Procedure : 2010/2775(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0487/2010

Ingediende teksten :

B7-0487/2010

Debatten :

PV 08/09/2010 - 13
CRE 08/09/2010 - 13

Stemmingen :

PV 09/09/2010 - 5.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0314

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 126kDOC 71k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0484/2010
1.9.2010
PE446.567v01-00
 
B7-0487/2010

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7‑0452/2010

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over de situatie van de Jordaan, met name van de benedenloop


Kyriacos Triantaphyllides, Nikolaos Chountis, Patrick Le Hyaric, Willy Meyer namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de Jordaan, met name van de benedenloop  
B7‑0487/2010

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten,

–   gelet op het vredesverdrag tussen de staat Israël en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië uit 1994,

–   gelet op de Israëlisch-Palestijnse interim-overeenkomst over de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook van 1995 (Oslo II-akkoord), met name de artikelen 12 en 40 van bijlage III,

–   gezien resolutie 387 van de Senaat van de Verenigde Staten van 16 november 2007 waarin de Senaat zich uitspreekt over de verslechterende toestand van de Jordaan en de Dode Zee en de samenwerking tussen de Palestijnse, Israëlische en Jordaanse bevolking wordt toegejuicht,

–   gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Top van Parijs voor het Middellandse Zeegebied van 13 juli 2008,

–   gezien de aanbeveling van 14 maart 2010 over de situatie in de Jordaanvallei van de Commissie ad‑hoc voor energie, milieu en water van de Euro-mediterrane parlementaire vergadering,

–   gelet op artikel 115, lid 5 en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Jordaan, met name de benedenloop, een cultureel landschap van internationale betekenis met grote historische, symbolische, godsdienstige, ecologische, landbouwtechnische en economische waarde is in het Midden-Oosten en daarbuiten,

B.  overwegende dat wanbeheer geleid heeft tot ernstige verontreiniging van de Jordaan; overwegende dat naar schatting 98% van de 1,3 miljard kubieke meter natuurlijk zoet water die jaarlijks door de benedenloop stroomt wordt omgeleid voor huishoudelijke en agrarische doeleinden; overwegende dat het enige water dat nu nog door de benedenloop van de Jordaan stroomt bestaat uit ongezuiverd rioolwater, afvalwater van viskwekerijen, zout water en agrarisch afvalwater,

C. overwegende dat de biodiversiteit in de benedenloop van de Jordaan met 50% is afgenomen door de omleiding van zoet water en het lozen van verontreinigd afvalwater in de rivier,

D. overwegende dat de nieuwe waterzuiveringsinstallaties, die het verontreinigde afvalwater dat in de Jordaan wordt geloosd moeten zuiveren, eind 2011 operationeel worden; overwegende dat als er geen zoet water naar de benedenloop van de Jordaan stroomt wanneer deze installaties operationeel worden, lange delen van de rivier tegen het eind van 2011 droog zullen vallen,

E.  overwegende dat er jaarlijks 400‑600 miljoen kubieke meter water nodig is voor het herstel van de benedenloop van de Jordaan,

F.  overwegende dat de Dode Zee een ecosysteem heeft dat uniek is in de wereld; overwegende dat het water in de Dode Zee voornamelijk wordt aangeleverd door de Jordaan en dat de ingrijpend teruggelopen hoeveelheid water die door de Jordaan wordt aangeleverd de voornaamste oorzaak is van de aanhoudende daling van de waterstand in de Dode Zee en van de vermindering van de oppervlakte van de Dode Zee met een derde in minder dan 50 jaar,

G. overwegende dat in het kader van het plan voor de overbrenging van water van de Rode naar de Dode Zee wordt voorgesteld een kanaal aan te leggen van de Rode naar de Dode Zee, bij te dragen tot het herstel van de Dode Zee en ervoor te zorgen dat Israëli‘s, Jordaniërs en Palestijnen kunnen beschikken over elektriciteit en drinkwater; overwegende dat dit project ernstige gevolgen kan hebben voor de unieke natuurlijke kenmerken van het gebied; overwegende dat de Wereldbank studie verricht naar de haalbaarheid van dit project en de gevolgen ervan voor milieu en samenleving,

