naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement
over de mensenrechtensituatie in Iran, en met name de situatie van Sakineh Mohammadi-Ashtiani en Zahra Bahrami
Rachida Dati, Ria Oomen-Ruijten, Roberta Angelilli, Potito Salatto, Filip Kaczmarek, Laima Liucija Andrikienė, Elena Băsescu, Sari Essayah, Tunne Kelam, Lena Kolarska-Bobińska, Mario Mauro, Erminia Mazzoni, Bernd Posselt, Cristian Dan Preda, Michèle Striffler, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra
namens de PPE-Fractie
Resolutie van het Europees Parlement over de mensenrechtensituatie in Iran, en met name de situatie van Sakineh Mohammadi-Ashtiani en Zahra Bahrami
B7‑0501/2010
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Iran, met name over de mensenrechten, inzonderheid die van 22 oktober 2009 en 10 februari 2010,
– gezien de verklaringen van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 14 juni 2010 en 6 juli 2010,
– gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en de Universele Verklaring van de rechten van de mens, waarbij Iran zich heeft aangesloten,
– gezien de resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, met name de resoluties 62/149 en 63/138 betreffende een moratorium op executies in afwachting van de afschaffing van de doodstraf,
– gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Sakineh Mohammadi-Ashtiani in 2006 in Iran is veroordeeld tot een straf van 99 zweepslagen wegens twee buitenechtelijke intieme relaties na de dood van haar man, en dat deze straf hetzelfde jaar nog is uitgevoerd,
B. overwegende dat zij tevens beschuldigd werd van medeplichtigheid aan de moord op haar man, maar is vrijgesproken, waarna zij werd beschuldigd van overspel tijdens haar huwelijk en veroordeeld tot de dood door steniging,
C. overwegende dat de steniging die op 9 juli 2010 zou plaatsvinden, na internationale pressie door de Iraanse autoriteiten "om humanitaire redenen" is opgeschort,
D. overwegende dat de veroordeling van Sakineh Mohammadi-Ashtiani geen alleenstaand geval is, en dat wij onze gehechtheid moeten onderstrepen aan de rechten van de vrouw, de universele waarden en onze strijd tegen elke vorm van geweld tegen vrouwen, en met name tegen de steniging van vrouwen,
E. overwegende dat Zahra Bahrami, Nederlands staatsburger, die naar Iran was gereisd om haar familie te bezoeken, naar aanleiding van de protesten tijdens Achoera op 27 december 2009 is gearresteerd, en is gedwongen op televisie bekentenissen af te leggen ten aanzien van de feiten waarvan zij werd beschuldigd,
1. veroordeelt met klem de veroordeling van Sakineh Mohammadi-Ashtiani tot de dood door steniging; meent dat een veroordeling tot de dood door steniging, ongeacht de gepleegde feiten, nooit gerechtvaardigd of aanvaardbaar is;
2. dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan de vonnissen die tegen Sakineh Mohammadi-Ashtiani zijn uitgesproken te herroepen;
3. herinnert eraan dat de veroordeling van Sakineh Mohammadi-Ashtiani geen alleenstaand geval is en spreekt zijn steun uit voor alle andere vrouwen die ter dood veroordeeld zijn in strijd met de menselijke waardigheid, de rechten van de vrouw en de eerbiediging van de mensenrechten;
4. veroordeelt met klem de arrestatie van Zahra Bahrami en vraagt haar onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating;
5. bevestigt zijn afwijzing van de doodstraf en verzoekt de Iraanse autoriteiten om overeenkomstig de resoluties 62/149 en 63/138 van de Verenigde Naties een moratorium op executies in te stellen, in afwachting van de afschaffing van de doodstraf;
6. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-veiligheidsraad, de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, de voorzitter van het Iraanse Hooggerechtshof en de regering en het parlement van de Islamitische Republiek Iran.