Procedure : 2010/2934(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0650/2010

Ingediende teksten :

B7-0650/2010

Debatten :

PV 24/11/2010 - 19
CRE 24/11/2010 - 19

Stemmingen :

PV 25/11/2010 - 8.12
CRE 25/11/2010 - 8.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0444

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 125kDOC 71k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0650/2010
23.11.2010
PE450.486v01-00
 
B7-0650/2010

naar aanleiding van een verklaring van de vice-voorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over Oekraïne


Rebecca Harms, Werner Schulz, namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Oekraïne  
B7‑0650/2010

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Oekraïne,

–   onder verwijzing naar resolutie 1755 van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa over de werking van de democratische instellingen in Oekraïne, die op 5 oktober 2010 is goedgekeurd,

–   gezien het verslag van het Comité van Toezicht van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa, dat op 9 september 2010 is goedgekeurd,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad over Oekraïne van 16 september 2010,

–   gezien de verklaring en de aanbevelingen van de veertiende bijeenkomst van het parlementair samenwerkingscomité EU-Oekraïne, die op 22 en 23 maart 2010 in Brussel werd gehouden,

–   gezien de op het laatste moment aangebrachte wijzigingen in de Oekraïnse kieswet, die in juni 2010, kort vóór de gemeenteraadsverkiezingen, door het Oekraïnse parlement zijn aangenomen,

–   gezien de gezamenlijke verklaring die is aangenomen op de top EU-Oekraïne in Kiev op 4 december 2009,

–   gezien de gezamenlijke verklaring over het oostelijk partnerschap, dat op 7 mei 2009 in Praag gelanceerd werd,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Unie en Oekraïne, die op 1 maart 1998 in werking is getreden, en de lopende onderhandelingen over een associatie-overeenkomst (AO), die in de plaats moet komen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst,

–   gezien het nationaal indicatief programma 2011-2013 voor Oekraïne,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Oekraïne voor de EU een Europees land van strategisch belang is; overwegende dat Oekraïne door zijn omvan, grondstoffenreserves, bevolking en geografische ligging een bijzondere positie in Europa inneemt en een bepalende regionale speler is,

B.  overwegende dat de nieuwgekozen president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj, en het parlement van Oekraïne (de Verkhovna Rada) de wil van de Oekraïne om tot de EU toe te treden, hebben bevestigd,

C. overwegende dat de Europese aspiraties van Oekraïne ten volle aan bod komen in de associatieagenda, die tot doel heeft de implementatie van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne, waarover momenteel wordt onderhandeld, te vergemakkelijken; overwegende dat deze nieuwe overeenkomst een kader biedt voor diepere en nauwere betrekkingen en het pad effent voor de verdere integratie van Oekraïne in het gemeenschappelijk beleid van de EU en de intensivering van de politieke samenwerking,

D. overwegende dat beweerd wordt dat democratische vrijheden, zoals de vrijheid van vergadering, de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid, de afgelopen maanden onder steeds zwaardere druk zijn komen te staan,

E.  overwegende dat er sinds de presidentsverkiezingen zorgwekkende aanwijzingen zijn voor een toenemende uitholling van democratie en pluralisme, inzonderheid de behandeling van sommige NGO's en individuele klachten van journalisten over pressie van uitgevers of eigenaars van mediakanalen om over bepaalde feiten al dan niet verslag uit te brengen, alsook de toegenomen en politiek geïnspireerde activiteiten van de veiligheidsdiensten in Oekraïne en het misbruik van administratieve en gerechtelijke middelen voor politieke doeleinden, overwegende dat het hoofd van het bureau van de Konrad Adenauerstichting in Kiev, die kort daarvoor een kritisch verslag had gepresenteerd over de eerste 100 dagen van de regering Janoekovitsj, in juli zonder aanleiding acht uur is vastgehouden op het vliegveld van Kiev en pas na ingrijpen van de Duitse ambassade tot Oekraïne is toegelaten,

