010 - 13

Stemmingen :

PV 09/09/2010 - 5.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0314

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 126kDOC 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0484/2010
1.9.2010
PE446.565v01-00
 
B7-0485/2010

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7‑0452/2010

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over de toestand van de rivier de Jordaan, in het bijzonder de benedenloop


Paolo De Castro, Véronique De Keyser, Jo Leinen, Adrian Severin, Proinsias De Rossa, Saïd El Khadraoui, Olga Sehnalová, Thijs Berman, Richard Howitt, Maria Eleni Koppa, María Muniz De Urquiza, Raimon Obiols namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de toestand van de rivier de Jordaan, in het bijzonder de benedenloop  
B7‑0485/2010

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten,

–   gelet op het vredesverdrag tussen de staat Israël en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië uit 1994,

–   gelet op de Israëlisch-Palestijnse interim-overeenkomst over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook (Oslo II-akkoord), met name de artikelen 12 en 40 van bijlage III,

–   gezien resolutie 387 van de Senaat van de Verenigde Staten van 16 november 2007 betreffende de heersende stemming in de Senaat over de verslechtering van de toestand van de Jordaan en de Dode Zee en waarin samenwerking tussen de volkeren van Israël, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit wordt toegejuicht,

–   gezien de gemeenschappelijke verklaring van de top van Parijs voor de Middellandse Zee van 13 juli 2008,

–   gezien de aanbeveling van 14 maart 2010 over de toestand in de Jordaanvallei van de Commissie ad-hoc voor energie, milieu en water van de Euro-mediterrane parlementaire vergadering,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Jordaan, en met name de benedenloop, een cultureel landschap van internationale betekenis is met grote historische, symbolische, godsdienstige, ecologische, landbouwtechnische en economische waarde in het Midden-Oosten en daarbuiten,

B.  overwegende dat wanbeheer geleid heeft tot ernstige verontreiniging van de Jordaan; overwegende dat naar schatting 98% van de 1,3 miljard kubieke meter natuurlijk zoet water die jaarlijks door de benedenloop stroomt wordt onttrokken voor huishoudelijke en agrarische doeleinden; overwegende dat het enige water dat nu nog door de benedenloop van de Jordaan stroomt bestaat uit ongezuiverd rioolwater, afvalwater van viskwekerijen, zout water en agrarisch afvalwater,

C. overwegende dat de biodiversiteit in de benedenloop van de Jordaan met 50% is afgenomen door de onttrekking van zoet water en de lozing van verontreinigd afvalwater in de rivier,

D. overwegende dat de nieuwe waterzuiveringsinstallaties die het verontreinigde afvalwater dat in de Jordaan wordt geloosd moeten zuiveren eind 2011 operationeel worden; overwegende dat als er geen zoet water naar de benedenloop van de Jordaan stroomt wanneer deze installaties operationeel worden, lange delen van de rivier tegen het eind van 2011 naar alle waarschijnlijkheid droog zullen vallen,

E.  overwegende dat er jaarlijks 400-600 miljoen kubieke meter water nodig is voor de sanering van de benedenloop van de Jordaan,

F.  overwegende dat de Dode Zee een ecosysteem heeft dat uniek in de wereld is; overwegende dat de Jordaan de belangrijkste rivier is die de Dode Zee van water voorziet en dat het sterk gedaalde debiet van de benedenloop van de Jordaan de hoofdoorzaak is van de continue daling van het waterpeil van de Dode Zee en de afname van het oppervlak van de Dode Zee met 1/3 in minder dan 50 jaar,

G. overwegende dat in het wateroverbrengingsplan wordt voorgesteld een kanaal aan te leggen van de Rode Zee naar de Dode Zee wat zou bijdragen tot herstel van de Dode Zee en dat de Israëli's, Jordaniërs en de Palestijnen zou voorzien van elektriciteit en drinkwater; overwegende dat dit project ernstige gevolgen kan hebben voor de unieke natuurlijke kenmerken van het gebied; overwegende dat de Wereldbank onderzoek doet naar de haalbaarheid van dit project en de gevolgen ervan voor milieu en samenleving,

H. overwegende dat de staat Israël en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië in het vredesverdrag veel belang hebben gehecht aan een geïntegreerde ontwikkeling van de Jordaanvallei en hebben afgesproken om aan de gemeenschappelijke grenzen samen te werken aan ecologisch herstel van de Jordaan en bescherming van de waterreserves, zowel in de rivier als in de Dode zee,

I.   overwegende dat de inspanningen om de benedenloop van de Jordaan te redden hebben geleid tot samenwerking tussen lokale gemeenschappen van Israëli's, Jordaniërs en Palestijnen, die voor dezelfde uitdagingen staan wat betreft de watervoorziening; overwegende dat actieve samenwerking tussen regeringen, lokale gemeenschappen en maatschappelijkmiddenveldorganisaties in de betrokken landen en gebieden sterk kan bijdragen aan de pogingen om vrede te stichten in de regio,

