Procedure : 2010/2855(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0545/2010

Ingediende teksten :

B7-0545/2010

Debatten :

PV 06/10/2010 - 10
CRE 06/10/2010 - 10

Stemmingen :

PV 07/10/2010 - 9.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0351

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 121kDOC 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0541/2010
29.9.2010
PE450.368v01-00
 
B7-0545/2010

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de Werelddag tegen de doodstraf


Marie-Christine Vergiat, Søren Bo Søndergaard, Sabine Lösing, Rui Tavares, Bairbre de Brún, Thomas Händel, Ilda Figueiredo namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de Werelddag tegen de doodstraf  
B7‑0545/2010

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over de afschaffing van de doodstraf en de noodzaak van een onmiddellijk moratorium op terechtstellingen in landen waar de doodstraf nog uitgevoerd wordt,

–   gezien resolutie 62/149 van 18 december 2007 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarin een moratorium op de toepassing van de doodstraf wordt geëist (n.a.v. het rapport van de Derde Commissie (A/62/439/Add.2)), en resolutie 63/168 van 18 december 2008 waarin de tenuitvoerlegging van de door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen resolutie 62/149 van 2007 wordt geëist,

–   gezien het verslag van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties over moratoria op de toepassing van de doodstraf van 11 augustus 2010,

–   gezien het verslag van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties over de kwestie van de doodstraf van 16 juli 2010,

–   gelet op de toespraak van de Hoge Vertegenwoordiger/VV van de Commissie, uitgesproken in de plenaire vergadering van 16 juni 2010 over het mensenrechtenbeleid, waarin zij verklaarde dat afschaffing van de doodstraf in de gehele wereld een prioriteit is voor de EU,

–   gezien de verklaring van de Voorzitter van het Europees Parlement, Jerzy Buzek, van 19 oktober 2009: betreffende een nadrukkelijke oproep tot afschaffing van de doodstraf,

–   gezien de slotverklaring van het vierde Wereldcongres tegen de doodstraf, dat heeft plaatsgevonden in Genève, van 24 tot 26 februari 2010, waarin wordt opgeroepen tot de universele afschaffing van de doodstraf,

–   gezien de bijgewerkte en herziene versie van de EU-richtsnoeren inzake de doodstraf, aangenomen door de Raad op 16 juni 2008,

–   gezien de invoering van een Europese Dag tegen de doodstraf op de tiende oktober van elk jaar,

–   gezien artikel 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de doodstraf, als uiterst wrede en inhumane en onterende bestraffing, een schending vormt van het recht op leven zoals omschreven in de Universele verklaring van de rechten van de mens,

B.  overwegende dat niet is aangetoond dat de doodstraf een doelmatiger afschrikwekkende werking heeft tegen misdaad dan andere straffen,

C. overwegende dat is aangetoond dat de doodstraf voornamelijk wordt toegepast op personen in een achterstandspositie;

D. overwegende dat de Europese Unie groot belang hecht aan de afschaffing van de doodstraf,

E.  overwegende dat de bepalingen van het zesde Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden de lidstaten van de Raad van Europa verbieden de doodstraf toe te passen,

F.  overwegende dat meer dan 20 000 mannen, vrouwen en kinderen in de wereld in afwachting van de voltrekking van hun doodvonnis zijn (verslag Amnesty International, 2006),

G. overwegende dat de EU zich beijvert voor moratoria op de toepassing van de doodstraf en mettertijd afschaffing en ratificering van de desbetreffende VN- en andere internationale instrumenten, met name het tweede facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, dat in de afschaffing van de doodstraf voorziet,

H. overwegende dat Iran, ondanks andersluidende beweringen van de meest hooggeplaatste leden van het Iranese justitiële apparaat, het misdrijf “overspeligheid” nog steeds bestraft met steniging, zoals in het geval van Sakineh Mohammadi Ashtiani, en dat van Zahra Bahrami, waaraan aandacht werd besteed in haar op televisie uitgezonden “bekentenis” op 11 augusutus 2010; overwegende dat de 18-jarige Ebrahim Hamidi in augustus 2010 ter dood werd veroordeeld op beschuldiging van homoseksuele handelingen waaraan hij zich schuldig zou hebben gemaakt toen hij pas 16 jaar oud was, en op grond van een bekentenis die naar zeggen van de beschuldigde door marteling werd afgedwongen,

