Procedure : 2010/2857(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0527/2010

Ingediende teksten :

B7-0527/2010

Debatten :

PV 22/09/2010 - 9
CRE 22/09/2010 - 9

Stemmingen :

PV 07/10/2010 - 9.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0350

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 116kDOC 66k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0524/2010
15.9.2010
PE446.617v01-00
 
B7-0527/2010

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over falende justitie en mensenrechtenbescherming in de Democratische Republiek Congo


Charles Goerens, Renate Weber, Marietje Schaake, Leonidas Donskis, Sonia Alfano namens de ALDE-Fractie

over falende justitie en mensenrechtenbescherming in de Democratische Republiek Congo   
B7‑0527/2010

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo, met name de resolutie van 17 december 2009 over door gewapende groepen gepleegd seksueel geweld en voortdurende schendingen van de mensenrechten in dit land,

–   gelet op het Verdrag van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 10 december 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en Verklaring 3318 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 14 december 1974 betreffende de bescherming van vrouwen en kinderen in noodsituaties en gewapende conflicten, met name paragraaf 4 ervan, waarin wordt opgeroepen tot het treffen van effectieve maatregelen tegen vervolging, foltering, geweld en onterende behandeling ten aanzien van vrouwen en kinderen,

–   gezien Resolutie 1325 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over de bescherming en de eerbiediging van de seksuele en mensenrechten van vrouwen en kinderen, waarin de verantwoordelijkheid van alle staten wordt beklemtoond om een einde te maken aan straffeloosheid en degenen die verantwoordelijk zijn voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, met inbegrip van misdaden met betrekking tot seksueel en ander geweld tegen vrouwen en meisjes, te vervolgen,

–   gezien de door het parlement van de Democratische Republiek Congo in 2006 aangenomen wet inzake seksueel geweld, die tot doel heeft de vervolging van gevallen van verkrachting te versnellen en strenger te bestraffen,

–   gezien de op 10 december 2007 in Nairobi ondertekende gemeenschappelijke verklaring van Rwanda en de Democratische Republiek Congo over een algemene oplossing voor de aanwezigheid in de Kivu's van gewapende groepen die verantwoordelijk zijn voor seksueel geweld en andere schendingen van de mensenrechten,

–   gezien de verklaring van 27 augustus 2010 van Catherine Ashton, hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, en Andris Piebalg, EU-commissaris voor ontwikkeling, waarin de massale verkrachtingen in de Democratische Republiek Congo worden veroordeeld,

–   gezien het verslag van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties van 23 augustus 2010 over de recente massale verkrachtingen van burgers door leden van gewapende groepen in het oosten van de Democratische Republiek Congo,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat eind juli 2010 militieleden gedurende drie nachten 13 afgelegen dorpen op een twintigtal kilometer van Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu, hebben aangevallen,

B.  overwegende dat volgens een berekening van de VN tijdens deze drie dagen van aanvallen meer dan 500 verkrachtingen zijn gepleegd,

C. overwegende dat deze massale verkrachtingen hebben plaatsgevonden op minder dan 20 kilometer afstand van de VN-basis voor vredeshandhaving in Noord-Kivu,

D. overwegende dat in verslagen van mensenrechtenactivisten details zijn verschaft over de strategie die het FDLR (Democratisch Front voor de bevrijding van Rwanda) en de Rwandese Hutu-militie begin dit jaar doelbewust hebben gelanceerd om het seksuele geweld en het op grote schaal in brand steken van dorpen, huizen, scholen en kerken, uit te breiden,

E.  overwegende dat verkrachting klaarblijkelijk wordt gebruikt als een middel om vrouwen ten overstaan van hun gezinnen en gemeenschappen te vernederen en daarmee de integriteit, het moreel en de samenhang van deze gemeenschappen te ondermijnen,

F.  ten zeerste verontrust over de ontoereikendheid van de inspanningen om dergelijke misdaden te onderzoeken, het ontbreken van beschermende maatregelen voor getuigen, slachtoffers en de families van slachtoffers, en het ontbreken van gegevens over de feiten en van adequate medische verzorging voor de slachtoffers,

G. overwegende dat de milities de verkrachtingen vooral gebruiken om de bevolkingen te terroriseren, teneinde controle te kunnen uitoefenen over de Kivu-gebieden, die de voornaamste doorgang vormen naar de grootste cassiterietmijn,

H. overwegende dat de VN-vredesmacht twee weken nodig heeft gehad om de verkrachtingen te rapporteren en dat haar troepen maar weinig hebben gedaan om de geweldplegingen te voorkomen,

I.   overwegende dat Rwanda een sleutelrol te spelen heeft voor het oplossen van de grensconflicten,

J.   overwegende dat de voormalige Congolese leider Jean-Pierre Bemba Gombo wegens oorlogsmisdaden, inclusief verkrachting, voor het Internationaal Strafhof moet verschijnen,

1.  veroordeelt ten stelligste de strategie om verkrachting te gebruiken als oorlogswapen en herinnert eraan dat het Internationaal Strafhof, naast de Democratische Republiek Congo, bevoegd is om recht te spreken over dergelijke daden;

2.  dringt er inzonderheid op aan dat de daders van seksueel geweld tegen vrouwen aangegeven, geïdentificeerd, vervolgd en bestraft worden, conform het nationale en internationale strafrecht;

3.  verlangt dat de regering van de Democratische Republiek Congo in samenwerking met de internationale gemeenschap haar inspanningen voortzet om straffeloosheid te bestrijden en snel een onderzoek in te stellen naar de meest recente aanvallen, en ervoor te zorgen dat de daders voor de rechter worden gebracht;

4.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat de MONUSCO haar mandaat en haar interventieregels niet heeft kunnen gebruiken om bescherming te bieden tegen dergelijke massale verkrachtingen en andere schendingen van de mensenrechten door gewapende bewegingen in de nabijheid van haar VN-basis voor vredeshandhaving;

5.  constateert dat de secretaris-generaal van de VN de speciale VN-vertegenwoordiger voor seksueel geweld, Margot Wallström, prompt opdracht gegeven heeft de respons en de follow-up van de VN na de incidenten in de Democratische Republiek Congo te coördineren, teneinde dergelijke wreedheden in de toekomst te voorkomen;

6.  verzoekt de internationale gemeenschap, en met name de Europese Unie en de Afrikaanse Unie, de inspanningen van de regering van de Democratische Republiek Congo om een einde te maken aan alle vormen van seksueel geweld en gebruik ervan als oorlogswapen, ten volle te steunen;

7.  betreurt de toename van het aantal gewelddaden tegen ontwikkelingswerkers en uit zijn waardering voor het uiterst moeilijke werk dat de humanitaire organisaties ter plaatse verrichten, in uiterst onveilige omstandigheden;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de instellingen van de Afrikaanse Unie, de SADC en de regeringen van de regio van de Grote Meren, inclusief de Democratische Republiek Congo en Rwanda.

 

Laatst bijgewerkt op: 17 september 2010Juridische mededeling