F.  overwegende dat het presidentieel regeringsstelsel door de uitspraak van het Constitutioneel Hof van 1 oktober 2010 opnieuw is ingevoerd; overwegende dat het tot stand brengen van een democratisch, doelmatig en duurzaam stelsel van wederzijdse controles en tegenwichten een prioriteit moet blijven en dat het proces om dit te verwezenlijken open, inclusief en toegankelijk moet zijn voor alle politieke partijen en actoren in Oekraïne,

G. overwegende dat op 31 oktober 2010 in Oekraïne in een kalme sfeer regionale en gemeenteraadsverkiezingen hebben plaats gevonden zonder dat zich incidenten hebben voorgedaan ; overwegende dat NGO’s die zich ter plaatse bevinden en institutionele waarnemers zoals de Raad van Europa felle kritiek hebben geuit over tal van aspecten van organisatie en procedure in de periode vóór de verkiezingen doordat de kiesvoorschriften te elfder ure werden gewijzigd, de kandidaten (te) laat werden geregistreerd, de vertegenwoordiging van politieke partijen in kiescommissies onevenwichtig was, er tal van extra stemmen zijn uitgebracht en doordat er een algemene sfeer van wantrouwen bestond,

H. overwegende dat de president van Oekraïne heeft aangedrongen op strikte naleving van de kieswetten en democratische normen, overwegende dat de oppositiepartijen hebben aangekondigd de uitslag van de verkiezingen in tal van stembureaus te zullen aanvechten, overwegende dat de oppositie met name vermeende fraude en manipulatie meldt ten aanzien van de organisatie van de verkiezingen in Kharkiv,

I.   overwegende dat er een werkgroep is opgericht om voorstellen te formuleren ter verbetering van kieswet,

J.   overwegende dat de OVSE-vertegenwoordiger voor mediavrijheid op 13 oktober 2010 heeft verklaard dat Oekraïne een grote mate van mediavrijheid heeft bereikt maar dat het land op korte termijn maatregelen moet nemen om deze vrijheid te waarborgen, en de regering heeft opgeroepen af te zien van pogingen om media-inhoud te beïnvloeden of te censureren, overeenkomstig de internationale normen inzake mediavrijheid en de beloften betreffende mediavrijheid in het kader van de OVSE,

1.  wijst erop dat het belangrijk is de Europese vooruitzichten van Oekraïne te versterken en verwacht dat de Oekraïense autoriteiten blijk geven van de nodige vastberadenheid om hun Europese keuze te bevestigen en de hervormingen die in de lijn liggen van de aspiraties van het land voort te zetten;

2.  maakt zich zorgen over het toenemende aantal beschuldigingen en geloofwaardige meldingen dat democratische vrijheden en rechten, zoals de vrijheid van vergadering, de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid, de voorbije maanden onder druk zijn komen te staan;

3.  is verontrust over de tegenstrijdige meldingen van internationale organisaties en NGO’s over de organisatie van de regionale en gemeenteraadsverkiezingen van 31 oktober, neemt kennis van de beweringen van sommige oppositieleiders dat er vervalsingen en bedrog hebben plaatsgevonden,

4.  verzoekt de bevoegde Oekraïense autoriteiten het onderzoek snel en op doorzichtige wijze uit te voeren en tijdig met concrete resultaten te komen ter verbetering van de onvolledige en beperkende kieswetgeving met het oog op voorbereiding en organisatie van toekomstige verkiezingen;

5.  verzoekt de Oekraïense autoriteiten zich te onthouden van bemoeienis met toekomstige processen voorafgaand aan verkiezingen bv. het niet-registreren van kandidaten en partijen, druk op oppositie en media;

6.  dringt er bij de autoriteiten op aan alle meldingen van inbreuken op rechten en vrijheden diepgaand te onderzoeken en geconstateerde overtredingen aan te pakken; en de rol van de Oekraïense veiligheidsdiensten (SBU) met betrekking tot ingrijpen in democratische processen te onderzoeken;

7.  maakt zich zorgen over de gevallen van geweld tegen en intimidatie van journalisten, en de verdwijning van verslaggever Vasyl Klymentiev van Novy Styl op 11 augustus 2010; vertrouwt erop dat de Oekraïense autoriteiten al het nodige zullen doen om het onderzoek af te ronden;