J.   overwegende dat de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever te kampen heeft met ernstige watertekorten; overwegende dat voldoende beschikbaarheid van water een van de voornaamste voorwaarden is voor een toekomstige levensvatbare Palestijnse staat en tevens een belangrijk aspect van de veiligheid van de staat Israël,

K. overwegende dat de inspanningen om de milieuproblemen aan de benedenloop van de Jordaan aan te pakken worden ondersteund met EU-geld,

1.  vestigt de aandacht op en spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de verslechterende toestand van de Jordaan en met name de benedenloop;

2.  roept de oeverstaten op om de Jordaan te saneren door maatregelen vast te stellen en uit te voeren die ten doel hebben tastbare resultaten te behalen op het gebied van het beheer van water voor huishoudelijk en agrarisch gebruik, de instandhouding van waterreserves en de behandeling van afvalwater van huishoudens, landbouw en industrie, en ervoor te zorgen dat voldoende zoet water de benedenloop van de Jordaan instroomt;

3.  verzoekt de regeringen van Israël en Jordanië en de Palestijnse Autoriteit samen te werken om de benedenloop van de Jordaan te redden en dringt er bij hen op aan met steun van de Europese Unie een commissie voor het Jordaanbekken in te stellen, die als driepartijenforum voor samenwerking openstaat voor andere oeverstaten;

4.  verzoekt de regeringen van Israël en Jordanië de toezeggingen die zij in hun vredesakkoord hebben gedaan over de sanering van de Jordaan en de bescherming van de waterreserves van de rivier en van de Dode Zee ten volle na te leven;

5.  spreekt zijn waardering uit voor het initiatief van het Israëlische ministerie van Milieu om een overkoepelend programma op te stellen voor landschapsontwikkeling in het gebied van de benedenloop van de Jordaan; dringt er bij de Jordaanse regering en de Palestijnse Autoriteit op aan om ook dergelijke initiatieven te nemen door masterplannen vast te stellen voor de sanering van de secties van de rivier die door hun grondgebied lopen; stelt vast dat dergelijke masterplannen de basis kunnen vormen van een omvattend regionaal programma tot sanering en bescherming van het gebied van de benedenloop van de Jordaan;

6.  wijst er andermaal op dat de verslechtering van de toestand van de Jordaan met het plan voor de overbrenging van water van de Rode naar de Dode Zee niet zou worden tegengegaan;

7.  wijst erop dat elke duurzame oplossing die leidt tot het herstel en behoud van het unieke natuurlijke milieu aan de benedenloop van de Jordaan moet stoelen op een geïntegreerde aanpak met de ontwikkeling van projecten op het gebied van economie, milieu, energie en toerisme;

8.  spreekt zijn waardering uit voor de toepassing van steeds geavanceerdere methoden en technieken van waterbeheer in de benedenloop van de Jordaan, met name in Israël, en moedigt de overdracht aan van deze methoden en technieken naar alle landen van de regio; verzoekt de internationale gemeenschap en dus ook de Europese Unie zich meer in te spannen om aan projecten op dit gebied aanvullende financiële en technische steun te verlenen;

9.  verzoekt de Raad, de Commissie en de lidstaten van de EU in hun bilaterale betrekkingen met de oeverstaten meer nadruk te leggen op de toestand van de Jordaan en de sanering van met name de benedenloop van de Jordaan financieel en technisch te blijven steunen, mede in het kader van het initiatief van de Unie voor het Middellandse Zeegebied;

10. is verheugd over de samenwerking tussen de Israëlische, Jordaanse en Palestijnse lokale gemeenschappen die met dezelfde waterproblemen kampen aan de benedenloop van de Jordaan en benadrukt nogmaals het belang van groeiend vertrouwen voor een billijke en duurzame vrede in het Midden-Oosten; is verheugd over de actieve rol van non-gouvernementele organisaties bij de inspanningen om de Jordaan te saneren en dringt er bij de internationale gemeenschap, met inbegrip van de Europese Unie, op aan hun activiteiten te blijven ondersteunen;

11. benadrukt nogmaals dat de kwestie van het waterbeheer, en met name de eerlijke verdeling van het water - waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte van alle mensen die in de regio wonen -, uitermate belangrijk is voor duurzame vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten en wijst er met klem op dat er een omvattende strategie moet worden ontwikkeld voor de belangrijkste uitdagingen op het gebied van de watervoorziening in de regio;

12. dringt er bij Israël op aan ervoor te zorgen dat de Palestijnen die op de Westoever wonen meer toegang krijgen tot water en om het gebruik van verbeterde methodes en technieken voor waterbeheer, met inbegrip van afvalwaterzuivering, in het gebied te faciliteren;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de Knesset en de Israëlische regering, het parlement en de regering van Jordanië, het parlement en de regering van Libanon, de president van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad en het parlement en de regering van Syrië.

 

Laatst bijgewerkt op: 2 september 2010Juridische mededeling