Procedure : 2010/2857(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0526/2010

Ingediende teksten :

B7-0526/2010

Debatten :

PV 22/09/2010 - 9
CRE 22/09/2010 - 9

Stemmingen :

PV 07/10/2010 - 9.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0350

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 117kDOC 67k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0524/2010
15.9.2010
PE446.616v01-00
 
B7-0526/2010

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over falende bescherming van de mensenrechten en justitie in de Democratische Republiek Congo


Isabelle Durant, Judith Sargentini, Barbara Lochbihler namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over falende bescherming van de mensenrechten en justitie in de Democratische Republiek Congo  
B7‑0526/2010

Het Europees Parlement,

–   gezien resolutie 1856 (2008) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over het mandaat van de MONUC,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 januari 2008 over de situatie in de Democratische Republiek Congo en verkrachting als oorlogsmisdaad,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie over de illegale exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van de Democratische Republiek Congo,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de oorlog en de onrust in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) hebben geleid tot een groot aantal moorden, ontheemding van de bevolking en seksueel geweld tegen vrouwen op verontrustende schaal, begaan door gewapende rebellengroepen, evenals het regeringsleger en de politiemacht van de regering,

B.  overwegende dat mensenrechtenactivisten en journalisten in de DRC worden geïntimideerd, ontvoerd en vermoord, waardoor het moeilijk wordt hun werk op een onafhankelijke manier uit te voeren,

C. overwegende dat het onvermogen van burgerlijke en militaire aanklagers om onpartijdige onderzoeken te voeren naar de verantwoordelijken voor schendingen van de mensenrechten heeft geleid tot een aanmoediging van het klimaat van straffeloosheid en het begaan van nieuwe misdaden,

D. overwegende dat de VN haar collectieve verantwoordelijkheid heeft erkend voor het niet tijdig stoppen van de recente massale verkrachtingen, die plaatsvonden in juli en augustus 2010,

E.  overwegende dat de wreedheden tegen vrouwen vooral verkrachting, groepsverkrachting, seksuele uitbuiting en moord omvatten, wat verreikende gevolgen heeft, zoals de fysieke en psychologische vernietiging van de persoon,

F.  overwegende dat soldaten van het Congolese leger betrokken zijn geweest bij de dood en verkrachting van honderden burgers, en overwegende dat zowel LRA-rebellen, FDLR-strijders als het Congolese leger zich in het oosten van de DRC nog steeds schuldig maken aan verkrachtingen, de gedwongen rekrutering van burgers en kindsoldaten en schending van de mensenrechten,

G. overwegende dat de MONUC sinds 1999 in de RDC aanwezig is om de burgerbevolking te beschermen, het vredesproces in het land te ondersteunen en de regering erbij te helpen de regio's, die in de greep van strijdende groepen zijn, opnieuw in haar macht te krijgen,

H. overwegende dat de Verenigde Naties onlangs de logistieke en operationele steun aan bepaalde eenheden van het Congolese leger hebben opgeschort na berichten dat de Congolese troepen tussen mei en september 2009 in het district Noord-Kivu tientallen burgers, waaronder vrouwen en kinderen, zouden hebben vermoord,

I.   overwegende dat de illegale exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen van het land, waarvan een gedeelte wordt uitgevoerd naar het buitenland, met inbegrip van de EU, een van de factoren is die het conflict in de DRC voeden en verergeren,

J.   erover verheugd dat de nieuwe wet van de Verenigde Staten betreffende "conflictmineralen" Amerikaanse bedrijven verplicht aan te geven welke maatregelen ze nemen om ervoor te zorgen dat hun producten, met inbegrip van laptops, mobiele telefoons en medische apparatuur, geen "conflictmineralen" bevatten, zoals goud, tin en wolfraam uit de DRC of uit omliggende landen,

1.  veroordeelt ten stelligste de massale verkrachtingen en andere schendingen van de mensenrechten die tussen 30 juli en 3 augustus plaatsvonden in de provincie Noord-Kivu en die werden begaan door de Forces démocratiques pour la libération du Rwanda (FDLR) en de Mai Mai-militie; veroordeelt eveneens de slachtingen van burgers en de rekrutering van kindsoldaten;

2.  roept de Congolese autoriteiten op een onpartijdig en diepgaand onderzoek uit te voeren en de verantwoordelijken voor de schendingen van de mensenrechten voor de rechter te brengen, in overeenstemming met het Congolese en het internationale recht;

3.  dringt er bij de regering van de DRC op aan te waarborgen dat diegenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht, de Rwandese rebellengroepering FDLR en de Congolese Mai Mai-militie aansprakelijk worden gesteld en worden vervolgd door het Internationaal Strafhof;

4.  roept de Congolese autoriteiten op het gerechtelijk apparaat, het leger en de gevangenissen te rehabiliteren en te hervormen; roept eveneens op te zorgen voor gepaste opleiding en ervoor te zorgen dat de nodige menselijke en financiële hulpbronnen beschikbaar zijn om de straffeloosheid aan te pakken;

5.  roept de VN-Veiligheidsraad op om met spoed alle nodige maatregelen te nemen om alle verdere aanvallen op de burgerbevolking te voorkomen en de burgers beter te beschermen tegen seksueel geweld;

6.  vraagt medische, juridische en sociale bijstand voor de slachtoffers van seksuele aanranding en roept op meisjes en vrouwen te emanciperen om zo verder seksueel geweld te voorkomen;

7.  roept het parlement van de DRC op de nationale mensenrechtencommissie op te richten zoals is vastgelegd in de grondwet, en nadien een wet aan te nemen om de slachtoffers en getuigen van mensenrechtenschendingen, mensenrechtenactivisten, hulpverleners en journalisten te beschermen;

8.  roept de landen van de Grote Meren op een hoge mate van engagement te behouden om samen vrede en stabiliteit in de regio te bevorderen door middel van bestaande regionale mechanismen en zich meer in te zetten voor regionale economische ontwikkeling, met bijzondere aandacht voor verzoening, de eerbiediging van de mensenrechten, de bestrijding van straffeloosheid, de versterking van de gerechtelijke verantwoording en de terugkeer en integratie van vluchtelingen en binnenlandse ontheemden;

9.  blijft uitermate verontrust over de verslechterende humanitaire situatie in het oosten van de DRC en dringt er bij de autoriteiten op aan een onderzoek in te stellen naar elk incident, en roept op de bescherming onverwijld te verbeteren;

10. veroordeelt de illegale exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen van de DRC door de buurlanden en door multinationals en betreurt dat nog altijd geen actie is ondernomen ondanks het feit dat er bewijzen te over zijn van hun activiteiten, hetgeen bijdraagt aan het voortbestaan van gewapende groepen; vraagt derhalve dat de ondernemingen en personen die betrokken zijn bij de handel in of de verwerking van minerale hulpbronnen op een sanctielijst van de VN worden geplaatst;

11. is verheugd over de nieuwe VS-wet betreffende "conflictmineralen" en verzoekt de Commissie en de Raad een gelijkaardig wetgevingsinitiatief te onderzoeken;

12. verzoekt de Raad en de Commissie het initiatief te nemen bij de tenuitvoerlegging van doeltreffende systemen voor traceerbaarheid en bewijs van herkomst van grondstoffen en de strijd tegen de corruptie op te voeren;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de ondervoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de speciaal vertegenwoordiger van de VN voor seksueel geweld in gewapende conflicten.

Laatst bijgewerkt op: 17 september 2010Juridische mededeling