H. overwegende dat de staat Israël en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië in hun vredesverdrag veel belang hebben gehecht aan een geïntegreerde ontwikkeling van de Jordaanvallei en hebben afgesproken om aan de gemeenschappelijke grenzen samen te werken aan ecologisch herstel van de Jordaan en milieubescherming van watervoorraden in de rivier en de Dode zee,

I.   overwegende dat de Palestijnen, ondanks het vredesverdrag tussen de staat Israël en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, geen toegang hebben tot de Israëlische veiligheidszone die op de Westelijke Jordaanoever langs de benedenloop van de Jordaan is ingesteld en die thans illegaal wordt bezet door Israëlische kolonisten die het land bewerken met water dat de Palestijnen toekomt,

J.   overwegende dat de inspanningen om de benedenloop van de Jordaan te redden hebben geleid tot samenwerking tussen legaal gevestigde gemeenschappen van Israëli's, Jordaniërs en Palestijnen, die in uiteenlopende mate voor soortgelijke uitdagingen staan wat betreft de watervoorziening; overwegende dat samenwerking tussen regeringen, plaatselijke gemeenschappen en maatschappelijke organisaties in de betrokken landen en bezette gebieden een belangrijke bijdrage kunnen leveren tot pogingen in de regio vrede tot stand te brengen,

K. overwegende dat de Palestijnse bevolking op de westelijke Jordaanoever te kampen heeft met ernstige watertekorten; overwegende dat voldoende beschikbaarheid van water een van de voornaamste voorwaarden is voor een toekomstige levensvatbare Palestijnse staat en tevens een belangrijk aspect van de veiligheid van de Staat Israël,

L.  overwegende dat de inspanningen om de milieuproblemen aan de benedenloop van de Jordaan aan te pakken worden ondersteund met EU-geld,

M. overwegende dat Jacques Chirac, voormalig president van Frankrijk, tijdens de in Parijs gehouden conferentie "Water voor vrede, vrede voor water" op 13 oktober 2008 opriep tot een Jordaanbekkeninitiatief met alle oeverstaten, en dat de Palestijnse minister-president Salam Fayyad tijdens deze conferentie ingenomen was met de oproep van president Chirac tot een Jordaanbekkeninitiatief met alle oeverstaten en de mening was toegedaan dat dit de enige oplossing was,

1.  vestigt de aandacht op en spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de verslechterende situatie van met name de benedenloop van de Jordaan;

2.  roept de oeverstaten op om de Jordaan te saneren door maatregelen vast te stellen en uit te voeren die ten doel hebben tastbare resultaten te behalen op het gebied van het beheer van de waterbehoefte voor huishoudelijk en agrarisch gebruik, de instandhouding van watervoorraden en de behandeling van afvalwater van huishoudens, landbouw en industrie, en ervoor te zorgen dat voldoende zoet water de benedenloop van de Jordaan instroomt;

3.  verzoekt de regeringen van alle aan het Jordaanbekken grenzende landen samen te werken om de benedenloop van de Jordaan te redden en dringt er bij hen op aan met steun van de Europese Unie een commissie voor het Jordaanbekken in te stellen, die als driepartijenforum voor samenwerking open staat voor andere oeverstaten, die thans alle deel uitmaken van de Unie van het Middellandse Zeegebied;

4.  verzoekt Israël en Jordanië de toezeggingen die zij in hun vredesakkoord hebben gedaan over het herstel van de Jordaan en de bescherming van de waterreserves van de rivier en van de Dode Zee ten volle na te leven;