8.  maakt zich zorgen over recente ontwikkelingen die de mediavrijheid en het mediapluralisme zouden kunnen ondermijnen; verzoekt de autoriteiten met klem al het nodige te doen om deze essentiële aspecten van een democratische samenleving te beschermen en af te zien van pogingen om direct of indirect invloed uit te oefenen op de inhoud van de berichtgeving in de nationale media; onderstreept dat een herziening van de wetgeving inzake de mediasector dringend noodzakelijk is, en spreekt derhalve zijn waardering uit voor de onlangs voorgestelde invoering van een publiek omroepbestel in Oekraïne; is ook ingenomen met de openbare toezegging van de Oekraïense autoriteiten dat het wettelijke kader dat voor de oprichting van een publieke omroep nodig is, aan het eind van het jaar voltooid zal zijn; dringt er bij de autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat rechtszaken niet resulteren in de selectieve intrekking van zendfrequenties en alle besluiten of benoemingen die tot belangenconflicten zouden kunnen leiden, opnieuw tegen het licht te houden;

9.  verzoekt de regering van Oekraïne de wetgeving inzake mediavrijheid aan te passen aan de OVSE-normen;

10. dringt erop aan snel het wetsvoorstel aan te nemen inzake de beschikbaarheid van informatie, waarin voor de overheid en haar ambtenaren bindende voorschriften en heldere termijnen worden bepaald met betrekking tot de beschikbaarheid van informatie voor journalisten en burgers;

11. uit zijn bezorgdheid over het gewelddadig neerslaan van de vreedzame betogingen tegen de vermeende illegale aanleg van een weg door Gorki park in Kharkiv in het kader van de voorbereiding van Euro 2012 in mei en juni ll., waarbij activisten door de veiligheidskrachten en andere ordehandhavingsdiensten werden lastiggevallen en gearresteerd;

12. betreurt het dat de regels voor de verkiezingen nog steeds ter discussie staan en wijst erop dat de bestaande kieswet, die in augustus 2009 is gewijzigd, volgens de OVSE/ODIHR een stap terug betekent vergeleken bij eerdere wetgeving en resulteert in een onduidelijk en onvolledig wettelijk kader;

13. onderstreept de noodzaak van opvoering van de geloofwaardigheid, stabiliteit, onafhankelijkheid en doeltreffendheid van de instellingen, om zo de democratie en de rechtstaat te waarborgen en een voor alle partijen aanvaardbaar constitutioneel hervormingsproces te bevorderen, gebaseerd op een duidelijke scheiding der machten en doeltreffende wederzijdse controles en tegenwichten tussen de overheidsinstellingen; beklemtoont dat samenwerking met de Europese Commissie voor democratie middels het recht (de Commissie van Venetië) van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat de wetgevingshervormingen die op dit moment worden ontwikkeld volledig in overeenstemming zijn met de Europese normen en waarden; verzoekt alle desbetreffeende politieke belanghebbenden, waaronder regering en oppositie, aan dit proces mee te werken, en verzoekt de Oekraïense autoriteiten de commissie van Venetië om advies te vragen over de definitieve versie van wetsontwerpen;

14. verzoekt de Raad en de Commissie met klem een routekaart vast te stellen voor de invoering van visumvrij reizen voor Oekraïeners, met als tussentijdse doelstelling de afschaffing van de bestaande visumleges; wijst er echter op dat de eisen in deze overeenkomsten moeten worden nageleefd en geëerbiedigd; is vol vertrouwen dat dit proces zal worden vergemakkelijkt door consolidering van de democratische ontwikkelingen in Oekraïne;

15. benadrukt het grote belang van opneming van Oekraïne in Europa voor de totstandkoming van economische, sociale en politieke hervormingen in Oekraïne; spreekt daarom de hoop uit dat er substantiële vooruitgang zal worden geboekt op de volgende Top EU-Oekraïne, die op 22 november zal plaatsvinden te Brussel, en dat die zal leiden tot een spoedige sluiting van een associatieovereenkomst; verzoekt daarom de Commissie en Oekraïne zich nog meer in te zetten voor uitvoering van de associatieagenda EU-Oekraïne;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Oekraïne en de parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa en de OVSE.

Laatst bijgewerkt op: 25 november 2010Juridische mededeling