I.   overwegende dat China de doodstraf op grote schaal blijft toepassen; overwegende dat Shaikh Akmal, een Brits onderdaan, in december 2009 wegens drugsmokkel terecht werd gesteld,

J.   overwegende dat de presidentiële raad van Irak onlangs de doodstraffen van tenminste 900 gevangenen, onder wie vrouwen en kinderen, heeft geratificeerd; overwegende dat het ontbreken van een goed functionerend justitieel apparaat in het huidige Irak moet worden gezien tegen de achtergrond van een vrijwel volledig ineenstorting van recht en gezag sinds de invasie door Amerikaanse en Britse troepen, wat onder meer heeft geleid tot oorlogsmisdaden, gruweldaden en de moord op burgers door huurlingen en militairen van de VS-bezetting,

K. overwegende dat in Saoedi-Arabië verkrachting, moord, geloofsverzaking, gewapende roof en drugsmokkel met de doodstraf kunnen worden bestraft; overwegende dat deze voltrokken wordt door onthoofding en de lichamen soms vervolgens worden gekruisigd, zoals in het geval van Yemeni Nachéri Shaaban, die in juni van dit jaar werd terechtgesteld,

L.  overwegende dat op 23 september j.l. Teresa Lewis met een dodelijke injectie terecht werd gesteld, hoewel haar psychische toestand vrijwel die van een geestelijk gehandicapte was,

M. overwegende dat de afro-Amerikaanse gevangene Mumia Abu-Jamal, ook bekend als de “stem van de stemlozen”, die sinds 1982 zijn terechtstelling afwacht na een oneerlijk en door racistische motieven beheerst proces, model kan staan voor alle duizenden in de wereld die ter dood zijn veroordeeld,

N. overwegende dat in het rapport van Amnesty International over Mumia Abu-Jamal uit 2000 met het oog op het vorige, racistisch geïnspireerde proces waarin zijn schuld wettelijk onvoldoende werd aangetoond, op een nieuw proces wordt aangedrongen,

1.  veroordeelt alle terechtstellingen, waar zij ook plaatsvinden; dringt er met nadruk bij de EU en de lidstaten op aan steun te geven aan de uitvoering van de VN-resolutie inzake een universeel moratorium op de toepassing van de doodstraf om te komen tot een totale afschaffing in alle landen die deze straf nog steeds toepassen;

2.  verzoekt het voorzitterschap van de EU de landen die zulks nog niet gedaan hebben ertoe te bewegen het tweede facultatieve protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten te ondertekenen en te ratificeren, alsmede de lidstaten die het dertiende protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens inzake de doodstraf nog niet hebben ondertekend ertoe te bewegen dit te doen;

3.  herinnert eraan dat de volledig afschaffing van de doodstraf een van de voornaamste doelen van het mensenrechtenbeleid van de EU blijft; dit doel zal alleen worden bereikt door een nauwe samenwerking tussen de staten, samenwerking in het algemeen, opleiding, bewustmaking, efficiency en doeltreffend optreden;

4.  roept de lidstaten van de EU ertoe op om samen met hun partners van andere regio’s opnieuw te besluiten om op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 65 een vervolgresolutie over de doodstraf in te dienen;

5.  dringt er bij de terughoudende deelnemende staten op aan het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten en missies van de OVSE aan te moedigen om in samenwerking met de Raad van Europa bewustmakingsactiviteiten tegen toepassing van de doodstraf uit te voeren, met name bij media, rechtshandhavingsfunctionarissen, beleidsmakers en publiek;

6.  blijft de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties die voor afschaffing van de doodstraf ijveren, aanmoedigen;

7.  verbindt zich ertoe het punt van de afschaffing van de doodstraf te blijven volgen en mogelijke initiatieven te overwegen;

8.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de zaak van Mumia Abu-Jamal en dringt erop aan dat deze kwestie opnieuw wordt bekeken om te waarborgen dat hij een nieuw en eerlijk proces krijgt;

9.  verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Hoge Vertegenwoordiger, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten van de EU, de secretaris-generaal van de VN en de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, alsmede de regeringen van de staten die lid zijn van de VN.

Laatst bijgewerkt op: 1 oktober 2010Juridische mededeling