5.  neemt kennis van het initiatief van het Israëlische Ministerie van Milieu een overkoepelend programma op te stellen voor landschapsontwikkeling in het gebied van de benedenloop van de Jordaan; verzoekt de regering van Jordanië en de Palestijnse Autoriteit soortgelijke initiatieven te nemen om koepelprogramma’s vast te stellen voor het herstel van de delen van de rivier die door hun grondgebied lopen, mits Israël de Palestijnse Nationale Autoriteit overeenkomstig de desbetreffende resoluties van de VN‑Veiligheidsraad en de internationale wetgeving toegang verleent tot de benedenloop van de Jordaan; stelt vast dat dergelijke koepelprogramma’s zich kunnen ontwikkelen tot de grondslag voor een alomvattend regionaal programma tot herstel en bescherming van het gebied van de benedenloop van de Jordaan; neemt kennis van de voornemens van de Palestijnse Nationale Autoriteit een West-Ghorkanaal aan te leggen dat geprojecteerd stond in het uit 1955 daterende Johnstonplan voor de bevloeiing van de Palestijnse gebieden op de bezette westelijke Jordaanoever;

6.  wijst erop dat de verslechtering van de toestand van de Jordaan in het plan voor de overbrenging van water van de Rode naar de Dode Zee niet aan de orde zou worden gesteld;

7.  wijst erop dat elke duurzame oplossing die leidt tot het herstel en behoud van het unieke natuurlijke milieu aan de benedenloop van de Jordaan moet stoelen op een geïntegreerde aanpak met de ontwikkeling van projecten op het gebied van economie, milieu, energie en toerisme;

8.  spreekt zijn waardering uit voor de toepassing van steeds geavanceerdere methoden en technieken van waterbeheer in de benedenloop van de Jordaan, met name in Israël, en moedigt de overdracht aan van deze methoden en technieken naar alle partijen in de regio, met inbegrip van de Palestijnse Nationale Autoriteit; verzoekt de internationale gemeenschap en dus ook de Europese Unie zich meer in te spannen om aan projecten op dit gebied aanvullende financiële een technische steun te verlenen;

9.  verzoekt de Raad, de Commissie en de lidstaten van de EU in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen met de oeverstaten meer nadruk te leggen op de situatie van de Jordaan en zich diplomatieke, financiële en technische inspanningen te blijven getroosten om te bereiken dat Palestijnen zich weer in gebieden van de westelijke Jordaanoever kunnen vestigen en dat met name de benedenloop van de Jordaan wordt hersteld, mede in het kader van het initiatief voor de Unie van het Middellandse Zeegebied;

10. is verheugd over de samenwerking tussen de Israëlische, Jordaanse en Palestijnse lokale gemeenschappen die met dezelfde waterproblemen kampen aan de benedenloop van de Jordaan en benadrukt nogmaals het belang van een toename van het vertrouwen voor een billijke en duurzame vrede in het Midden-Oosten; spreekt eveneens zijn waardering uit voor de actieve rol die niet-gouvernementele organisaties, o.m. Vrienden van het Midden-Oosten, spelen bij pogingen tot redding van de Jordaan en verzoekt de internationale gemeenschap, en dus ook de Europese Unie, hun werkzaamheden te blijven steunen;

11. benadrukt nogmaals dat de kwestie van het waterbeheer, en met name de eerlijke verdeling van water – waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte van alle mensen die in de regio wonen – uitermate belangrijk is voor duurzame vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten en wijst er met klem op dat er een allesomvattende strategie moet worden ontwikkeld voor de belangrijkste waterproblemen in de regio;

12. verzoekt Israël er, onder meer door terugdringing van de administratieve beperkingen, op toe te zien dat Palestijnen die op de westelijke Jordaanoever wonen overeenkomstig hun rechten uit hoofde van het Oslo II‑akkoord en de internationale wetgeving in hogere mate toegang hebben tot waterreserves, en de toepassing van verbeterde methoden en technieken van waterbeheer, met inbegrip van afvalwaterbeheer, in het gebied te vergemakkelijken;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de Knesset en de Israëlische regering, het parlement en de regering van Jordanië, het parlement en de regering van Libanon, de president van de Palestijnse Nationale Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad en het parlement en de regering van Syrië.

Laatst bijgewerkt op: 3 september 2010Juridische mededeling